Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens en de planeet Venus

4 comments

In het Leidse Museum Boerhave wordt een selectie foto’s getoond uit de grote tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap” in het Museum Boijmans.

Een van de getoonde foto’s laat hoge resolutie radarbeelden van het oppervlak van de planeet Venus zien. Ik moest aan Christiaan Huygens’ Cosmotheoros denken, aan zijn beschouwingen over schoonheid en wetenschap, en aan Huygens’ vergeefse pogingen om iets van het Venus-oppervlak kunnen te zien.


Oppervlaktestructuren op Venus

Huygens heeft met zijn lange kijkers van meer dan 15 Meter naar Venus en haar schijngestalten gekeken, en hij zag geen vlekken of landschappen, alleen een glanzend oppervlak- wat hij ook deed, bijvoorbeeld de lenzen donkerder maken met rook. Hij concludeerde dat Venus door dikke Wolken moest zijn bedekt.

Planeet Venus


Wikipedia: “Venus gaat altijd schuil onder een zeer dik wolkendek van fijne druppels zwafelzuur. Van bovenaf gezien zorgt dat voor een grote helderheid (albedo) doordat het wolkendek veel zonlicht weerkaatst. Vanaf de Aarde is Venus hierdoor met het blote oog beter zichtbaar dan welke ster dan ook en als zodanig na de maan het helderste object aan de ochtend- of avondhemel.”

 

Huygens : “Maar ik hebbe my dikwils verwondert, als ik met lange Kijkers van 45 of 60 voeten de Dwaalstarre Venus bekeek, naby aan d’ Aarde, en niet ongelijk een halve Maan, of die haar hoornen begint te krommen, dat deszelfs oppervlakte met een gansch eenparige glans overdekt was; dermate, dat ik naauwlijks zou durven zeggen, iets daar in bespeurt te hebben, ’t gene na eenige vlek geleek, hoedanige nogtans klaarlijk gemerkt worden in Jupiter en Mars, schoon zy in een veel kleiner rondte voorkomen. Want indien in den Kloot van Venus Zeen en Landen waren, zoo moesten wy de Zee-streken duisterder, en de Landstreken helderder zien; gelijk de Zee, van zeer hooge rotsen bekeken, niet zoo helder als het daar om gelegen land schijnt. Ik geloofde dat de al te groote glans van Venus de oorzaak was, waarom de verscheidenheid des ligts zoo wel niet konde vernomen werden: maar wanner ik het glas, dat digtst aan mijn oog was, met rook had bezwalkt, om een gedeelte der stralen wech te nemen; scheen het ligt egter in de gansche oppervlakte even eenparig. Zijn daar dan geen Zeen, of word het Zonligt meer als by ons van ’t water, en minder van d’ aarde, wederom gekaast. Of zou daar wel een dikker Dampgewest als in Jupiter of Mars zijn (en dit schijnt my geloofelijkst) ’t welk, van de Zon verligt, en den Kloot van Venus omringende, byna al dat ligt, dat we zien, na ons weder toe keert, en het onderscheid van d’ ondergelegene Zeen en Landen bezwaarlijk toelaat te merken?”

 

Venus heeft net als de maan schijngestalten en is in verschillende gedaantes te zien (Huygens “en niet ongelijk een halve Maan, of die haar hoornen begint te krommen”) . Galilei was de eerste die de schijngestalten van Venus (voorspeld door Copernicus) had waargenomen.


animatie

 

Meer over Christiaan Huygens

 

Update 3 juni 2012:

 

Maarten Muns@MaartenMuns verwijst via Twitter naar zijn  NRC artikel “Huygens en Venus”, waarin hij schrijft over het feit dat Christiaan Huygens in berekeningen maakte met de waarnemingen van de Venusovergang in 1639, die door Jeremiah Harrocks waren gedaan.

Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

5 comments

“Wetenschap en schoonheid” is een actueel thema (zie de tentoonstelling in het Museum Boijmans).

Het waarnemen en beschrijven van schoonheid is een hoofdelement in Christiaan Huygens’ laatste tekst, “Cosmotheoros” (1698, zie hier voor een uitvoerige inleiding en samenstelling van eerdere blogs).

“Cosmotheoros” is een lange brief van Christiaan Huygens aan zijn oudere broer Constantijn jr., Christiaans vriend, vertrouwde en naaste medewerker. In het begin van deze openbare brief geeft Huygens zijn motivatie om te schrijven. Hij haalt hierbij de astronoom Archytas aan, die had gezegd:

By aldien iemand in den Hemel was geklommen, en de natuur van de Wereld, en de schoonheid der Starren doorzien had, dat die verwondering hem onvermakelijk zou zijn, daar ze hem anders groot vermaak zou gegeven hebben, ten zij hy iemand had, aan wien hy ’t konde vertellen”.



Dus Huygens wil in zijn laatste tekst vooral vertellen over al de schoonheid die hij had waargenomen.

Hij beschrijft de schoonheid en de versieringen (planten, beesten) op Aarde, en het vermogen van de mens om schoonheid te genieten: [De mens] bouwt huizen van hout, steenen, en bergstoffen; [hj] eet Vogelen, Vissen, Vee, en Kruiden, het bedient zig van de Wateren en Winden tot de Scheepvaart; [..] schept zijn wellust uit de reuk en schoone verwen der Bloemen.”

schoonheid Foto Maria Trepp

schoonheid Foto Maria Trepp

Tegelijk komt Huygens er  altijd op terug: deze schoonheid kan niet alleen voorbehouden zijn aan onze Aarde, deze schoonheid zal zeker op de andere planeten en in andere sterrenstelsels ook te vinden zijn:

“Wat is ’er dan waarschijnelijker, vermits de Aarde in zoo vele zaken met die voornaamste Dwaalstarren gelijk staat, dan dat de zelve Dwaalstarren ook van geen minder aanzien, schoonte, ja niet min gecierd en bebouwd zijn, als d’Aarde?”

En schoonheid alleen op de planeten is niet genoeg,  Huygens is er van overtuigd dat er ook bewoners moeten zijn die de schoonheid kunnen waarnemen:

“[…] dat in die gewesten [=op de planeten]  aanschouwers zijn, die zoo vele geschapen dingen genieten, en zig over der zelver schoonte en verscheidenheid verwonderen”.


alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope

Alien astronoom foto: Maria Trepp

En om schoonheid waar te kunnen nemen moet men kunnen zien (al schrijft Huygens later ook uitvorig over de schoonheid van muziek). Het vermogen om te zien is voor Huygens van hoogste waarde; bij de mensen, en bij de “planetenbewoners”, die naar zijn mening dus ook zeker ogen moeten hebben:

‘”En dit moet noodzakelijk, tot dienst des levens, aan byna alle dieren in de Dwaalstarren werden toegeschreven: dog die met Reden en Verstand begaafd zijn, dewyl ze nog andere nutheden uit het Gezigt konnen trekken, dien past het des te meer, met zoo groot een gave vereerd te wezen. Want door het Gezigt bezeffen wy de fraayheid der verwen, de schoonheid der gedaantens, en al wat net is: met het Gezigt is ’t, dat wy lezen, schrijven, den Hemel en de Gestarntens beschouwen, en der zelver loop en groottens meten: ’t welk voor hoe verre het ook tot de Dwaalstarrelingen behoort, een weinig hier na van ons zal gezien worden.”

De ware schoonheid wordt naar Huygens niet door de naïeve beschouwer waargenomen, maar door de wetenschapper:

Want wat zou het beschouwen zonder de wetenschappen zijn? En hoe groot is ’t onderscheid tussen de genen, die de schoonheid, en het nut der Zonne, desgelyks den Hemel met Starren gecierd, zonder bezeffing aankijken, en tussen andere geleerder luiden, die den loop van alle die dingen nasporen; die het verschil der Vaste Starren, zoo men die noemt, met dat van de Dwalende, kennen, die met een scherpzinnigere denkaveling de grootheid van de Zon en Dwaalstarren, same haar afstand, meten?”

Het criterium van schoonheid past hij toe als hij nadenkt over het voorkomen van water op andere planeten: het zou vanwege de schoonheid doorzichtig moeten zijn:

Ik zegge nogtans niet dat dat Water [op de planeten] het onze teenemaal gelijk is; hoewel tot den dienst, dien het doen moet, noodzakelijk vereist word dat het vloeybaar, en tot haar schoonheid, dat het helder is.”

Toch vindt hij dat men schoonheid niet met conventie moet verwarren. Als de planetenbewoners anders uitzien dan wij, dan mogen wij hun niet om esthetische redenen kleineren:

Als mede, dat men meent dat het menschelijk lichaam een zekere uitstekende schoonheid [boven andere] heeft: daar nogtans dat ook geheelijk van de meining en gewoonte afhangt; en van die zugt, die de voorzigtige Natuur in alle Dieren heeft ingeschapen, dat zy in haar ’s gelijken het grootste behagen zouden hebben: Die gaat zoo verre, dat ik geloove, dat ’er een Dier zou konnen wezen, heel anders van maaksel als een Mensch, ’t welk men niet zonder schrik zoude aanschouwen, schoon het met Reden en spraak begaafd was. Want zoo wy ons maar zoodanig een gaan verbeelden of schilderen, het welk, voor de rest een Mensch gelijk, een viermaal zoo grooten Hals had, of ronde, en tweemaal zoo wijd van een staande Oogen; straks komen d’ er zulke beelden uit, die wy niet zonder afkeer konnen zien, hoewel d’ er van de leelijkheid geen reden te geven is.”

We mogen ook niet denken, dat de “dwaalsterrelingen”, de planetenbewoners, alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen:

Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?


schouwburg Haarlem foto: Maria Trepp

foto: Maria Trepp

Ergerlijk vindt Huygens het, als men, zoals de jezuïet-astroloog Athanasius Kircher, alleen de planeet Venus schoonheid toe wil schrijven, en Huygens’ lievelingsplaneet Saturnus als vies en lelijk neerzet. Nee, juist de grote planeten Saturnus en Jupiter met vele manen en Saturnus met zijn ring- die zijn pas mooi!


En Huygens besluit zijn laatste tekst “Cosmotheoros” met het beschrijven van andere sterrenstelsels:

“Welk een wonderbaarlijke, welk een verbazende grootte en heerlijkheid van de Wereld moet men dan met het verstand bezeffen! Zoo vele Zonnen, zoo vele Aardklooten, en een yder van haar met zoo vele Kruiden, Boomen, Dieren, met zoo vele Zeen en Bergen vercierd! Een verwondering, die nog zal vergroot worden, indien iemand in overweging neemt het gene wy van den afstand en de menigte der Vaste Starren gezegt hebben.”

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

 


Met Roger Scruton op kruistocht tegen de moderne kunst

42 comments

 

Maarten Doorman over Roger Scruton

Roger_Scruton Edmund Burke Stichting

Roger_Scruton Edmund Burke Stichting fotoMichael Eleftheriades http://www.flickr.com/photos/mediasyn/ 

 

Roger Scruton, knuffelintellectueel van de Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders, levert nu munitie voor de Wildersen tegen de door hen gehate eigentijdse kritische kunst.

De intellectuele wegbereiders van populistisch rechts trekken altijd mijn kritische aandacht.
Met plezier las ik dus vanochtend de kritische recensie van Maarten Doorman van Scrutons nieuwste boek, titel “Schoonheid”.

Uiteindelijk is [Roger Scrutons] ‘Schoonheid’ [..] een conservatief pamflet in een inmiddels lange reeks polemische boeken die uiteenlopen van een pleidooi voor herwaardering van de vossenjacht, een in Engeland gevoelig onderwerp, tot een oproep tot verdediging van westerse waarden onder de provocerende titel The West and the Rest.”
“Er is veel waar [Roger] Scruton niet van houdt. De helft van een eeuw kunstgeschiedenis, van Marcel Duchamp tot Andy Warhol en bijna alle hedendaagse kunst, wordt in een bijzin weggevaagd. Geef Scruton maar Bach, Michelangelo en Rembrandt.”
“[Het]  verband tussen waarheid en schoonheid – en elders bovendien nog het goede – [is] een op Plato teruggaand geloof dat ondanks een aantal filosofische slimmigheidjes en redeneertrucs toch weinig overtuigends meer heeft.
En is het werkelijk de taak van de kunst ons te laten zien dat het de moeite waard is mens te zijn? Mag en moet kunst niet juist verwarring stichten en ons met de ongemakkelijke kanten van het bestaan confronteren?
[Roger] Scrutons boek past goed in een tijd waarin vele vormen van hedendaagse kunst als een linkse hobby worden afgedaan. Op zichzelf was het verheugend, dat de afgelopen twee decennia, na het eind van de avant-garde, een herwaardering ontstond voor veel kunst die te makkelijk was afgeserveerd: figuratieve schilderkunst, tonale en melodische muziek, spannende romans, toegankelijke poëzie en repertoiretoneel.
De door kleine en vaak gesubsidieerde elites geannexeerde kunsten ondergingen een democratische verbreding en artistieke vernieuwing die, anders dan het avant-garde cliché wilde, veel opleverden, van hoog tot laag, van tv tot poëzie en van opera tot film.
Maar in tijden dat het populisme de kunsten met zulke simpele slogans verdacht maakt en onder druk zet, lees ik [=Maarten Doorman] liever een filosoof die weet uit te leggen hoezeer allerlei moeilijke en ogenschijnlijk vreemde dans- en toneelvoorstellingen, boeken, kunstwerken, films, design, multimediale projecten, mode en bouwkundige vernieuwingen er toe doen of op zijn minst begrepen moeten worden, dan een verkapt pleidooi om terug te keren naar de voorspelbare esthetiek van de negentiende eeuw.”

Ja precies.
Zelf houd ik ook zeer van schoonheid, maar eigenlijk alleen als de schoonheid een complexe waarheid in een abstracte of gestileerde vorm weergeeft, het liefst als mengeling van wetenschap en kunst, zoals bij Anish Kapoor (zie: Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh) .

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

 

Meest recente berichten