Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

1 comment

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

 

Christiaan_Huygens-painting

Christiaan_Huygens

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de grootste maan van Saturnus, die later door anderen “Titan” werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.

De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Christiaan Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ’s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een

Christiaan Huygens Systema Saturnium

Christiaan Huygens Systema Saturnium

rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:


Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien



Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram, wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan-huygens-admovere-lens.jpg

christiaan-huygens-admovere-lens

 

 

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

www.passagenproject.com


Read more..

Saturnus aan de zuid-oostelijke nachthemel

2 comments

Gisteravond kon ik vanuit mijn balkon Saturnus zien en zelfs een simpel fotootje maken met Saturnus naast de ster Spica uit het sterrenbeeld Maagd.

Saturnus gaat in het oosten op en staat staat om 24.00 vrij laag aan de zuidoostelijke hemel, vandaar ook een stukje van een boom. Saturnus staat links; Spica rechts


Saturnus ( symbool -een sikkel voor de zaadgod Saturnus- zie hier links)  en Spica (alpha virginis) , de best zichtbare ster in het sterrenbeeld Maagd

 


Read more..

Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

1 comment

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

 

Christiaan_Huygens-painting

Christiaan_Huygens

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de grootste maan van Saturnus, die later door anderen “Titan”werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.

De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Christiaan Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ‘s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een

Christiaan Huygens Systema Saturnium

Christiaan Huygens Systema Saturnium

rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:


Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien



Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram,  wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan-huygens-admovere-lens.jpg

christiaan-huygens-admovere-lens

 

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

no comment

Christiaan Huygens’ laatste tekst Cosmotheoros  (1698) is een populair-wetenschappelijke tekst die het copernicaanse wereldbeeld verdedigt en illustreert; een tekst uit de vroege Verlichting, die samen met andere geschriften als die van Fontenelle (Entretiens sur la pluralité des mondes Gesprekken over de vele werelden,1686) aan het begin stond van de sterke popularisering van de wetenschap.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het  geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium  (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde,  raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse Huygens-blog


Read more..

Het mini-planetarium van Christiaan Huygens en de Leidsche Sphaera

10 comments

In het museum Boerhaave in Leiden is sinds gisteren een schitterend gerestaureerd planetenmodel te zien: de Leidse Sphaera, het planetarium dat de Rotterdamse klokkenmaker Steven Tracy in 1650 construeerde.

Planetenmodel Jupiter

Planetenmodel Jupiter

Planetarium Leidse Sphaera, kleine planeten

planetenmodel Saturnus met ring

Planetarium Leidsche Sphaera, Saturnus met ring, en op de ring bobbeltjes die de manen moeten voorstellen. De ring met manen is een toevoeging van 1710. Het was Christiaan Huygens die de ring van Saturnus had verklaard en de de eerste maan van Saturnus had ontdekt (publicatie 1659), maar Tracey verwerkte deze gegevens blijkbaar niet.

 

Planetarium Leidse Sphaera, Jupiter met manen.

De Leidse Sphaera zijn voorzien van een slingeruurwerk, dat in 1656 door Christiaan Huygens werd uitgevonden.

 

Vlakbij staat het qua uitzien simpelere planetarium dat Christiaan Huygens zelf in 1682 heeft laten bouwen; niet met bollen, maar kleine halfbolletjes in een vlak. Wel met bewegende planeten in eccentrische kringen, die ellipsen benaderen. Huygens’ planetarium wordt aangedreven door een onrust met spiraalveer; ook een bijzondere uitvinding van Huygens.

Allebei horen bij de bijzondere Copernikaanse schaalmodellen uit de 17e eeuw, waarvan er niet zo heel veel zijn.

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhaave

planetarium Christiaan Huygens Museum Boerhaave

Planetarium Christiaan Huygens, Museum Boerhaave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave binnenplaneten

Planetarium Christiaan Huygens, banen van de kleine planeten

 

Huygens zelf schrijft hierover:

`Wijzelf echter, … hebben een zoodanig Planetarium laten maken, dat wij daarmede door een klein aantal in elkaar grijpende raderen bereikt hebben, dat op het oppervlak van een platte tafel de lichamen der vijf primaire Planeten rondom de Zon, en evenzoo dat der Maan rondom de Aarde, hunne banen konden beschrijven, in dezelfde tijden waarin zij dat in den hemel) doen, en wel in zoodanige excentrische banen, dat deze de ware afmeting en den waren stand der hemelbanen weergeven, met behoud van de bij elk daarvan bestaande ongelijkheid der bewegingen, waardoor zij zich sneller bewegen in minder ver van de zon verwijderde gedeelten, waarbij wij ook nog rekening gehouden hebben met de kleine afwijking tusschen het vlak hunner banen en dat van de Ecliptica of van de Aarde.   Zoodat, afgezien van de bevalligheid van het schouwspel, men daaruit ook de standen van de Planeten kan leeren kennen, niet slechts de oogenblikkelijke, maar ook de toekomende en de verledene, als uit een eeuwigdurenden kalender; en bovendien hun aller conjuncties en opposities, zoowel ten opzichte van de zon als ten opzichte van elkander, en dit des te nauwkeuriger naarmate het werk op grooter schaal is uitgevoerd.`

 

 

 

`Het is dan een achthoek uit hout samengesteld, met een diameter van twee voet en een diepte van zes duimen.  Deze is op zoodanige wijze aan den muur opgehangen, en bevestigd aan de zich aan de linkerzijde bevindende assen, dat het toestel, als men dit wenscht, omgekeerd en aan de achterzijde geopend kan worden, waardoor het inwendige zichtbaar wordt.`

`Aan den voorkant ziet men een blad van verguld koper dat de geheele voorzijde van den achthoek vormt en bedekt is met spiegelglas; op dat blad zijn de banen der planeten volgens het systeem van Copernicus, maar volgens de proporties van Kepler, aangegeven en geheel uitgesneden, zoodat door die gleuven kleine pinnen rondgaan, met behulp waarvan de bollen der Planeten, tot halve bollen gereduceerd, boven het blad en als het ware op het oppervlak daarvan rondgevoerd worden, waarbij Saturnus vijf, Jupiter vier satellieten met zich voert, en de Aarde een (welke onze Maan is).  Deze satellieten zijn daarbij geplaatst op dezelfde schijfjes als de lichaampjes der Planeten. Ik heb namelijk ook aan de overige Planeten die geen manen hebben, toch zulke schijfjes gegeven die den omringenden aether moeten aangeven en tevens dienen om de Planeten beter zichtbaar te maken.`

 

 

Huygens schrijft over manen rond Jupiter en Saturnus, maar ik kan deze niet ontdekken in zijn planetarium. Misschien waren deze gepland maar werden niet ingebouwd?

Het planetarium van Huygens loopt overigens beduidend nauwkeuriger dan de Leidse Sphaera.

 

 

Zie ook mijn overige teksten over Christiaan Huygens

Dit blog staat ook in het Duits op mijn Duits webblog over Christiaan Huygens

Literatuur: E. Dekker, De Leidsche Sphaera, Leiden, 1985

Read more..

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

7 comments

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

Christiaan Huygens heeft als eerste beschreven dat de merkwaardige gestalte van Saturnus, die met telescopen werd waargenomen, moest worden toegeschreven aan een ring. De waarnemingen van Galilei en anderen leken erop dat Saturnus aanhangsels had, maar Huygens kon aantonen dat de ring Saturnus niet raakt, al lijkt het uit het perspectief vanuit aarde dat de ringen aan Saturnus als hengels of armen vast zitten. (Zie Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus)

Christiaan Huygens Saturnus ringen

Christiaan Huygens Saturnus ringen


Christiaan Huygens over de ringen van Saturnus

Huygens had gelijk, en omdat hij zelf ook de toekomstige verschijningen van Saturnus met of zonder armen kon voorspellen, afhankelijk van de positie van aarde en Saturnus ten opzichte van elkaar, gaven de meeste echte kenners hem ook gelijk.

Toch was er nog een controverse over de natuur van de ring. Huygens hield stug vol, dat de ring een schijf was van een bepaalde dikte. Dat schreef hij 1659 in Systema Saturnium, en schreef hij kort voor zijn dood 1695 nog eens in Cosmotheoros.

Vincent Icke schrijft in zijn boekje “De ruimte van Christiaan Huygens” (2009):

“Wij weten nu dat de ring geen vast lichaam kan zijn en eigenlijk had Huygens dat ook kunnen weten. Een van de regels van baanbewegingen, die ook hij kende, is de Derde Wet van Kepler: de omloopstijd rondom de Zon of een planeet neemt naar buiten toe af. De binnenkant van de ring zou dus veel sneller moeten draaien dan de buitenkant, waardoor zo’n groot lichaam uiteen gescheurd zou worden. Kleinere objecten kunnen die kracht wel weerstaan, maar ook dan is er iets van te merken: de getijden.

De ringen van Saturnus zijn een flinterdunne wolk ijsgruis, zo plat dat een schaalmodel ter grootte van een bierviltje honderd maal zo dun zou zijn als een vel papier.” (p.68)

Al in de tijd van Huygens hebben een aantal mensen geopperd dat de ring uit vele kleine objecten zou kunnen bestaan zoals “sterren van ijs” . Maar Huygens geloofde daar niet in.

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Artistieke impressies van het binnenste van de ijsringen van Saturnus

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Der Saturn und seine Ringe aus Eisbrocken

Video Saturnus en zijn ringen

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een (nieuw of oud) Christiaan-Huygens-Blog.

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

17 comments
Saturnus Christiaan Huygens

Saturnus en Christiaan Huygens (foto ESO)

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Christiaan Huygens heeft de ring(en) van Saturnus niet ontdekt, maar deze als eerste correct beschreven.

Huygens zelf geeft in Systema Saturnium (1659) in het hoofdstuk “De schijngestalten van Saturnus”  een overzicht over de “monsterachtige” waarnemingen en de figuren van Saturnus die anderen, zoals Galilei, voor hem hebben gemaakt:

Christiaan Huygens: De schijngestalten van Saturnus (1659)

“Ik ga dus nu over tot het tweede deel van de Systema, waarin ik de reden geef voor de onbestendige en steeds wisselende vorm van Saturnus, en vervolgens ook aangeef in wat voor periode de afzonderlijke veranderingen plaatsvinden. Enkele daarvan die zich aan ons voordeden heb ik boven al uiteengezet, maar deze omvatten slechts een gedeelte van de periode. Om vast te stellen dat de volledige verscheidenheid aan verschijningen afhangt van de oorzaken die wij aanwijzen, zal het nodig zijn tevens waarnemingen van andere tijden te bestuderen, zoals ze in de afgelopen veertig jaar of langer door ettelijke mensen zijn gepubliceerd. Als ik echter al de vormen van Saturnus die zij voor onze ogen aftekenen bezie bevind ik ze zo veelvuldig en wonderlijk, dat als het er om gaat een hypothese op te stellen die van al die vormen rekenschap aflegt, naar mijn mening niemand in staat zou zijn er een te bedenken. Want voor dergelijke veelvuldige monsterachtige omzettingen valt geen enkele oorzaak aan te wijzen, tenzij dat het complete lichaam van Saturnus steeds weer een nieuwe vorm aanneemt, wat elke schijn van geloofwaardigheid mist. We moeten uit die waarnemingen dus een keuze maken en onderzoeken welke geloof verdienen, en welke integendeel als verdacht moeten worden verworpen. Nu hebben wij met onze kijkers de begeleider van Saturnus als eerste aan het licht gebracht [Huygens bedoelt de maan Titan die hij heeft ontdekt, M.T] en telkens als wij willen kunnen wij hem duidelijk ontwaren. Het lijkt ons daarom redelijk er bij het schiften van de waarnemingen van uit te gaan dat onze kijkers de voorkeur genieten boven die waarmee anderen, ook al waren ze dagelijks bezig met het waarnemen van Saturnus, niet in staat waren tot die ster door te dringen. Wanneer dus op hetzelfde tijdstip door onze kijker en de hunne verschillende schijngestalten werden vastgesteld, moeten onze waarnemingen aangaande de vorm van de planeet voor waarachtiger worden gehouden. De bijgevoegde tabel toont alle schijngestalten zoals wij ze uit de verschillende schrijvers hebben overgenomen.


Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

 

De eerste van deze gedaanten is degene die Galilei optekende in 1610, waarin Saturnus drievoudig wordt gezien, met twee kleinere cirkeltjes aan beide kanten van een grotere. Ook vele anderen hebben deze gedaante gezien, of meenden in elk geval dat ze hem gezien hadden. Want als ze langere kijkers hadden gebruikt, voorzien van betere lenzen, zouden ze zonder twijfel in plaats van dit drievoudige bolvormige uiterlijk hetzelfde resultaat hebben verkregen dat wij, zoals wij zeiden, hebben gezien in 1655 en opnieuw op 13 oktober van het volgende jaar. Dat leiden wij immers daaruit af dat wanneer zich aan hen de twee flankerende bolletjes voordoen, onze kijkers ons in de lengte uitgestrekte armen vertonen. Zo gebeurde het in april en mei van datzelfde jaar 1655, toen die uit drie bollen samengestelde vorm werd waargenomen door Hevelius en Riccioli. Om duidelijker hard te maken dat ze het zo zagen vanwege de geringe grootte van de kijkers, hebben wij dit ook zelf beproefd en ondervonden dat telkens als wij Saturnus met een kortere kijker, van bijvoorbeeld vijf of zes voet, bekeken, in plaats van de genoemde armen twee bollen verschenen. Insgelijks toen hij deze schijngestalte in 1658 weer had aangenomen.”

Huygens gaat dan door met het bespreken van de verschillende schijngestalten die anderen hebben waargenomen en legt dan “de ware gestalte” van Saturnus uit. Saturnus heeft een ring om zich heen, die vanuit verschillende hoeken wordt gezien en dus in verschillende schijngestalten en vormen wordt waargenomen.

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens, De ware gestalte van Saturnus

Vervolgens legt Huygens in tekst en beeld uit hoe Saturnus staat ten opzichte van de aarde tijdens zijn omloop om de zon, en hoe hij daarbij uitziet.


De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

In het centrum van de afbeelding staat de zon, daaromheen draait de aarde, en daaromheen draait Saturnus. De buitenste ring laat de schijngestalten van elke positie zien: maximale opening van de ring op de punten A en C; en Saturnus schijnbaar zonder ring in de punten B en D, als men vanuit aarde de zijkant van de ring ziet. Waarom de ring dan helemaal verdwijnt, en niet tenminste een heel klein beetje zichtbaar is, daarover werd oen hevig gestreden.

Huygens schrijft in de tekst hierboven zijn eigen betere verklaring van de ring toe aan zijn betere kijker, maar Vincent Icke is in zijn boekjes over Huygens van mening dat Huygens geen betere telescoop had dan anderen, en alleen door zijn superieur theoretisch begrip de ringen beter kon waarnemen.

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een nieuw of oud Christiaan-Huygens-Blog.

zie ook

 Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief