Wetenschap Kunst Politiek

Platoons semi-racisme

13 comments

Marcel Hulspas schrijft vandaag een uitstekende column over Thierry Baudet en diens onzinnige oproep om over de islam te generaliseren.

Ik wil deze column aanvullen met informatie over Paul Cliteur, de leermeester van Thierry Baudet,  een fervente advocaat van het stigmatiserende generaliseren.

Ik herhaal hieronder een oude blog van mij uit 2007.

Wie zich over de conservatieve en semi-racistische broedplaats van Nederlands uiterst rechts aan de Leidse Rechtenfaculteit (Baudet, Cliteur, Kinneging, Ellian) wil informeren, kan dit doen op mijn talrijke blogs over dit thema en op mijn internetpublicatie over de Leidse Edmund Burke Stichting.

 

——————————————————————————

Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato

(herhaling van 12-12-2007)

 

De neocon Paul Cliteur probeert zijn polariserende generalisaties te verkopen als wetenschap:

“Wetenschap is generaliseren. Filosofie ook. Wie bij de particuliere geaardheid van de dingen wil blijven staan  zal nooit wetenschapper worden.”[1]

Daarop zeg ik: Ook wie alleen maar of te veel generaliseert is geen goede wetenschapper. De wetenschap bestaat in een dialectisch proces dat afwisselend generaliseert en specificeert/nuanceert/differentieert. Wie over maatschappelijke tegenstellingen alleen maar generaliseert, die polariseert en discrimineert.
Kritiek mag en moet, polemiek ook. Kritiek moet specifiek zijn, en zo min mogelijk generaliseren. Cliteur:

“Wat mij ergert, is dat men mij het recht om generaliserende uitspraken te doen, wil ontzeggen.”[2]

 

Niemand wil hem een recht ontzeggen. Maar kritiek op hem moet geoorloofd zijn, omdat generaliserende uitspraken maatschappelijk onnodig polariserend werken.

Trots zegt Cliteur over zijn eigen doelstellingen:

“Stigmatiseren is zeker ook de bedoeling!”( Tegen de decadentie, p 41)

De tot maxime verheven generalisaties van Cliteur en zijn mede-Burkianen zijn filosofisch een gevolg van een radicaal Platoons denken, ook wel “essentialisme” genoemd.


“[Cliteur]: Ik ben een idealist.”

“Cliteur [vindt]  De Staat van Plato nog altijd één van de belangrijkste filoso­fieboeken aller tijden. Hij beaamt de kritiek die vaak op De Staat te horen is, dat het een anti­democratisch en zelfs een totalitair geschrift is. ‘In dat boek zijn de meest krankzinnige dingen te vinden.’ Maar wat hem zo aanspreekt, is de gedachte dat de staat gericht moet zijn op een bepaald ideaaltype van de staat, in ons geval de rechtsstaat. Dat idealisme vindt Cliteur ‘een mooi contrapunt voor een wijdverbreid cynisme dat in de samenleving aanwezig is. De meeste commentaren die tegenwoor­dig op de internationale politiek worden gegeven zijn doordrongen van een heel diep pessimisme. […] Achter zo’n humanitaire actie in Irak bijvoorbeeld, kán daarom [volgens critici]  niets anders zitten dan oliebelangen. Het idealistische wereldbeeld staat daar tegenover. Daarin wordt aangenomen, dat ook staten zich kunnen laten leiden door ideële overwegingen. Het verbreiden van democratie, mensen­rechten en de scheiding van kerk en staat als universele uitgangspunten, dat gaat uiteindelijk terug op platoons erfgoed, in die zin dat het idealen in deze wereld wil verwerkelijken.’ ” (Filosofie Magazine, 9-2004)

Cliteur:”‘Ik ben steeds radicaler geworden. Ik heb wat dat betreft een omgekeerde ontwikke­lingsgang als Plato doorgemaakt. Plato schreef eerst De Staat, een erg radicaal boek, en daarna De Wetten, dat veel gema­tigder is. Ik begin juist steeds meer onvol­komenheden te zien. Sommige zaken zijn zo structureel verkeerd, dat je hard moet rammen om er doorheen te komen. Dat is een taak die ik mijzelf gesteld heb.‘ ”  “(Filosofie Magazine, 9-2004)

Karl Popper heeft in zijn The open society and its enemies –  een zeer kritische bespreking van Plato’s Staat – het begrip ‘essentialisme’  voor het Platoonse denken gebruikt. Daarom is het interessant de argumentatie en definitie bij Popper nog eens na te lezen:

Karl Popper Plato kritiek

Karl Popper: harde Plato kritiek

“I use the name methodological essentialism to characterize the view, held by Plato and many of his followers, that it is the task of pure knowledge or ‘science’ to discover and to describe the true nature of things, i.e. their hidden reality or essence. It was Plato’ s peculiar belief that the essence of sensible things can be found in other and more real things-in their primogenitors or Forms. Many of the later methodological essential­ists, for instanee Aristotle, did not altogether follow him in this; but they all agreed with him in determining the task of pure knowledge as the discovery of the hidden nature or Form or essence of things. All these methodological essentialists also agreed with Plato in holding that these essences may be discovered and discerned with the help of intellectual intuition; that every essence has a name proper to it, the name af ter which the sensible things are called; and that it may be des cri bed in words. And a description of the essence of a thing they all called a ‘definitiori’ . According to methodological essentialism, there can be three ways of knowing a thing: ‘I mean that we ean know its unchanging reality or essence; and that we can know the definition of the essence; and that we can know its name. Accordingly, two ques­tions may be formulated about any real thing … : A person may give the name and ask for the definition; or he may give the de finition and ask for the name.’ As an example of this method, Plato uses the essence of ‘even’ (as opposed to ‘odd”): ‘Number … may be a thing capable of division into equal parts. If it is so divisible, number is named “even”; and the definition of the name “even” is “a number divisible into equal parts” … And when we are given the name and asked about the defin­ition, or when we are given the definition and asked about the name, we speak, in both cases, of one and the same essence, whether we call it now “even” or “a number divisible into equal parts”.’ After this example, Plato proceeds to apply this method to a ‘proef concerning the real nature of the soul, about which we shall hear more later.
Methodological essentialism, i.e. the theory that it is the aim of science to reveal essences and to describe them by means of def­initions, can be better understood when contrasted with its opposite, methodological nominalism. Instead of aiming at finding out what a thing really is, and at defining its true nature, methodological nominalism aims at describing how a thing behaves in various circumstances, and especially, whether there are any regularities in its behaviour. In other words, methodological nominalism sees the aim of science in the description of the things and events of our experience, and in an ‘explanation’ of these events, i.e. their description with the help of universal laws.” ( p 29 f)
“As indicated by our example, methodological nominalism is now­adays fairly generally accepted in the natural sciences. The problems of the social sciences, on the other hand, are still for the most part treated by essentialist methods. This is, in my opinion, one of the main reasons for their backwardness.”
The most important meaning which he attaches to it is, I believe, practically identical with that which he attaches to the term ‘essence’. This way of using the term ‘nature’ still survives among essentialists even in our day; they still speak, for instance, of the nature of mathematics, or of the nature of inductive inference, or of the ‘nature of happiness and misery. When used by Plato in this way, ‘nature’ means nearly the same as ‘Form or ‘Idea’: for the Form or Idea of a thing, as shown above, is also its essence. ‘” ( p 75 f)
“Thus the terms ‘nature’ and ‘race’ are frequently used by Plato as synonyms, for instance, when he speaks of the ‘race of philosophers’ and of those who have ‘philosophic natures’: so that both these terms are closely akin to the terms ‘essence’ and ‘soul’. ” ( p. 77)

Bij Plato al is de term “ras” gebonden aan dit idealistische denken. Naar mijn mening is veel van het huidige dualistische cultuur- en religie-denken en vorm van cultuurracisme.

 

Zie ook mijn veelgelezen blog “Racisme zonder ras


[1] De onuitstaanbare leegte van links, Trouw 17-1-2004, http://www.civismundi.nl/Civis_Mundi_opinie/Cliteur_opinie_De_onuitstaanba/body_cliteur_opinie_de_onuitstaanba.html [2] Hutspot Holland, p. 182.

Maria Trepp

Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement

6 comments

Samenvatting van de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 13 maart, 15.00:

-Harde woorden over Rutte door Reding en anderen

– De Oostenrijkse sociaal-democraat Swoboda eist stellingname Rutte

Verhofstadt : heeft “misprijzen” voor Wilders. Verhofstadt  legt verband tussen beginnend zetelverlies van Wilders en het meldpunt.

-Verhofstad: “We hebben allemaal het recht te horen wat de Nederlandse regering van het meldpunt vindt.”

– Verhofstad: “Stilzwijgen van het Catshuis is onaanvaardbaar.”

Marije Cornelissen: “Kijk naar  ‘Das Leben der Anderen’, melden en verklikken.'”

Hetzelfde doen we nu de Oosteuropeanen aan die dit eerder hebben meegemaakt.

“Premier verzaakt zijn verantwoordelijkheden.”

“Melden doe je bij de politie, in geheel Europa”


Peter van Dalen: “PVV eenmanspartij= PW partij Wilders”

“…per kwartaal wordt iemand op de korrel genomen, morgen bent u het of ik.”

“Duur debat in het Europees Parlement, alleen maar omdat Rutte de site niet veroordeelt.”

 

Marie-Christine VERGIAT: “PVV site roept op tot rassenhaat”

“Vergelijkbare sites in andere landen tegen homo’s, buitenlanders enz.”

“Onverdraaglijk.”

 

Jacek Olgierd KURSKI: “Spoken uit het verleden”

“Parlement moet website veroordelen en Nederland dwingen om de site weg te halen”

 

Auke ZIJLSTRA:

“Brusselse elite  is verantwoordelijk voor overlast en criminaliteit in Nederland. Omgekeerde wereld de site aan te pakken. Europarlement moet afgeschaft.”

 

Sofia in ’t Veld:  “Overlast door Oost-Europeanen – en wat heeft de PVV concreet ertegen gedaan?”

“Geschiedenis van Europa: vroeger was er veel meer overlast in de vorm van oorlog.”

Criminaliteit van nu stelt in vergelijking weinig voor.

 

Europees Commissaris Viviane REDING:

“Oproep aan de autoriteit in Nederland om te toetsen of deze website in overeenstemming is met de wetgeving.

De Nederlandse autoriteiten moeten dit vanuit verschillende hoeken bekijken:

1. het kaderbesluit  racisme en vreemdelingenhaat.

2. nationale rechtbanken kunnen vaststellen of aangezet wordt tot haat op basis van afkomst.’

“Het gaat om onaanvaardbaar gedrag door een partij, om de reactie van de regering hierop,  om de rechten van individuen met oog op het vrij verkeer, en om de bescherming van alle Europese burgers.”

“Het gaat om waarden waarop wij onze gezamenlijke toekomst bouwen.”

 “Het is onacceptabel dat EU-burgers het doel van intolerantie en xenofobie worden, alleen omdat zij hun recht nemen en verhuizen van één lidstaat naar de andere. Elke regering heeft de plicht burgers uit andere lidstaten te verwelkomen. Ze moeten het belang van vrij verkeer van burgers aan hun burgers uitleggen, zowel het economische als het maatschappelijke belang.”

 

Nicolai WAMMEN: 

Raad Algemene Zaken heeft het thema “discriminatie op website” nog niet besproken, maar veroordeelt discriminatie op grond van afkomst.

Update: Europarlement veroordeelt houding Rutte

Ruttes rigide zwijgen over Polenmeldpunt maakt de zaak erger’

 

Maria Trepp

Overzicht Zwartepiet debat

37 comments

Overzicht Zwartepietdebat:

‘Zwarte Piet terugkeer naar slavernij en moet stoppen’

Kunsthistoricus Elmer Kolfin in de Volkskrant van 23 oktober:  Zwarte Piet is terug te voeren op kindslaven.

Minister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken pleit er voor dat Sinterklaas naast zijn standaard zwarte knechten ook enige hulpjes krijgt die met een andere kleur geschminkt zijn. Zo moet duidelijk worden dat er begrip getoond wordt voor ‘het ongemak’ dat een deel van de Nederlanders voelt rond de Piet-figuur.

‘Black Pete zonder meer racistisch’

Overzicht zwartepietendebat bij de Volkskrant

Scientias: Zwarte Piet. Meer dan ooit staat zijn positie en herkomst ter discussie. Is dat terecht? En hoe moet het verder?

Nieuwsuur gaat op zoek naar de slavernijwortels van ZwartePiet. met historicus James Kennedy

 

 

[EenVandaag] Nederland moet stoppen met het Sinterklaasfeest omdat Zwarte Piet een terugkeer is van de slavernij. Dat zegt Prof. Verene Shepherd, mensenrechtenonderzoeker bij de Verenigde Naties en hoofd van de VN-werkgroep die onderzoek doet naar Zwarte Piet. “De werkgroep kan niet begrijpen waarom Nederlanders niet  inzien dat dit een terugkeer naar de slavernij is en dat in de 21ste eeuw dit feest moet stoppen.”, aldus de Jamaicaanse Shepherd.

 

Zwarte Piet en discriminatie

Zwarte Piet en discriminatie foto wikimedia commons

 

 

Zwarte knecht - discriminatie

Zwarte piet Zwarte knecht – discriminatie

 

Zwarte Piet discriminatie?

Zwarte Piet discriminatie? foto wikimedia commons

 

Sinterklaas en Zwarte Piet racistisch stereotype? foto wikimedia commons

Sinterklaas en Zwarte Piet racistisch stereotype?
foto wikimedia commons

——————-

Academische vrijheid in het geding

——————————————-

 

In 2008 heb ik de volgende tekst geplaatst naar aanleiding van een kunst protest tegen de Zwarte Piet

Een protestmars à la de jaren tachtig moest het worden, met borden en spandoeken, tegen Zwarte Piet. Read The Masks. Tradition Is Not Given, heette de performance van kunstenaars Annette Krauss en Petra Bauer, als onderdeel van de serie Be(com)ing Dutch, waarin de Hollandse identiteit bevraagd werd.

Charles Esche, de Britse directeur van het Van Abbemuseum, was overdonderd door de negatieve reacties, volgens hem samen te vatten in ‘blijf met je buitenlandse poten van onze Zwarte Piet af’. Toen schelden overging in dreigementen, haakten kunstenaars en museum af. De performance werd afgeblazen omdat ‘de kans groot was dat het op geweld zou uitlopen’. Esche zei dat het kunstwerk ‘vernietigd’ was. De kunstenaars zeiden dat ze slechts de discussie over Zwarte Piet wilden heropenen.

Vertel mij niet dat iemand serieus een revolte tegen Zwarte Piet ensceneert midden in de zomer. Nee, dit is een succesvolle actie om aan te tonen dat geenszins alleen moslims protesteren tegen kunstuitingen.
Extreem-rechts is een minst zo groot, en gezien de ernst van de dreiging, waarschijnlijk veel groter gevaar.

 

 Wie heeft nu de Zwarte Piet? Extreem-rechts natuurlijk.

 Belangrijk in de tentoonstelling “Be(coming) Dutch”, waar ook de weinige en nietszeggende Zwarte Piet affiches staan:
Tintin Wulia, Collection of togetherness,  een installatie met bonte paspoorten, waarin muggen dood zijn geslaan. Men ziet de bloedspatten.Het toeschuiven van Zwarte Pieten aan bevolkingsgroepen en religies heeft zeker veel bloed laten spatten. 

De controversiele filosofe Judith Butler

11 comments

 

Judith Butler heeft in Nederland bekendheid gekregen door haar onderzoek over gender en man/vrouw rollen, en ten tweede door haar genuanceerd standpunt in de discussie over individuele autonomie en ten derde door haar boek Excitable Speech: A Politics of the Performative (1997)/ Nederlands:  Opgefokte taal (2007) , waar zij ook een voorwoord schreef over de Nederlandse situatie.

Judith Butler keert zich fel tegen de poging van rechts om traditioneel linkse thema’s zoals homorechten en feminisme voor zich uit te buiten.

* Aangaande gender zegt Butler dat culturele ideeën over mannen en vrouwen ook het denken over de seksen bepalen, dat mannelijk en vrouwelijk meer een culturele constructie dan een biologisch bepaald feit is.

  • * Aangaande autonomie keert zich Butler tegen een simpel rationaal-liberaal autonomie-model en zoekt zij in haar boek ‘Precarious Life’ na nauwere verbindingen tussen autonomie en betrokkenheid op het lot van anderen. ” In plaats van het autonome subject en diens keuzevrijheid en verantwoordelijkheid, komen nu de relaties tussen en de onderlinge verwikkeling van individuen centraal te staan”, zo schrijft de kritische humanist Harry Kunneman over Butler in zijn artikel ‘Dikke autonomie en diepe autonomie’ in de bundel ‘De autonome mens’, uitgegeven door het Humanistisch Verbond.

 

  • * Over de kunst, racisme en de vrijheid van meningsuiting schrijft Judith Butler zelf in het voorwoord van ‘Opgefokte taal”:

“[…] En waarom zijn er mensen die racistische kunstvormen als hoogtepunt van onze individuele vrijheid waarderen, zoals bijvoorbeeld gebeurd is in het pijnlijke geval van Theo van Gogh? Het is triest dat hij vermoord is, en zijn rechten moeten verdedigd worden, maar moet hij daarom tot ‘symbool’ worden van een onzinnige culturele oorlog tussen de voorstanders van ‘vrijheid’ en de voorstanders van ‘religie’? Deze culturele oorlog verwordt al te makkelijk tot een oorlog tussen degenen die vinden dat anderen zich moeten aanpassen (en die de culturele norm al kennen waaraan iedereen zou moeten gehoorzamen) en de­genen die gericht blijven op een etnisch en cultureel veelzijdig Europa, als grote belofte die de dekolonisatie voor het heden inhoudt. Manieren om zich in een engere zin op ‘vrijheid’ te beroepen, blijven afhankelijk van staatsdwang, ook al beweren ze ertegen te zijn; elke werkelijke (en niet-cynische) interpre­tatie van vrijheid zou zich er rekenschap van moeten geven dat de vrijheid om zich te uiten niet slechts een recht van indivi­duen of groepen is, maar iets waarop aanspraak wordt ge­maakt door democratisch verzet tegen de dwingende beper­kingen die de overheid aan de culturele en religieuze verschei­denheid van de bevolking oplegt. Als vrijheid een middel wordt om een minderheid te onderdrukken, komt vrijheid in dienst te staan van onvrijheid. Het is duidelijk dat er dan een nieuw vrijheidsbegrip nodig is om op een inzichtelijke manier uitdrukking te geven aan het verzet tegen de dwingende prak­tijken van een overheid die tijdelijk en onterecht op ‘seksuele vrijheid’ bouwt om zijn racistische agenda door te voeren.
Mijn opvatting is niet dat men voor of tegen regulering van haatdragende taal moet zijn, omdat ik niet denk dat zulke kwesties in abstracto kunnen worden opgelost. Ze moeten ge­contextualiseerd worden om te bekijken hoe de reguleringen zelf worden ingezet om verdergaande politieke doelen te be­reiken of te verijdelen. De conclusies die Opgefokte taal over de Verenigde Staten trekt, kunnen bijgevolg niet ongewijzigd naar de huidige toestand in Nederland worden overgezet. Terwijl de weigering om racistische dreigementen te erkennen in de Verenigde Staten gekoppeld werd aan een overtrokken idee van de gevaren van homoseksuele uitspraken, leek het uitdrukken van homoseksualiteit in Nederland een hulpmid­del te worden voor onderwerping aan racisme door de over­heid [ Butler mikt hier op Verdonk, M.T.] .

Het is zeker niet mijn bedoeling om seksuele vrijheden op te geven voor religieuze vrijheden. Maar ik vraag me af hoe een politiek eruit zou kunnen zien die zich op beide punten tegen overheidsdwang keert, en die zich uitspreekt voor een verbinding van seksuele minderheden met de strijd tegen nieuwe vormen van Europees racisme.[…]”

 

Toegevoegd op 29-8-2012:

 

In Duitsland is er een hoog oplopende controverse over de Adorno-prijs die op 11 september aan Judith Butler zal worden verleend. De Zentralrat der Juden in Deutschland verzet zich hiertegen, omdat de (overigens Joodse) filosofe Butler Israël bekritiseert.

Judith Butler wordt antisemitisme  verweten, iets waartegen de filosofe zich terecht verweert.

De stad Frankfurt staat achter de beslissing om de Adorno-prijs aan Judith Butler te verlenen.

Een groep linkse wetenschappers heeft een solidariteitsverklaring met Judith Butler ondertekend.

Over de controverse rond de Adorno-prijs

Het racisme en seksisme van Burke-voorzitter prof.dr. Andreas Kinneging

78 comments

Racisme en seksisme gaan graag hand in hand.

Het nieuwste Opinio- artikel van Burke-voorzitter prof.dr. Andreas Kinneging “De vloek van het feminisme” laat mijn bloeddruk in ongekende hoogten stijgen.

Kinneging:
“Behalve het argument van de vergrijzing is er nog een ander, minstens even belangrijk argument om meer kinderen te krijgen. Want met dit soort cijfers zal de Europese bevolking langzaam maar zeker verdwijnen, en met haar de Europese cultuur. Europa zal dan geleidelijk aan arabiseren en islamiseren. Geen aantrekkelijk perspectief voor nakomelingen en voor de wereld als geheel, die aan de Europese cultuur zo ontzaglijk veel goeds te danken heeft.
Hoe komt het eigenlijk dat het geboortecijfer zo laag is, lager zelfs dan ooit in de wereldgeschiedenis? Het antwoord is niet ingewikkeld. Het is een rechtstreeks gevolg van het feminisme [..]
[…] hoewel er uitzonderingen zijn, geldt toch dat in het algemeen de vrouw beter is met de kinderen dan de man, zeker als ze klein zijn. Vrouwen zijn zorgzamer, letten beter op details, kunnen tien dingen tegelijk, zijn gezelliger, socialer en zachtaardiger dan de man. Bovendien weten ze tien keer zo goed als hij hoe je een kind aan moet pakken, moet troosten, moet straffen, moet corrigeren, et cetera. Vrouwen zijn geboren opvoeders en verzorgers. Een evolutie van vier miljoen jaar heeft hen zo gevormd. Het ligt dan ook voor de hand dat zij en niet hij (geheel of ten dele) haar baan opzegt als er kinderen komen en het grootste deel van de zorg en opvoeding op zich neemt. Daar worden zowel de kinderen, als de moeders zelf het gelukkigst van. Wat is er dan in ’s hemelsnaam tegen op een dergelijke arbeidsverdeling? Helemaal niets toch? Er is juist alles voor te zeggen.
[..] Het hele verhaal over carrière maken en aan de top komen is sowieso hartstikke elitair. De top is per definitie piepklein. Er is maar plaats voor een handjevol mensen.”

Hahaha- zoals voor prof. dr . Kinneging!

Een paar opmerkingen:

  1. * Niet het feminisme, maar rijkdom, betere informatie en verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen zorgen voor lagere geboortecijfers.
  2. * Er is niets op tegen om veel tijd aan de kinderen besteden. Daar heb ik zelf ook voor gekozen. Leuk voor de kinderen als er een volwassene voor hen thuis is, en leuk voor veel volwassenen om thuis te mogen zijn, en niet naar saai of (te) vermoeiend werk te moeten. De volwassene thuis  kan moeder, vader, grootouder, of gastouder zijn. Veel kinderen gaan graag een paar dagen naar de crèche. Vrouwen zijn niet beter geschikt om met kinderen om te gaan dan mannen. Juist wat het vaderen aanbelangd hebben de mannen grote stappen vooruit gemaakt en veel kinderen vinden het erg leuk als papa thuis is.
  3. * Voorbeeldig is het Zweedse, redelijk feministische model ( ken ik uit eigen ervaring),  waar vader of moeder  thuis mogen zijn tijdens het eerste jaar van het leven van het kind, en waar de crèches geen opbergingplaatsen zijn, maar met een pedagogisch programma werken. In Zweden worden meer kinderen geboren dan in Nederland.
  4. * Kinneging pleit voor meer kinderen om arabisering en islamisering tegen te gaan. Eerder heeft hij het nog scherper gezegd:

“Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.”[1]

Het koppelen van de wens naar culturele suprematie aan het baren van kinderen is niets anders dan onvervalst racisme.


[1] Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 


Racisme zonder ras

212 comments

Dit is de titel van een artikel in de Volkskrant van vandaag, geschreven door Halleh Ghorashi (foto links) en Thomas Spijkerboer, beiden hoogleraar aan de VU.

Halleh Ghorashi is de auteur vaan een aantal interessante teksten die ook op internet te vinden zijn. Op Ruud Zweistras Rijjnland-site is de artikel te vinden Nederlander, ga eens opzij met je dikke identiteit (al snap ik niet waarom racist Ruud dit artikel opneemt) .

Halleh Ghorashi zei in haar oratie Paradoxen van culturele erkenning (2006) over cultuur en identiteit:
“Om te beginnen is de statische basis van het denken in culturele en/of religieuze contrasten zeer problematisch. Aan deze benadering ligt een specifieke definitie van cultuur ten grondslag, namelijk dat culturen als elkaar uitsluitende entiteiten worden beschouwd, met duidelijk getrokken grenzen en een eenduidige inhoud. In deze benadering wordt cultuur gezien als iets statisch en alomvattends waar individuen eerder de dragers van zijn dan de makers. Anders gezegd, cultuur is in deze zienswijze eerder wat ons maakt, dan wat door ons wordt gemaakt. Binnen deze essentialistische benaderingswijze van culturele identiteit [ zie mijn blogs over het Platoonse essentialisme, bijvoorbeeld Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato, M.T.]  wordt de culturele inhoud als allesbepalend gezien voor de handelingen van individuen. Hieruit komt de (impliciete) gedachte voort dat de essentie van een cultuur gelijkstaat aan de essentie van alle handelingen van individuen uit die cultuur. Deze benaderingswijze laat weinig ruimte open voor individuele interpretaties en creativiteit ten opzichte van culturele achtergrond. Bovendien worden op deze manier alle andere mogelijke factoren die het handelen kunnen verklaren buiten beschouwing gelaten. Het idee van onverenigbare culturen (de islamitische en de westerse cultuur) met de verwijzing naar praktijkvoorbeelden van cultuurgebonden geweld, is een duidelijk voorbeeld van een essentialistische benadering van cultuur. Maar ook de recente nadruk op de inhoud van cultuur ter verklaring van criminaliteit onder migrantenjongeren is een voorbeeld hiervan.” (p.5 f)

Terecht merkt Ghorashi op dat het essentialisme automatisch ook verbonden is met het dualisme:

“De [..] dichotomie tussen wij en zij vloeit voort uit een essentialistische benadering van de eigen groep en de anderen […] ( p.6)

En verder zegt zij over categoriaal en essentialistisch denken:
“De voornaamste kritiek op het categorale denken is niet gericht op het categoriseren zelf. Een leven zonder categorieën is niet mogelijk. De kritiek heeft te maken met de situatie waarin categorieën tot absolute contrasten worden gemaakt. In het geval van culturele contrasten is de gedachte dat culturen elkaar eerder uitsluiten dan insluiten. Binnen deze essentialistische benadering wordt cultuur gezien als een afgebakend geheel, en het idee is dat de culturele inhoud – waarden en normen, betekenissen, rituelen en symbolen – bepalend is voor de handelingen van individuen uit die cultuur. Binnen de sociale wetenschappen is al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw kritiek geleverd op deze cultuuropvatting. Toen al beweerde Fredrik Barth (1969) dat de etnische grenzen niet door de culturele inhoud tot stand komen en in stand worden gehouden, maar dat deze grenzen worden geconstrueerd om een ‘politiek’ doel na te streven. De culturele kenmerken worden juist aangedikt wanneer ze kunnen worden gebruikt om een verschil tussen wij en zij aan te tonen. Dit houdt in dat de etnische grenzen tussen groepen vooral als een constructie moeten worden gezien die situationeel, contextueel en veranderlijk is, en niet als iets wat afhankelijk is van de essentie van de verschillende culturen.” ( p.18)

Ook ziet Ghorashi terecht een verband tussen essentialisme en de cultuur van het beledigen:
“Ook de Nederlandse ‘bespreekbaarheidsideologie’ blijkt door ‘hyperrealisme’ gereduceerd te zijn tot beledigen en choqueren. De paradox hier is dat juist in een tijd van het construeren van een essentialistische Nederlandse identiteit waarin canonvorming en waarden en normen centraal staan, belangrijke historische Nederlandse deugden zoals bespreekbaarheid en tolerantie met voeten worden getreden.” ( p. 48)

 

Meer over racisme op dit blog

Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de ander

27 comments

Job Cohen zei afgelopen zondag in zijn Auschwitzlezing:

“Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren. Het concentratiekamp is juist de ultieme consequentie van alledaagse onverschilligheid, een onverschillige opstelling ten aanzien van gedrag dat tegengesteld is aan een algemene, alledaagse moraal met zorg voor de ander. Waakzaamheid blijft daarom geboden; met de bevrijding van Auschwitz kwam er geen einde aan het systematisch uitmoorden van minderheden. Alle brandhaarden van de afgelopen decennia laten dat zien: Cambodja, Joegoslavië, Rwanda.” ( de Volkskrant 1-2- 2008)

