Wetenschap Kunst Politiek

Israël en Eichmann

59 comments


Israël en Eichmann

De West-Duitse geheime dienst wist al in 1952 dat nazibeul Adolf Eichmann zich schuilhield in Argentinië, meldt de Duitse krant Bild, nadat men via de rechter inzage heeft gekregen in geheime documenten.


“Israël rekende zelf af met Adolf Eichmann” schrijft Alex Burghoorn in augustas 2010 in de Volkskrant. “Mossad-agent Rafi Eitan plukte in mei 1960 oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in Argentinië van de straat.”


De arrestatie was de opmaat voor een nog ingrijpender gebeurtenis: het Eichmann-proces en daarmee verbonden, een nieuwe identiteit voor de staat Israël. Burghoorn: “De gevolgen [van het Eichmann-proces] waren verstrekkend. Na de arrestatie, berechting en uiteindelijk executie van Eichmann ruilde Israël langzaam de kibboets in voor het concentratiekamp als ijkpunt voor zijn zelfbeeld.”


Dit zelfbeeld is problematisch en wordt door velen bekritiseerd.


Fred Halliday spreekt van “…het selectieve en doelbewuste gebruik van de shoah door de staat Israël, waarmee sommige acties en schendingen van het internationale recht door dit land worden gerechtvaardigd. Ook worden er oude morele aanspraken (op land of soevereiniteit) van het joodse volk mee uitgedrukt, ten koste van de Palestijnen (een vroege indicatie daarvan was het proces in 1962 tegen Adolf Eichmann voor misdaden tegen het joodse volk, en niet tegen de menselijkheid)”. (De erfenis van Auschwitz in de 21ste eeuw)


Ian Buruma schrijft in “Het circus van  Max Beckman” over het Israëlisch slachtofferdenken: “..Het wordt dubieus wanneer een culturele, etnische, religieuze of nationale gemeenschap zijn gemeenschappelijke identiteit vrijwel volledig baseert op de sentimentele solidariteit van een herinnerd slachtofferschap, want in die richting ligt de historische bijziendheid en, in extreme gevallen, vendeta.” (p 56)


“Eichmann” staat voor meer dan de Holocaust. “Eichmann” staat voor misdaden tegen de menselijkheid en voor het radicaal kwaad in een sociaal gewaad.


Susan Neiman in Morele helderheid: “Vergeet niet dat Eichmanns misdaden weliswaar verschrikkelijk waren, maar zijn motieven volstrekt onbenullig; of hij een massamoord heeft georganiseerd uit haat of uit het verlangen om een treetje hoger op de maatschappelijke ladder te komen doet eenvoudigweg niet ter zake. Soms zijn bepaalde motieven erger dan niet ter zake: ze leiden af van de inhoud, en van de gevolgen, van iemands daden. Het geloof dat bedoelingen de kern vormen van het morele handelen leidt velen ertoe om morele helderheid te verwarren met zuiverheid. Maar als bedoelingen van secundair belang zijn bij het besluiten of bepaalde handelingen een kwaad vormen, zijn ze van zelfs nog minder belang bij het besluiten of bepaalde handelingen goed zijn. “( p 436)

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringarede Democratische deugden uitgebreid in op de implicaties van “Eichmann en het radicale Kwaad”:
Schuyt: “Het kwaad is van sociale makelij. Aan massaal geweld tegenover bepaalde bevolkingsgroepen gaat meestal een intensivering van groepstegenstellingen vooraf. Deze intensivering heeft bovendien typische, steeds terugkerende kenmerken. Allereerst
komt het kwaad bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele
wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen
. Er worden uitdrukkingen gebruikt die ontleend zijn aan de bekende en vertrouwde cultuur zoals reinheid en zuiverheid. Een voorhoede acht zich uitverkoren en schept voor zichzelf uitzonderlijke rechten en speciale verantwoordelijkheden.
Goed en kwaad komen vermengd naar voren en hierin schuilt de verraderlijke, moeilijk zichtbare, sociologische component. Kwaad wordt niet minder intersubjectief tot stand gebracht en gedragen dan het goede, en de bestrijding van het allerergste kwaad loopt immer het gevaar zelf bepaalde eigenschappen van dat bestreden kwaad over te nemen.”

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Susan Neiman over realisme en idealisme, over Kant en over Edmund Burke

22 comments

Evelien Tonkens schrijft over Susan Neiman, wiens boek “Morele helderheid” ik met veel interesse heb gelezen en in mijn Burke-Stichting-documentatie heb gebruikt.

Ik citeer uit mijn hoofdstuk over “realisme”:

Het Wilderiaanse Nieuw-realisme met zijn wortels bij Wilders-peetvader Bolkestein is in feite een hobbesiaans realisme. De wereld wordt beschouwd als het toneel van een niet-aflatende strijd om  macht.[1] Volgens Hobbes is  de mens van  nature niet geneigd  tot het goede (altruïsme en samenwerking), maar eerder tot het kwade (egoïsme en machtsstrijd).

“Realistisch” is een hobbesiaanse houding inzoverre als ervan uit wordt gegaan dat de wereld, en de vijandige menselijke verhou­dingen daarin, op dit fundamentele niveau niet te veranderen is.

In de ogen van Susan Neiman is het hobbeaans realisme gevaarlijk omdat het de mens als een hopeloos geval ziet, dat je maar het beste zo strak mogelijk aan banden kunt leggen. De ‘oorlog van allen tegen allen’, die volgens Hobbes de natuurlijk staat van de mens verbeeldt, doet Neiman af als bovenmatig zwartgallig.
“De notie dat de mens van nature goed is, mag onzinnig zijn, het tegenovergestelde is net zo goed niet waar. Mensen zijn in staat tot onbaatzuchtige handelingen ten dienste van hun medemensen; sommige zetten daarbij zelfs hun leven op het spel. Dat zijn de morele helden die wij volgens Neiman nodig hebben, de voorbeelden die ons eigen idealisme vorm kunnen geven. Die helden zijn geen supermensen; ze zijn feilbaar, soms zwak en altijd heel erg menselijk.” NRC 2-1- 2009.

In haar boek “Morele helderheid” stelt Neiman betreffende het neoconservatieve “realisme”, dat conservatieven aan een overdaad van mogelijke metafysica’s lijden en een slingerpad bewande­len tussen een realisme dat de slechtste kanten van menselijke en ande­re naturen als ankerpunten neemt, en een idealisme dat blind is voor al­les behalve de weerspiegelingen van zijn eigen dromen (p 129).

Neiman beschrijft ook het realisme van Edmund Burke dat volgens haar typisch is voor het conservatief realisme:

“Zoals de meeste conservatieven maakt Burke gebruik van de retorische kunstgreep om zijn visie niet zozeer als een visie maar als een mix van gezond verstand en nuchtere observatie te presenteren. Ideeën en ideo­logieën zijn iets voor progressieven; conservatieven zijn simpelweg re­alisten die zich tevreden stellen met erop te wijzen hoe de wereld nu eenmaal in elkaar steekt. Het genoegen waarmee Burke de ‘bazelaars en avonturiers’ belachelijk maakt, verbergt op effectieve wijze dat zijn po­sitie eveneens stoelt op een specifieke en invloedrijke metafysica met haar eigen karakteristieke opvatting over de menselijke natuur.” ( p 137)

Neiman is Kant-specialiste en zij voert Kant aan tegen Burkiaanse nieuw-realisten:

“Een jaar nadat Burkes boek over revolutie was verschenen, publiceer­de Kant zijn antwoord in een pamflet genaamd ‘Over de gemeenplaats: dat kan in theorie wel juist zijn, maar deugt niet voor de praktijk’. (….) Kant schreef dat conservatieven zoals Burke karig zijn met hun ar­gumentatie maar scheutig met hun ‘voorname hooghartige toon’. Ze menen ermee te kunnen volstaan radicale standpunten te bespotten zonder die van henzelf te bevragen. Erger nog is dat ze niet opmerken in welke mate onze ervaring is geconstrueerd – en vaak opzettelijk – ter be­stendiging van een maatschappelijk systeem dat precies die mensen be­gunstigt die het als onvermijdelijk bestempelen. ` (p 137)

Net als Boukje Prins (“Voorbij de onschuld”) en met Kant zegt Neiman, dat de sociale werkelijkheid niets is is dat onafhankelijk van de mens bestaat, maar gemaakt wordt:
“Van nog groter belang is dat degenen die zichzelf realist noemen op verschillende manieren over het hoofd zien dat je de werkelijkheid op meer dan één manier kunt bezien. je visie op de werkelijkheid bepaalt je visie op wat je in die werkelijkheid tot stand kunt brengen.”( p 138)

Neiman pleit met Kant voor een idealisme dat de spanning tussen ideal en werkelijkheid vasthoudt. Zij keert zich zowel tegen plat realisme alsook tegen puur idealisme. Zij pleit voor een leven tussen ideaal en werkelijkheid, waarbij de werkelijkheid niet simpel kan worden waargenomen, omdat mensen de werkelijkheid altijd “door een bril” zien, en waar ook de idelaen niet makkelikk bereikbaar zijn (zoals de neoconservatieve nationalistisch-populistische idalen) maar geduld en een grote tolerantie voor frustraties eisen.



[1] Vgl het hobbesiaans realisme bij G.W. Bush, zie Rob Wijnberg, Nietzsche & Kant lezen de krant, p 92 ff; Susan Neiman, Morele helderheid.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief