Wetenschap Kunst Politiek

Met Roger Scruton op kruistocht tegen de moderne kunst

42 comments

 

Maarten Doorman over Roger Scruton

Roger_Scruton Edmund Burke Stichting

Roger_Scruton Edmund Burke Stichting fotoMichael Eleftheriades http://www.flickr.com/photos/mediasyn/ 

 

Roger Scruton, knuffelintellectueel van de Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders, levert nu munitie voor de Wildersen tegen de door hen gehate eigentijdse kritische kunst.

De intellectuele wegbereiders van populistisch rechts trekken altijd mijn kritische aandacht.
Met plezier las ik dus vanochtend de kritische recensie van Maarten Doorman van Scrutons nieuwste boek, titel “Schoonheid”.

Uiteindelijk is [Roger Scrutons] ‘Schoonheid’ [..] een conservatief pamflet in een inmiddels lange reeks polemische boeken die uiteenlopen van een pleidooi voor herwaardering van de vossenjacht, een in Engeland gevoelig onderwerp, tot een oproep tot verdediging van westerse waarden onder de provocerende titel The West and the Rest.”
“Er is veel waar [Roger] Scruton niet van houdt. De helft van een eeuw kunstgeschiedenis, van Marcel Duchamp tot Andy Warhol en bijna alle hedendaagse kunst, wordt in een bijzin weggevaagd. Geef Scruton maar Bach, Michelangelo en Rembrandt.”
“[Het]  verband tussen waarheid en schoonheid – en elders bovendien nog het goede – [is] een op Plato teruggaand geloof dat ondanks een aantal filosofische slimmigheidjes en redeneertrucs toch weinig overtuigends meer heeft.
En is het werkelijk de taak van de kunst ons te laten zien dat het de moeite waard is mens te zijn? Mag en moet kunst niet juist verwarring stichten en ons met de ongemakkelijke kanten van het bestaan confronteren?
[Roger] Scrutons boek past goed in een tijd waarin vele vormen van hedendaagse kunst als een linkse hobby worden afgedaan. Op zichzelf was het verheugend, dat de afgelopen twee decennia, na het eind van de avant-garde, een herwaardering ontstond voor veel kunst die te makkelijk was afgeserveerd: figuratieve schilderkunst, tonale en melodische muziek, spannende romans, toegankelijke poëzie en repertoiretoneel.
De door kleine en vaak gesubsidieerde elites geannexeerde kunsten ondergingen een democratische verbreding en artistieke vernieuwing die, anders dan het avant-garde cliché wilde, veel opleverden, van hoog tot laag, van tv tot poëzie en van opera tot film.
Maar in tijden dat het populisme de kunsten met zulke simpele slogans verdacht maakt en onder druk zet, lees ik [=Maarten Doorman] liever een filosoof die weet uit te leggen hoezeer allerlei moeilijke en ogenschijnlijk vreemde dans- en toneelvoorstellingen, boeken, kunstwerken, films, design, multimediale projecten, mode en bouwkundige vernieuwingen er toe doen of op zijn minst begrepen moeten worden, dan een verkapt pleidooi om terug te keren naar de voorspelbare esthetiek van de negentiende eeuw.”

Ja precies.
Zelf houd ik ook zeer van schoonheid, maar eigenlijk alleen als de schoonheid een complexe waarheid in een abstracte of gestileerde vorm weergeeft, het liefst als mengeling van wetenschap en kunst, zoals bij Anish Kapoor (zie: Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh) .

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

 

Economie, moraal, neocons

53 comments

“Het kwaad komt bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (Aldus Kees Schuyt in zijn Leidse Cleveringalezing 2006, Democratische deugden p.11)

En verder: “Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analyse van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”

Het zware deugden-moralisme van Roger Scruton en de heren van de Edmund Burke Stichting laat de vrije markt en het ongebreideld kapitalisme volledig buiten schot. De markt was voor Edmund Burke, en is nu voor de Burkianen: heilig. Het feit dat familie en moraal ondergraven worden door een ongebreideld kapitalisme is voor deze moralisten geen probleem.

De rechts-liberale moraal die de blind is voor de demoraliserende werking van de markt is niet pas ontstaan sinds de Leidse heren zich verbonden hebben in de Burke Stichting. Al in 1995 verscheen een zwaar moralistisch geschrift van de Teldersstichting, met de titel Tussen vrijblijvendheid en paternalisme, waarvan zowel Kinneging alsook Cliteur medeauteurs waren.

Marel ten Hooven: “De deugden die de Teldersstichting als behartigenswaardig opsomt, wekken de associatie met Greshoffs heren: fatsoen, gehoorzaamheid aan regels, respect voor andermans bezit, eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid. Toch ligt het iets genuanceerder, om niet te zeggen doortrapter. Het addertje komt elders in het boekje onder het gras vandaan, waar de auteurs het liberale stelsel en de markt als doelen van deugdzaamheid formuleren: ‘Bepaalde deugden zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van een liberale maatschappij. Zo kan de markt niet adequaat functioneren als mensen zich niet aan afspraken houden of elkaars bezit niet respecteren.’
Ook bij nadere beschouwing van het rijtje te bevorderen deugden rijst het vermoeden dat behoud van de liberale maatschappij de moraal van het verhaal is. In het oog springt dat de auteurs beginselen als eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid opeens tot deugden verheffen. Sterker nog, wie in het geschrift van de Teldersstichting op zoek gaat naar de consequenties die het liberale ethos voor het concrete beleid zou hebben, ontdekt dat ze vooral betrekking hebben op deze twee ‘deugden’. Het betoog mondt uit in een pleidooi voor de waarborgstaat, waarin de overheid slechts minimale bestaanszekerheid biedt en de burger voor elke aanvullende zekerheid is aangewezen op zijn zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. […]
De werkelijke moraal van het verhaal blijkt dan ook Weg met de verzorgingsstaat te zijn. In de woorden van de auteurs: ‘Een groot probleem van de verzorgingsstaat is dat burgers de verantwoordelijkheid voor zaken op de overheid afschuiven en anderen voor hun fouten laten opdraaien. Als men mensen wil aansporen tot fatsoenlijk gedrag, is het confronteren van hen met de consequenties van de eigen handelwijze van wezenlijk belang.’
Klaas Groenveld, de directeur van de Teldersstichting, vatte bij de presentatie van het geschrift de analyse in bondiger woorden samen: ‘De verzorgingsstaat is de bron van cynisme, afwentelend gedrag en excessieve regelgeving.’ “[1]

De (rechts)liberalen beschouwen de verzorgingsstaat als de bron van cynisme –  niet hun eigen dubbele moraal. Peter Bakker, GroenLinks Breda: “Het voornaamste wat de mensen in [de Burke] stichting lijkt te binden, is de behoefte om met een intellectualistisch rookgordijn een gezamenlijke karakterfout te maskeren: het onvermogen om voorspoed te delen met de medemens.” (de Volkskrant, 20-9-2004)

De Burkiaanse kritiek op egoïsme en materialisme is blind voor de eigen onwil om welvaart voor achtergestelde groepen te creëren.

Kinneging zet zwaar in op de moraal van het gezin. Tegelijkertijd vindt men bij hem geen reflectie op het feit dat door hem en/of anderen (Bolkestein)  aanbevolen liberale maatregelen zoals de afschaffing van het minimumloon en de versoepeling van de ontslagregels gevolgen hebben voor de gezinsvorming van vooral laaggeschoolde partners.  Als beide partners zich gedwongen zien tot werken, om het hoofd boven water te houden, wordt het moeilijk de Europese bevolking op peil te houden tegen het oprukkende Aziatische gevaar, zoals Kinneging dat wil: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.”[2]

Het cynisme van goed en kwaad reduceert alle problemen tot private deugden en tot de handhaving van de openbare orde. De sociale en economische politiek wordt principieel niet kritisch bekeken, en behalve op het gebied van Law en Order mag de overheid niet actief zijn. Dick Pels: “[Volgens Kinneging moeten], anders dan in de persoons- en gezinsethiek, waarin de kwade aandriften van de mens door morele opvoeding moeten worden beteugeld, de ondeugden bij de inrichting van de markt en de staat juist tegen elkaar worden uitgespeeld. In de economie zorgt het najagen van eigenbelang (hebzucht) immers voor welvaart via de onzichtbare hand van de markt (Adam Smith). In de staat wordt tirannie vermeden door ambitie (machtswellust) tegenover ambitie te stellen, en de machten te scheiden en tegenover elkaar te balanceren (de Amerikaanse Founding Fathers).”

Theo Brand (Groen Links):”Ruimte voor eigen initiatieven van burgers en een actieve overheid sluiten elkaar niet uit, maar hebben elkaar juist nodig om de vrije markteconomie te begrenzen. De wereldwijde economische globalisering vormt immers de revolutionaire kracht bij uitstek en is op dit moment de ultieme bedreiging voor traditionele waarden en gemeenschappen. Een waarachtige antirevolutionaire politiek kan in de 21ste eeuw kan niet anders dan gericht zijn tegen ongebreideld kapitalisme.
De contradictie van het conservatisme is dat deze op geen enkele wijze duidelijk maakt hoe de revolutionaire kracht van het wereldwijde kapitalisme -die onvermijdelijk is- in goede banen geleid kan worden. Het pleidooi voor een terugtredende overheid vergroot daarentegen juist de mogelijkheden van deze mondiale revolutie. Wie traditionele waarden en gemeenschappen wil beschermen en tegelijk ruim baan biedt aan ongebreideld kapitalisme, komt in een spagaat terecht die elke maatschappelijke progressie onmogelijk maakt.” (Trouw, 5-12-2003)

Ter afsluiting nog een bijzonder aardig Scruton-citaat: “Al dat gezeur over de armen… nu iedereen twee auto’s heeft en op vakantie gaat naar het Caribisch gebied. Het is flauwekul om over ‘de armen’ te praten. Iedereen in West-Europa is té welvarend, ze weten niet wat ze met hun geld moeten doen en vervelen zich te pletter…’ (de Volkskrant, 6-1-2006)

Eigenlijk zou men moeten lachen als het niet zo treurig was.

 



[1] Trouw, 20-6-1995. [2] Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


Roger Scruton en de Edmund Burke Stichting

60 comments

Roger Scruton staat in hoog aanzien bij de neocons.

“Dat mag”,  zult u zeggen, en dat is ook zo.

Alleen vind ik het leuk het een en ander nog eens op een rijtje te zetten.

Bart Jan Spruyt, directeur van de Burke Stichting en medeoprichter van de PVV, schrjift in De crisis in Nederland en het conservatieve antwoord (een tekst die ook op de website van de Burke Stichting te lezen is) over het verschil tussen verscheidene varianten van conservatisme, namelijk “sceptisch”, “historisch” en “natuurwetgeoriënteerd”.

De tweede vorm, “historisch”, verbindt Spruyt met de namen van Paul Cliteur respectievelijk Roger Scruton:
“Representanten van deze school [de historische school binnen het conservatisme] schuiven, kort gezegd, tussen het eenzame individu en de chaos van de geschiedenis de heilzame bescherming van de traditie. Hayek legde al de nadruk op de waarde van spontaan gegroeide instituties. Of die instituties een waarheid belichamen, is voor deze conservatieven niet de meest prangende vraag. Zij zijn ontstaan en hebben zich in een historisch proces van trial and error (Karl  Popper) als waardevol bewezen. Zij geven het leven iets van orde en een bezield verband. Een beroemd vertegenwoordiger van deze vorm van conservatisme is de Engelse filosoof Roger Scruton, die strijk-en-zet benadrukt dat instituties en sociale verbanden aan de mens voorafgaan en diens leven zinvol bepalen. De modernistische afbraak van instituties en tradities treden zij kritisch tegemoet, omdat na die afbraak volgens hen niets dan een gapende leegte overblijft en moderne mensen in zo’n nihilistisch klimaat eindeloos in de weer zijn zichzelf een identiteit aan te meten.
Van de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur zouden we kunnen zeggen dat hij de woordvoerder is van een bijzondere variant van deze vorm.”

Roger Scruton hield de eerste lezing van de Edmund Burke Stichting, De betekenis van het conservatisme, ingeleid door Livestro en Kinneging.

Scruton en zijn (veelal hard anti-islamitische) teksten figureren veel op de Burke-site. In de eerste Burke lezing heeft Scruton het ook uitgebreid over Edmund Burke. Scruton onderbouwt zijn behoud-conservatisme alsmede zijn herstel-conservatisme in de geest van Burke. Livestro haalt in zijn inleiding van de Burke lezing Scruton aan: “[Ik ben] op zoek … naar een verloren ervaring van thuis-zijn. En onder dat gevoel van verlies ligt, neem ik aan, de blijvende overtuiging dat wat verloren is gegaan ook weer kan worden heroverd – niet noodzakelijk zoals het eerst was, toen het ons ontglipte, maar zoals het zal zijn als het weloverwogen wordt teruggewonnen en opnieuw gemodelleerd.”