Marcel Poorthuis en Theo Salemink hebben een dik en belangrijk boek geschreven over het antisemitisme in de katholieke kerk, Een donkere spiegel ( 2006) . In dit boek staat ook een hoofdstuk over antisemitisme en islamofobie. Poorthuis/Salemink  zijn van mening, en ik stem hen toe, dat er in het discours over het islamitisch gevaar in feite sprake is van een nieuwe vorm van racisme:
“De klas­sieke racistische ideologieën, door F. Fanon ooit het ‘primitieve racisme’ genoemd, gingen over mensen buiten Europa en over de joden die van ouds­her als ‘randfiguren’ in Europa woonden. Nu gaat het om miljoenen mensen die uit de andere continenten, meestal op economische gronden, naar Euro­pa gekomen zijn en hier zullen blijven wonen. Het taboe van Auschwitz legt bovendien een publiek verbod op een openlijk biologisch racisme van de oude snit. In deze nieuwe context transformeert het oude racisme en neemt, in ieder geval in zijn publieke gestalte, nieuwe vormen aan. In de literatuur wordt dan ook gesproken over ‘nieuw racisme’,” ‘Nieuw racisme’ baseert zich niet langer op de oude rassenleer van de naties, op mythen over het superieure arische ras, op de beschavingsopdracht van het blanke ras en op de mythen over inferieure of mengrassen. Dat valt onder het taboe van Auschwitz. Nieuw racisme schept een nieuwe rangorde tussen groepen op basis van een ‘culturele evolutie’ die een volk tot een historische eenheid maakt, die een scheiding tussen ‘eigen volk’ en ‘vreemdelingen’ aanbrengt, ook als deze vreemdelingen juridisch staatsburgers zijn met gelijke rechten. ‘Eigen volk eerst’ is de politieke slogan van deze beweging in haar extreem­rechtse fase geworden, onvoorwaardelijk aanpassen en assimileren de nieu­we eis van het nieuwe millennium.

Een kenmerk van dit nieuwe racisme is dat het de classificatie van ‘eigen volk’ boven ‘vreemdelingen’ verbindt met de visie dat Europa zelf een soort hogere ‘natuurlijke gemeenschap’ is tegenover de niet-Europese gemeen­schappen.? De Europese volkeren hebben samen een gemeenschappelijke historische evolutie doorgemaakt, die ook een gemeenschappelijke cultuur, godsdienst en moraal heeft voortgebracht. Zo wordt de oude leer over Euro­pese superioriteit, die religieus, cultureel of biologisch beargumenteerd werd, gereactiveerd en gekoppeld aan het nieuwe racisme van ‘eigen volk eerst’. Overigens fungeert het christendom in tegenstelling tot vroegere tij­den dikwijls niet langer als bewijs voor de superioriteit van Europa. In een postchristelijke argumentatie deelt het christendom in de dreiging van de monotheïstische religies met hun vermeende intolerantie en hang naar ge­weld. ” ( p 770)

Rechtse opiniemakers vergelijken graag de moslims met de nazi’s en staan op de barricaden voor de zogenaamd “joods-christelijke beschaving” . Maar joods-christelijk is deze beschaving pas sinds Auschwitz. Pas sinds Auschwitz kan het joodse cultuurelement op erkenning rekenen.

Als iemand beweert dat er zekere overeenkomstigheden zijn tussen het antisemitisme en de hetze tegen islam, wordt hij onmiddellijk van alle kanten erop gewezen hoe mank deze vergelijking loopt (vgl ook Manfred Gerstenfeld in de Volkskrant vandaag) . Ook wordt onmiddellijk erop gewezen dat binnen de moslimgemeenschap veel antisemitisme broeit. Afshin Ellian beschrijft in de hem eigen overdreven pathos hoe hij als een reactie op de holocaust-ontkenning door Iraniërs tegen de televisie schreeuwt: “Westerbork, Westerbork!” ( NRC 29 april 2006) Het pathos haalt zijn boodschap onderuit. Toch: het antisemitisme onder moslimfundamentalisten is een probleem, en Ellian stelt dit terecht aan de kaak.

Marcel Poorthuis en Theo Salemink: “[Israël voert] een onderdrukkende politiek tegen de Palestijnen en [wordt] in de Arabische wereld gezien als handlanger van Amerika. Met deze beeldvorming hopen Arabische leiders de aandacht van de formidabele binnenlandse problemen af te leiden door Israël als zondebok, hierbij gebruik makend van alles wat maar voorhanden is: beschuldiging van racisme aan het adres van Israël, activering van oude antisemitische beelden, goeddeels afkomstig uit Europa, warbij ook nog de joden over de hele wereld collectief worden geïdentificeerd met de politiek van deze staat.[…]
Enerzijds lijkt er […] een overeenkomst te bestaan tussen de negatieve beeldvorming over het jodendom […] in het verleden en de negatieve beeldvorming over moslims in het heden, anderzijds maken sommige, voornamelijk jonge moslims in Nederland zelf gebruik van de negatieve beeldvorming over het jodendom in de Europese geschiedenis om hun eigen identiteit als antiwesters te onderstrepen.” ( Een donkere spiegel, p. 767 f)

De heren van de Burke stichting menen te weten dat intolerantie uitsluitend op het conto van de islam staat. De hand in eigen boezem steken is per definitie verboden want een verzakking van de eigen identiteit. Job Cohen met zijn verdraagzaamheid  is dus een rood doek voor de heren van de Burke Stichting. Afshin Ellian meent zelfs Cohen zijn menselijke waardigheid te kunnen ontzeggen ( en nog wel in de naam van Desmond Tutu; NRC, 9 juli 2005: “Doordat Cohen meewerkte aan de dehumanisering van mevrouw Verdonk is hij nu ook beroofd van zijn waardigheid.”)
De liberale rabbijn Soetendorp zei over antisemitisme en islamofobie : “We weten dat het stigmatiseren en isoleren van welke bevolkingsgroep dan ook noodlottige gevolgen heeft”.”Wat nu de moslims in Nederland overkomt, is levensgevaarlijk. Vooral de trend om alle islamieten over een kam te scheren en als bedreigend af te schilderen. Dat lot trof de joden in de jaren ’30”. ( NRC 24-12-2004)

In feite tonen de Burkianen aan dat er wel degelijk ook op filosofisch en ideologisch vlak sprake is van overeenkomsten tussen het historisch antisemitisme en de islamofobie.
De beroep die de Burkianen doen op de nazi en antisemiet Carl Schmitt en het gebruik van Schmitts gedachtegoed tegen de moslims als de nieuwe vijand toont de verwantschap van het antisemitisme en de islamofobie ( zie ook mijn Carl Schmitt-blogs) .

Rabbijn Soetendorp: “Het leven als jood leert ons, door de geschiedenis heen, dat als wij worden aangevallen, niet alleen de joden worden aangevallen, maar dat het altijd gaat om de rechten van de mens. De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar voor de kwaliteit van de samenleving als geheel.

Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato

52 comments

De neocon Paul Cliteur probeert zijn polariserende generalisaties te verkopen als wetenschap: “Wetenschap is generaliseren. Filosofie ook. Wie bij de particuliere geaardheid van de dingen wil blijven staan  zal nooit wetenschapper worden.”[1]


Daarop zeg ik: Ook wie alleen maar of te veel generaliseert is geen goede wetenschapper. De wetenschap bestaat in een dialectisch proces dat afwisselend generaliseert en specificeert/differentieert. Wie over matschappelijke tegenstellingen alleen maar generaliseert, die polariseert en discrimineert.
Kritiek mag en moet, polemiek ook. Kritiek moet specifiek zijn, en zo min mogelijk generaliseren. Cliteur: “Wat mij ergert, is dat men mij het recht om generaliserende uitspraken te doen, wil ontzeggen.”
[2] Niemand wil hem een recht ontzeggen. Maar kritiek op hem moet geoorloofd zijn, omdat generaliserende uitspraken maatschappelijk onnodig polariserend werken.

Trots zegt Cliteur over zijn eigen doelstellingen: “Stigmatiseren is zeker ook de bedoeling!”( Tegen de decadentie, p 41)

De tot maxime verheven generalisaties van Cliteur en zijn mede-Burkianen zijn filosofisch een gevolg van een radicaal Platoons denken, ook wel “essentialisme” genoemd.


“[Cliteur]: Ik ben een idealist.” “Cliteur [vindt]  De Staat van Plato nog altijd één van de belangrijkste filoso­fieboeken aller tijden. Hij beaamt de kritiek die vaak op De Staat te horen is, dat het een anti­democratisch en zelfs een totalitair geschrift is. ‘In dat boek zijn de meest krankzinnige dingen te vinden.’ Maar wat hem zo aanspreekt, is de gedachte dat de staat gericht moet zijn op een bepaald ideaaltype van de staat, in ons geval de rechtsstaat. Dat idealisme vindt Cliteur ‘een mooi contrapunt voor een wijdverbreid cynisme dat in de samenleving aanwezig is. De meeste commentaren die tegenwoor­dig op de internationale politiek worden gegeven zijn doordrongen van een heel diep pessimisme. […] Achter zo’n humanitaire actie in Irak bijvoorbeeld, kán daarom [volgens critici]  niets anders zitten dan oliebelangen. Het idealistische wereldbeeld staat daar tegenover. Daarin wordt aangenomen, dat ook staten zich kunnen laten leiden door ideële overwegingen. Het verbreiden van democratie, mensen­rechten en de scheiding van kerk en staat als universele uitgangspunten, dat gaat uiteindelijk terug op platoons erfgoed, in die zin dat het idealen in deze wereld wil verwerkelijken.’ ” (Filosofie Magazine, 9-2004)

Cliteur:”‘Ik ben steeds radicaler geworden. Ik heb wat dat betreft een omgekeerde ontwikke­lingsgang als Plato doorgemaakt. Plato schreef eerst De Staat, een erg radicaal boek, en daarna De Wetten, dat veel gema­tigder is. Ik begin juist steeds meer onvol­komenheden te zien. Sommige zaken zijn zo structureel verkeerd, dat je hard moet rammen om er doorheen te komen. Dat is een taak die ik mijzelf gesteld heb.‘ ”  “(Filosofie Magazine, 9-2004)

Karl Popper heeft in zijn The open society and its enemies –  een zeer kritische bespreking van Plato’s Staat – het begrip ‘essentialisme’  voor het Platoonse denken gebruikt. Daarom is het interessant de argumentatie en definitie  bij Popper nog eens na te lezen:

“I use the name methodological essentialism to characterize the view, held by Plato and many of his followers, that it is the task of pure knowledge or ‘science’ to discover and to describe the true nature of things, i.e. their hidden reality or essence. It was Plato’ s peculiar belief that the essence of sensible things can be found in other and more real things-in their primogenitors or Forms. Many of the later methodological essential­ists, for instanee Aristotle, did not altogether follow him in this; but they all agreed with him in determining the task of pure knowledge as the discovery of the hidden nature or Form or essence of things. All these methodological essentialists also agreed with Plato in holding that these essences may be discovered and discerned with the help of intellectual intuition; that every essence has a name proper to it, the name af ter which the sensible things are called; and that it may be des cri bed in words. And a description of the essence of a thing they all called a ‘definitiori’ . According to methodological essentialism, there can be three ways of knowing a thing: ‘I mean that we ean know its unchanging reality or essence; and that we can know the definition of the essence; and that we can know its name. Accordingly, two ques­tions may be formulated about any real thing … : A person may give the name and ask for the definition; or he may give the de finition and ask for the name.’ As an example of this method, Plato uses the essence of ‘even’ (as opposed to ‘odd”): ‘Number … may be a thing capable of division into equal parts. If it is so divisible, number is named “even”; and the definition of the name “even” is “a number divisible into equal parts” … And when we are given the name and asked about the defin­ition, or when we are given the definition and asked about the name, we speak, in both cases, of one and the same essence, whether we call it now “even” or “a number divisible into equal parts”.’ After this example, Plato proceeds to apply this method to a ‘proef concerning the real nature of the soul, about which we shall hear more later.
Methodological essentialism, i.e. the theory that it is the aim of science to reveal essences and to describe them by means of def­initions, can be better understood when contrasted with its opposite, methodological nominalism. Instead of aiming at finding out what a thing really is, and at defining its true nature, methodological nominalism aims at describing how a thing behaves in various circumstances, and especially, whether there are any regularities in its behaviour. In other words, methodological nominalism sees the aim of science in the description of the things and events of our experience, and in an ‘explanation’ of these events, i.e. their description with the help of universal laws.” ( p 29 f)
“As indicated by our example, methodological nominalism is now­adays fairly generally accepted in the natural sciences. The problems of the social sciences, on the other hand, are still for the most part treated by essentialist methods. This is, in my opinion, one of the main reasons for their backwardness.”
The most important meaning which he attaches to it is, I believe, practically identical with that which he attaches to the term ‘essence’. This way of using the term ‘nature’ still survives among essentialists even in our day; they still speak, for instance, of the nature of mathematics, or of the nature of inductive inference, or of the ‘nature of happiness and misery. When used by Plato in this way, ‘nature’ means nearly the same as ‘Form or ‘Idea’: for the Form or Idea of a thing, as shown above, is also its essence. ‘” ( p 75 f)
“Thus the terms ‘nature’ and ‘race’ are frequently used by Plato as synonyms, for instance, when he speaks of the ‘race of philosophers’ and of those who have ‘philosophic natures’: so that both these terms are closely akin to the terms ‘essence’ and ‘soul’. ” ( p. 77)

Bij Plato al is de term “ras” gebonden aan dit idealistische denken. Naar mijn mening is veel van het huidige dualistische cultuur- en religie-denken en vorm van cultuurracisme

 

Meer over racisme op dit blog


[1] De onuitstaanbare leegte van links, Trouw 17-1-2004, http://www.civismundi.nl/Civis_Mundi_opinie/Cliteur_opinie_De_onuitstaanba/body_cliteur_opinie_de_onuitstaanba.html [2] Hutspot Holland, p. 182.

Hitlers’Mein Kampf’

25 comments


Hitlers ‘Mein Kampf’


Naar aanleiding van het recente “Mein Kampf”-debat in media en politiek wil ik iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd. “Mein Kampf” nu  vrij verkrijgbaar te maken met de redenering, dat de Koran ten slotte ook is toegestaan ( zoals minister Plasterk blijkbaar heeft beargumenteerd) vind ik waanzin.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke verschijningen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.
,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz  gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

Hitler probeert de onmogelijkheid van democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

„Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar  ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond ( ik zla nog bloggen over het nieuwe boek van Van Doorn) , ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassekamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de rassisch besten herkend konden worden.

Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder zo goed als alle verschijnen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende:  ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

De hele geschiedenis is voor Hitler een kamp van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier]  ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).

Ik stop hier, al is er nog veel meer over te zeggen.

Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Der schwierige Umgang mit „Mein Kampf“

 

Von Georg Löwisch 24. Oktober 2012


Het internationaal recht en het Israëlisch –Palestijns conflict

28 comments

Vandaag sprak de Leidse hoogleraar internationaal publieksrecht John Dugard op het IKV-seminarium “Perspectives on the right of return”. Hij stelde dat Oost-Jeruzalem, Westbank en Gaza door Israël bezette gebieden zijn. Hij onderstreepte dat geen enkele staat Israëls annexatie van Oost-Jeruzalem had erkend.
Volgens hem heeft Israël als okkuperende macht bepaalde plichten.
Hij noemde de Israëlische nederzettingen onrechtmatig en in strijd met internationale wetten ( volgens Int. Court of Justice 2004, Int. Rode Kruis, Verenigde Staten).

Over de nieuwe muur zei hij dat deze binnen Palestijns territorium lag [de hele afscheidingsmuur staat voor 85% op Palestijns grondgebied en het stuk rond Jeruzalem voor 95%, opmerking van Friduwih R.]

Als specifieke en ernstige schendingen van internationale recht door Israël noemde hij het doden van de civilisten en het verstoren van civiele objecten; het schenden van mensenrechten en het verbieden van gezinshereniging onder Palestijnen. “Restriction of freedom of movement” beschrijft hij als een vorm van geïnstitutionaliseerd racisme, dat in bepaald opzit kan worden vergeleken met apartheid.

Israël trekt zich niets aan van het advies van de VN-mensenrechtencommissie.
Dugard is zelf Zuid-Afrikaan, en zegt niet te begrijpen dat de internationale gemeenschap in de zaak Israël zo nalatig is, terwijl men zo veel meer deed voor Zud-Afrika. Hij spreekt van een “failure of the international community to acknowledge International Law”.
Hij was bijzonder boos over Nederland en minister Bot, die zich van alle specifieke informatie over de misstanden in de bezette gebieden weinig aantrekt. Bijval kreeg Dugard van een aanwezige CDA’er die zei zeer ontevreden te zijn met de CDA-politiek mbt Israël/Palestina.

Over het feit dat de VS en de EU niet meer met de Hamas onderhandelen zegt hij:
“Sanctions have been put on the entity (Palestina) who has violated international Human Rights less than the other part.”
“You cannot refuse tot talk to an entity only because you consider it a terrorist organization. One achieves nothing by refusing to engage.”

Zeven jaar lang is Dugard hoogleraar geweest in Leiden. Hij zegt dat in deze tijd de Leidse Universiteit geen enkel openbaar debat over de kwestie Palestina heeft georganiseerd.
Van Nasr Abu Zayd, ook hoogleraar in Leiden, weet ik dat hij voorstellen heeft gedaan voor een dergelijk debat. Zonder succes.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief