Wetenschap Kunst Politiek

Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens

8 comments

Zoals in mij blog van gisteren geschreven heeft de grote aardbeving van Lissabon in 1755 een schokgolf in de Europese filosofie en literatuur teweeg gebracht.

De meest bekende literair/filosofische reactie was die van Voltaire met zijn Candide, waar hij het optimisme van Leibniz en de zijnen scherp bekritiseert, die immers meenden dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven.

Leibniz

Leibniz en zijn navolgers worden door Voltaire in de figuur Pangloss geparodeerd:
Pangloss gaf les in de metafysisch-theologische cosmolonnozelogie. Hij kon prachtig bewijzen dat er geen gevolg is zonder oorzaak”.

Omdat Christiaan Huygens  in zijn laatste tekst Cosmotheoros een filosofische positie inneemt die dicht bij Leibniz staat kunnen wij Voltaires Leibniz-parodie ook goed als satire op Huygens lezen, des te meer omdat Voltaire Huygens goed kende (link zie hieronder).

‘Het is bewezen: zei [Pangloss], ‘dat de dingen niet anders kunnen zijn dan ze zijn: want aangezien alles is gemaakt met een doel, is alles ook noodzakelijkerwijs gemaakt voor het beste doel. Let maar eens op: neuzen zijn gemaakt voor een bril, en daarom dragen we brillen. Benen zijn duidelijk bedoeld voor broekspijpen en daarom hebben we een broek aan. Stenen zijn er om gehouwen te worden en er kastelen van te maken, en daarom heeft Zijne Excellentie zo’n prachtig kasteel.

Inderdaad is het een feit dat Huygens in zijn Cosmotheoros een irritant teleologisch denken aanhangt, precies in de door Voltaire geparodieerde vorm. Huygens is in zijn laatste tekst net als Leibniz een grote criticus van Descartes en diens atoomtheorie. Huygens schrijft dat levende wezens voor een doel gemaakt zijn:

Eenig navolger van Demokrijt, of ook van Deskartes, mogt voorgeven, dat hy de dingen, die we op de Aarde, en in den Hemel beschouwen, zoo verre weet te verklaren, dat by niets anders dan ondeelbare deeltjes [Atoma], en haar beweging, daar toe nodig heeft; nogtans zal hy in de Kruiden en Dieren daar meê niet doorkomen, nogte van haren eersten opkomst iets waarschijnelijks bybrengen; nademaal het al te duidelijk blijkt, dat eenige zodanige dingen door een wilde en gevallige beweging van lichaamtjes [Vagus ac fortuitus corpusculorum motu] konden voortgebragt werden; als in welke men ziet dat alles treffelijk tot een zeker einde gepast en geschikt is, met de hoogste wijsheid, en uitgelezene kennisse van de wetten der natuur.”

 

Ook is Huygens afkomstig uit een voorname familie die met stadhouders en koning omging: net als Panloss bepaald geen revolutionair.

Op mijn vorige blog werd met irritatie gereageerd op de naam Leibniz, “Wat, Huygens luisterde naar Leibniz deze vreselijke domoor zoals wij sinds Voltaire weten???”

Zo simpel zit het alles niet, ook niet voor Voltaire.

Tenslotte is het beroemde boek van Voltaire een illustratie van het principe dat Leibniz en Huygens benoemden: rampen maken menselijke prestaties mogelijk en zichtbaar, in samenleving, literatuur en wetenschap…

Uitvoerig over Voltaire en Christiaan Huygens zie hier

Zie overigens ook mijn blogs over Voltaire en de islam:
http://passagenproject.com/blog/2007/09/08/het-beroep-op-voltaire/

http://passagenproject.com/blog/2007/03/16/paul-cliteur-voltaire-en-de-islam/

 

www.passagenproject.com

Meest recente berichten