Bestaat de midlife crisis?

Midlife crisis:

Onder wetenschappers is er geen consensus over het bestaan van een midlife crisis. Aan de ene kant wordt een “U-shape”-effect gevonden in de middelbare leeftijd met een dip in het subjectieve welbevinden. Aan de andere kant vinden onderzoekers als de ontwikkelingspsycholoog als Jeffrey Arnett (2018) dat het algemene welzijn hoog was in een nationale steekproef van 834 Amerikanen in de leeftijd van 40-60 jaar . De meeste deelnemers waren het erover eens dat hun huidige tijd van leven “leuk en opwindend” is (71%), een tijd van vrijheid (71%), en een tijd waarin “alles mogelijk is” (77%). Ze zagen deze periode ook als een tijd van leven om zich te concentreren op zichzelf (56%) en “erachter te komen wie ik werkelijk ben” (55%). Echter, 65% beoordeelde deze tijd van hun leven als stressvol, en velen waren het erover eens dat ze zich vaak angstig voelen (39%), depressief zijn (25%), of dat “mijn leven niet goed gaat” (27%).

Arnett vat deze complexe bevinding goed samen in de titel van zijn artikel:

Happily stressed: The complexity of well-being in midlife.”

(Journal of Adult Development, 25(4), 270–278)

Het klassieke midlife crisis-model gaat uit van een u-shape van de levenstevredenheid tijdens het leven: hoog in het begin en het einde van het leven, lager in het midden. Mensen ervaren vaak in de leeftijd tussen 40 en 50 jaar een periode van rusteloosheid, ontevredenheid en angst. Fysieke veranderingen zoals gewichtstoename, slechtere ogen en de noodzaak van een bril, grijs en minder haar kunnen ook bijdragen aan een slechtere stemming.

Zie hier uitgebreid: Is well-being U-shaped over the life cycle?

u-shape midlife crisis

In het psychosociale ontwikkelingsmodel van Erikson wordt deze levensfase gekenmerkt door een conflict tussen stagnatie en generativiteit (de wens iets voort te brengen dat het individu overstijgt, productiviteit en creativiteit). Onvrede met de eigen stagnatie zou dan samenvallen met het concept van de midlife crisis. Deze visie past heel goed bij de complexe bevindingen van Arnett.

Grappig genoeg heeft men hetzelfde u-shape effect bij mensapen vastgesteld: Mensapen hebben ook een dergelijke crisis, als dertiger. Dit zou erop kunnen wijzen dat biologische factoren een rol spelen, en niet alleen sociaal-culturele factoren zoals een hoge werk- en verantwoordelijkheidsbelasting tijdens de middelbare jaren.

Veel films en comedy’s maken hebben de midlife crisis tot onderwerp, bijvoorbeeld American Beauty, waar een 42-jarige vader die een midlife crisis doormaakt verliefd raakt op de beste vriendin van zijn tienerdochter.

“Mid-life crisis is what happens when you climb to the top of the ladder and discover it’s against the wrong wall.” – Joseph Campbell

Maar er zijn veel onderzoeken die het begrip midlife crisis afwijzen en een andersoortige ontwikkeling van het subjectieve levensgeluk vaststellen. Het probleem met dit soort onderzoek is dat verschillende generaties (cohorten) met elkaar worden vergeleken. Als men longitudinaal onderzoek doet, waarbij een bepaalde groep in de levensloop gevolgd wordt, vindt men (in ieder geval in bepaalde culturen) toenemende tevredenheid tijdens het leven. (zie Scientific American, Most People Get Happier as They Approach Midlife.

Uiteindelijk is het voor een individu niet zo interessant of hij/zij zich in een bepaalde fase bevindt, al dan niet de midlife crisis. Veel belangrijker is een nauwkeurige observatie en analyse, waar de actuele problemen liggen, en hoe stress en ontevredenheid bij juist deze persoon veroorzaakt worden. Ook de positieve kanten, competenties en bijzondere voordelen moeten individueel worden bekeken om een positieve verandering te bewerkstelligen.

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie

Pluralistische onwetendheid- sociale psychologie

 

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt, maar de personen individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigt zijn dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur, die eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden, en tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. Halbesleben JRB, Wheeler AR, Buckley MR (2007) Understanding pluralistic ignorance: application and theory. Journal of Managerial Psychology 22(1):65–83
  • In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Maria Trepp, docent sociale psychologie