Corona-gedrag als sociaal dilemma en generatieconflict

Waarom houden mensen zich niet aan de Corona-maatregelen?

In de media wordt steevast gesproken over verwarrende mededelingen van de overheid/het RIVM. Er zou meer duidelijkheid moeten komen, over mondkapjes etc. etc.

mondkapje COVID
Corona-gedrag als sociaal dilemma

Maar terecht waarschuwt de WRR in zijn bijdrage “Communicatie en draagvlak Covid-19” voor een “beter uitleggen”-valkuil.

Wat wij van een grote deel van de bevolking (iedereen onder 40) vragen is min of meer altruïstisch Corona-gedrag. Voor jonge mensen is het risico te verwaarlozen, al zijn er gevallen die langere tijd last hebben van de gevolgen van COVID-19-ziekte. Jonge mensen lopen nauwelijks risico, maar hebben enorme nadelen van voorzichtig gedrag: minder contacten, minder lol, minder werk, minder inkomen, minder ontwikkeling. Zij zitten in een cruciale levensfase en hebben contacten hard nodig. Het wordt hun in feite gevraagd voor anderen een stap terug te doen. Het is niet “eigen verantwoordelijkheid” wat gevraagd wordt maar prosociaal gedrag. “Mondkapjes doe je niet voor je zelf maar voor de ander”. Corona-gedrag als sociaal dilemma.

Sommige psychologen menen, dat riskant Corona-gedrag het gevolg is van onrealistisch optimisme. (Merkelbach in de NRC). Daarmee ben ik het niet eens. De risicoinschatting van veel mensen is correct wat Corona betreft. Ze lopen op individueel niveau weinig risico om ernstig ziek te worden.

Er is sprake van een ernstig generatieconflict, zoals Theodor Holman stelt:

De coronaconsequentie is dat ik uit de buurt van de jongeren moet blijven. Anders geven zij mij een doodskus of veroorzaakt hun zoete adem mijn doodsrochel.

20% van de mensen die positief getest zijn op Corona gaat toch naar buiten. Ze hebben voor zichzelf en hun levensdoelen belangrijke dingen te doen. Maatschappelijk gezien is dat een ramp.

Het gedrag in Corona-tijden is een typisch sociaal dilemma. Sociale dilemma’s zijn situaties waarin individuele belangen in strijd zijn met collectieve belangen. Een egoïstische beslissing creëert dus kosten voor andere betrokkenen. Maar op de lange termijn lopen de kosten op, waardoor een situatie ontstaat waarin iedereen beter af zou zijn geweest als hij of zij niet in zijn of haar eigen belang had gehandeld.

In die zin is verantwoord gedrag voor iedereen beter. Maar mensen zijn geneigd op gevoel en korte termijn-wensen af te gaan, zeker onder stress.

De jonge generatie wordt niet ziek, en een deel voelt zich vrij om te feesten en de regels te negeren. Maar op de langere termijn betaalt juist deze generatie met werkloosheid en zal de hoge overheidsschulden moeten afbetalen.

Op de middellange en lange termijn vallen de interesseverschillen tussen jong en oud weg. Overigens zou je ook kunnen zeggen dat zich jongeren, gezien hun veel lagere gezondheidsrisico’s juist erg inspannen (Ruben van Galen)!

De jongeren hun gang laten gaan?

Sommige psychologen (Hans van de Sande) zijn van mening, dat dit sociaal dilemma moet worden opgelost door de jeugd hun gang te laten gaan. “Scherm de ouderen af, en laat het virus zijn gang gaan onder de jongeren”. Maar de meeste deskundigen en politici menen dat dit simpelweg niet mogelijk is, en het virus zich over de hele samenleving blijft verspreiden, als de jeugd doorgaat met een actief sociaal leven. “Alleen samen” kan het lukken.

Corona-gedrag beinvloeden

Wat kan men doen om aan te sturen op een maatschappelijk sociaal contract in plaats van een sociaal dilemma?

De WRR beveelt terecht aan om in te zetten op een “breed spectrum aan motivaties”:

…speel in op al die verschillende motieven, en gebruik daarbij niet alleen woorden en data maar ook beelden en verhalen

Positieve actie: informeren over de gemeenschappelijke belangen op lange termijn, financiele ondersteuning en andere hulp bij quarantaine etc. Fomuleer kleine stappen en tussendoelen, vier successen.

Erkenning van emoties

Erken de realiteit en legitimiteit van emoties ten volle (WRR)

Gewoontevorming/nudging: fysiek ingrijpen, hints (pijltjes, vloerindeling), vormgeving, maar ook aanbevelingen op borden.

Consistentie en rechtvaardigheid: het is lastig aan jongeren uit te leggen waarom zij niet mogen feesten, maar de kerken vol zitten met zingende mensen.

Negatieve actie: regels, handhaving, boetes. Hier gezonheidseconoom Xander Koolman over strenge maatregelen:

Voorbeeldgedrag, modeling:

Communiceer de sociale norm, dat wil zeggen: laat zien dat de meeste mensen het goede doen, en onderbouw dat met – uiteraard kloppende – cijfers. (WRR)

Maar: als influencers, bekende Nederlanders en autoriteitsfiguren (minister van justitie Grapperhuis, koning) het verkeerde voorbeeld geven, is “verantwoord gedrag” bij gewone mensen niet te verwachten.

Grapperhuis Corona-gedrag

Modeling (Voorbeeld-leren, Bandura) is een van de belangrijkste psychologische mechanismen. Begin met de top, als je wilt dat de rest van de bevolking zich aan verstandige regels houdt.

Sociale invloed op corona-gedrag: Noblesse oblige:

Vooraanstaande maatschappelijke positie brengt bijzondere verplichtingen met zich mee. Deze buitengewone verplichtingen hebben nadrukkelijk ook betrekking op de sociale omgangsvormen en de vervulling van een leiderschapsrol. Anders gezegd: iemand die bevoorrecht is door afkomst, geld of talent, heeft de plicht er iets goeds mee te doen en zich ernaar te gedragen (Wikipedia)

Maria Trepp

Coaching: Intrinsieke motivatie

Inleiding

Coaching: Intrinsieke motivatie

Als psycholoog, docent en coach interesseer ik me voor de motivatie van mensen, en interesseer ik me ervoor hoe de intrinsieke motivatie, dus de innerlijke drive van mensen, het beste kan worden ondersteund.

Intrinsieke motivatie is de liefde voor de taak zelf – iets doen omdat het interessant, plezierig, bevredigend, boeiend of persoonlijk uitdagend is. Intrinsieke motivatoren zijn interesse, plezier, of de tevredenheid en de uitdaging van het werk zelf. Men heeft geen ander doel voor ogen dan de taak, en men hoeft deze taak ook niet per se goed uit te voeren. De voldoening
ligt in het gedrag zelf.

Lees “Coaching: Intrinsieke motivatie” verder

Feiten en meningen

Realiteit, feiten, interpretaties en populisme

In haar column Realiteit, een wankel construct laat psychiater en politica Esther van Fenema zien, dat er een overlap is tussen hallucinaties en waanvoorstellingen van psychiatrische patiënten en van “gezonde” mensen. Inderdaad, waanzin is menselijk en ook niet-psychotische mensen kennen grenssituaties onder invloed van drugs, alcohol of angst, waar de waarnemingen de realiteit helemaal niet spiegelen. En ook de alledaagse waarneming is door een scala van sociale en emotionele interpretaties en fouten (biases) gekleurd.

Lees “Feiten en meningen” verder

De psychologie van de radicalisering

Als docent sociale psychologie en geïnteresseerd in de de psychologie van de radicalisering kijk ik vanavond met interesse naar de vierde aflevering van de beroemde serie van Steven Spielberg Why we hate (Human, 22:10 op NPO 2). Deze aflevering gaat over radicalisering. Extremisme-expert en CEO van het Institute for Strategic Dialogue (ISD) Sasha Havlicek onderzoekt hier wat mensen aantrekt in ideologieën die haat en geweld aanwakkeren.

Lees “De psychologie van de radicalisering” verder

Emotiekennis

Belangrijk deelaspect van emotionele intelligentie: emotiekennis

Emotionele Intelligentie is een begrip uit de populaire psychologie. Dit begrip wordt ook ondersteund door veel academisch onderzoek, al staat nog niet helemaal vast welke eigenschappen of competenties wel of niet bij het overkoepelend begrip “emotionele intelligentie” horen.

In haar nieuwe boek How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain schrijft de bekende emotieonderzoeker Lisa Feldman Barrett over een belangrijk deelaspect van emotionele intelligentie: emotiekennis, in het Engels genoemd “emotion knowlegde” “emotion differentiation” of bij Barrett “emotional granularity”. 

Emotiekennis is kennis en begrip van de eigen emotionele ervaringen. Het aantal verschillende emoties die een persoon kan onderscheiden vormt haar kennis van de emotie.

Lees “Emotiekennis” verder

Ecopsychologie: sociale invloed voor duurzaamheid

Hoe kunnen psychologische inzichten helpen, om milieuvriendelijk en duurzaam gedrag te ondersteunen? Resultaten uit sociaalpsychologisch onderzoek over sociale invloed, duurzaamheid, gedrag en gedragsverandering geven aanwijzingen.

Lees “Ecopsychologie: sociale invloed voor duurzaamheid” verder

Empathie-kritiek: Is empathie altijd goed?

Veel mensen beschouwen empathie als altijd goed en voorbeeldig. Maar er is ook empathie-kritiek van vooraanstaande psychologen en filosofen.

Empathie-kritiek

In aansluiting aan de psycholoog Paul Bloom pleit ook de Nederlandse filosoof Ignaas Devisch tegen een overschot aan (emotioneel gebaseerde) empathie en voor een meer cognitief gebaseerde compassie:

“…doen wat goed aanvoelt vanuit je empathisch vermogen is niet noodzakelijk gelijk aan zo goed mogelijk doen”

Inlevingsvermogen, biologische basis en hersenen

Lees “Empathie-kritiek: Is empathie altijd goed?” verder

Waar komt zelfkennis vandaan?

Hoe kennen we ons zelf en hoe nauwkeurig is onze zelfkennis?

zelfkennis
https://www.amazon.com/Who-Are-You-Really-Personality/dp/1501119966

  1. Introspectie en zelfreflectie

Een manier om zelfkennis op te doen is introspectie, het “naar binnen kijken”: stilstaan en interne toestanden waarnemen, zowel mentale als ook emotionele. Dit soort introspectie lijkt de eenvoudigste en meest voor de hand liggende manier te zijn om zelfkennis vergroten – het lijkt vanzelf te spreken dat iedereen zichzelf het beste onder de loep kan nemen en nadenken over de redenen voor de eigen gevoelens of gedragingen.

Maar onderzoek laat zien dat mensen zichzelf vaak minder goed kennen dan ze denken.

Daar liggen meerdere redenen aan ten grondslag.

  • Mensen verwerken voortdurend veel informatie tegelijk. Veel informatie wordt automatisch en dus zonder bewustzijn verwerkt. Zo zijn mensen zich vaak niet bewust van de meest directe oorzaken van hun gedachten of gedrag, zoals talloze experimenten laten zien.

  • Introspectie is ook beperkt, omdat mensen meestal gemotiveerd zijn ongewenste en onaangename gedachten en ervaringen uit het geheugen of bewustzijn te houden. Toch zijn deze gedachten en ervaringen van invloed op hun gedrag.

  • Een derde probleem is dat mensen de neiging hebben hun positieve eigenschappen te overschatten. De meeste mensen (en vooral ook de meest gezonde personen!) denken dat ze beter zijn dan gemiddeld – aantrekkelijker, vaardiger of sportiever – en betere beslissingen nemen, hoewel het statistisch gezien onmogelijk is dat de meeste personen beter zijn dan gemiddeld. Dit wordt “Illusory superiority” genoemd, een systematische cognitieve “bias” (denkfout). Dergelijke illusies kunnen ons helpen ons beter te voelen en actief te zijn en risico’s te nemen. Maar zij hinderen ons in situaties, waar een meer nauwkeurige zelfkennis nuttig zou zijn, bijvoorbeeld bij het kiezen van baan of partner, of als verandering van gedrag noodzakelijk of wenselijk is.

 

  1. Door de ogen van anderen

We leren veel over onszelf uit de verbale reacties van anderen en door te observeren hoe andere mensen op ons reageren. Het idee dat we leren wie we zijn door onszelf zien door de ogen van anderen is getest in vele studies, maar blijkt te slechts ten dele juist. Mensen zien zich weliswaar zelf zoals zij DENKEN dat anderen hun waarnemen, maar uit onderzoek blijkt dat deze aannames vaak niet goed kloppen met de daadwerkelijke evaluaties van anderen. Andere mensen hebben heel andere informatie beschikbaar over ons dan we zelf. Ze zien ons van buiten door hun eigen bril, gekleurd door hun ervaring en motieven en weten vaak niet hoe we ons werkelijk voelen of wat we denken. Daarom zijn de mensen uit onze omgeving vaak beter in het observeren van waarneembaar gedrag, en zijn onze zelfpercepties beter om interne processen (bijvoorbeeld gevoelens) te beschrijven.

En ook wat de mening van anderen betreft hebben we filters, “biases” en illlusies, zoals een“self-protection bias”, die ons kan hinderen de kritiek of afwijkende mening van anderen waar te nemen of aan te nemen, of de confirmation bias (de tunnelvisie) die maakt dat we vasthouden aan een bepaalde veronderstelling (zoals dat de partner trouw is) ook al is er informatie die dit tegenspreekt.

Ook is het zo dat andere mensen niet altijd eerlijk zijn en dus hun negatieve evaluaties verbergen, om gevoelens niet te kwetsen of conflicten te vermijden.

Literatuur: Hewstone et al., An Introduction to Social Psychology

  1. Zichzelf leren kennen door interactie met de omgeving

We leren onszelf naar mijn mening vooral goed kennen door onze interactie met de omgeving, door de organisatie van kleine of grote projecten. Onze projecten en ons streven naar succes met deze projecten vragen om zelfreflectie, zelfmonitoring, zelfevaluatie, zelfregulatie en zelfcontrole, allemaal concrete aspecten van zelfkennis. De werkelijkheid geeft ons feedback, net zoals ook de mensen met wie we samenwerken. Een dynamisch en steeds groeiend puzzel van zelfkennis ontstaat dan uit zelfreflectie, feedback van anderen, fouten en successen.

(zie ook Brian Little’s boek “Who are you, really?”, zijn TED “Wie ben je nu eigenlijk echt? De persoonlijkheidspuzzel” en zijn “Personal Project Analysis”)

 

 

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie

 

Ontwikkelingspsychologie en Ontwikkelingsrobotica

Robots opvoeden met de ontwikkelingstheorie van Piaget en Vygotski

ontwikkelingspsychologie
https://mitpress.mit.edu/books/developmental-robotics

 

Met interesse heb ik gezien dat de cognitieve ontwikkelingstheorieën van Piaget en Vygotski zeer actueel zijn bij de “opvoeding” van robots. In tal van artikelen en boeken worden deze ontwikkelingspsychologen aangehaald in het kader van “Developmental Robotics”.

 

Developmental Robotics (ontwikkelingsrobotica) is een wetenschappelijke discipline die ontwikkelingsmechanismen bestudeert, die het mogelijk maken dat robots net als mensen levenslang zelfstandig nieuwe vaardigheden en nieuwe kennis kunnen verwerven.

Als wij robots willen die ons kunnen bijstaan bij allerlei taken (sociale robots in de verpleging bijvoorbeeld) moeten de robots eerst opgevoed worden, een beetje zo als mensenkinderen.

Net als bij mensen moet het leren bij robots cumulatief zijn en geleidelijk steeds complexer worden en moet het leren een resultaat zijn van zelf-exploratie van de wereld in combinatie met sociale interactie. Het gaat hierbij om een dynamische ontwikkeling en levenslang leren, dat wil zeggen het vermogen van een organisme om voortdurend nieuwe vaardigheden te verwerven.

De ontwikkelingsrobotica gebruikt theorieën en modellen uit o.m. de cognitieve ontwikkelingspsychologie, zoals het stadia-model van Jean Piaget. Door de toepassing op robots worden deze theorieën bovendien verder getoetst en verfijnd.

Developmental Robotics zijn geïnteresseerd in hoe zich het controlesysteem van één specifieke robot ontwikkelt in de loop van de tijd. Het concept van een adaptief intelligente machine staat centraal. DevRobs richten zich op belichaamde en gesitueeerde sensomotorische en sociale vaardigheden, niet op abstracte symbolische problemen. Het vakgebied richt zich op taak-onafhankelijke structuren en leermechanismen: de robot moet nieuwe taken kunnen leren die de technicus die machine construeert zelf nog niet kent!

Onderzoeksvragen uit de ontwikkelingsrobotica:

  • Kan een robot leren als een kind?
  • Kan een robot vele verschillende vaardigheden en nieuwe kennis leren, die nog niet bekend zijn op het moment wanneer de robot gebouwd wordt, en dit alles in een veranderende en deels nog onbekende omgeving?
  • Hoe kan een robot zijn lichaam en zijn relaties met de fysieke en sociale omgeving ontdekken?
  • Hoe kan een robot zijn cognitieve capaciteiten voortdurend ontwikkelen, ook na het verlaten van de fabriek, en zonder interventie van een technicus?
  • Wat kan de robot door natuurlijke sociale interacties met mensen leren?

Alan Turing had deze vragen al in 1950 gesteld, maar pas nu wordt dit systematisch onderzocht.

De onderzoeksprojecten in de ontwikkelingsrobotica hebben meestal ten doel, dat robots dezelfde vaardigheden verwerven als mensen.

Een eerste belangrijke categorie hiervan is het verwerving van sensomotorische vaardigheden, zoals Jean Piaget dit ook beschrijft in zijn stadia-model. Daarbij hoort de ontdekking van het eigen lichaam, inclusieve de structuur van het lichaam, coördinatie van beweging, en werken met werktuigen.

Een tweede categorie van vaardigheden die robots moeten leren zijn sociale en linguïstische vaardigheden: het spelen van eenvoudige sociale spelletjes, gecoördineerde interactie, taal en de verbinding van taalkundige vaardigheden met sensomotorische vaardigheden en dus begrip van de echte wereld.

Later in zijn ontwikkeling moet de robot cognitieve vaardigheden leren zoals het verschil tussen zelf en niet-zelf, aandacht kunnen richten, categoriseren. Op een hoger niveau moet de robot ook waarden en moraal leren, empathie en een “Theory of Mind” (begrip voor het perspectief van een ander).

 

……Later meer hierover!

 

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie