Wetenschap Kunst Politiek

Job Cohen: sociaal-democratie en religie

20 comments

Als vervolg op het debat op mijn blog over de seculiere of neutrale staat haal ik hier een artikel van Job Cohen aan uit Socialisme & Democratie(7/8 2006) , een artikel waarmee ik het eens ben.

Sociaal-democratie en religie: de omgekeerde Doorbraak

“De vraag hoe men zich tot religie als politieke factor verhoudt, is een vraag die iedere politieke beweging, en dus ook de PvdA zich stellen moet om in de 21 ste eeuw aan geloofwaardige politiek te kunnen doen.[…]
Bij de totstandkoming van de PvdA in 1946 ge­loofde Banning dat deze oprichting een morele noodzaak had die verder ging dan de particuliere belangen van de verschillende partijen die in de PvdA een tehuis vonden. Het was geen eng, ar­beideristisch klassebelang dat met de oprichting van de PvdA werd beoogd, nee, het doel was niets minder dan het tot stand brengen van een recht­vaardige samenleving. […]
Over de moraal staat in het Beginselmanifest te lezen: ‘Wij verdedigen een vrijzinnige moraal, waarin – tegen de achtergrond van voor iedereen gel­dende grondrechten – ruimte is voor verschil­lende levensbeschouwingen, levensstijlen en culturen’. […]

Je zou in dat perspectief kunnen spreken van een omgekeerde doorbraak. Tóen, net na de oor­log moesten christenen worden overtuigd dat ze mèt de PvdA, dwars door de zuilen heen, konden samenwerken aan een rechtvaardige en sociale samenleving [=de doorbraak van toen, M.T.] . Nu zouden seculieren binnen de partij, veruit in de meerderheid, ervan kunnen worden overtuigd dat je voor een morele her­ijking óók te rade kunt gaan bij die religies. Dat daarbij een samenwerking met gelovigen van verschillende denominaties kan lonen als het gaat om de realisering van de doeleinden van de sociaal-democratie en om de vraagstukken het hoofd te kunnen bieden waar we met z’n al­len voor staan. En dat de inspiratie die van een geloof uitgaat een bron kan zijn bij het verwe­zenlijken van sociaal-democratische doeleinden, zonder dat dat betekent dat je zelf gelovig bent of wordt. Het alternatief is verschraling en het missen van de maatschappelijke aansluiting.

Met andere woorden, hoe ziet de PvdA eruit als een partij waar ruimte is voor gelovigen van ver­schillende pluimage en hun geloof? Bij het beantwoorden van die vraag kunnen we opnieuw dominee Banning, oprichter van de PvdA te rade gegaan. Ban­ning verwoordde een aantal principes, door de [Leidse godsdienstwetenschapper]  Noordegraaf op een rijtje gezet, die nog steeds actueel zijn. Ik noem de volgende:

* Levensbeschouwing en religie zijn wezenlijk voor het democratisch socialisme’

*Dit impliceert een expliciete formulering van grondslagen en doeleinden van het   democra­tisch socialisme, ook in morele termen’.

Dat betekent een poging tot herdefiniëren van de al eerder door mij [Cohen] genoemde begrippen zoals solidariteit, gelijkheid, gerechtigheid, naasten­liefde en verantwoordelijkheid die zo belangrijk zijn binnen de sociaal-democratische traditie. Maar zoals gezegd zijn dat niet alleen belang­rijke begrippen binnen de sociaal-democratie, maar ook binnen verschillende godsdienstige tradities. En dat betekent de erkenning dat religies partners zijn in het werken aan een rechtvaardige samenleving. Bovendien is de om­gekeerde doorbraak waar ik het zojuist over had niet mogelijk als we ons niet opnieuw bezinnen op onze morele grondslagen.

* ‘De gedachte aan confessionele partijvorming wordt verworpen, maar ook die van gods­   dienst als louter privé zaak.

Dus: de partij staat open voor mensen van zeer verschillende levensovertuiging, die instemmen met het beginselprogramma van de partij. In het Beginselmanifest 2005 komt dat ook met zoveel woorden tot uiting: ‘Sociaal-democratische idealen binden en inspi­reren mensen met de meest uiteenlopende ach­tergronden en levensovertuigingen al meer dan een eeuw. De Partij van de Arbeid wil al deze men­sen mobiliseren en een plek bieden van waaruit zij zich voor hun idealen in kunnen zetten, binnen en buiten de politiek maar altijd langs democratische weg. Voorop staat de overtuiging dat politiek het verschil kan maken tussen een marginaal en een fatsoenlijk bestaan, tussen vernedering en emancipatie, tussen rivaliteit van natiestaten en internationale samenwerking, tus­sen apartheid en vrijheid: politiek doet er toe’. Er is dus zoals Banning en het Beginselpro­gram van de PvdA uit 1947 al constateerden een ‘innig verband’ tussen levensovertuiging en politiek inzicht en de partij waardeert het ook als dit in de arbeid voor de partij tot uiting komt – dit geldt voor mij nog onveranderd. Maar dat wil, zoals de Doorbraak-beweging wist, al­lerminst zeggen dat er een rechtstreekse lijn
pro­gramma. Hier geldt om meerdere redenen: heb oog voor de banden tussen geloof en politiek, maar verwar geloof en politiek niet.

*De expliciete erkenning van het recht van kerken om zich ter wille van het geestelijk en zedelijk heil van het volk uit te spreken met betrekking tot het staatkundige en maat­schappelijk leven“.

Dit betekent ook in de 21ste eeuw: ruimte geven aan kerken en andere religieuze groeperingen om zich in het publieke domein, dus ook binnen de partij, te manifesteren en actief deel te nemen aan het publieke debat. Met alle consequenties van dien: enerzijds dat gelovigen daardoor wor­den beïnvloed, anderzijds dat deze opvattingen juist omdat ze deel uit maken van het publieke discours, kritisch onder de loep kunnen wor­den genomen zoals dat in ieder publiek debat betaamt. Want ruimte geven aan religieuze groeperingen betekent niet dat je alles wat er vanuit die kant wordt geroepen klakkeloos accepteert. Een kritisch luisteren naar elkaar, dialoog en discussie zijn voorwaarden voor een optimaal gebruik van de geboden ruimte in het publieke domein. Ruimte geven aan de kerken om zich in het publieke domein te manifesteren is geen vrijbrief om maar over alles en nog wat de mening van de kerken te eisen of omgekeerd een mening te willen geven. Jacques Janssen ci­teerde in de Bazuinlezing van 2001 instemmend Ella Kalsbeek: ‘Als Kamerlid noemde zij het spre­ken van de kerken “vaak pover en gemakkelijk”. Het spreken van de kerken “moet niveau heb­ben en diepgang”, “pastoraal verantwoord zijn”, “waardig zijn en ruimte laten”.’ De kerken, en bepaald niet alleen de chris­tenen, zei [anssen zelf, vertonen tekenen van sectarisme sinds zij in een individualiserende samenleving aan hun lot worden overgelaten. Daar valt, kan ik mij zo voorstellen, nog wel het een en ander te winnen – in het belang van het geestelijke en zedelijk heil van ons volk. Om met oud-burgemeester Schelto Patijn te spreken: ook de kerken moeten hun geestelijk huis op orde hebben. In een toespraak uit 2000, sprekende tot

* Als laatste Doorbraak-principe: ‘De staat zelf is echter op geen enkele kerkelijke of gods­dienstige grondslag georganiseerd’.
Dit komt overeen met mijn [Cohens] al bij verschillende gelegenheden beleden opvatting dat alleen de seculiere staat de ruimte creëert voor het accom­moderen van de grote diversiteit aan groepe­ringen, levensstijlen, levensovertuigingen en religies, die het kenmerk zijn van onze moderne westerse samenleving.

Aan deze aan Banning ontleende doorbraakprin­cipes, zou ik [Cohen] de volgende willen toevoegen:

1. Ruimte voor een positieve invulling van de grondwettelijke vrijheid van godsdienst – zoals door Thijs Wöltgens bepleit. Dus godsdienstvrij­heid niet alleen gedefinieerd als het recht om niet lastig te worden gevallen door de overheid of door andere goed- dan wel kwaadwillenden, maar ook als het recht dat een religie zich mag en kan ontplooien in het publieke domein.

2. Ruimte om van elkaar te mogen verschillen is in een pluralistische samenleving een noodzaak. Deze ruimte om van elkaar te mogen verschil­len moet worden gekoppeld aan een opvoeding waarin respect voor deze pluraliteit wordt bijge­bracht en men tegelijkertijd wordt doordrongen dat men het gezamenlijk moet doen in onze samenleving.

3. Ruimte om het eigen leven gestalte te geven is één van de grote verworvenheden en vrijhe­den van onze samenleving. Deze ruimte impli­ceert zowel de vrijheid om als ongelovige door het leven te gaan, als de vrijheid om als religieus in het leven te staan. De overheid moet beide keuzes respecteren en de burgers ten opzichte van elkaar bescherming bieden als dat nodig is. “

 

    Recente berichten

    Categorieën

    Tags

    Archief