Wetenschap Kunst Politiek

Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

no comment

De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,

daar die zo blank is en zo stil haar kroon

uitplooit in ’t licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenst niet meer…

(Uit: Frederik van Eeden, Van de passielooze lelie – Amsterdam 1901)

Dit is en Leids muurgedicht

Waterlelie, Wasserlilie, water lily foto: Maria Trepp

Waterlelie, Wasserlilie, Water Lily foto: Maria Trepp

Hier een paar mooie waterlelies uit de kunst:

Vincent Olinet, Bett zwischen Wasserlilien, bed en waterlelies foto: Maria Trepp

Vincent Olinet, foto: Maria Trepp
Vincent Olinet, Not yet my story ( Warande Tilburg ’08)


Vlaho Bukovac, Waterlelies, 1898

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Pond lillies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Pond lillies

 

 

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

 

Claude Monet 1916-26 waterlelies, Wasserlilien

Claude Monet 1916-26 waterlelies, Wasserlilien

 

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

 

4

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

5

Claude Monet Blue Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Blue Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies


Voor meer artistieke en erotische waterlelies klik hier…

 

Christiaan Huygens Sterrekind – Suzanna van Baerle

4 comments

Christiaan Huygens was een sterrekind, in meer dan één betekenis. Zijn vader Constantijn sr. (1596 – 1687), beroemd dichter een staatsman, noemde Christiaans moeder Suzanna van Baerle (1599 – 1637) “Sterre” en schreef veel beroemde gedichten aan haar:

AEN STERRE

’Khebb tongen t’ mijn’ verdoen: ’khebb dorpen min dan Steden
Ten uytvoer van mijn’ saeck beleefdelick bereidt;
’Khebb vrienden, in getal, als ’tsand ten oever leit,
In aensien, menighmael meer waerd dan mijn’ gebeden;
(5) ’Khebb, hadden’t andere, sij wisten ’t te besteden
Ten plaester yeder een van sijn’ afsienlickheid;
Maer, ô mijn laeste keur van nu in eewigheid,
Voor haer gemeene gonst verkies’ ick verr uw Reden;
Uw’ reden, en alleen uw’ reden soeck ick aen;
(10) Verbiedt ghij mij die door om t’uwent in te gaen,
’T sal noyt mijn’ trachting zijn van sijdweghs in te delven.
Neen, Sterre, ’kben jalours van wat u eigen is,
En wie wat met u deeldt maeckt dat ick ’tmijne miss,
Soo soeck ick u alleen te dancken voor uw selven.




Suzanna van Baerle en Constantijn Huygens



zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

 

 

 

Martinus Nijhoff Het kind en ik

no comment

Solvejg blogt over de Leidse wijk Kooi, en View blogt over Nijhoff. Hier een muurgedicht van Nijhoff in de Leidse wijk Kooi, waar bovendien ook de lissen worden genoemd die ik nog op mijn vorige blog heb laten zien.


 

 

 Martinus Nijhoff Het kind en ik

 

 

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
 
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
 
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
 
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
 
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

 

Vertaalbureau Duits

 

Bloemen en zwanen

5 comments
Over mijn zwanenbloem
zeiden Jan
en alleman:
“Dat is geen zwanen-
bloem
maar kruid van de koningin!”
 

De zwarte zwaan,
de nacht-koningin
ging kijken.
Zij zegt:
“Jan
is onze man
en het is mijn bloem.

Achter de vermeende
zwanenbloem
hield een zwanengezin
het voor gezien.

Klaprozen in de kunst/ Van Gogh/Nolde etc

18 comments

Klaprozen, ze zijn er weer.

Ik heb foto’s gemaakt naast de rails aan de spoorweg Leiden-Utrecht.

Klaprozen, thema in veel schilderijen en gedichten.

Klaprozen dragen ook in zich de verdrietige herinnering, aan bloed en oorlog..

 

In Vlaamse velden (Tom Lanoye, 2000)

In Vlaamse velden klappen rozen open
Tussen witte kruisjes, rij op rij,
Die onze plaats hier merken, wijl in ’t zwerk
De leeuweriken fluitend werken, onverhoord
Verstomd door het gebulder op de grond.
Wij zijn de doden. Zo-even leefden wij.
Wij dronken dauw.
De zon zagen wij zakken.

Wij kusten en werden gekust. Nu rusten wij
In Vlaamse velden voor de Vlaamse kust.
Toe: trekt gij ons krakeel aan met de vijand.
Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.
Houd hem hoog. Weest gij de helden. Laat de doden
Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch
Vrede – ook al klappen zoveel rozen open
In zovele Vlaamse velden.

 

en:



Floris Verster, Papavers/Klaprozen 1888


vincent van gogh, vaas met klaprozen, 1886

Vincent van Gogh, Klaprozen/ Butterflies and poppies, 1890

En hier Emil Nolde:

Emil Nolde, Grote klaprozen, 1908
 

Zie ook
Klaprozen in de kunst: Van Gogh, Monet en anderen

 

 

Zwarte zwanen

22 comments

Na het witte zwanengezin hier een zwart zwanengezin, vandaag gefotografeerd bij de Leidse kinderboerderij Merenwijk


En hier een heel mooi Leids muurgedicht van Paul Marijnis, “Zwarte zwanen”

En illustraties bij dit gedicht……

en nu de clou: de echte zwarte zwaan die gretig toehapte toen hij mijn witte lingerie zag….

Karel de Neree tot Babberich, Zwarte zwanen, 1901

(Tot september 2009 te zien in het gemeentemuseum Den Haag)

Ten slotte:

Om de zaak ook nog in het politiek-filosofische te trekken, lees de uitstekende Vk-column van Pieter Hilhorst Zwarte zwanen….

Contemplatie: een roerloze dans/ T.S. Eliot

5 comments



In zijn essay over Spinoza en Einstein haalt de Amsterdamse Spinoza-hoogleraar 2007 Herman de Dijn een mooi gedicht van T.S. Eliot aan, in een vertaling van Herman Servotte. Het is een gedeelte van het eerste van de Four Quartets:

“Op het roerloze punt van de wentelende wereld. Vlees noch vleesloos
Van noch naar; op het roerloze punt, daar is de dans
Maar rust noch beweging. En noem het geen verstarring,
Waar verleden en toekomst verenigd zijn. Beweging van noch naar,
Stijgen noch dalen. Indien het punt er niet was, het roerloze punt,
Zou er geen dans zijn, en er is enkel de dans.
Ik kan enkel zeggen daar zijn we geweest maar ik kan niet zeggen waar.
En ik kan niet zeggen hoe lang, want dat is het plaatsen in tijd.
De innerlijke bevrijding van elk praktisch verlangen,
Verlossing uit actie en lijden, verlossing van innerlijke
En uiterlijke dwang, maar gehuld in
Gratie en zin, een wit licht roerloos bewegend,
Erhebung zonder beweging, concentratie
Zonder verwerping, een nieuwe wereld
En ook de oude verhelderd, begrepen,
In de voltooiing van zijn partiële extase,
En de verdwijning van zijn partiële gruwel.

[At the still point of the turning world. Neither flesh nor fleshless;
Neither from nor towards; at the still point, there the dance is,
But neither arrest nor movement. And do not call it fixity,
Where past and future are gathered. Neither movement from nor towards,
Neither ascent nor decline. Except for the point, the still point,
There would be no dance, and there is only the dance.
I can only say, there we have been: but I cannot say where.
And I cannot say, how long, for that is to place it in time.
The inner freedom from the practical desire,
The release from action and suffering, release from the inner
And the outer compulsion, yet surrounded
By a grace of sense, a white light still and moving,
Erhebung without motion, concentration
Without elimination, both a new world
And the old made explicit, understood
In the completion of its partial ecstasy,
The resolution of its partial horror.]


De Engelse tekst is mooier…

Spinoza, Leo Vroman en het pantheisme

12 comments

Als ik de grens aanraak van mijn vermogen
worden mijn zolen even grondig plat
kriebelt er iets boven mijn ellebogen
en begrijp ik: nu begrijp ik wat.

Dan krijg ik wel eens tranen in mijn ogen
niet van het begrepene maar doordat
ik merk hoe kinderachtig opgetogen
ik weer ben met wat ik nooit bezat.

Lieve natuur door de natuur bedrogen
omhels ik de natuur en blijf ik pogen
in haar te baden die ik al aanbad

toen ik bijvoorbeeld zag hoe vogels vlogen
doordat ze met hun armpjes bewogen
en dat ik dergelijke armpjes had.

Dit is het eerste gedeelte van het gedicht Begrip van Leo Vroman, dat Herman de Dijn op donderdag voorlas in zijn Spinozalezing in Amsterdam.
De begrijpende (wetenschapper) in dit gedicht begrijpt zich als een deel van de natuur.
Voor Spinoza was de beste wetenschap degene die zich kon begrijpen als een eenheid met de natuur en dus met de pantheïstische god. ‘Alles wat is, is in God, en zonder God kan niets zijn of voorgesteld worden.’
Spinoza wilde niets weten van het theïsme of van een persoonlijke god, maar verdedigde de stelling dat God niet alleen de grond van het bestaan is, maar ook van het wezen der wereld.

Waar ik nu ben (raadsel)

13 comments

Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunkeln Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief