Kunst Wetenschap Politiek

Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

8 comments

Ina Dijstelberge heeft vandaag een wondermooi blog met hertje en stilte.

Hier als aanvulling op Inas blog de episode tussen Alice en het hertje uit “Alice in Spiegelland”.


“Hoe noem jij jezelf?” zei het Hertje tenslotte.

Hij had zo’n lieve stem!

“Ik wou dat ik het wist”, dacht de arme Alice. Ze antwoordde bedroefd:

“Nou, niks.”

“Denk nog eens na”, zei het Hertje,”want dit kan zo niet.”

 

 Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

Pat Andrea heeft de ontmoeting tussen Hertje en Alice erg goed weergegeven, als versmelten tussen mens en beest: zonder taal kan men versmelten met de natuur.

De hele episode in het Engels:

“Alice reached the wood: it lookedvery cool and shady. ‘Well, at any rate it’s a great comfort,’ shesaid as she stepped under the trees, ‘after being so hot, to get into the–into WHAT?’ she went on, rather surprised at not being able to think of the word. ‘I mean to get under the–under the–under THIS, you

know!’ putting her hand on the trunk of the tree. ‘What DOES it call itself, I wonder? I do believe it’s got no name–why, to be sure it hasn’t!’

She stood silent for a minute, thinking: then she suddenly began again.

‘Then it really HAS happened, after all! And now, who am I? I WILLremember, if I can! I’m determined to do it!’ But being determined didn’t help much, and all she could say, after a great deal of puzzling, was, ‘L, I KNOW it begins with L!’

Just then a Fawn came wandering by: it looked at Alice with its large gentle eyes, but didn’t seem at all frightened. ‘Here then! Here then!’ Alice said, as she held out her hand and tried to stroke it; but it only started back a little, and then stood looking at her again.

‘What do you call yourself?’ the Fawn said at last. Such a soft sweet voice it had!

‘I wish I knew!’ thought poor Alice. She answered, rather sadly, ‘Nothing, just now.’

‘Think again,’ it said: ‘that won’t do.’

Alice thought, but nothing came of it. ‘Please, would you tell me what YOU call yourself?’ she said timidly. ‘I think that might help a little.’

‘I’ll tell you, if you’ll move a little further on,’ the Fawn said. ‘I

can’t remember here.’

So they walked on together though the wood, Alice with her arms clasped lovingly round the soft neck of the Fawn, till they came out into another open field, and here the Fawn gave a sudden bound into the air, and shook itself free from Alice’s arms. ‘I’m a Fawn!’ it cried out in a voice of delight, ‘and, dear me! you’re a human child!’ A sudden look of alarm came into its beautiful brown eyes, and in another moment it had darted away at full speed.

Alice stood looking after it, almost ready to cry with vexation at having lost her dear little fellow-traveller so suddenly. ‘However, I know my name now.’ she said, ‘that’s SOME comfort. Alice–Alice–I won’t forget it again.”

 

alice in wonderland and the deer Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

Klassieke afbeelding van Tenniel.

Hier mijn eerdere Lewis Carroll/Pat Andrea-blogs

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Muggedicht (nu met Nietzsche..)

42 comments

Muggen…

Ik vond een leuke illustratie van Pat Andrea bij Lewis Carolls “Alice in Spiegelland”, hoofdstuk “Spiegelinsecten”, waar Alice een mug tegenkomt
(in het Engels op internet te lezen, zoek op “insects” of “Gnat”)

pat andrea alice mug Muggedicht (nu met Nietzsche..)

Pat Andrea, Alice en de mug

En in mij “Grote Dieren Gedichten Boek”(samengesteld door Guus Luijters) vond ik drie zeer leuke muggengedichten:

Hieronijmus van Alphen


De onbedachtzaamheid

Zie Keesje! deze dode mug

vloog nog zo-even blij en vlug,

maar ‘t is door onbedachtzaamheid

dat hij nu dood op tafel leit.

Hij had in ‘t kaarslicht zulk een zin,

en vloog er onvoorzichtig in.

Nu ligt hij daar; maar’t is te laat;

er is voor ‘t mugje nu geen raad.

Hij werd bedrogen door de schijn.

O! laat ons dit tot lering zijn,

dat, eer men iets gewichtigs doet,

men zich wat lang bedenken moet.

Eén uur van onbedachtzaamheid

kan maken dat men weken schreit.

A.D. Keet


Muskiete-jag

Jou vabond, wag, ek sal jou kry,

Van jou sal net ‘n bloed kol bly

Hier op my kamermure

Deur jou vervloekte gonsery,

Deur jou gebyt en plagery Kon ek nie slaap vir ure.

Mag ek my voorstel, eer ons skei,

Eer jy d ie doodslag van my kry-

My naam is van der Merwe.

Muskiet, wees maar nie treurig nie,

Wees ook nie so kieskeurig nie,

Jy moet tog één dag sterwe.

Verwekker van malaria,

Sing maar jou laaste aria­-

Nog een minuut vir grasie.

AI soebatjy nou nóg sa lang,

AI sé jy ook: ek is nie bang,

Nooit sien jy weer jou nasie …

Hoe sedig sit hy, 0, die kreng!

Sy kinders kan maar kranse breng,

Nóu gaan die vabond sterwe …

Pardoef! Dis mis! Daar gaan hy weer!

Maar dóód sal hy, sowaar, ek sweer­

My naam is van der Merwe!

Meleagros


Aan een mug als postilIon d’amour

Vlieg voort, o mug, mijn snelle bode en fluister

Aan de ooren van Zenophila héél zacht,

‘Gij slaapt, vergetend lief, hij waakt en wacht.’

Vlieg voort, vlieg voort, mijn zangster zoet, maar luister:

Spreek zacht en wil haar slaapgenoot niet wekken,

Dat gij niet wekt mijn ijverzucht’ge trots.

Als gij haar hier brengt, mug, geef’k u een knots,

En ‘k zal u met een leeuwehuid bedekken.

—————————————————————————————————-

Friedrich Nietzsche gebruikt de mug als metafoor voor de mens in zijn belangrijke essay ”Over waarheid en leugen in buitenmorele zin”:

“Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de ‘wereldgeschiedenis’: maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven.— Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt. Integendeel: het is menselijk en alleen zijn bezitter en verwekker vat het zo pathetisch op, alsof de hele wereld erin rondwentelde. Konden we echter de mug verstaan, dan zouden we vernemen dat ook zij met dit pathos door de lucht vliegt en het vliegende middelpunt van de aarde in zich voelt. Er is niets zo verwerpelijk en onaanzienlijk in de natuur of het wordt door de eerste de beste zucht van deze kracht van het kennen opgeblazen als een ballon; en zoals iedere kruier zijn bewonderaar wil hebben, zo meent zelfs de trotste mens, de filosoof, van alle kanten de ogen van het heelal telescopisch gericht te zien op zijn doen en zijn denken. “

Dus we mensen zijn toch maar muggen die zichzelf en hun kennis overschatten, volgens Nietzsche….

maria trepp

Maania en Pat Andrea

4 comments



Ik heb in een bundel van het koppel Herman Pieter de Boer/Pat Andrea, “Verhalen van lust en liefde” een vrolijker verhaal gevonden, dat ik bovendien zeer goed kan combineren met de foto’s van mijn april-volle-maan achter de magnolia.

——————————————————————————————

 

 


1937, liefde en magnolia bloeien

In het stadspark

maan magnolia1 Maania en Pat AndreaTussen de bloeiende magnolia’s door scheen een weke bundel maanlicht precies op het bankje, waardoor het leek of de dames een raar toneelstukje opvoerden. Ze zaten elkaar te kussen, innig als gelieven. Hun zomermantels waren opengeknoopt, hun witte dameshandjes schemerden dan hier, dan daar. De surveillerende agent was al driemaal langsgelopen. Het leer van zijn nieuwe dienstschoenen knerpte en piepte opvallend, maar de dames lieten zich niet afleiden en bleven elkaar omhelzen, zuch­tend en zoenend, woordjes lispelend. Hij nam zijn besluit, schraapte zijn keel en posteerde zich met de armen op zijn rug voor het tweetal.
‘Dames, wat moet dat?’
Nu keken ze op .
‘Kent u ons niet?’ vroeg de blondine verwonderd. Ze had haar nopjesvoile omhooggeslagen over haar hoedje om niet gehinderd te worden bij het kussen.
‘Ik zou het niet weten,’ zei de agent met zijn plattelandsaccent. Ze keken elkaar aan en proestten.

‘Waar komt u in hemelsnaam vandaan?’ vroeg de andere dame, een donker, haast Italiaans type met een gezichtje vol lippenstift.
maan magnolia2 Maania en Pat Andrea‘Dat heeft er weinig meer te maken,’ zei hij, terwijl hij op zijn schoenzolen naar voren wipte, zoals politiemannen dat wel doen, ‘maar als u het beslist wilt weten … ‘ Met enig ontzag in zijn stem sprak hij de naam uit van zijn geboortestreek, waar de beroemde schapenkaas gemaakt werd, waar lepelaars klapwiekten en de kerk op zondag jubelde van gezang, hij was trots op dat land, dat mocht men weten.
De vraagstelster giechelde tot zijn teleurstelling, met haar neusje gedrukt in de zachte mouw van de ander. Toen keek ze hem weer aan. ‘Ik dacht al,’ zei ze.
De blonde zei: ‘U bent hier nieuw in de stad.’

‘Dat klopt,’ zei de agent, ‘maar…’
maan magnolia3 Maania en Pat Andrea‘Nou ja, dan kon u het ook niet weten,’ zei ze. Ze schonk hem een vergevend glimlachje en voegde er met een wegwuifgebaartje aan toe: ‘Sans rancune, agent.’
De dames vlijden zich weer met een zucht in elkaars armen, ter­stond verloren voor de buitenwereld, Het leek of er geen pauze ge­weest was, of ze hem nooit gezien hadden, zo volkomen gingen ze op in elkaar, wild en teder tegelijk.
De agent fronste zijn wenkbrauwen voor meer gezag, opende zijn mond, maar wist geen tekst. Hij schuifelde wat heen en weer, en bleef nog kijken. Maar zijn oren begonnen te gloeien, zijn hoofd werd licht en hij kreeg last van gevoelens.

Hij rukte zijn blik los en liep weg.

maan magnolia4 Maania en Pat Andrea

Achter zijn rug hoorde hij geluidjes, geritsel van japonstof. Bin­nensmonds herhaalde hij langzaam één-twee-links-rechts, om zich te dwingen tot de politiemannentred. Het gekraak van zijn schoe­nen leek hem nu hoorbaar in het hele park.
Verderop zag hij een naakte man uit de vijver klimmen, hij had een eend bij de strot.
De agent stond een paar seconden stil, met stijf toegeknepen ogen. Hij haalde diep adem, toen hernam hij zijn bedaarde dienst­pas en probeerde te kijken als een echte stadsagent, met een uit­drukking van och ja, nou ja, dat kennen we wel. Zoiets, zo’n gezicht ongeveer.

pat andrea in het stadspark Maania en Pat Andrea

Pat Andrea: Alice in Wonderland/Cheshire Cat

25 comments

 

pat andrea alice wonderland cheshire cat1 Pat Andrea: Alice in Wonderland/Cheshire Cat

pat andrea alice wonderland cheshire cat2 Pat Andrea: Alice in Wonderland/Cheshire Cat

pat andrea alice wonderland cheshire cat3 Pat Andrea: Alice in Wonderland/Cheshire Cat

pat andrea alice wonderland cheshire cat4 Pat Andrea: Alice in Wonderland/Cheshire Cat

 

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Vrouw en hond in de beeldende kunst

13 comments


Honden in de literatuur en filosofie, daarover zal ik nog een andere blog schrijven, maar ik noem nu even de hele “kynische” traditie in de filosofie (“kynos”=Grieks voor hond) en Kafka’s intrigerend verhaal “Forschungen eines Hundes“. Ook bij Cervantes, Edgar Allan Poe en Thomas Mann vindt men belangrijke hondenverhalen. En over “vrouw en hond” vindt men een schitterend verhaal bij Helga Ruebsamen, “Beer is terug”.

Honden in het theater: kort geleden zag ik in de Rotterdamse Schouwburg “Bleib opus #3″ van Michel Schweizer; een filosofisch toneelstuk over mens, hond en controle, waar vijf Mechelse herders op het podium staan, lopen, blaffen…
In deze voorstelling spelen behalve honden alleen maar mannen.
Man en hond: de klassieke combinatie.

Hier kunnen jullie mij in het foyer zien met een Mechelse herder:
mechelse herder schouwburg rotterdam Vrouw en hond in de beeldende kunst

Het motief “Vrouw en hond ” (of meisje en hond) ben ik vaak in de beeldende kunst tegen gekomen.

Bij
Pat Andrea, en zijn illustraties bij “Alice in Wonderland”:
pat andrea alice and the dog Vrouw en hond in de beeldende kunst
Pat Andrea Alice en de hond

Bij Maaike Schoorel in de Haarlemse Hallen
Maaike Schoorel Girl with dog2 Vrouw en hond in de beeldende kunst
Maaike Schoorel, meisje met hond
Bij Constant in het Stedelijk Museum Schiedam
constant vrouw met hund 1950 Vrouw en hond in de beeldende kunst

Constant, vrouw en hond

en bij Jacques Turk tijdens de Leidse Kunstroute
jacques turk vrouw met hond Vrouw en hond in de beeldende kunst

Jacques Turk

Klassiek is naturlijk de Diana/Artemis met haar honden:

diana rubens hond Vrouw en hond in de beeldende kunst

 

Rubens, Diana met hond

De eenhoorn in kunst en literatuur/ Pat Andrea

24 comments

In de laatste tijd ben ik een paar keer het sympathieke fabeldier Eenhoorn

tegengekomen.
 

 

stephan balkenhol unicorn De eenhoorn in kunst en literatuur/ Pat Andrea
Stephan Balkenhol, Unicorn (2001), Olieverf en wa-wahout

  • Bij Rainer Maria Rilke:

 

… Sie nährten es mit keinem Korn
 nur immer mit der Möglichkeit, es sei.
 Und die gab solche Stärke an das Tier,
 daß es aus sich ein Stirnhorn trieb. Ein Horn.
 Zu einer Jungfrau kam es weiß herbei
 - und war im Silber-Spiegel und in ihr.
 
  •  Bij Pat Andrea

pat andrea alice unicorn De eenhoorn in kunst en literatuur/ Pat Andrea

  • …En dus bij Lewis Carroll, Through the looking-glass, waar de eenhoorn Alice als een fabeldier beschouwt:
CHAPTER VII. The Lion and the Unicorn
 [...]
‘Who are at it again?’ she ventured to ask.
‘Why the Lion and the Unicorn, of course,’ said the King.
‘Fighting for the crown?’
‘Yes, to be sure,’ said the King: ‘and the best of the joke is, that it’s MY crown all the while! Let’s run and see them.’ And they trotted off, Alice repeating to herself, as she ran, the words of the old song:–
   ‘The Lion and the Unicorn were fighting for the crown:
    The Lion beat the Unicorn all round the town.
    Some gave them white bread, some gave them brown;
    Some gave them plum-cake and drummed them out of town.’

‘Does–the one–that wins–get the crown?’ she asked, as well as she could, for the run was putting her quite out of breath.
‘Dear me, no!’ said the King. ‘What an idea!’
‘Would you–be good enough,’ Alice panted out, after running a little further, ‘to stop a minute–just to get–one’s breath again?’
‘I’m GOOD enough,’ the King said, ‘only I’m not strong enough. You see, a minute goes by so fearfully quick. You might as well try to stop a Bandersnatch!’
Alice had no more breath for talking, so they trotted on in silence, till they came in sight of a great crowd, in the middle of which the Lion and Unicorn were fighting. They were in such a cloud of dust, that at first Alice could not make out which was which: but she soon managed to distinguish the Unicorn by his horn.
[...]
There was a pause in the fight just then, and the Lion and the Unicorn sat down, panting, while the King called out ‘Ten minutes allowed for refreshments!’ [...]
At this moment the Unicorn sauntered by them, with his hands in his pockets. ‘I had the best of it this time?’ he said to the King, just glancing at him as he passed.
‘A little–a little,’ the King replied, rather nervously. ‘You shouldn’t have run him through with your horn, you know.’
‘It didn’t hurt him,’ the Unicorn said carelessly, and he was going on, when his eye happened to fall upon Alice: he turned round rather instantly, and stood for some time looking at her with an air of the deepest disgust.
‘What–is–this?’ he said at last.
‘This is a child!’ Haigha replied eagerly, coming in front of Alice to introduce her, and spreading out both his hands towards her in an Anglo-Saxon attitude. ‘We only found it to-day. It’s as large as life, and twice as natural!’
‘I always thought they were fabulous monsters!’ said the Unicorn. ‘Is it alive?’
‘It can talk,’ said Haigha, solemnly.
The Unicorn looked dreamily at Alice, and said ‘Talk, child.’
Alice could not help her lips curling up into a smile as she began: ‘Do you know, I always thought Unicorns were fabulous monsters, too! I never saw one alive before!’
‘Well, now that we HAVE seen each other,’ said the Unicorn, ‘if you’ll believe in me, I’ll believe in you. Is that a bargain?’
‘Yes, if you like,’ said Alice.
[...] The Lion looked at Alice wearily. ‘Are you animal–vegetable–or mineral?’ he said, yawning at every other word.
‘It’s a fabulous monster!’ the Unicorn cried out, before Alice could reply.
[...] ”

… Geen graankorrel gaven zij het te eten
 maar bleven het voor mogelijk houden dat het bestond.
 En dat gaf het dier zo’n kracht
 dat het uit zijn voorhoofd een hoorn deed groeien. Eén hoorn.
 Wit liep het naar een maagd toe -
en was in de zilveren spiegel en in haar.
(vertaling W. Leenders)

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea

9 comments

Paddestolen schieten omhoog in dit warm-vochtige weer, en vergaan net zo snel als zij zijn verschenen. 
paddestoel 1 Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea

 
oudepaddestoel Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea


oude paddesteol 3 Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea

oudepaddestoel 4 Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea“Een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding”, wat ontzettend goed gezegd.

De paddestoel speelt ook in Alice in Wonderland een belangrijke rol, als magisch middel voor snelle groei en krimp:
There was a large mushroom growing near her, about the same height as herself; and when she had looked under it, and on both sides of it, and behind it, it occurred to her that she might as well look and see what was on the top of it.
She stretched herself up on tiptoe, and peeped over the edge of the mushroom, and her eyes immediately met those of a large caterpillar, that was sitting on the top with its arms folded, quietly smoking a long hookah, and taking not the smallest notice of her or of anything else.[...]

In a minute or two the Caterpillar took the hookah out of its mouth and yawned once or twice, and shook itself. Then it got down off the mushroom, and crawled away in the grass, merely remarking as it went,
‘One side will make you grow taller, and the other side will make you grow shorter.’
‘One side of WHAT? The other side of WHAT?’ thought Alice to herself.
‘Of the mushroom,’ said the Caterpillar, just as if she had asked it aloud; and in another moment it was out of sight.
Alice remained looking thoughtfully at the mushroom for a minute, trying to make out which were the two sides of it; and as it was perfectly round, she found this a very difficult question. However, at last she stretched her arms round it as far as they would go, and broke off a bit of the edge with each hand.
‘And now which is which?’ she said to herself, and nibbled a little of the right-hand bit to try the effect: the next moment she felt a violent blow underneath her chin: it had struck her foot!
She was a good deal frightened by this very sudden change, but she felt that there was no time to be lost, as she was shrinking rapidly; so she set to work at once to eat some of the other bit. Her chin was pressed so closely against her foot, that there was hardly room to open her mouth; but she did it at last, and managed to swallow a morsel of the lefthand bit. [...] ”

Bij Menno ter Braak, in Démasqué der Schoonheid, vond ik een schitterende formulering:

“[...] De paddestoel [...] staat even te figureren als een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding en zinkt weer weg in de oerpap, waaruit hij voortkwam; hij heeft zijn rol volmaakt en magistraal gespeeld, ook als hij de mens niet diende in de champignonsoep; men kan hem niets verwijten.”

“[..]

Pat Andrea heft ook hiervan een mooie illustratie gemaakt, waar Alice zelf samenvalt met de paddestoel.
alicepaddestoelpatandrea Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid/ Pat Andrea

Alice in Wonderland is absoluut geen sentimenteel boek, en wie goed leest zal zien dat de dood dus ook vaak om de hoek komt kijken.

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

Alice zelf…. een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding, zoals wij allemaal.

.

 

Alice in Wonderland: Jabberwocky/Pat Andrea

14 comments

In het eerste hoofdstuk van “Through the looking glass” (Alice in Spiegelland) van Lewis Carroll slaat Alice een boek open met een nonsensgedicht.

“…..There was a book lying near Alice on the table, and while she sat watching the White King (for she was still a little anxious about him, and had the ink all ready to throw over him, in case he fainted again), she turned over the leaves, to find some part that she could read, ‘–for it’s all in some language I don’t know,’ she said to herself.
It was like this.

YKCOWREBBAJ
sevot yhtils eht dna,gillirb sawT’
ebaw eht ni elbmig dna eryg diD
,sevogorob eht erew ysmim llA
.ebargtuo shtar emom eht dnA

She puzzled over this for some time, but at last a bright thought struck her. ‘Why, it’s a Looking-glass book, of course! And if I hold it up to a glass, the words will all go the right way again.’
This was the poem that Alice read.

JABBERWOCKY
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘Beware the Jabberwock, my son!
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!’

He took his vorpal sword in hand:
Long time the manxome foe he sought–
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.

And as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.

‘And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!’
He chortled in his joy.

‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘It seems very pretty,’ she said when she had finished it, ‘but it’s RATHER hard to understand!’ (You see she didn’t like to confess, ever to herself, that she couldn’t make it out at all.) ‘Somehow it seems to fill my head with ideas–only I don’t exactly know what they are! However, SOMEBODY killed SOMETHING: that’s clear, at any rate–’ “

Hier de fantastische illustratie die Pat Andrea erbij heeft gemaakt, nu te zien in het Haagse Gemeentemuseum ( zie ook mijn blog van gisteren)

pat andrea alice jabberwocky Alice in Wonderland: Jabberwocky/Pat Andrea

“Jabberwocky” is in heel veel talen vertaald.

De website met de vertalingen geeft drie Nederlandse vertalingen aan:
De Krakelwok (Ab Westervaarder & René Kurpershoek)
Wauwelwok (Alfred Kossmann & C. Reedijk)
Koeterwaal ( Nicolaas Matsier)

Welke vinden jullie de leukste?



De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea

4 comments

De slangen van Meret Oppenheim zijn bijna altijd samengezette wezens.

Hier een foto van een zeer mooi Oppenheim-beeld dat ik ook in het Kunsthaus zag.
oppenheimmaskierteblume De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea
Maskierte Blume (1958)

Deze bloem lijkt óók op een slang (de achterkant van een cobra)

De slang is in de cultuurgeschiedenis zowel een symbool voor het Kwaad als ook voor het Goed ( zie bijvoorbeeld bij Asclepios en de natuurreligies) , en is zowel gekoppeld aan de mannelijke alsook aan de vrouwelijke seksualiteit; zij is zowel fallus-symbool alsook de Eva-slang.
In Lewis Carrolls “Alice in Wonderland” wordt Alice “een slang”genoemd door de duif (hoofdstuk: “Raad van een rups”) .
Pat Andrea heeft hier een schitterende illustratie bij gemaakt:

pat andrea alice slang serpent snake De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea

In de cultuurgeschiedenis staat de slang in positieve zin voor de vernieuwing (de oude huid afleggen).

Een bijzondere “goede” slang is de Ouroboros (Uroboros) die een cirkel vormt door zichzelf in de staart te bijten. Deze slang staat afgebeeld op het graf van Oppenheim.

De slang onttrekt zich aan de simplificaties die sommigen aan haar/hem willen opleggen.

Zoals ik zelf in een slangengedicht heb geschreven:
“[...]
Is een slang
eigen
lijk een man?
Neen,
een slang
is een
an-
drogyn
am-
bifibiding
zwemmend
kronkelend
aan land [...] ”

En hier een slangengedicht van Oppenheim:

oppenheimschlangengedicht De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea

Schlangengedicht (1978)

Slang en water komen samen in het slangenfontein van Oppenheim:
brunnendetail De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea

De tegengestelde ronde en de vierkante vorm heeft Oppenheim hier samengevoegd in een spiraal:
oppenheimschlangeinrechteckweb De slang, androgyn en ambivalent/ cobra slang/ Pat Andrea

Spirale- Schlange in Rechteck ( 1973)

Recente berichten

Populaire berichten

Astrologie en astronomie

Kees van Dongen in Museum Boijmans

Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch

Libel in Art Noveau

Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

Maria, Martha en Vermeer

Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie

Passiebloem in kunst en werkelijkheid

Nietzsche en het anti-antisemitisme

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Het symbolisme van Vincent van Gogh

Latent antisemitisme

Jan Sluijters- my favorites

Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor e

James Ensor en de maskers

De lente bij Vincent van Gogh

Maans- en Zonsverduisteringen

Man Ray

Volle maan-kunst en fotografie

Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea

Iris bloem in de kunst

Alle zelfportretten van Vincent van Gogh

Mijn kunstslangen

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Het symbolisme van Edvard Munch: dromen en visioenen

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet

Liberale joden versus Wilders

Frida Kahlo en Diego Rivera

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

Maria Sibylla Merian: insectenmetamorphose en bloemen

Paul Cliteur, Voltaire en de islam

Vrouw en hond bij Pierre Bonnard

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

De Akelei (Dürer/Gerhardt) 

Klaprozen, in de berm en in de kunst

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh

Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige

Bloesem/ Vincent van Gogh

Pioenrozen: foto, haiku, Manet
Pim Fortuyn en het hoefijzermodel

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

Zonnebloemen in de kunst: MariaRoosen, Vincent van Gogh etc
Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag: Cezanne, Picasso, Mondriaan

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
 

 

Categories

Tags

Archives