Wetenschap Kunst Politiek

Seizoenen op Kepler-22b

no comment

Het leven op Aarde is sterk afhankelijk van het bestaan van seizoenen. Ik heb nog niets kunnen vinden over de ashelling van Kepler-22-b, al lijkt het erop dat deze “tweelingsaarde” mogelijk ook seizoenen kent.


 

De seizoenen op Aarde komen tot stand door het feit dat de Aardas scheef staat:

De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).

De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.

Licht van de zon op de aarde in de seizoenen

Christiaan Huygens bespreekt in zijn Cosmotheoros (zijn laatste boek van 1698 waar hij uitgebreid het leven op andere planeten beschrijft)  ook de seizoenen op de andere planeten.

Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze planeet bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.

En Saturnus dan,  Huygens’ lievelingsplaneet:

Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus vanwege de kou wel bewoonbaar kunnen zijn…


Deze tekst staat ook op mijn Duits blog en op mijn Engelse blog

Maria Trepp www.passagenproject.com

Het mini-planetarium van Christiaan Huygens en de Leidsche Sphaera

10 comments

In het museum Boerhaave in Leiden is sinds gisteren een schitterend gerestaureerd planetenmodel te zien: de Leidse Sphaera, het planetarium dat de Rotterdamse klokkenmaker Steven Tracy in 1650 construeerde.

Planetenmodel Jupiter

Planetenmodel Jupiter

Planetarium Leidse Sphaera, kleine planeten

planetenmodel Saturnus met ring

Planetarium Leidsche Sphaera, Saturnus met ring, en op de ring bobbeltjes die de manen moeten voorstellen. De ring met manen is een toevoeging van 1710. Het was Christiaan Huygens die de ring van Saturnus had verklaard en de de eerste maan van Saturnus had ontdekt (publicatie 1659), maar Tracey verwerkte deze gegevens blijkbaar niet.

 

Planetarium Leidse Sphaera, Jupiter met manen.

De Leidse Sphaera zijn voorzien van een slingeruurwerk, dat in 1656 door Christiaan Huygens werd uitgevonden.

 

Vlakbij staat het qua uitzien simpelere planetarium dat Christiaan Huygens zelf in 1682 heeft laten bouwen; niet met bollen, maar kleine halfbolletjes in een vlak. Wel met bewegende planeten in eccentrische kringen, die ellipsen benaderen. Huygens’ planetarium wordt aangedreven door een onrust met spiraalveer; ook een bijzondere uitvinding van Huygens.

Allebei horen bij de bijzondere Copernikaanse schaalmodellen uit de 17e eeuw, waarvan er niet zo heel veel zijn.

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhaave

planetarium Christiaan Huygens Museum Boerhaave

Planetarium Christiaan Huygens, Museum Boerhaave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave binnenplaneten

Planetarium Christiaan Huygens, banen van de kleine planeten

 

Huygens zelf schrijft hierover:

`Wijzelf echter, … hebben een zoodanig Planetarium laten maken, dat wij daarmede door een klein aantal in elkaar grijpende raderen bereikt hebben, dat op het oppervlak van een platte tafel de lichamen der vijf primaire Planeten rondom de Zon, en evenzoo dat der Maan rondom de Aarde, hunne banen konden beschrijven, in dezelfde tijden waarin zij dat in den hemel) doen, en wel in zoodanige excentrische banen, dat deze de ware afmeting en den waren stand der hemelbanen weergeven, met behoud van de bij elk daarvan bestaande ongelijkheid der bewegingen, waardoor zij zich sneller bewegen in minder ver van de zon verwijderde gedeelten, waarbij wij ook nog rekening gehouden hebben met de kleine afwijking tusschen het vlak hunner banen en dat van de Ecliptica of van de Aarde.   Zoodat, afgezien van de bevalligheid van het schouwspel, men daaruit ook de standen van de Planeten kan leeren kennen, niet slechts de oogenblikkelijke, maar ook de toekomende en de verledene, als uit een eeuwigdurenden kalender; en bovendien hun aller conjuncties en opposities, zoowel ten opzichte van de zon als ten opzichte van elkander, en dit des te nauwkeuriger naarmate het werk op grooter schaal is uitgevoerd.`

 

 

 

`Het is dan een achthoek uit hout samengesteld, met een diameter van twee voet en een diepte van zes duimen.  Deze is op zoodanige wijze aan den muur opgehangen, en bevestigd aan de zich aan de linkerzijde bevindende assen, dat het toestel, als men dit wenscht, omgekeerd en aan de achterzijde geopend kan worden, waardoor het inwendige zichtbaar wordt.`

`Aan den voorkant ziet men een blad van verguld koper dat de geheele voorzijde van den achthoek vormt en bedekt is met spiegelglas; op dat blad zijn de banen der planeten volgens het systeem van Copernicus, maar volgens de proporties van Kepler, aangegeven en geheel uitgesneden, zoodat door die gleuven kleine pinnen rondgaan, met behulp waarvan de bollen der Planeten, tot halve bollen gereduceerd, boven het blad en als het ware op het oppervlak daarvan rondgevoerd worden, waarbij Saturnus vijf, Jupiter vier satellieten met zich voert, en de Aarde een (welke onze Maan is).  Deze satellieten zijn daarbij geplaatst op dezelfde schijfjes als de lichaampjes der Planeten. Ik heb namelijk ook aan de overige Planeten die geen manen hebben, toch zulke schijfjes gegeven die den omringenden aether moeten aangeven en tevens dienen om de Planeten beter zichtbaar te maken.`

 

 

Huygens schrijft over manen rond Jupiter en Saturnus, maar ik kan deze niet ontdekken in zijn planetarium. Misschien waren deze gepland maar werden niet ingebouwd?

Het planetarium van Huygens loopt overigens beduidend nauwkeuriger dan de Leidse Sphaera.

 

 

Zie ook mijn overige teksten over Christiaan Huygens

Dit blog staat ook in het Duits op mijn Duits webblog over Christiaan Huygens

Literatuur: E. Dekker, De Leidsche Sphaera, Leiden, 1985

Read more..

Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

5 comments

“Wetenschap en schoonheid” is een actueel thema (zie de tentoonstelling in het Museum Boijmans).

Het waarnemen en beschrijven van schoonheid is een hoofdelement in Christiaan Huygens’ laatste tekst, “Cosmotheoros” (1698, zie hier voor een uitvoerige inleiding en samenstelling van eerdere blogs).

“Cosmotheoros” is een lange brief van Christiaan Huygens aan zijn oudere broer Constantijn jr., Christiaans vriend, vertrouwde en naaste medewerker. In het begin van deze openbare brief geeft Huygens zijn motivatie om te schrijven. Hij haalt hierbij de astronoom Archytas aan, die had gezegd:

By aldien iemand in den Hemel was geklommen, en de natuur van de Wereld, en de schoonheid der Starren doorzien had, dat die verwondering hem onvermakelijk zou zijn, daar ze hem anders groot vermaak zou gegeven hebben, ten zij hy iemand had, aan wien hy ’t konde vertellen”.



Dus Huygens wil in zijn laatste tekst vooral vertellen over al de schoonheid die hij had waargenomen.

Hij beschrijft de schoonheid en de versieringen (planten, beesten) op Aarde, en het vermogen van de mens om schoonheid te genieten: [De mens] bouwt huizen van hout, steenen, en bergstoffen; [hj] eet Vogelen, Vissen, Vee, en Kruiden, het bedient zig van de Wateren en Winden tot de Scheepvaart; [..] schept zijn wellust uit de reuk en schoone verwen der Bloemen.”

schoonheid Foto Maria Trepp

schoonheid Foto Maria Trepp

Tegelijk komt Huygens er  altijd op terug: deze schoonheid kan niet alleen voorbehouden zijn aan onze Aarde, deze schoonheid zal zeker op de andere planeten en in andere sterrenstelsels ook te vinden zijn:

“Wat is ’er dan waarschijnelijker, vermits de Aarde in zoo vele zaken met die voornaamste Dwaalstarren gelijk staat, dan dat de zelve Dwaalstarren ook van geen minder aanzien, schoonte, ja niet min gecierd en bebouwd zijn, als d’Aarde?”

En schoonheid alleen op de planeten is niet genoeg,  Huygens is er van overtuigd dat er ook bewoners moeten zijn die de schoonheid kunnen waarnemen:

“[…] dat in die gewesten [=op de planeten]  aanschouwers zijn, die zoo vele geschapen dingen genieten, en zig over der zelver schoonte en verscheidenheid verwonderen”.


alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope

Alien astronoom foto: Maria Trepp

En om schoonheid waar te kunnen nemen moet men kunnen zien (al schrijft Huygens later ook uitvorig over de schoonheid van muziek). Het vermogen om te zien is voor Huygens van hoogste waarde; bij de mensen, en bij de “planetenbewoners”, die naar zijn mening dus ook zeker ogen moeten hebben:

‘”En dit moet noodzakelijk, tot dienst des levens, aan byna alle dieren in de Dwaalstarren werden toegeschreven: dog die met Reden en Verstand begaafd zijn, dewyl ze nog andere nutheden uit het Gezigt konnen trekken, dien past het des te meer, met zoo groot een gave vereerd te wezen. Want door het Gezigt bezeffen wy de fraayheid der verwen, de schoonheid der gedaantens, en al wat net is: met het Gezigt is ’t, dat wy lezen, schrijven, den Hemel en de Gestarntens beschouwen, en der zelver loop en groottens meten: ’t welk voor hoe verre het ook tot de Dwaalstarrelingen behoort, een weinig hier na van ons zal gezien worden.”

De ware schoonheid wordt naar Huygens niet door de naïeve beschouwer waargenomen, maar door de wetenschapper:

Want wat zou het beschouwen zonder de wetenschappen zijn? En hoe groot is ’t onderscheid tussen de genen, die de schoonheid, en het nut der Zonne, desgelyks den Hemel met Starren gecierd, zonder bezeffing aankijken, en tussen andere geleerder luiden, die den loop van alle die dingen nasporen; die het verschil der Vaste Starren, zoo men die noemt, met dat van de Dwalende, kennen, die met een scherpzinnigere denkaveling de grootheid van de Zon en Dwaalstarren, same haar afstand, meten?”

Het criterium van schoonheid past hij toe als hij nadenkt over het voorkomen van water op andere planeten: het zou vanwege de schoonheid doorzichtig moeten zijn:

Ik zegge nogtans niet dat dat Water [op de planeten] het onze teenemaal gelijk is; hoewel tot den dienst, dien het doen moet, noodzakelijk vereist word dat het vloeybaar, en tot haar schoonheid, dat het helder is.”

Toch vindt hij dat men schoonheid niet met conventie moet verwarren. Als de planetenbewoners anders uitzien dan wij, dan mogen wij hun niet om esthetische redenen kleineren:

Als mede, dat men meent dat het menschelijk lichaam een zekere uitstekende schoonheid [boven andere] heeft: daar nogtans dat ook geheelijk van de meining en gewoonte afhangt; en van die zugt, die de voorzigtige Natuur in alle Dieren heeft ingeschapen, dat zy in haar ’s gelijken het grootste behagen zouden hebben: Die gaat zoo verre, dat ik geloove, dat ’er een Dier zou konnen wezen, heel anders van maaksel als een Mensch, ’t welk men niet zonder schrik zoude aanschouwen, schoon het met Reden en spraak begaafd was. Want zoo wy ons maar zoodanig een gaan verbeelden of schilderen, het welk, voor de rest een Mensch gelijk, een viermaal zoo grooten Hals had, of ronde, en tweemaal zoo wijd van een staande Oogen; straks komen d’ er zulke beelden uit, die wy niet zonder afkeer konnen zien, hoewel d’ er van de leelijkheid geen reden te geven is.”

We mogen ook niet denken, dat de “dwaalsterrelingen”, de planetenbewoners, alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen:

Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?


schouwburg Haarlem foto: Maria Trepp

foto: Maria Trepp

Ergerlijk vindt Huygens het, als men, zoals de jezuïet-astroloog Athanasius Kircher, alleen de planeet Venus schoonheid toe wil schrijven, en Huygens’ lievelingsplaneet Saturnus als vies en lelijk neerzet. Nee, juist de grote planeten Saturnus en Jupiter met vele manen en Saturnus met zijn ring- die zijn pas mooi!


En Huygens besluit zijn laatste tekst “Cosmotheoros” met het beschrijven van andere sterrenstelsels:

“Welk een wonderbaarlijke, welk een verbazende grootte en heerlijkheid van de Wereld moet men dan met het verstand bezeffen! Zoo vele Zonnen, zoo vele Aardklooten, en een yder van haar met zoo vele Kruiden, Boomen, Dieren, met zoo vele Zeen en Bergen vercierd! Een verwondering, die nog zal vergroot worden, indien iemand in overweging neemt het gene wy van den afstand en de menigte der Vaste Starren gezegt hebben.”

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

 


Winter op Aarde en winter bij de planetenbewoners

9 comments

Op ons gedeelte van de aarde is de winter begonnen. In zijn Cosmotheoros (1698) beschrijft Christiaan Huygens hoe de jaargetijden op de aarde tot stand komen, en hij schrijft ook over de seizoenen op andere planeten. Omdat hij daar bewoners veronderstelt, wordt het geheel zeer aanschouwelijk: God hoe koud moeten zij het daar op Saturnus niet hebben in HUN winter!!

Eerst over de jaargetijden op aarde. Huygens legt uit:
De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).
De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.



Licht van de zon op de aarde in de seizoenen

Huygens bespreekt ook de seizoenen op de andere planeten.
Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze ook bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.

En Saturnus dan,  Huygens’ lievelingsplaneet:
Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus  wel bewoonbaar kunnen zijn…

   
     
 

   
     
 

Winter in op aarde in Leiden

Meer over Christiaan Huygens

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Meest recente berichten