

Hooglandse Kerkgracht


Steunbeer van de Burcht…
Zeer aan te bevelen, Kees Schuyt, “Steunberen van de samenleving“
Kees Schuyt over zijn “steunberen”-theorie:
“In een goed geïntegreerde samenleving is de verhouding tussen ik en wij, tussen het individu en de groep, in evenwicht. De individualiteit van mensen wordt niet door het collectief onderdrukt. Bovendien bestaat de samenleving niet uit één collectief, maar uit verschillende groepen, waartussen ook een evenwicht bestaat. Wanneer er één dominante groep is, is er tevens ruimte voor diverse minderheden. In tegenstelling tot sociale cohesie is integratie een dynamisch evenwicht binnen een systeem.
De moderne samenleving is behoorlijk heterogeen en bestaat uit een groot aantal groepen met uiteenlopende ideeënstelsels, tradities, gewoonten, waarden en normen. Als sociale cohesie niet voldoende is om die samenleving bijeen te houden, wat dan wel?
Hiervoor heb ik de metafoor van de steunberen ontwikkeld. Wanneer je een middeleeuwse kathedraal bezoekt, zie je alles naar boven wijzen. Pilaren, spitsbogen, hoge ramen, het dak. Om ervoor te zorgen dat door die enorme druk de hele zaak niet uiteenvalt, zijn aan de buitenkant steunberen aangebracht. In het Frans heten die contreforts, en dat is ook wat ze doen: ze zorgen voor tegenkracht. De enorme druk binnen het bouwwerk wordt tegengehouden.
Onze samenleving heeft in de loop der eeuwen ook dergelijke steunberen ontwikkeld, die ervoor zorgen dat de conflicten binnen de samenleving al die botsende belangen en ideeën niet uitmonden in openlijk geweld. Het begon met de ontwikkeling van het eerlijke rechtsproces, waardoor de uitzichtloze spiraal van bloedwraak werd doorbroken. Dit was een sociale vondst van de Grieken, waarvan de betekenis niet te overschatten valt. De partijen worden gedwongen naar elkaar te luisteren, je moet je beweringen staven met bewijzen. De andere drie steunberen zijn de sinds de twaalfde eeuw gegroeide academische vrijheid, de religieuze tolerantie, die ontstond na de verwoestende godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw, en een door Gandhi uitgevonden vorm van geweldloze politieke actie. Het kenmerk hiervan is dat conflicten niet met geweld worden beslecht, maar dat de partijen aan elkaar worden geklonken in een symbolische ruimte. Wanneer een of meer van deze steunberen afbrokkelen, loopt een samenleving gevaar uiteen te vallen. ” (Interview met Rob Hartmans, De Groene Amsterdammer, 15-12-2006)
















