Pluralistische onwetendheid- sociale psychologie

 

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt, maar de personen individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigt zijn dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur, die eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden, en tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. Halbesleben JRB, Wheeler AR, Buckley MR (2007) Understanding pluralistic ignorance: application and theory. Journal of Managerial Psychology 22(1):65–83
  • In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Maria Trepp, docent sociale psychologie

Posttraumatische groei

 

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action” waarvoor hij een nieuwe term vindt: salvaction), en Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Viktor_Frankl posttraumatische groei
Lees “Posttraumatische groei” verder

 

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action” waarvoor hij een nieuwe term vindt: salvaction), en Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Viktor_Frankl posttraumatische groei
Lees “Posttraumatische groei” verder

Muziek en het brein: Herhaling en anticipatie

Muziek en het brein

Muziek heeft sterke effecten op de mens. Muziek maakt emoties los, en herinneringen. Ook demente mensen kunnen via muziek herinneringen oproepen. Mijn zwaar zieke vader, die al lang niet meer kon praten, kon wel nog – zoals vele dementerende ouderen – liederen gedeeltelijk meezingen, iets dat hartbrekend ontroerend was.

Muziek brein en emotie
Muziek en herhaling: Brahms met variaties over Händel

In de laatste tijd zijn veel interessante artikelen en boeken verschenen over de invloed van muziek op emoties en geheugen, over muziek en het brein, en over de functie van herhalingen en variaties in de muziek.

Daniel J. Levitin schrift in Ons  muzikale brein. Wat  muziek met ons doet (2006/2013)

“Het geheugen  heeft zo’n grote invloed  op de ervaring van het luisteren naar muziek dat het  niet  overdreven is  om  te zeggen  dat er zonder geheugen  geen muziek zou zijn. Muziek  is gebaseerd op herhaling, zoals  is opgemerkt  door  vele theoretici  en filosofen […] Muziek  werkt omdat we  ons de tonen herinneren die we net gehoord  hebben en die relateren aan de tonen die op dit moment gespeeld worden. Die groepen tonen – frases – kunnen  misschien later in het stuk terugkeren in een variatie of een transpositie die  ons geheugen prikkelt en  tegelijk  onze  emotionele centra activeert. “ (p 165)

Hij wijst naar een hersenstructuur, de amygdala, die geactiveerd wordt door muziek, maar

“[…] niet door willekeurige  verzamelingen geluiden of muzikale  tonen. Als  herhaling  vakkundig  wordt toegepast door  een goede  componist,  is het emotioneel  bevredigend voor  onze  hersenen, en  dat  maakt de  luisterervaring  zo  aangenaam ( p 165 f]

De amygdala legt verbanden tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan emoties:

“De amygdala speelt een belangrijke rol bij het vormen en opslaan van herinneringen aan emotionele gebeurtenissen. Daarbij wordt informatie die afkomstig is van verschillende zintuigen geïntegreerd.”(Wikipedia)

Nieuw onderzoek laat zien dat de emoties die door muziek worden gewekt, zoals ontroering, sterk verschillen van alledaagse gevoelens. Ook voelt verdriet opgeroepen door muziek juist aangenaam door de troostende werking van de muziek. (Stefan Koelsch, Brain correlates of music-evoked emotions).

Daniel J. Levitin schrijft: “De belonende en versterkende aspecten van het luisteren naar muziek  lijken […]  te  worden veroorzaakt door een stijgende dopaminespiegel in  de nucleus accumbens .”( p 189)  Dopamine speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn.

De Dopaminespiegel stijgt niet alleen op muzikaal spannende passages, maar juist daarvoor, dus bij de anticipatie van een spannende passage:

“But what may be most interesting here is when this neurotransmitter is released: not only when the music rises to a peak emotional moment, but also several seconds before, during what we might call the anticipation phase.

The idea that reward is partly related to anticipation (or the prediction of a desired outcome) has a long history in neuroscience. Making good predictions about the outcome of one’s actions would seem to be essential in the context of survival, after all. And dopamine neurons, both in humans and other animals, play a role in recording which of our predictions turn out to be correct.”

So each act of listening to music may be thought of as both recapitulating the past and predicting the future. When we listen to music, these brain networks actively create expectations based on our stored knowledge.

Composers and performers intuitively understand this: they manipulate these prediction mechanisms to give us what we want — or to surprise us, perhaps even with something better.”

(ROBERT J. ZATORRE and VALORIE N. SALIMPOOR, Why Music Makes Our Brain Sing)

En dit alles geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor poëzie:

“Rillingen over de rug. Een tintelend gevoel dat door uw ruggenmerg gaat en kortstondig kippenvel veroorzaakt. Zo zorgt muziek voor een plezierige sensatie. Uit recent onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Consciousness Studies, blijkt dat een emotioneel geladen tekst of gedicht u hetzelfde gevoel kan geven.”

(zie Poëzie is als muziek voor ons brein)

Fanfare-corps

De lucht scheen blinkend door de blaren,
bleek en volmaakt als glas geslepen.
Met vaste manlijke gebaren
werden de horens aangegrepen,
en luidkeels zonder enig schromen
spoot de muziek tussen de bomen;
heldhaftig, trots. Een onverbloemde
voor elk verstaanbare muziek,
die aan het ademloos publiek
ieder gevoel met name noemde. En even plots werd dit geklater
gedempt, twee koopren kelen weenden…
-over het donkergroene water
gleden twee smalle witte eenden
geluidloos als een droombeeld voort-
De horens, smekend en gesmoord
schenen hen dringend iets te vragen
hen volgens met haast menslijk klagen.

 
Een warm en onverwacht verdriet,
eerbied voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen.
en dan te huilen om dit lied
ontstond in mijn verwend gemoed.
Ik voelde me bedroefd en goed.
 
Maria Vasalis,
uit Parken en woestijnen,
uitgeverij van Oorschot 1940

 

Maria Trepp

Aangeleerde hulpeloosheid: psychologen die folteren #APA

Aangeleerde hulpeloosheid is een van de belangrijkste concepten in de klinische psychologie. Dit model beschrijft het ontstaan van depressie als een leerproces, waar mensen leren dat zij hun omgeving niet kunnen beïnvloeden, zelfs als zij feitelijk wel degelijk invloed hebben. Na traumatische ervaringen en situaties met verlies van controle onderschatten mensen hun werkelijke invloed. Zij ervaren cognitief controleverlies en emotioneel voelen zij zich gedeprimeerd. Maar met behulp van psychologische begeleiding en cognitieve gedragstherapie kunnen ze opnieuw leren hun leven te beïnvloeden en controle te ervaren.

De theorie van aangeleerde hulpeloosheid, die veel mensen heeft geholpen hun depressieve klachten via gedragstherapie te overwinnen gaat terug tot Martin Seligmans experimenten met elektrische schok bij honden.

martin seligmann psychologen folteren
Martin Seligman

Als honden in een bepaalde situatie elektrische schokken niet kunnen vermijden, zullen zij deze ook niet meer proberen te vermijden zelfs als dit mogelijk is. Deze gruwelijke experimenten op dieren hebben geleid tot belangrijke bevindingen in het onderzoek naar depressie en psychologische behandeling van depressie, mensen kunnen de aangeleerde hulpeloosheid overwinnen en leren om na trauma’s of na reële verlies van controle hun invloed te herwinnen, en kunnen zo emotioneel, sociaal en cognitief weer herstellen en hun gedrag aan de echt gegeven mogelijkheden aanpassen.

Maar de wrede basis van deze kennis over het ontstaan van depressie, namelijk het martelen van dieren, heeft nu ook geleid tot verschrikkelijke gevolgen in de mensenmaatschappij. Terwijl Seligmann zelf zich nu helemaal op de positieve psychologie toelegt,

 

werden zijn bevindingen door het Amerikaanse leger als zeer interessant beoordeeld, en in samenwerking met psychologen van de APA (American Psychological Association, de zeer invloedrijke Noord-Amerikaanse organisatie voor psychologen, waarvan Seligmann ook tijdelijk voorzitter was) gebruikt voor het ontwerpen van foltering, zogenaamde white torture (slaaptekort, waterboarding enz.)

Een nieuw onafhankelijk rapport  (Titel ALL THE PRESIDENT’S PSYCHOLOGISTS door auteurs onder leiding van advocaat David Hoffman) beweert dat de American Psychological Association (APA) tijdens het Bush-tijdperk in de nasleep van de terroristische aanslagen von 9/11 in het geheim met overheidsfunctionarissen samenwerkte aan een ethische rechtvaardiging van folterprogramma’s voor gevangenen. Het rapport concludeert, dat de APA in het geheim heeft samengewerkt met ambtenaren van de CIA, het Witte Huis en het ministerie van Defensie om een ethisch beleid voor de ondervraging door de veiligheidsdiensten te ontwerpen, die het CIA-marteling-programma faciliteerde.

De auteurs waarschuwen dat mensen het vertrouwen verliezen in het beroep van psycholoog als psychologen bereid zijn personen ook opzettelijk pijn toebrengen – en dit geheel afgezien van de individuele achtergrond of de motieven van het desbetreffende gemartelde individu.

Het volledige document is gebaseerd op de evaluatie van meer dan 50.000 documenten, en meer dan 200 interviews van 148 mensen – en het rechtvaardigt en verdedigt nu eindelijk na lange tijd de harde critici van de APA.

De prioriteiten van de APA waren blijkbaar PR-strategie en de uitbreiding van het beroepenveld van psychologen, in plaats van het welzijn van de ondervraagde mensen. Het rapport merkt op dat veel e-mails en discussies gaan over de mediastrategie van de APA, de maatschappelijke positie en de positionering van de APA, en hoe de APA haar invloed kan maximaliseren en de positieve relatie met het ministerie van Defensie kan uitbreiden. Er is weinig bewijs van reflecties, analyses en discussies over de beste of de juiste ethische positie, gezien de aard van het beroep en de specifieke kennis die psychologen hebben over gedachten en emoties; vaardigheden die psychologen in staat stellen zowel te genezen alsook schade toe te voegen.

Twee psychologen, James Mitchell en Bruce Jessen, ontwikkelden op basis van de theorie van de “aangeleerde hulpeloosheid” een reeks dwangtechnieken en leidden persoonlijk ondervragingen, waar ze enkele CIA-gevangenen martelden. Ze verdienden miljoenen dollars voor deze diensten. Zie ook mijn eerder bericht hierover:

Psychologen die folteren

De twee psychologen hadden geen ervaring als verhoorleider, geen speciale kennis van Al Qaida, geen achtergrond in de strijd tegen het terrorisme, en geen relevante culturele en taalkundige vaardigheden. Afgezien van alle grote ethische bezwaren is er ook geen enkel bewijs, dat de door hen gebruikte verhoortechnieken nuttige gegevens produceren op basis van “aangeleerde hulpeloosheid”.

De APA verontschuldigt zich nu op haar website voor “zeer verontrustende resultaten”  en organisatorische fouten; en kondigt eerste beleidsprocedures af om tekortkomingen te corrigeren.

 

Zie ook: Tortured by Psychologists and Doctors

Zie ook

Rapport-building interrogation is more effective than torture

Zie ook: Rechtsfilosofen over martelen: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

 

Maria Trepp, docent Sociale& Klinische Psychologie

 

 

Corona-gedrag als sociaal dilemma en generatieconflict

Waarom houden mensen zich niet aan de Corona-maatregelen?

In de media wordt steevast gesproken over verwarrende mededelingen van de overheid/het RIVM. Er zou meer duidelijkheid moeten komen, over mondkapjes etc. etc.

mondkapje COVID
Corona-gedrag als sociaal dilemma

Maar terecht waarschuwt de WRR in zijn bijdrage “Communicatie en draagvlak Covid-19” voor een “beter uitleggen”-valkuil.

Lees “Corona-gedrag als sociaal dilemma en generatieconflict” verder

Is zorgeloos Corona-gedrag een teken van onrealistisch optimisme?

Sommige psychologen beschrijven riskant Corona-gedrag als onrealistisch optimisme (Merkelbach in de NRC). Onrealistisch optimisme (optimisme bias) is een van vele systematische cognitieve denkfouten of positieve illusies, die bekend zijn uit psychologisch experimenteel onderzoek. Met name op het gebied van gezondheid van jongeren wordt veel over onrealistisch optimisme en dus verkeerde risicoinschatting (drugs, onveilig vrijen) gesproken. Onrealistisch optimisme is een menselijke eigenschap en een zeer veel voorkomende denkfout. Mensen verwachten dat pech en ongeluk hun zelf niet treft; rokers denken dat vooral andere rokers kanker krijgen (zie meer hieronder) .

(Afbeelding van Jürgen Jester via Pixabay )

Lees “Is zorgeloos Corona-gedrag een teken van onrealistisch optimisme?” verder

Angst kan mensen bij elkaar brengen

Angst kan mensen bij elkaar brengen

Het Second International Anxiety Congress behandelde kort geleden het thema Anxiety As a Global Problem.

Angst
Angst

Angst wordt beschouwd als een basaal overlevingsmechanisme, als reactie op een specifieke prikkel

Angst is een nare emotie, en liegt ten grondslag aan veel psychische stoornissen.

Maar angst kan mensen ook dichter bij elkaar brengen, zoals een aflevering van de televisieserie Big Bang Theory mooi heeft laten zien in aflevering 17 van Season 7, The Friendship Turbulance: Sheldon, die altijd geïrriteerd op Howard afgeeft en hem als minderwaardig behandelt, pakt wél Howards hand in het vliegtuig als de vlucht onrustig wordt in turbulenties. Hand in hand wachten de vrienden de landing af (in het filmpje bij 7 minuten)

Ikzelf heb eens de hand van van een wildvreemde naast me zittende man vastgepakt bij een landing in onweer…

Aandacht maakt gelukkig

640px- aandacht wikimedia

Onderzoeker Matt Killingsworth stelde met een speciale app vast, wat mensen deden, of ze zich gelukkig voelden, en of ze met hun gedachten afdwaalden. Resultaat van 650.000 rapportages van ruim 15.000 mensen: Gefocusseerde mensen zijn gelukkiger als mensen die afdwalen.

En helaas: Mensen dwalen heel vaak af. 47% van de tijd denken mensen aan andere dingen dan aan wat ze momenteel aan het doen zijn.

http://www.ted.com/talks/matt_killingsworth_want_to_be_happier_stay_in_the_moment

Aandacht maakt gelukkig

Synesthesie en intelligentie

Synesthesie en intelligentie:

Een nieuwe studie waarin mensen werden getraind om te kleuren met letters associëren heeft ook ertoe geleid dat hun IQ werd verhoogd verhoogd met een gemiddelde van 12 punten.Synesthesie-intelligentie-onderzoek

Het resultaat was een verrassing voor de onderzoekers die in de eerste plaats geïnteresseerd waren in het fenomeen van synesthesie.

How To Increase IQ by 10% Using The Weirdest Method Ever

 

 

 

Aantekeningen bij het Stanford Prison Experiment

Het Stanford-gevangenisexperiment (Stanford Prison Experiment, kort SPE uitgevoerd in 1971 door Philip Zimbardo)

 

Stanford Prsion
Zimbardo
Jdec – , CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6438851

is een van de klassiekers van de Sociale Psychologie, en wordt tot op de dag van vandaag besproken en bekritiseerd. Het SPE is een van de meest geciteerde studies in de Sociale Psychologie. In het experiment werden gezonde studenten willekeurig in twee groepen opgesplitst: een gevangenengroep en een bewakersgroep. Na korte tijd kwamen bewakers in de verleiding om hun macht te misbruiken en moest het experiment worden afgebroken.

Er werden en worden boek- en filmversies van dit experiment gemaakt, en het experiment heeft een rol gespeeld in het proces rond het Abu Ghraib-gevangenis, omdat Philip Zimbardo op basis van de lessen uit dit experiment als deskundige een van de bewakers verdedigde.

Op internet zijn er verschillende filmpjes te zien, zowel van het experiment zelf, alsook van Zimbardos interpretatie hiervan en zijn conclusies mbt tot Abu Ghraib:

 

Zimbardo interpreteerde de uitkomsten van het experiment als “situationeel”, dus situatie-afhankelijk, namelijk dat ieder mens in een bepaalde omgeving tot machtsmisbruik in staat is. Een slechte situatie zou goede mensen slecht maken.

De Britse psychologen Steve Reicher en Alex Haslam betwisten dit. Zij stellen, op basis van hun eigen  BBC Gevangenis studie en real-life voorbeelden van gevangenenverzet, dat mensen niet gedachteloos toegeven aan destructieve omgevingen. Integendeel, in elke situatie heeft volgens hen degene groep de macht, die erin slaagt om een gevoel van gedeelde identiteit te creëren.

Recentelijk heeft Richard Griggs , Professor emeritus aan de universiteit van Florida, tekstboeken in de Sociale Psychologie onderzocht op de presentatie van Het SPE-onderzoek. Hij vond dat dit experiment veelal te onkritisch werd gepresenteerd, vooral in VS-leerboeken:

http://digest.bps.org.uk/2014/07/what-textbooks-dont-tell-you-one-of.html

Zeer problematisch zijn de ethische bezwaren, die dit experiment heeft opgeroepen. In veel opzichten is het SPE een opvolger van het beroemde Migram-Experiment uit 1963, waar de bereidheid van een deelnemer werd onderzocht om gehoor te geven aan opgedragen taken van een gezaghebbende die strijdig zijn met het persoonlijke geweten van de deelnemer. Maar Zimbardo was toch heel veel verder gegaan dan Milgram: hij gaf opdracht aan de bewakers zich te misdragen:

“You can create in the prisoners feelings of boredom, a sense of fear to some degree, you can create a notion of arbitrariness that their life is totally controlled by us, by the system, you, me, and they’ll have no privacy … We’re going to take away their individuality in various ways. In general what all this leads to is a sense of powerlessness. That is, in this situation we’ll have all the power and they’ll have none.”[5]

Anders dan in het Milgram-Experiment, waar de elektrische schokken niet werkelijk werden uitgedeeld aan de afhankelijke persoon, werden de leden van de Standford-gevangenengroep psychisch en fysiek mishandeld. Zimbardo greep pas na 5 dagen in, nadat een medewerker hem confronteerde, en de ouders van een deelnemer met een advocaat dreigden .

Methodisch is dit experiment op veel manieren te bekritiseren. Toch blijven drie fundamentele resultaten overeind die ook in andere experimenten worden gevonden:

  1. Mensen kunnen relatief makkelijk inhumaan ageren als zij menen dat een autoriteit hen dit opdraagt en de eindverantwoordelijkheid heeft (zie Milgram)
  2. Willekeurige groepen van mensen zijn makkelijk tegen elkaar op te zetten (zie Robbers_cave_study en andere ingroup-outgroup experimenten)
  3. Anonimiteit en dehumanisering van daders (zonnebrillen, geen namen) en/of slachtoffers (nummers, maskers) bevordert gewelddadig en afwijkend gedrag van de daders (Stanford Prison en andere experimenten)

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie