Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

33 comments

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

In Christiaan Huygens’ Cosmotheoros (1698) neemt een christelijke rechtvaardiging van een niet-antropocentrische kosmologie een prominente plaats in.

De mens wordt bij Huygens beroofd van de hoofdrol in het universum, maar God blijft de schepper van alles.

Ook de Neurenbergse astronoom Johann Philipp von Wurzelbau, vertaler/auteur van de Duitse versie van Huygens’ Cosmotheoros (1703), vindt in een aantal Pauluscitaten een (phyico)-theologische rechtvaardiging voor de wetenschappelijke verkenning van de hemel.

Wurzelbau en Huygens ervaren een sterk religieus gevoel als zij kijken naar Gods “wonder”werken. Beiden zien de specifieke rol van de voorzienigheid van God in de orde van de natuur. In de 17e eeuw hebben veel denkers, zo ook Huygens,  een symbiose gevonden tussen theologie en wetenschap met een theologische interpretatie van wetenschappelijke bevindingen, die de vooruitgang van de wetenschap mogelijk maakte.

 

Huygens verdedigde zich tegen eventuele religieuze tegenstanders:

[…] Daar zullen andere zijn, die zeggen, dat dat gene, ’t welk wy getragt hebben te toonen waarschijnelijk te wezen, tegen de Heilige Schriften strijd, zoo haast als zy bemerken, dat wy spreken van Aardklooten, en Dieren, zelfs met reden begaafd; van welker oorsprong, of wezendheid in de natuur der dingen, niets, maar veel eer iets waar uit het tegendeel blijkt, in den Bibel geschreven is: want (zeggen zy) daar in word alleenlijk van deze Aarde, met hare dieren, kruiden, en van den mensch, aller dingen heer, gewag gemaakt. Dezen antwoorde ik, gelijk andere voor my reeds gedaan hebben, dat het genoeg blijkt, dat God van alles wat Hy gemaakt heeft, stuk voor stuk, ons geen berigt heeft willen geven [….] “

“[..] Maar anderen zullen hetgeen wij als waarschijnlijk beschrijven willen begrijpen als iets dat in strijd is met de Schrift, als wij het hier hebben over andere planeten met dieren, waarvan zelfs een aantal begiftigd zijn met verstand. Van deze dingen spreekt de Bijbel niet, integendeel, zij gaat alleen over deze aarde met haar planten en dieren en de mens als Heer over alles. Op deze bezwaren antwoord ik zo als ook anderen het voor mij hebben gedaan, dat God niet over alle details van de schepping wilde onderwijzen.”

 

Galilei Christiaan Huygens Cosmotheoros

Galilei over religie

Op veel punten wandelt Huygens in de voetsporen van Galilei. De relatie tussen kosmologie en religie, die Huygens in de Cosmotheoros bespreekt, heeft ook Galilei in detail bediscussieerd. Galilei heeft zich bezig gehouden met de relatie tussen wetenschap en geloof, en in het bijzonder met de compatibiliteit van het copernicaanse systeem met de getuigenis van de Schrift. In zijn brief aan Castelli D. Benetto van 21 December 1613 benadrukt Galilei dat de Bijbel inderdaad altijd onbetwistbaar waar is; echter kan de menselijke interpretatie verkeerd zijn. Bij de menselijke interpretatie mag men zich bijvoorbeeld niet vastklampen aan bepaalde woorden, omdat dit leidt tot misverstand. God heeft de mensen de kracht van het oordeel en de rede gegeven, zodat zij hier gebruik van maken. Over de astronomie staat bijna niets in de Bijbel, en daarom heeft God de mens in deze zaak niets middels de Schrift mede te delen.

Bij Huygens net als bij Galilei is God een opperwezen, de schepper van de wereld. Maar hij is geen persoonlijke God, geen redder, geen God van de verlossing.

Huygens’ God is vergelijkbaar met Galilei’s God en de God van Leibniz. Huygens gaat echter niet zo ver als Spinoza (die Huygens persoonlijk kende en met wie hij correspondeerde over het lensslijpen). God en Natuur vallen niet samen voor Huygens, zoals voor Spinoza; Huygens is geen pantheïst. De teleologie en predestinatie in beeld Huygens’ Godsbeeld passen niet in het wereldbeeld van Spinoza. Jonathan Israel beschrijft de persoonlijke tegenstellingen tussen Spinoza en Huygens, die gebaseerd waren op een groot aantal factoren, onder meer op Spinoza’s cartesiaanse (Radical Enlightenment, p. 246-252). Helaas is Huygens’ antwoord op de vraag van Leibniz (1679), wat Huygens van Spinoza’s Ethiek heeft gevonden, niet overleverd.

Opvallend is bij Christiaan Huygens dat hij de wetenschap als ‘godsdienst’ ervaart: je kunt God te dienen door het bestuderen en bewonderen van zijn werken.

Huygens:

“[…] En hieruit kunnen we concluderen dat de vaardigheiden en de scherpe zinnen de mensen werden gegeven, zodat zij daarmee de kennis van de natuur geleidelijk verwerven, en zij zouden zich ervan niet moeten laten weerhouden deze dingen te onderzoeken en ijverig te verkennen.”

“Maar hoe zou een mens God niet aanbidden en hoog prijzen, die deze dingen gemaakt en geschapen heeft, en wiens voorzienigheid en prachtige wijsheid hier keer op keer wordt verdedigd, en wel tegen degenen die zeggen dat de aarde werd gevormd uit willekeurige stofdeeltjes, of nooit een begin heeft gehad.”

Huygens’ natuurlijke theologie , die die schepping leest als een “boek van de natuur” kan verwijzen naar orthodox gereformeerde teksten die stellen dat we God kennen op twee manieren: ten eerste [!]  door de schepping  en ten tweede [!], door Gods woord (mijn markering;  zie ook Eric Jorink, Het ‘Boeck der Natuere’, Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715, p 31).

Zie ook mijn blogs:

Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

Insecto-theologie

Zie ook Albert Einstein over wetenschap en religie

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

Van Gogh van dichtbij

8 comments

Van Gogh Up Close  is de titel van de tentoonstelling in het Philadelphia Museum of Art,  die daar nog tot 6 mei te zien is.

Vincent van Gogh was een kunstenaar van uitzonderlijke intensiteit, niet alleen in zijn gebruik van kleur en het uitbundig gebruik van verf, maar ook in zijn persoonlijk leven. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de natuur, en zijn werken – met name degene die hij maakte in de jaren vlak voordat hij zichzelf doodde- treffen de kijker met de kracht van de emoties. De tentoonstelling richt zich op de tumultueuze laatste jaren, een periode van koortsachtige artistieke experimenten die begon toen Van Gogh in 1886 Antwerpen verliet en naar Parijs ging en doorging tot zijn dood in Auvers in 1890.

Van Gogh maakte in deze tijd stillevens en landschappen die verschilden met wat men ooit eerder had gezien, doordat hij  traditionele schildertechnieken radicaal veranderde of deze vaak algeheel terzijde schoof.  Hij experimenteerde met scherptediepte en focus.  Hij gebruikte verschuivende perspectieven en bracht vertrouwde voorwerpen “dicht bij” op de voorgrond.

En hij maakte enkele van de meest originele werken van zijn carrière, werken die de ontwikkeling van de moderne schilderkunst dramatisch veranderden.  Hij creëerde een serie stillevens en schilderijen van bloemen en fruit, waarbij hij zich vooral richtte op aspecten van schaal, hoek, en kleur.  In veel van deze werken kunnen voorwerpen van bovenaf worden gezien, of worden zij in een strak bijgesneden ruimte geplaatst die geen aanwijzingen geeft over de context of de omgeving.  Stukken fruit lijken naar voren te kantelen en dreigen uit het beeld te rollen.

Vincent van Gogh, Mandje appels, 1887

Vincent van Gogh, Mandje appels, 1887

Mandje appels, 1887

Gewoon een mand met appels?   Nee. Een belangrijk moment van Van Goghs ontwikkeling van de close-up.  Hier heeft Van Gogh het tafelkleed en de achtergrond weggelaten en dit mandje appels weergegeven in een ongedefinieerde zee van kleur met behulp van een vederlicht penseelstreek.

De close-ups van grashalmen, korenschoven en boomstammen, die de voorgrond van een aantal van de landschappen uit deze periode domineren, wijzen op meer dan alleen een gedetailleerde studie van het onderwerp – ze duiden op een diepe belangstelling voor de afbeelding van de zintuiglijke en emotionele ervaring van het buitenleven. 
Rond deze tijd begon hij ook  Japanse houtsneden te verwerven. Hij bewonderde deze vanwege hun decoratieve kleur en tweedimensionale composities, en hij verwelkomde de ideeën van de Japanse kunstenaars die in nauw samenspel werkten  met de natuur, en het “het kleinste grassprietje” bestudeerden om de natuur als geheel beter te begrijpen. (zie ook Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh;  Regendag/ De regen bij Vincent van Gogh ; Vincent van Gogh en Utagawa Hiroshige)

En toen hij in 1888 naar Arles verhuisde, schreef van Gogh dat een verblijf in het zuiden van Frankrijk sterk leek op een bezoek aan Japan.

Het strenge bijsnijden en comprimeren van voor-en achtergrond suggereert de werkwijze die gebruikt werd in de houtsneden van Utagawa Hiroshige en Hayashi Roshü, die dienden als een belangrijke inspiratiebron voor Van Gogh, die met zijn broer Theo honderden van deze houtsneden verzamelde.

Korenveld van 1888 bijvoorbeeld duwt de hemel bijna naar de top van het doek, wat in een gecomprimeerd perspectief resulteert.

Vincent van Gogh, korenveld hoge horizont

Vincent van Gogh, korenveld hoge horizont


De landschappen die hij heeft geschilderd rond Arles tonen hun Japanse invloed in een wijds uitzicht over het platteland en met hun hoge horizonlijnen, terwijl de landschappen die hij in 1889 en 1890 in Saint-Remy en Auvers ging maken dichte, meer gestructureerde werken zijn.  Gedomineerd door een scherm van bomen of vallende regendruppels suggereren deze schilderijen de directheid en nabijheid van Van Goghs omgeving.

Vincent van Gogh regendruppels raindrops

Vincent van Gogh regendruppels raindrops

Een jaar voor zijn dood schreef hij in een brief aan zijn zus: “Ik … moet altijd gaan kijken naar een grasspriet, een pijnboom-tak, een korenaar, om mezelf te kalmeren.”

Vincent van Gogh, Korenaren" van 1890

Vincent van Gogh, Korenaren” van 1890

In “Korenaren” van 1890, is er helemaal geen hemel maar een symfonie van lange, uitgestrekte penseelstreken die wuivende grasbladen suggereren.

“Ik heb geprobeerd om het geluid van de wind in de korenaren te schilderen,” schreef Van Gogh aan zijn vriend, de schilder Paul Gauguin.

In zijn laatste werken komt Van Gogh op een nog meer dramatische wijze dichter bij zijn onderwerpen door het verminderen van de diepte van het veld en het maximaliseren van het expressieve effect van zijn penseelvoering en kleur.  Een nauw gerichte blik op een groepje van iris, een wirwar van amandel-takken, en de levendige patronen van een keizermot zijn slechts enkele van de beelden in een gedurfde serie stillevens die het hoogtepunt van de tentoonstelling markeren.  

Het was een radicale manier van het schilderen van een landschap, het neerkijken op de voeten. De nadruk ligt op de voorgrond details. Vaak is de ondergroei het eigenlijke onderwerp in al zijn vruchtbare rijkdom en zonovergoten weelderigheid.

Vincent van Gogh, bos met bloemen

Vincent van Gogh, bos met bloemen

 Maar Van Gogh kijkt zo nu en dan ook naar boven, zoals hij deed in “Amandelbloesems,” met een levendige hemel van aquamarijn gezien door de takken van een bloeiende boom.

Vincent van Gogh, Amandelbloesem almond flowers

Vincent van Gogh, Amandelbloesem almond flowers

 

Maria Trepp


De droomlandschappen van Camille Corot

no comment

Jean-Baptiste-Camille_Corot 722px-Jean-Baptiste-Camille_Corot_-_Orphe Orpheus eurydice

Zie de tentoonstelling “Corot, Natur und Traum

Camille Corot Mondschein
Camille Corot Mondschein,

Vincent van Gogh had grote bewondering voor Corot, en sprak over een “Corot-stemming” die werd getypeerd door intimiteit en mysterieuze stilte.

Camille  Corot Bacchanal Nimfen

Camille Corot Bacchanal Nimfen

 

Camille Corot  knotwilgen landschap

Camille Corot knotwilgen landschap

 

Jean-Baptiste-Camille_Corot 800px-Jean-Baptiste-Camille_Corot_046 sturm storm

Camille_Corot Storm

 

Camille Corot Nimfen

Camille Corot Nimfen



Zie ook de tentoonstelling .

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief