Wetenschap Kunst Politiek

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

9 comments

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.


Read more..

Lees de koran met historische afstand!

36 comments

Dit is vandaag de oproep van Burke-Stichting- vice-voorzitter Bart Jan Spruyt in de Volkskrant.
Ik val hem van harte bij.

Al jaren pleiten de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd en anderen, zoals Mohammed Arkoun, in Nederland en internationaal voor een contextuele lezing van de koran.

Helaas worden de mensen zoals Abu Zayd, die voor een contextuele lezing van de koran  en voor een liberale islam pleiten niet alleen van de radicale islamieten afgewezen, maar ook van anti-islamitisch Nederland. Anti-islamitisch Nederland ( Cliteur, Ellian, Hirsi Ali, Hans Jansen, Ehsan Jami, Wilders) pleit namelijk voor een letterlijke lezing van de koran.

Spruyts Burke-collega Paul Cliteur bijvoorbeeld, Nasr Abu Zayds collega in Leiden, heeft nooit de dialoog gezocht met Abu Zayd.  Wel valt hij graag Abu Zayd en diens liberale visie op de islam persoonlijk aan.

In de NRC van 29-8-2006 vraagt Elsbeth Etty aan Afshin Ellian:” als er geen gematigde islam bestaat, maar er bestaan wel gematigde moslims […] , zijn dezen dan afvallig?” Paul Cliteur, die Ellian naar Leiden heeft gehaald, heeft al een zeer duidelijk antwoord op Ettys vraag gegeven, namelijk: ja.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft hij de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd als moslim en als wetenschapper onderuit te halen ( onderuit te schoppen, zou ik liever willen schrijven). Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd: “Het is natuurlijk wrang wanneer iemand [die, M.T.] in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221) Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) .
Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek, hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam […] “. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [….] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2] Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt.

Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft […] ” (p.13)  Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichzelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur:
“[…] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.” (p. 38)

Over Nasr Abu Zayd zie o.a. mijn blog Verlichting in het islamitisch denken


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.
[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227. [3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

Meest recente berichten