Maria Trepp

Training Coaching Publishing

Archive for the ‘ Sociale Psychologie ’ Category

Waar komt zelfkennis vandaan?

1 comment

Hoe kennen we ons zelf en hoe nauwkeurig is onze zelfkennis?

zelfkennis

https://www.amazon.com/Who-Are-You-Really-Personality/dp/1501119966

  1. Introspectie en zelfreflectie

Een manier om zelfkennis op te doen is introspectie, het “naar binnen kijken”: stilstaan en interne toestanden waarnemen, zowel mentale als ook emotionele. Dit soort introspectie lijkt de eenvoudigste en meest voor de hand liggende manier te zijn om zelfkennis vergroten – het lijkt vanzelf te spreken dat iedereen zichzelf het beste onder de loep kan nemen en nadenken over de redenen voor de eigen gevoelens of gedragingen.

Maar onderzoek laat zien dat mensen zichzelf vaak minder goed kennen dan ze denken.

Daar liggen meerdere redenen aan ten grondslag.

  • Mensen verwerken voortdurend veel informatie tegelijk. Veel informatie wordt automatisch en dus zonder bewustzijn verwerkt. Zo zijn mensen zich vaak niet bewust van de meest directe oorzaken van hun gedachten of gedrag, zoals talloze experimenten laten zien.

  • Introspectie is ook beperkt, omdat mensen meestal gemotiveerd zijn ongewenste en onaangename gedachten en ervaringen uit het geheugen of bewustzijn te houden. Toch zijn deze gedachten en ervaringen van invloed op hun gedrag.

  • Een derde probleem is dat mensen de neiging hebben hun positieve eigenschappen te overschatten. De meeste mensen (en vooral ook de meest gezonde personen!) denken dat ze beter zijn dan gemiddeld – aantrekkelijker, vaardiger of sportiever – en betere beslissingen nemen, hoewel het statistisch gezien onmogelijk is dat de meeste personen beter zijn dan gemiddeld. Dit wordt “Illusory superiority” genoemd, een systematische cognitieve “bias” (denkfout). Dergelijke illusies kunnen ons helpen ons beter te voelen en actief te zijn en risico’s te nemen. Maar zij hinderen ons in situaties, waar een meer nauwkeurige zelfkennis nuttig zou zijn, bijvoorbeeld bij het kiezen van baan of partner, of als verandering van gedrag noodzakelijk of wenselijk is.

 

  1. Door de ogen van anderen

We leren veel over onszelf uit de verbale reacties van anderen en door te observeren hoe andere mensen op ons reageren. Het idee dat we leren wie we zijn door onszelf zien door de ogen van anderen is getest in vele studies, maar blijkt te slechts ten dele juist. Mensen zien zich weliswaar zelf zoals zij DENKEN dat anderen hun waarnemen, maar uit onderzoek blijkt dat deze aannames vaak niet goed kloppen met de daadwerkelijke evaluaties van anderen. Andere mensen hebben heel andere informatie beschikbaar over ons dan we zelf. Ze zien ons van buiten door hun eigen bril, gekleurd door hun ervaring en motieven en weten vaak niet hoe we ons werkelijk voelen of wat we denken. Daarom zijn de mensen uit onze omgeving vaak beter in het observeren van waarneembaar gedrag, en zijn onze zelfpercepties beter om interne processen (bijvoorbeeld gevoelens) te beschrijven.

En ook wat de mening van anderen betreft hebben we filters, “biases” en illlusies, zoals een“self-protection bias”, die ons kan hinderen de kritiek of afwijkende mening van anderen waar te nemen of aan te nemen, of de confirmation bias (de tunnelvisie) die maakt dat we vasthouden aan een bepaalde veronderstelling (zoals dat de partner trouw is) ook al is er informatie die dit tegenspreekt.

Ook is het zo dat andere mensen niet altijd eerlijk zijn en dus hun negatieve evaluaties verbergen, om gevoelens niet te kwetsen of conflicten te vermijden.

Literatuur: Hewstone et al., An Introduction to Social Psychology

  1. Zichzelf leren kennen door interactie met de omgeving

We leren onszelf naar mijn mening vooral goed kennen door onze interactie met de omgeving, door de organisatie van kleine of grote projecten. Onze projecten en ons streven naar succes met deze projecten vragen om zelfreflectie, zelfmonitoring, zelfevaluatie, zelfregulatie en zelfcontrole, allemaal concrete aspecten van zelfkennis. De werkelijkheid geeft ons feedback, net zoals ook de mensen met wie we samenwerken. Een dynamisch en steeds groeiend puzzel van zelfkennis ontstaat dan uit zelfreflectie, feedback van anderen, fouten en successen.

(zie ook Brian Little’s boek “Who are you, really?”, zijn TED “Wie ben je nu eigenlijk echt? De persoonlijkheidspuzzel” en zijn “Personal Project Analysis”)

 

 

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie

 

Radicalisering: the “Staircase to Terrorism”

1 comment

Bert Wagendorp schrijft vandaag in zijn Volkskrant-column in aansluiting aan psycholoog Corinne de Ruiter over de “Staircase to Terrorism” – de ladder naar terrorisme, een metaforisch model van de Iraanse sociaalpsycholoog Fathali M. Moghaddam. Moghaddam gebruikt de kennis uit de sociale psychologie over groepsprocessen, groepsnormen en het creëren van “ingroups” om radicalisering te beschrijven.

Het Staircase-model geeft een sociaalpsychologische verklaring waarom uit een grote groep van ontevreden mensen in de samenleving slechts een zeer kleine minderheid uiteindelijk overgaat tot het plegen van terrorisme. Moghaddam had opgemerkt dat maatschappelijke variabelen, zoals het gebrek aan democratische processen, sociale ongelijkheid, de beschikbaarheid van wapens en snelle demografische veranderingen niet verklaren waarom slechts een klein percentage van de mensen die onder dezelfde ongunstige omstandigheden leven uiteindelijk geweld plegen.

Hij stelde het Staircase-model voor om dit fenomeen te verklaren. Hij het beschrijft de weg naar het terrorisme als een vernauwende trap, waarbij heel weinig mensen het hoogste, meest destructieve niveau bereiken. Hoe hoger een person de trap opklimt, hoe minder alternatieven voor geweld hij of zij zal zien, uiteindelijk resulterend in de vernietiging van zichzelf, anderen, of beiden.

radicalisering

 

Basisniveau

Hier bevinden zich alle leden van de samenleving. Alle leden van de samenleving evalueren hun leefomstandigheden in termen van fairness en billijkheid. Mensen zullen op het eerste niveau blijven zolang zij menen dat hun leefomstandigheden eerlijk zijn. Degenen die onrecht menen te ervaren verplaatsen zich naar de eerste verdieping.

Niveau 1

Op de eerste verdieping overwegen mensen hun opties voor de verbetering van hun situatie. Mensen die mogelijkheden vinden om hun individuele situatie te verbeteren of de maatschappij te beïnvloeden verlaten de trap op deze verdieping en slaan niet-gewelddadige wegen in. Mensen die ontevreden zijn met hun beschikbare opties gaan door naar de tweede verdieping.

Niveau 2

Woede en frustratie over het feit dat de situatie niet verbeterd kan worden zetten aan tot een zoektocht naar een doelwit dat men de schuld kan geven. Dit doel kan een directe tegenstander zijn, zoals een regering, of een derde partij naar wie de agressie wordt verplaatst, zoals een etnische of religieuze groep. Mensen die ervan overtuigd zijn dat ze een vijand hebben tegen wie zij hun agressie kunnen richten zullen doorgaan naar het derde niveau.

Niveau 3

Mensen die hier komen hebben al de bereidheid tot geweld ontwikkeld. Deze gevoelens kunnen nu door een gewelddadige organisatie worden geactiveerd die een gevoel van ‘moreel engagement’ aanbiedt. In groeperingen die zo ontstaan worden gewelddadige acties tegen een vermeende vijand beschouwd als aanvaardbaar of zelfs als een plicht. Potentiële rekruten wordt een nieuwe sociale identiteit aangeboden als leden van een selectieve in-groep die naar rechtvaardigheid in de wereld streeft. Mensen die dit aanbod aantrekkelijk vinden zullen doorgaan naar het vierde niveau.

Niveau 4

Hier wordt ‘wij’ versus ‘zij’-denken bevorderd. Rekruten worden van vrienden en familie geïsoleerd, er wordt strikte geheimhouding opgelegd en de legitimiteit van de organisatie wordt benadrukt. Mensen die dit niveau bereiken zullen zich zelden terugtrekken en de trap van het terrorisme levend verlaten. Zij zullen zich verplaatsen naar het vijfde niveau verplaatsen als zich een kans biedt.

Niveau 5

De gewelddadige handeling wordt uitgevoerd. Om zo effectief mogelijk te zijn, moet elke remming onschuldige mensen te doden worden overwonnen. Dit gebeurt door twee argumentatiestructuren:

Categorisatie benadrukt het onderscheid tussen eigen groep en de andere groep en psychologische distantiëring overdrijft de verschillen tussen de in-groep en de waargenomen vijand.

Moghaddam stelt dat het gevecht tegen terrorisme vooral door een hervorming van de maatschappelijke verhoudingen op niveau 1 moet gebeuren, zodat dat de samenleving niet langer door grote groepen als onrechtvaardig en hopeloos wordt gezien.

Literatuur:

Hewstone et al., An Introduction to Social Psychology, p 303 f.

 

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie

 

Afbeelding FreikorpOwn work, CC BY-SA 3.0, Link

Is empathie altijd goed?

1 comment

Inlevingsvermogen, vrouwen en hersenen

Relaties tussen mensen worden onder meer door sociaal psychologen onderzocht. Hierbij is “ empathie , dus inlevingsvermogen, de kunde of vaardigheid om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen, een belangrijk onderwerp.”

empathie

In Psychologie Magazine is een artikel te lezen over de biologische basis van empathie, en waarom vrouwen meer inlevingsvermogen tonen dan mannen. Wetenschap in Beeld haalt een onderzoek aan waar dit feit met vragenlijsten en met hersenonderzoek wordt onderbouwd: Bij vrouwen zou de verbinding tussen frontale kwab, die emoties herkent, met andere belangrijke delen van de hersenen krachtiger zijn. Door die krachtige verbindingsweg zouden vrouwen zich beter in andere mensen kunnen inleven. Ander onderzoek toont aan, dat het vrouwen gelukkig maakt, als hun mannelijke partner inlevingsvermogen toont. Dit gold niet voor de mannen. Mannen zagen het eigen meeleven met een verdrietige of boze vrouw mogelijk eerder als een bedreiging voor de relatie.

De rol van de hersenen en in het bijzonder van de spiegelneuronen voor het inlevingsvermogen heeft Marco Iacoboni beschreven in “Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiegedrag en spiegelneuronen”. “Iacoboni denkt dat spiegelneuronen ontstaan door imitatie – baby’s kunnen al goed imiteren en vinden het geweldig als je hen nadoet. Dankzij de spiegelneuronen ontstaat een gemeenschappelijke ervaring en daarmee intimiteit. Daardoor kunnen mensen iets wat lijkt op gedachtenlezen: aanvoelen wat een ander van plan is. Empathie is puur spiegelneuronenwerk. “ NRC, 17-1-2009.

Is empathie altijd goed?

Veel mensen danken, dat inlevingsvermogen pure goedheid is. Maar dat zit niet zo eenvoudig. Primatoloog Frans de Waal:

“Het interessante daarbij is inderdaad: empathie is een neutrale capaciteit. Empathie is in feite het vermogen om beïnvloed te worden door wat er met een ander aan de hand is. Dat kun je ook negatief gebruiken, door die ander handig te manipuleren, of te pijnigen. Om te martelen moet je weten waar de ander bang voor is.” NRC, 5-12-2009

Empathie is nog geen sympathie! Maar zelf als empathie en sympathie samenvallen, kan empathie negatieve effecten hebben. Inlevingsvermogen kan ook groepstegenstellingen bevorderen (empathie voor de eigen mensen, de eigen in-group). Psychologieprofessor Paul Bloom waarschuwt dan ook voor empathie die berust of puur emotionele triggers:

“Uit onderzoek blijkt dat we meer empathie voelen voor mensen in onze eigen sociale groep: mensen die op ons lijken, mensen die erg knap zijn, of jonge kinderen. Onze empathie is dus ontzettend bevooroordeeld.” (KRO Brandpunt+ Een betere wereld begint bij minder empathie, zegt deze hoogleraar)

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie

Sociale psychologie: nieuw onderzoek omstandereffect

1 comment

Nieuw onderzoek omstandereffect

Het “omstandereffect” (bij een noodsituatie of een misdrijf kijkt een aantal mensen toe zonder hulp te bieden of het alarmnummer te bellen) is geen bewuste keuze, maar een reflex. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van neurowetenschapper Ruud Hortensius van de Universiteit Tilburg

“Cognitief psycholoog Ruud Hortensius (Tilburg University) heeft voor zijn promotieonderzoek onder andere met Virtual Reality aangetoond welke personen eerder dan anderen iemand in nood te hulp zullen schieten.”

“Wel of niet te hulp schieten is eerder een reflex dan een bewuste keuze.

Hortensius baseert zich op hersen-scans.”

“Daarnaast heeft ook de grootte van de groep omstanders effect op of men bereid is tot hulp. Hortensius: ‘Hoe meer mensen er bij staan, hoe minder mensen geneigd zijn te helpen.’”

“Hoewel altijd werd gedacht dat het omstandereffect voor iedereen gelijk was, liet Hortensius in vervolgonderzoek zien dat mensen met een egocentrische reflex op noodsituaties vatbaarder zijn voor dit effect.”

de Volkskrant, Margreet Vermeulen, 13 april 2016

‘Omstandereffect is onbewust gedrag’

Het omstandereffect: wat zou u doen?

Omstandereffect: hulpgedrag is geen keuze maar reflex

omstandereffect

https://www.youtube.com/watch?v=OSsPfbup0ac

Omstandereffect – verder lezen:

NS en bystander effect:

Burgermoed als oplossing voor onveiligheid in het openbaar vervoer?

Binnen bereik? (2013) van het ministerie van Binnenlandse Zaken over de rol van omstanders bij geweld tegen mensen met een publieke taak

Roos Vonk MEERVOUDIG ONWETEND:  Hoe meer omstanders er aanwezig zijn bij een noodgeval, des te kleiner de kans dat er iemand helpt. Klinkt raar, maar het is een standvastig effect in psychologisch onderzoek.

Handelingsperspectief moet omstandereffect doorbreken:

Initiatiefvoorstel ‘Amsterdammers maken  Amsterdam veilig’ gepresenteerd met concrete voorstellen die moeten stimuleren dat Amsterdammers zelf een actievere bijdrage leveren aan de veiligheid in de stad. Het moet voor burgers duidelijker worden hoe zij verantwoord in kunnen grijpen als de veiligheid van anderen of henzelf in het geding is. 

The bystander effect is complicated — here’s why

Maria Trepp, docent Sociale Psychologie

Persoonlijkheidsverandering in de loop van het leven

1 comment

Nieuw onderzoek toont aan dat de persoonlijkheid in de loop van het leven verandert.

Wat bepaalt de acties van mensen? Velen van ons verklaren menselijk gedrag intuïtief met persoonlijkheidskenmerken: dus met een karakteristiek patroon van denken, voelen en gedrag, dat redelijk stabiel is en in verschillende situaties constant blijft.

Om persoonlijkheidskenmerken woedt sinds 1960 een fel wetenschappelijk debat: sommige psychologen beweren dat een bepaalde situatie, en niet persoonlijkheidskenmerken de belangrijkste oorzaak van gedrag zijn. Persoonlijkheid is grotendeels, of tenminste voor de helft erfelijk. Maar behavioristisch georiënteerde psychologen zetten vraagtekens bij de invloed van erfelijkheid en onderstrepen de invloed van situaties en leergeschiedenis op het gedrag ten opzichte van stabiele interne of erfelijke factoren.

In de laatste twee decennia werd met behulp van uitgebreid onderzoek vastgesteld dat persoonlijkheidskenmerken bestaan, en dat deze het feitelijke gedrag van een persoon gedeeltelijk kunnen voorspellen  en ook een voorspellende kracht bezitten, wat de verschillende indicatoren van maatschappelijk succes betreft, zoals bijvoorbeeld inkomen.

De effecten van persoonlijkheidskenmerken op het gedrag zijn het makkelijkst te onderkennen wanneer mensen herhaaldelijk in verschillende situaties worden geobserveerd: In elke unieke situatie wordt het gedrag van een persoon door zowel de persoonlijkheid als ook situatie beïnvloed. Maar als iemand in veel verschillende situaties geobserveerd wordt, kan men de psychologische invloed van gedrag vaststellen.

Big-Five-persoonlijkheid-copyright-ctp.publication-at-gmail.jpg

Veel studies en daarmee samenhangende complexe berekeningen hebben aangetoond welke persoonlijkheidskenmerken voor het begrijpen van het gedrag het meest belangrijk zijn. Het belangrijkste model (het universele standaard model) van de persoonlijkheidspsychologie wordt “Big Five” genoemd. Dit is een persoonlijkheidsmodel dat vijf belangrijke dimensies van de persoonlijkheid toont: Extraversie (tegenpool: Introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.

 

 

Persoonlijkheidskenmerken zijn relatief stabiel in de verloop van tijd, maar ze kunnen ook tijdens het leven geleidelijk veranderen, en dat gebeurt dan meestal in een positieve richting. Uit veel onderzoeken blijkt dat de meeste volwassen vriendelijker, zorgvuldiger en emotioneel veerkrachtiger zijn, als ze ouder worden. Deze veranderingen ontwikkelen zich over jaren of decennia. Verschillende studies in de afgelopen jaren hebben dit aangetoond. Het meest interessante en meest complete onderzoek (ruim 1 miljoen deelnemers) komt van Christopher J. Soto en anderen, en werd gepubliceerd in het Journal of Personality en Sociale Psychologie ( Age Differences in Personality Traits From 10 to 65: Big Five Domains and Facets in a Large Cross-Sectional Sample, Journal of Personality and Social Psychology 2011, Vol. 100, No. 2, 330–348). Het gaat hier om een dwarsdoorsnedeonderzoek, waar verschillende mensen op verschillende leeftijden onderzocht worden. Het gaat dus niet om herhaald onderzoek bij dezelfde personen, zoals het in een longitudinale studie.

Het onderzoek van Soto al. is om verschillende redenen zeer interessant:

  • Er worden verschillen in persoonlijkheid bij personen van 10 tot 65 jaar onderzocht
  • De resultaten worden gender-specifiek geanalyseerd
  • De resultaten worden niet alleen op het niveau van de vijf Big Five-dimensies onderzocht, maar ook in groter detail: namelijk afzonderlijk voor twee verschillende facetten per Big Five eigenschap. Bij sommige Big Five dimensies zijn de leeftijdstrends op het detailniveau van de facettendimensie van bijzonder belang, zoals bijvoorbeeld de facettendimensie zelfdiscipline als een deeldimensie van zorgvuldigheid.

 

De resultaten van het dwarsdoorsnedeonderzoek van Soto voor persoonlijkheidsverandering bij volwassenen (resultaten voor kinderen, adolescenten en jonge volwassenen zien de oorspronkelijke studie):

  • Zorgvuldigheid neemt bij de oudere deelnemers aan de studie toe. Vrouwen zijn meer zorgvuldig dan mannen (zie grafiek Soto p. 337 linksonder)
  • De deeldimensie zelfdiscipline is voornamelijk verantwoordelijk voor de toename in zorgvuldigheid terwijl ordelijkheid (het tweede facet van de dimensie zorgvuldigheid) niet veel verschilt tussen deelnemers van verschillende leeftijden (zie grafiek Soto p. 337 rechtsonder). De toename van de zelfdiscipline is waarschijnlijk gerelateerd aan de socialisatie en verantwoordelijkheid in werk en gezin.
  • Vriendelijkheid verschilt niet veel tussen volwassenen van verschillende leeftijd, maar is wat sterker bij oudere personen. Vrouwen zijn algemeen vriendelijker dan mannen (zie diagram Soto p. 338 boven).
  • Neuroticisme (=tegendeel van emotionele stabiliteit), met de facetten van angst en depressie, verschilt sterk tussen volwassenen van verschillende leeftijd (dit resultaat komt terug in alle vergelijkbare studies), waarbij jongere volwassenen veel kwetsbaarder zijn dan oudere. In alle studies scoren jonge vrouwen veel hoger dan jonge mannen op neuroticisme, en dan met name op de sub-dimensie angst, maar nemen de neuroticisme-verschillen tussen mannen en vrouwen in de loop van leven af (zie diagram Soto p. 338).
  • Extraversie blijft tijdens het leven ongeveer gelijk, en vrouwen zijn iets extraverter dan mannen (zie grafiek Soto p. 340 hierboven).
  • Oudere deelnemers tonen iets meer openheid voor nieuwe ervaringen, waarbij mannen gemiddeld meer open zijn dan vrouwen. Er zijn grote verschillen op het niveau van de facetten: Vrouwen van alle leeftijden zijn opener voor esthetiek dan mannen; terwijl mannelijke deelnemers vanaf de leeftijd van 25 jaar meer open zijn voor nieuwe ideeën dan vrouwen (Soto, p. 341 boven).

Al deze resultaten voor persoonlijkheidsverandering zijn niet van toepassing op het individuele niveau en kunnen ook te wijten zijn aan de generatieverschillen. De resultaten zijn ook mogelijk cultuurspecifiek omdat de vragen in het Engels zijn ingevuld (…maar de vragen waren wel voor iedereen online beschikbaar).

Een heel ander aspect van persoonlijkheidsverandering in de tijd komt uit evolutionair onderzoek naar voren: uit tweelingsonderzoek blijkt, dat neuroticisme met de tijd over de populatie afneemt en extraversie toeneemt, op grond van reproductief gedrag: neurotische mensen krijgen minder kinderen en extraverte mensen juist meer kinderen.

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie

Pluralistische onwetendheid- sociale psychologie

2 comments

 

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt, maar de personen individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigt zijn dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur, die eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden, en tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. Halbesleben JRB, Wheeler AR, Buckley MR (2007) Understanding pluralistic ignorance: application and theory. Journal of Managerial Psychology 22(1):65–83
  • In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Maria Trepp, docent sociale psychologie

Aantekeningen bij het Stanford Prison Experiment

1 comment

Het Stanford-gevangenisexperiment (Stanford Prison Experiment, kort SPE uitgevoerd in 1971 door Philip Zimbardo) is een van de klassiekers van de Sociale Psychologie, en wordt tot op de dag van vandaag besproken en bekritiseerd. Het SPE is een van de meest geciteerde studies in de Sociale Psychologie. In het experiment werden gezonde studenten willekeurig in twee groepen opgesplitst: een gevangenengroep en een bewakersgroep. Na korte tijd kwamen bewakers in de verleiding om hun macht te misbruiken en moest het experiment worden afgebroken.

Sociale Psychologie Stanford Prison Experiment Zimbardo

Er werden en worden boek- en filmversies van dit experiment gemaakt, en het experiment heeft een rol gespeeld in het proces rond het Abu Ghraib-gevangenis, omdat Philip Zimbardo op basis van de lessen uit dit experiment als deskundige een van de bewakers verdedigde.

Op internet zijn er verschillende filmpjes te zien, zowel van het experiment zelf, alsook van Zimbardos interpretatie hiervan en zijn conclusies mbt tot Abu Ghraib:

http://www.youtube.com/watch?v=1uCaAGx_dPY

www.ted.com/talks/philip_zimbardo_on_the_psychology_of_evil/

https://www.youtube.com/watch?v=RpDVFp3FM_4

 

Zimbardo interpreteerde de uitkomsten van het experiment als “situationeel”, dus situatie-afhankelijk, namelijk dat ieder mens in een bepaalde omgeving tot machtsmisbruik in staat is. Een slechte situatie zou goede mensen slecht maken.

De Britse psychologen Steve Reicher en Alex Haslam betwisten dit. Zij stellen, op basis van hun eigen  BBC Gevangenis studie en real-life voorbeelden van gevangenenverzet, dat mensen niet gedachteloos toegeven aan destructieve omgevingen. Integendeel, in elke situatie heeft volgens hen degene groep de macht, die erin slaagt om een gevoel van gedeelde identiteit te creëren.

Recentelijk heeft Richard Griggs , Professor emeritus aan de universiteit van Florida, tekstboeken in de Sociale Psychologie onderzocht op de presentatie van Het SPE-onderzoek. Hij vond dat dit experiment veelal te onkritisch werd gepresenteerd, vooral in VS-leerboeken:

http://digest.bps.org.uk/2014/07/what-textbooks-dont-tell-you-one-of.html

Zeer problematisch zijn de ethische bezwaren, die dit experiment heeft opgeroepen. In veel opzichten is het SPE een opvolger van het beroemde Migram-Experiment uit 1963, waar de bereidheid van een deelnemer werd onderzocht om gehoor te geven aan opgedragen taken van een gezaghebbende die strijdig zijn met het persoonlijke geweten van de deelnemer. Maar Zimbardo was toch heel veel verder gegaan dan Milgram: hij gaf opdracht aan de bewakers zich te misdragen:

“You can create in the prisoners feelings of boredom, a sense of fear to some degree, you can create a notion of arbitrariness that their life is totally controlled by us, by the system, you, me, and they’ll have no privacy … We’re going to take away their individuality in various ways. In general what all this leads to is a sense of powerlessness. That is, in this situation we’ll have all the power and they’ll have none.”[5]

Anders dan in het Milgram-Experiment, waar de elektrische schokken niet werkelijk werden uitgedeeld aan de afhankelijke persoon, werden de leden van de Standford-gevangenengroep psychisch en fysiek mishandeld. Zimbardo greep pas na 5 dagen in, nadat een medewerker hem confronteerde, en de ouders van een deelnemer met een advocaat dreigden ( zie https://thepsychologist.bps.org.uk/volume-20/edition-8/book-review-tyranny-and-tyrant).

maria trepp

Onrealistisch optimisme

no comment

Onrealistisch optimisme (optimisme bias) is een van vele systematische cognitieve denkfouten of positieve illusies, die bekend zijn uit psychologisch experimenteel onderzoek.

onrealistisch optimisme

Onderzoekster Tali Sharot legt het op TED goed uit:

“Het is onze neiging tot overschatting van de waarschijnlijkheid om goede ervaringen te hebben in ons leven en onderschatting van de waarschijnlijkheid slechte ervaringen te hebben. Dus we onderschatten de kans om kanker te krijgen, of een auto-ongeluk. We overschatten onze levensduur en carrièrevooruitzichten. Kortom, we zijn meer optimistisch dan realistisch, maar hebben daar geen idee van.”

“De meesten van ons plaatsen zichzelf boven het gemiddelde bij de meeste van deze eigenschappen. Dat is statistisch gezien onmogelijk. We kunnen niet allemaal beter zijn dan alle anderen”.

“Het is een mondiaal fenomeen. De optimisme-tendens is waargenomen in veel verschillende landen — in westerse culturen, niet-westerse culturen, bij vrouwen en mannen, bij kinderen en bij ouderen. Het is behoorlijk wijdverspreid.”

Tali Sahrot legt de neuropsychologische basis voor onrealistsich optimisme uit, en zegt ook:

“Onrealistisch optimisme kan tot gevaarlijk gedrag leiden, tot financiële fiasco’s, tot gebrekkige planning.”

In je levensplanning en bij projecten, waar anderen betrokken zijn: blijf optimistisch ( je kunt ook helemaal niet anders), maar plan een marge in om het onvermijdelijk overdreven optimisme te compenseren!

Zie ook Jurre van den Berg , Hou jezelf voor de gek; Ons ijdele brein, De Groene Amsterdammer, 18 December, 2013
Maria Trepp

Politieke diversiteit in de Sociale Psychologie

no comment

Zijn onderzoekers in de Sociale Psychologie te links, en is dus de politieke diversiteit onder deze onderzoekers te gering? De Sociale Psychologie houdt zich bezig met thema’s zoals gender, stereotypering, macht en ongelijkheid. Zou het daarom belangrijk zijn dat er ook conservatieven deelnemen aan wetenschappelijk debat en onderzoek?

sociale psychologie

Lees meer (in het Engels) op de site van de New Yorker

Maria Trepp

Meest recente berichten

Archief

Categorieën