Scruton legde in de Burke-lezing uit wat hem bij Burke zo sterk aantrekt- en dezelfde gedachtes zijn duidelijk ook zeer aantrekkelijk voor Kinneging en Cliteur:

“Ten eerste de verdediging van autoriteit en gehoorzaamheid.
Autoriteit was voor Burke allerminst de verfoeilijke zaak die zij in de ogen van mijn tijdgenoten was, maar juist de basis van politieke orde. De samenleving, betoogde hij, wordt niet bijeengehouden door de abstracte rechten van de burger, zoals de Franse revolutionairen veronderstelden, maar door autoriteit een begrip dat primair het recht op gehoorzaamheid aanduidt, en niet alleen maar de macht om die af te dwingen. Gehoorzaamheid is op haar beurt de voornaamste deugd van politieke wezens, de mentale instelling die het mogelijk maakt over hen te regeren, en zonder welke samenlevingen vervallen tot het ‘stof en poeder van de individualiteit’. Deze gedachten waren voor mij even vanzelfsprekend als ze schokkend waren voor mijn tijdgenoten. Burke verdedigde de aloude opvatting dat de mens in samenlevingsverband de onderdaan van een soeverein is, tegen de nieuwe opvatting dat hij burger van een staat is.” ( p 29)
Scruton zegt er ook bij, dat hij de ideeën van Burke uitdrukkelijk tegen de beweging van de jaren zestig wilde inzetten. Ook verdedigt hij in de geest van Burke het vooroordeel, alsmede de “provocerende verdediging” die Burke in dit verband onderneemt van het ‘vooroordeel’ – “de verzameling overtuigingen en ideeën verstaat die instinctief in sociale wezens ontstaan”. Als voorbeeld noemt Scruton de vooroordelen omtrent seksueel gedrag: die moeten er zijn, schaamte en eergevoel moeten waken voor vernieuwingen of valse ideeën van bevrijding.  “En het resultaat [ de seksuele bevrijding]  is precies zoals Burke zou hebben voorzien: niet louter een breuk in het vertrouwen tussen de seksen, maar een teloorgang van heel het voortplantingsproces.” “In die kundige, heldere gedachten gaf Burke een samenvatting van al mijn instinctieve twijfels over de roep om bevrijding […] ” ( p31ff) .

Roger Scruton is met zijn “voorbeeldige leven” (Kinneging) een van de helden van Burke Stichting.

Sjoerd de Jong: “Over Foucault sneert Scruton, in een oprisping van vulgariteit, dat die stierf aan aids, ‘het resultaat van zijn geboemel in de badhuizen van San Francisco, die hij bezocht tijdens zijn zwaar gesubsidieerde tournees als intellectuele beroemdheid’.
Barmhartigheid is een kunst die deze selfmade conservatief niet verstaat, dat is duidelijk.” (NRC, 2-11-2001)

In zijn lezenswaarde nieuwe boek “Een wereld van verschil” – dat ik nog zal bespreken hier op mijn blog- schrijft Sjoerd de Jong:
“In An Intelligent Person’s Guide to Modern Culture schetst Scruton een even sentimenteel als zwartgallig beeld van de moderne massacultuur als een orgie van Nean­derthalers in trainingspak, die opgestuwd door seks, drugs en rock-n-roll, op hun ondergang afstrompelen. De vrije geesten die nog niet zijn besmet door het virus van relativisme, materi­alisme en egalitarisme, moeten als kloosterlingen het vuur van de beschaving brandend houden.” ( p 74)

Ik ben ook tegen consumptiemaatschappij en voor beschaving. Alleen verkoop ik mijn mening niet aan grote bedrijven (op het moment verkoop ik mijn mening helemaal niet…), en sentimentaliteit plus zwartgallige cultuurkritiek, die combinatie verdraag ik niet.

Het probleem van al die vermeend “voorbeeldige” conservatieven is, dat zij toch relatief makkelijk van hun voetstuk kunnen vallen.

Sjoerd de Jong: “De Engelse conservatieve filosoof Roger Scruton, bekend door zijn verdediging van de vossenjacht, zijn heimwee naar ouderwetse loyaliteit, en zijn afkeer van popmuziek, is in opspraak geraakt door zijn bijverdiensten als consultant voor de Japanse tabaksindustrie. Scruton, vorig jaar nog in Nederland voor een lezing bij de Edmund Burke stichting, heeft de academische wereld de rug toegekeerd en leeft van zijn boeken en de inkomsten van een adviesbureau dat hij drijft samen met zijn vrouw.
In de Britse pers is nu een email uitgelekt waarin Scruton aan Japan Tobacco International, een van de grootste tabaksconcerns ter wereld, vraagt of zijn maandelijkse honorarium van 4.500 pond niet kan worden verhoogd met duizend pond. In ruil daarvoor zal hij zijn best doen regelmatig artikelen tegen de anti-rooklobby geplaatst te krijgen in prominente Britse kranten, ‘sommige daarvan geschreven door RS’.” (NRC, 2-2-2002).

Ja,  Scruton maakt ons precies voor wat het probleem met het conservatisme is: cynisme achter een brave facade.

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief