Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

1 comment

Kranten en blogs berichten over de NASA Stardust-missie langs de komeet Tempel 1- voor mij een gelegenheid om uit het perspectief van de zeventiende eeuw over kometen te schrijven.

In de zeventiende eeuw werden onge­wone natuurverschijnselen zoals kometen op een nieuwe wijze geïnterpreteerd.

Eric Jorink over deze tijdsperiode in “Van omineuze tot glorieuze hemeltekens”: “Overal in Europa werd de komeet door natuurfilosofen, theo­logen en leken nauwlettend gevolgd, en verschenen er honderden verhande­lingen waarin men speculeerde over de aard en – vooral- de betekenis van dit wonderbaarlijke hemelteken.”

Jorink citeert ook Christaan Huygens, die op 27 december 1680 vanuit de Académie des Sciences in Parijs aan zijn vader Constantijn schreef:

“Ik heb nog nooit een komeet van een dergelijke grootte gezien. Vandaag was rondom het observatorium hier een enorme menigte mensen verzameld, die geloofde dat de astronomen dit verschijnsel konden verklaren, en de beteke­nis ervan konden geven”.

En C.D. Andriesse citeert in zijn Huygens-biografie ook uit deze brief van Christiaan Huygens:

“Er is al enige tijd sprake van een komeet, maar tot gis­teravond kon men hier niets zien. Tegen 5 uur, toen de hemel was opgeklaard, stond ze daar, verbazend helder en de erg lange staart (praktisch over de halve hemel) was markant. Zo’n sterke komeet heb ik van mijn leven niet gezien.“

Huygens senior wijdde een gedicht, Cometen-werck, aan het opmerkelijke fenomeen:

 

Ick vraegh, waer hoort sij thuijs die vreeslicke Comeet,

Daer elck soo veel af snapt en elck soo weinigh weet

Sij wandelt om en om: wie dreight sij meer of minder

Een Coningh sterft in ’t Oost: daer over treurt men ginder.

Andriesse: “De vraag was of de komeet die in december ineens boven Parijs verscheen, ook al kort gezien was in november. [Huygens] dacht van niet. Evenals Giovanni Cassini en zovele anderen hield hij vast aan het vooroordeel dat kometen langs rechte lijnen gingen. Maar die van november was, langs de zon scherend, van rich­ting veranderd om een maand later weer in de buurt van de Aarde te komen. […] “

In zijn Cosmotheoros en ook in andere schriften valt Huygens Descartes aan, en diens hypothese over kometen, maar zelf had Huygens het ook niet goed doorzien. Het was Newton die in zijn Principia de parabolische baan van de komeet (later genoemd Halley-komeet) beschreef.

Jorink:

“[…] de komeet van 1680-1681 wordt algemeen gezien als een keerpunt in het denken [over kometen]. In deze jaren publiceerden de Franse filosoof Pierre Bayle en de Nederlandse predikant Balthasar Bekker hun geruchtma­kende aanvallen op wat zij als achterlijk bijgeloof beschouwden. Hun destijds heftig omstreden geschriften worden dan ook veelal gezien als een radicale breuk met het verleden en als het begin van de Verlichting. Het werk van Bayle en Bekker wordt vaak in direct verband gebracht met de observaties die de befaamde natuurfilosofen Isaac Newton en Edmund Halley van de komeet verrichten. Na veel rekenwerken concludeerden de Engelsen dat deze een parabolische en dus voorspelbare baan moest doorlopen. Ook hun activiteit wordt gezien als een breuk met het verleden.”

 

Komeet in het het tapijt van Bayeux

Giotto, Komeet over de stal van Bethlehem

 


William Turner, Komeet, 1858

Wassily Kandinsky, Komet, 1900

 

Hier nog een prachtige time lapse van komeet Lovejoy;

Maria Trepp

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

22 comments

De schilders van Der blaue Reiter zoals Wassily Kandinsky en Paul Klee losten de strakke zwart-witte schaakborden op tot organische, flexibele, kleurrijke en niet-meer-vierkante vlakken.

Een mooie aanval op het verkort rationalisme.

Ook Piet Mondriaan ging deze weg, al blijven bij hem de vlakken meestal nog vierkant en dus strakker en minder vrolijk.

Wassiliy Kandinsky Kariertes 1925


Paul Klee, Colourful life outside (Draussen buntes Leben)1931

Paul Kee, Bluehendes, 1934

Mondriaan Kleurenschaakbord 1919

In een van mijn reacties hieronder schreef ik:
“En er zijn heel veel overeenkomsten tussen Mondriaan en Kandinsky: het tijdsperk, het spirituele, de combinatie met muziek, de omslag naar het abstracte, de verbintenis met de dada, de stigmatisering als “ontaard”door de nazi’s.
Toch zijn beiden een zeer eigen weg gegaan (ik weet trouwens niet of er persoonlijk contact is geweest). Voor mij is Mondriaan het meest interessant in zijn overgang naar abstractie, de abstract wordende bomen, dat is waanzin in zijn schoonheid.

Ik houd het meest van abstractie als er nog iets van de konkrete wereld in verschijnt.
Zoals hierboven de konkrete schaakborden.

In de recensie van het NRC handelsblad over de Kandinsky-tentoonstelling staat vandaag 9 februari het volgende over het verschil Kandinsky-Mondriaan:

“Van geometrie hield Kandinsky niet. Hij onderscheidde geometrische vormen die op zichzelf staan (zoals een driehoek, een cirkel of een vierkant) van vormen die iets voorstellen en die refereren aan iets buiten het schilderen (een huis, een boom of een zon). Hij wilde zich noch tot het ene, noch tot het andere uiterste beperken en vond zijn inspiratie in het gebied daartussen, waar hij een grenzeloze vrijheid zag.
Daarmee onderscheidde Kandinsky zich van zijn tijdgenoot Piet Mondriaan, die juist de grenzen van de geometrie opzocht, wat door sommige tijdgenoten als een doodlopende weg werd beschouwd. Hoe het ook zij, de weg van Kandinsky, die van de ‘lyrische abstractie’, heeft in ieder geval geleid tot het Abstract Expressionisme.”
 

De vrolijke cirkels van Wassily Kandinsky

15 comments

De geometrische figuren van Kandinsky vind ik heel veel vrolijker dan die van Mondriaan. Bij Mondriaan komt de vrolijkheid eigenlijk pas weer echt terug in zijn laatste werk, Victory Boogie Woogie.

Wassily Kandinsky Kreise in Schwarz, 1924



Wassily Kandinsky, Ausweichend 1929


Wassily_Kandinsky, Heiss, 1931

Wassily Kandinsky Kreise


Van 6 februari tom 24 mei 2010: Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag

Der blaue Reiter: Gabriele Münter en Wassily Kandinsky

11 comments

Het kunstenaarspaar Gabriele Münter en Wassily Kandinsky is een van de vele kunstenaarsparen die in het Gemeentemuseum in Den Haag werden getoond in de tentoonstelling Liefde!Passie! Kunst!;

Kandinksy en Münter woonden en schilderden vanaf 1908 in het stadje Murnau bij München, zij maakten beiden deel uit van de groep Der Blaue Reiter, een kleine groep gelijkgestemde kunstenaars in Duitsland, die van ongeveer 1911 tot 1914 bestond. De vernieuwingsbeweging ontstond in München opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. De stroming wordt tot het expressionisme gerekend.

 

Leuk is dat Münter en Kandinsky hetzelfde motief op verschillende manieren hebben uitgewerkt: Promenade.

Gabriel Münter, Promenade, 1904

Wassily Kandinsky, Promenade, 1904

 

Van Gabriele Münter en schilderij met Paul Klee:

 

Gabriele Münter, Mann im Sessel- Paul Klee, 1913

Anders dan Kandinsky ging Münter niet de abstracte weg in, maar bleef naief en naturalistisch schilderen. Kort daarop ging hun relatie stuk; hun wegen scheidden.

 

Gabriele Münter, Kandinsky aan het schilderen, 1903

Wassily Kandisky, Gabriele Münter schilderend in Kallmünz, 1903

Wassily Kandinsky, Portret Gabriele Münter, 1905

 

http://www.welt.de/kultur/kunst-und-architektur/article124984085/Google-widmet-Malerin-Gabriele-Muenter-ein-Doodle.html

Der blaue Reiter: Gabriele Münter en Wassily Kandinsky

no comment

Het kunstenaarspaar Gabriele Münter en Wassily Kandinsky is een van de vele kunstenaarsparen die in het Gemeentemuseum in Den Haag werden getoond in de tentoonstelling Liefde!Passie! Kunst!
 
Kandinksy en Münter woonden en schilderden vanaf 1908 in het stadje Murnau bij München, zij maakten beiden deel uit van de groep Der Blaue Reiter, een kleine groep gelijkgestemde kunstenaars in Duitsland, die van ongeveer 1911 tot 1914 bestond. De vernieuwingsbeweging ontstond in München opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. De stroming wordt tot het expressionisme gerekend.

Leuk is dat Münter en Kandinsky hetzelfde motief op verschillende manieren hebben uitgewerkt: Promenade.

gabriel münter, promenade, 1904


wassily kandinsky, promenade, 1904



van gabriele münter en schilderij met paul klee:

gabriele münter, mann im sessel- paul klee, 1913

Anders dan Kandinsky ging Münter niet de abstracte weg in, maar bleef naief en naturalistisch schilderen. Kort daarop ging hun relatie stuk; hun wegen scheidden.
 

Gabriele Münter, Kandinsky aan het schilderen, 1903


Wassily Kandisky, Gabriele Münter schilderend in Kallmünz, 1903


wassily kandinsky, portret gabriele münter, 1905

zie ook:

 

 

Alexej von Jawlensky en Marianne Werefkin  

Franz Marc    

Wassily Kandinsky, ‘Een centrum ‘ (1924)

Der Blaue Reiter/ Wassily Kandinsky,’Een centrum'(1924)

14 comments


Kandinsky’s schilderij “Een centrum

(1924, olie op doek, 140,6 x 99,5 cm Gemeentemuseum Den Haag, langdurig bruikleen Solomon R. Guggenheim Museum New York, 1975 )

Over dit schilderij:

“Kandinsky (1866-1944) schilderde dit werk in Weimar, waar hij als docent aan het Bauhaus was aangesteld. Onder invloed van de Russische avant-gardisten en Bauhauskunstenaars was Kandinsky geometrisch abstract gaan werken. Hij hoopte de beschouwer mee te kunnen nemen naar een onbekende wereld en was, evenals Russische avant-gardisten Malevitsj en Popova en de kunstenaars van ‘De Stijl’, gefasci­neerd door de vierde dimensie. Volgens hem verwees de cirkel – die hij veelvuldig gebruikte in de jaren twintig – daar als primaire vorm het duidelijkst naar.
In dit fraai gecomponeerde ‘kosmische’ schilderij is een klein cirkelvormig zwart centrum, gevat in een grote cirkel. De cirkels zijn tegen een donkere achter­grond geplaatst, die naar beneden toe lichter wordt.
Vanuit en om deze centra lijken geometrische vor­men zich – volgens een vrolijke choreografie – in ver­schillende dimensies door de ruimte te bewegen. Deze illusie wordt gewekt omdat de vormen van kleur veranderen zodra ze elkaar doorkruisen en binnen de vormen zelf vervagen. Hier en daar is de ondertekening nog zichtbaar en ook de verf is op verschillende manieren opgebracht. De ruimte refe­reert net als bij Malevitsj op geen enkele manier meer aan de zichtbare werkelijkheid. Het beeldvlak dient als ‘spirituele ruimte’. “
Uit: Petrova et al, Kunst en religie in Rusland

 

“Het schilderij is opgebouwd rond twee cirkels die net uit het hart van het schilderij staan. De grotere cirkel omvat als in een vergrootglas een kluwen geometrische vormen, geschilderd in zachte, heldere kleuren, met als opvallende verschijning de torens en koepels van het eeuwige Moskou. Dit centrum is warm van toon. De curven doemen op uit de zwarte cirkel in het centrum van het beeld, dat niet zozeer verhullend maar eerder transparant werkt. Kandinsky hanteerde voor elke vorm een andere factuur, waardoor matte, vlakke vormen naast vlokkig geschilderde vormen kwamen te staan. De kleinste, meest centrale cirkel is glimmend zwart. Hij heeft een grote, krullende staart die een stuwende kracht naar linksboven impliceert. Vanuit die hoek komt een zigzaggende vorm het beeld in. Het is het aloude, spetterende zonlicht boven het Moskou. Kandinsky huldigde in deze jaren een gecompliceerde opvatting over de verschillende delen van een beeldvlak. Hij beschouwde de rechteronderhoek als het belangrijkste, meest compacte en taaiste deel van de compositie. De linker­bovenhoek vertegenwoordigde in zijn ogen het meest losse en meest open gebied. Kandinsky dichtte de cirkel in de schilderijen van 1924 en daarna een belangrijke functie toe. Zakelijk, met een passer getrokken, zag hij de cirkel als de synthese van de grootste tegenstellingen. De cirkel verbond het concentrische met het excentrische in een evenwichtige gestalte. Deze was bescheiden maar ook opdringerig, helder maar ook onstabiel, en zacht en luid tegelijk. De cirkel stond ook in directe verbinding met het kosmische. Onder de drie primaire vormen (driehoek, vierkant en cirkel) zag Kandinsky de cirkel als de helderste verwijzing naar de vierde dimensie. In een brief legde hij uit dat hij de cirkel was gaan gebruiken, ‘omdat ik in cirkels meer innerlijke mogelijkheden vind, wat ook de reden is waarom de cirkel de plaats heeft ingenomen van het paard.’ Het paard had altijd gestaan voor de zege van het spirituele over het materiële. Met de overgang van paard tot cirkel koos Kandinsky voor andere instrumenten ter realisatie van zijn kunst. In fundamentele zin bleef echter zijn – symbolistische – werkwijze hetzelfde. ”
Hans Janssen, Kandinsky rond 1913, p 43

zie ook over Der Blaue Reiter
:
Van 6 februari tom 24 mei 2010: Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief