Wetenschap Kunst Politiek

Flamingo’s broeden en overwinteren in Duitsland/Nederland

6 comments

Vandaag staat een foto in de Volkskrant van flamingo’s die in het Veluwemeer overwinteren.

En het is echt waar: het zijn (ca 40) Chileense flamingo’s en gewone flamingo’s die broeden in het Duitse Zwillbrocker Venn dichtbij de Nederlandse grens.

Chileflamingo in Duitsland en Nederland

Chileense flamingo in Duitsland en Nederland Wikikmedia Commons

Het zijn vogels die ooit uit de gevangenschap zijn ontsnapt en blijkbaar nu ook winterhard zijn!

Roze flamingo in Duitsland en Nederland Wikimedia Commons

Gewone flamingo in Duitsland en Nederland Wikimedia Commons

Roze flamingo's in Duitsland en Nederland Wikimedia Commons

Flamingo’s  Wikimedia Commons foto MarioM

MarioM

Chileflamingo's in Duitsland en Nederland Wikimedia Commons

Chileense flamingo’s in Duitsland en Nederland Wikimedia Commons

Hier nog close-ups:

Chileense flamingo Duitsland Nederland Wikimedia Commons Tragopan

Chileense flamingo Wikimedia Commons Tragopan

Tragopan

Gewone flamingo Duitsland Nederland wikimedia Commons Hans Hillewaert

Gewone flamingo  wikimedia Commons Hans Hillewaert

Hans Hillewaert

Gewone flamingo

Gewone flamingo

 

 www.passagenproject.com

Hypotheekrenteaftrek probleem voor de Nederlandse economie

10 comments

In de Volkskrant van vandaag 3 maart vergelijkt Xander van Uffelen de Nederlandse en de Duitse economie:

Waarom Nederland in de malaise zit en Duitsland niet”:

“De sombere Nederlandse consument is de belangrijkste oorzaak van het grote verschil. Bij de Duitsers zit de stemming er goed in, stijgen de huizenprijzen, maakt niemand zich zorgen over zijn pensioen en hebben de overheidsbezuinigingen de koopkracht nauwelijks geraakt.”

“Het stemmingsverschil tussen Nederland en Duitsland komt goed tot uiting op de huizenmarkt. Door het crisisgevoel, dat ook in Duitsland heus wel gevoeld wordt, steken de oosterburen overtollig spaargeld in stenen. Huizen vinden ze een veilige belegging; geen huizenkoper die hoeft na te denken of afschaffing dreigt van de hypotheekrenteaftrek. Zolang de huizenprijzen in de lift zitten, is verkoop van de oude woning zelden een probleem. Nederlanders houden ook geld over, maar stallen dat op een spaarrekening. Vermogenden die huizen kopen zijn er nauwelijks meer.”

Helaas wijdt Xander van Uffelen niet uit over het hier achter liggende probleem van de hypotheekrenteaftrek, een belastingconstructie die in Duitsland niet bestaat. Ik heb op een van mijn Duitse blogs hierover geschreven:

Wirtschaftsprobleme in den Niederlanden

Maurits Berger over de sharia

95 comments

( als alles gaat zoals gepland…)

Berger is jurist en Arabist, en een zeer gedifferentieerde denker, die een geheel andere positie inneemt dan zijn (toekomstige) Leidse juristencollega’s Ellian en Cliteur.
Berger is gespecialiseerd op de sharia. Een uitvoerige WRR-publicatie van zijn hand, Klassieke sharia en vernieuwing,  is te lezen op internet.
Hier gaat Berger in op de klassieke sharia, familierecht en strafrecht volgens de sharia, moderne ontwikkelingen en op sharia en mensenrechten.

Berger heeft veel jaren in het Midden-Oosten gewoond en verzet zich tegen het Zwart-Wit -denken over de islam.

Dus voor “rechts” is de benoeming van Berger vanzelfsprekend een ergernis.

Een uitgebreid artikel in Trouw van 11 juni 2003 geeft een overzicht van het denken van Maurits Berger:

“Om het islamistisch recht te doorgronden, woonde en werkte Berger in Egypte en later in Syrie. Nederland komt sterk overeen met een islamitische modelstaat, ontdekte hij tijdens zijn sjariastudie. ‘Eis is dat er wordt geregeerd volgens consensus en raadpleging, en onze democratie voldoet daaraan. De sjaria komt voor 98 procent overeen met het Nederlands recht.’

Het verschil is slechts twee procent, meent Berger; het zijn de straffen die staan op overspel, diefstal, alcoholgebruik, afvalligheid van de islam en laster, en enkele regelingen in het familierecht, over vrouwen- en mannenrechten.

Berger belicht graag de ‘andere kant van de sjaria‘, maar wordt tot zijn ergernis ‘onmiddellijk om de oren geslagen met de onderdrukking van de vrouw’. Haar positie was -en is soms nog altijd- in de sjaria gelijk aan de christelijk-Europese. Dat het vrouwen slecht gaat in moslimlanden komt niet door de islam. Ze delven het onderspit omdat ze tot de lagere klassen van arme, onderontwikkelde, traditionele en conservatieve samenlevingen horen. “Hoe kan het toch dat juist moslimvrouwen uit de hogere klassen het vaak vele malen beter doen dan hun zusters in Nederland?”

Het beeld van vrouwonderdrukkende islam is misplaatst, vindt Berger. Het is ontleend aan kledingvoorschriften en het autorijdverbod in Saoedie-Arabie. In de sjaria is het niet terug te vinden. “Saoediers verpesten het voor de moslims.”

[…]
Tegen de heersende opvattingen in, is Berger ervan overtuigd dat de integratie van moslims in Nederland niet is mislukt. Er zijn wel problemen, maar die hebben ‘alle migranten over de hele wereld’. De achterstand van moslims ‘is zowel voor ons als voor hen een probleem’. “Wij zien vrouwenbesnijdenis en bloedwraak als typische aberraties van de islam omdat zij toevallig in moslimlanden plaatsvinden, terwijl zij niets met de islam van doen hebben. Omgekeerd noemen wij Italiaanse maffiapraktijken geen christelijk verschijnsel, net zomin als wij het afbinden van vrouwenvoeten in China confuciaans noemen. De vraag is dus: wil je het wel weten?”

[…]
Moslims, stelt Berger bezorgd vast, willen zelf ook niet op hun religie worden aangesproken, iets wat na 11 september wel gebeurt. Ze moeten zelfs verantwoording afleggen voor ‘de daden van een paar gekken’. Berger ‘veroordeelt’ de aanslagen. “Tegelijkertijd begrijp ik de achtergronden. Ik bedoel niet de psychologische roerselen van de zelfmoordenaars, maar de politiek-sociale omgeving die hen ertoe heeft aangezet. Ik was geschokt, maar niet verbaasd.” Berger vreest een self-fulfilling prophecy: “Als moslims constant als monsters worden afgeschilderd, gaan ze zich er misschien ook naar gedragen of op z’n minst provoceren.”

Nederland creëert en koestert zijn monster uit ‘angstlust’, zoals Berger het noemt. We doen wel alsof we ervanaf willen door kennis op te doen, maar lezen dan boeken van onderdrukte en mishandelde moslimvrouwen, van radicale imams. Zo blijft de ‘oprukkende’ islam lekker eng. Die angst is ook Berger niet vreemd. Toen hij, na jaren islam- en taalstudie voor het eerst in Damascus het vrijdagmiddaggebed bijwoonde, “stond ik daar met trillende benen van angst. Ik kreeg beelden voor me van een massa moslims die me wilde lynchen. De angst ging dwars door mijn buik. Daar had ik dus tien jaar voor doorgeleerd.”

Onlangs verscheen Bergers ‘Islam onder mijn huid’. De reacties erop vindt de auteur onthullend. “Men vraagt naar feiten over de islam, maar hangt daar altijd een waardeoordeel aan: ‘Is het niet zo dat in Nigeria…?’ en nooit: ‘Wat vind je van Nigeria?’ Men vraagt om bevestiging van een negatief beeld. En ik moet wel van zeer goeden huize komen om dat beeld te ontkrachten.”

[…]
Het Westen vreest de halve maan, maar moslims hebben historisch meer reden bang te zijn voor het christelijke Westen. “Het Westen heeft wel degelijk schuld aan de problemen van de moslimwereld, om de simpele reden dat nagenoeg de hele moslimwereld tot het einde van de jaren veertig gekolonialiseerd was. Het Westen grijpt nog steeds krachtig in in de jonge onafhankelijke moslimstaten wanneer de westerse belangen in het geding raken. Dat wil niet zeggen dat moslimlanden achterover kunnen leunen en hun handen mogen wassen in onschuld. Integendeel. Zij zijn absoluut verantwoordelijk voor de puinhoop die zij er zelf van maken. Maar wat ik westerse landen kwalijk neem is hun pretentie alsof zij onafhankelijke toeschouwers zijn en het beste voor hebben met de moslimwereld. De moslimwereld heeft meer reden tot angst en wantrouwen. Dat kan een motivatie zijn van moslimextremisten.”

Maurits Berger heeft ook in 1995 een lang artikel geschreven over Nasr Abu Zayd en de juridische details van het absurde proces tegen Abu Zayd in Egypte.


Meer tekst uit het boek van Maurits Berger is te vinden hieronder in mijn eigen reacties!


——————————————————————————-
Op 8 juli 2009 schreef Maurits Berger en artikel in de NRC over de eventuele sharia-rechtbanken in Nederland:

“De commotie van vorige week rondom sharia-rechtbanken in Engeland, die zelfs tot Kamervragen heeft geleid, doet sterk denken aan het pandemonium over de ‘invoering van sharia’ in Canada in 2004. Het woord ‘sharia’ blijkt voldoende te zijn om mensen de stuipen op het lijf te jagen.
Laten we eerst vaststellen dat shariarechtbanken in Nederland niet bestaan. Hoogstens gaan moslims voor sommige problemen en geschillen naar een imam, of raadplegen zij internet.
Maar stel dat de rechtbanken er wel zouden zijn. Men zegt dan te vrezen voor parallelle vormen van conflictbeslechting in Nederland. Maar die bestaan al. Is dat verboden? Neen. Is het wenselijk? Daarover zijn de meningen verdeeld, maar het is wel onderdeel van onze democratische rechtsstaat.
In West-Europese landen is immers altijd al sprake van twee systemen: rechtbanken die uitspraak doen over de wet en andere geschillencommissies die door mensen op basis van vrijwilligheid worden gebruikt. Het gaat dan om arbitrage (zoals in de bouw), mediation (zoals bij echtscheidingen) of religieuze ‘rechtbanken'(zoals katholieken en joden die hebben).
Deze geschillencommissies hebben hun eigen regels en hun eigen ‘rechters’, en dienen als alternatief voor de gewone rechtbank.
Dus zelfs áls de moslimgemeenschap in Nederland shariarechtbanken zou willen, kan hun dat moeilijk ontzegd worden. Want katholieken en joden hebben ook hun eigen rechtbanken. En daar gelden ook regels die indruisen tegen de Nederlandse rechtsorde: van de katholieken mag je niet scheiden en bij de joden heeft de vrouw toestemming nodig van de man om te mogen scheiden.
Deze vrijheid van religie heeft wel grenzen. Steniging, uithuwelijken van minderjarigen, handen afhakken: uitvoering van deze testamentische en koranische regels is absoluut verboden. Maar religieuze rechtbanken gaan vooral over kwesties van huwelijksrecht voor volwassenen. Als die zich vrijwillig willen onderwerpen aan religieuze regels die bijvoorbeeld de ongelijkheid van man en vrouw stellen, dan is dat hun religieuze vrijheid, zoals ook de SGP die mag uitdragen.
Een ander probleem is het woord ‘rechtbank’: door te spreken van shariarechtbanken is het alsof zij dezelfde rechtsmacht hebben als gewone rechtbanken. Dat is in Nederland niet het geval. De Nederlandse rechter zal religieuze huwelijken en echtscheidingen niet erkennen, alleen het burgerlijke huwelijk.
Maar dat de wet het niet erkent wil niet zeggen dat de wet het verbiedt. Men mag dus wel degelijk religieus trouwen en scheiden. Alleen heeft de rechter daar geen boodschap aan. Net zo min als de rechter een boodschap heeft aan Anton Heyboer die met vier vrouwen leefde, of communes die er vrije seksuele omgangsvormen op na houden.
De katholiek is dan gescheiden volgens de wet, maar blijft gehuwd volgens kerkelijk recht, evenals het joodse stel gescheiden kan zijn voor de wet, terwijl de vrouw nog wacht op toestemming van haar man om ook volgens joods recht gescheiden te zijn.
Het naast elkaar bestaan van wereldlijke en religieuze rechtspraak leidt vaak tot begripsverwarring. In het geval van een shariarechtbank, bijvoorbeeld, zal de vraag of polygamie is toegestaan in de islam bevestigend worden beantwoord. Dat betekent niet dat het ook mag volgens de nationale wet van het land waar men woont. Maar als men een vraag voorlegt aan een religieus instituut krijgt men ook een religieus antwoord.
Verwarrend in deze kwestie is voorts dat in Angelsaksische rechtssystemen, zoals in Groot-Brittannië en Canada, de geschillenbeslechting in familiekwesties de vorm kan aannemen van door de staat erkende arbitrage. Dat betekent dat de uitspraak van de religieuze arbitragecommissie wel wordt erkend door de rechtbank. Dit was bijvoorbeeld het geval in de Canadese staat Ontario, waar joodse en christelijke arbitragecommissies hun eigen wetten toepasten.
Dat was jarenlang het geval, totdat de moslims in 2004 hetzelfde wilden doen. Toen werden opeens de tekortkomingen van het systeem belicht. Er werden kanttekeningen geplaatst bij de ‘vrijwilligheid’ waarmee religieuze partijen zich tot deze arbitragecommissies zouden wenden. Op zich terecht. Onterecht was echter dat dit alles werd gezien als een exclusief islamitisch probleem. De moslims wilden niet meer dan wat al lang werd gedaan door andere religieuze gemeenschappen in Ontario.
Ditzelfde verschijnsel dreigt zich nu in Nederland voor te doen. Want als moslims ons systeem van parallelle religieuze geschillenbeslechting zouden navolgen en er dus ‘shariarechtbanken’ ontstaan, zou de verontwaardiging groot zijn. Op zichzelf is dat misschien terecht, maar men moet zich dan wel de vraag stellen waarom alle zorg zich alleen op hen richt.
Het is dan van tweeën één: of de moslims wordt toegestaan hetzelfde te doen wat hun religieuze collega’s al eeuwen doen, of het gehele systeem van religieuze rechtspraak moet ontmanteld worden.
Het gaat er dus niet om dat moslims iets typisch islamitisch doen wat op eigen merites beoordeeld moet worden. Nee, zij volgen de begane paden van de maatschappij waarin zij leven en moeten dus naar nationaal geldende maatstaven beoordeeld worden. Daar ontbreekt het nogal eens aan.”

Meest recente berichten