Beperkt houdbaar: Baudrillard over het lichaam als vijandig object

In aansluiting aan het debat over de vrouwvijandigheid van de cosmetische industrie en de media hier nog een paar gedachten van de pas overleden Jean Baudrillard over de manier hoe moderne mensen met hun lichaam omgaan.

Baudrillard is bewust eenzijdig, maar belicht in zijn eenzijdigheid de eenzijdigheid van anderen…

Volgens Baudrillard wordt het lichaam in de moderne samenleving een consumptieobject. Het is het individu zelf dat zijn eigen lichaam tot consumptieobject maakt. Het lichaam wordt een object waarin men moet investeren om zichzelf vervolgens als arbeidskracht te kunnen exploiteren.
De lichamelijke schoonheid wordt dus zuiver functioneel en vormt geen grondslag voor individueel genot of plezier. Het lichaam wordt vooral benaderd als negatieve factor en als een vijand.
De schoonheidscultus, bekrachtigd door de mode-, vrijetijds- , vakantie- en sportindustrie, vestigt de mythe van een lichaam dat het fundament is van één homogeen subject van één volkomen in-dividu, dus van een als natuurlijk voorgestelde ondeelbare eenheid.

Het lichaam van een ondeelbaar subject kan en mag niet uiteengescheurd worden door begeerte, dus moet het moderne schone lichaam niet van al te veel begeerte vervuld worden. 
Het moderne lichaam moet bovendien een volledig en onnatuurlijk positief geladen grootheid zijn, die een vorm van kapitaal is en de grondslag vormt van een samenleving georiënteerd op privébezit. Binnen dat ideologische kader is het lichaam geen territorium van begeerten, driften, complexen, doodsangst en andere psychische negativiteiten. Het negatieve heeft geen of te weinig plaats in de wereld van investering en consumptie

Na Wouter Gils, Het lichaam als teken van leven, In: Jan Rolies, De gezonde burger, p. 89 ff. 

Zie ook de documentarire van Sunny Berkman, Beperkt houdbaar (Holland Doc)
en de uitstekende recensie hiervan door Wim de Jong in de Volkskrant van  9 maart.
“Aan Bergmans oproep gaat in Beperkt houdbaar een persoonlijke ontdekkingsreis vooraf langs redacties van glossy’s, beautyfotografen en plastisch chirurgen. In de rug gedekt door de cosmeticabranche wordt in die wereld de misvatting in stand gehouden dat een mooie vrouw per definitie een rimpelloze, schaamliploze, op borst- en bilhoogte met siliconen gevulde en elders met kindermaatjes gezegende vrouw is.”

Belonen beter dan straffen

Hoogleraar psychologie Van der Pligt verklaart vandaag in de Volkskrant, dat belonen beter helpt dan straffen.
De Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Paul Cliteur daarentegen gelooft heilig in strenger straffen. Dwang en straf zijn volgens Cliteur onmisbare middelen bij het leren (Guido Derksen, Hutspot Holland, p. 181, 185) .
Volledig absurd is het dat Cliteur stelt, dat zonder dwang studenten de relativiteitstheorie niet zouden willen leren. Hij kent blijkbaar niet de resultaten van meer dan 100 jaar gedragsonderzoek, waaruit altijd weer blijkt dat leren beter positief dan negatief kan worden aangemoedigd, en dat straffen beperkt moeten worden, omdat straf de menselijke verhoudingen op de langere termijn zwaar belast en liegen en bedriegen aanleert. Kort samengevat komt het resultaat van gedragsonderzoek hierop neer, dat straffen alleen op korte termijn werkt. Beter is het om te belonen, het liefst niet-contingent (dus onregelmatig) . Het meest effectief is het structureren van omgevingsfactoren, dus vooruit plannen in plaats van achteraf straffen of belonen. Op politiek vlak houdt dit een “linkse” politiek in, omdat omgevingsfactoren, zoals huisvesting, opleiding, enz. door de samenleving gestuurd kunnen worden.
Cliteurs voorkeur voor dwang en straf lijkt sterk op de fatalistische en apathische instelling die bij kansloze (overwegend allochtone) jongeren wordt aangetroffen. In zo ver deze jongeren überhaupt nog een mening blijken te hebben is het dat “alleen dwang werkt” (Pieter Hilhorst, De nieuwe tweedeling, de Volkskrant, 21-3-2006)
Pieter Hilhorst interpreteert deze houding als zelfdestructief. Het is volgens hem een collectieve motie van wantrouwen tegen henzelf. “Wij deugen niet! Weg met ons!” Dat perspectiefloze jongeren zo over zichzelf denken is triest, maar zeer begrijpelijk. Dat hoogopgeleide en goed betaalde professoren een hele samenleving op dit denken willen baseren is alleen maar triest, en niet in het minste verlicht. Wederom laat de Plato-fan Cliteur kennen waarvoor hij staat: voor Plato’s staat ( zie hier meer over Cliteur en Plato )

Cyrill Offermans: ”Al bij Plato [.] kunnen we lezen dat opvoeden ‘temmen’ is. En niet anders dan temmen kan zijn, want kinderen zijn wilde dieren, één en al begeerte en opwinding, voor geen rede vatbaar.”( NRC 14-1-2006)

Michael Ignatieff over dwang en democratie: “ It is a condition of our freedom that we cannot compel anyone to believe in the premises of a liberal democracy. Either these premises freely convince others or they are useless. They cannot be imposed, and we violate everything we stand for if we coerce those who do not believe what we do. In any event, we cannot pre-emptively detain all the discontent in our midst.
So we are stuck, as we should be, with persuasion” (The lesser evil, p. 169).

Maria Trepp