Wetenschap Kunst Politiek

Paul Cliteur: Moreel Esperanto

40 comments

Koen Haegens heeft in De Groene Amsterdammer van 9-3-2007 een uitstekende recensie geschreven van Cliteurs nieuwste boek, Moreel Esperanto.

Ik wil het debat over Cliteurs Moreel Esperanto openen met citaten uit Haegens’ artikel uit De Groene.

 
Cliteurs pleidooi voor een atheïstisch-humanistisch “Moreel Esperanto” ziet de Leidse hoogleraar godsdienstwetenschap Willen B. Drees als een “naïeve wensdroom” van een spanningsvrije morele taal. “Moreel beraad kan zeer wel leven met argumenten die niet gedeeld en niet geheel begrepen worden, inclusief verwijzingen naar een particuliere achtergrond en religieuze traditie. Moreel beraad vraagt geduld en begrip, niet instemming.”[1] Drees merkt ook op dat Esperanto geen succes was, en dat Esperanto ver van waardevrij was: Het was een taal georiënteerd aan Europese talen, en werd ook – niet geheel toevallig- dwangs-gepromoot door Khomeini, omdat hij het Engels wilde vermijden.
Cliteur zoekt spanningsvrije volmaaktheid, maar het gaat erom randvoorwaarden te scheppen voor pluriformiteit en diversiteit.

Maar hier eerst Haegens:

“In heksen, kabouters en zeemeerminnen mag van rechtsfilosoof en opiniemaker Paul Cliteur iedereen geloven, ‘maar wanneer wereldleiders oorlogen beginnen op basis van berichten die zij menen te hebben ontvangen uit een andere wereld, heb je wel een serieus probleem’. Dat probleem heet bij Cliteur de ‘goddelijke-bevelstheorie’, de religieuze ethiek van christendom, jodendom en islam die het goede definieert als datgene wat God wil. Hét klassieke voorbeeld van waar dat toe kan leiden, is het in alle monotheïstische godsdiensten voorkomende verhaal van Abraham. Uit gehoorzaamheid aan God was hij bereid zijn zoon Izaäk te offeren.

Het is deze goddelijke-bevelstheorie die volgens Cliteur de hoofdoorzaak is van de huidige problemen met religieus fundamentalisme. Hij hekelt de mensen die alle mogelijke andere verklaringen voor bijvoorbeeld de moord op Theo van Gogh aanvoeren – van cultuur tot discriminatie op de arbeidsmarkt – behalve de religie van de dader. Waarom de verklaring van Mohammed B. zelf, die zegt dat zijn daad voortkomt uit zijn geloof, niet serieus nemen?

[…]
Wat de multireligieuze samenleving nodig heeft is daarom geen geïnstitutionaliseerd religieus pluralisme, maar een autonome, niet-religieuze ethiek. Zo’n autonome ethiek is volgens Cliteur niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk in een samenleving waarin verschillende religies naast elkaar bestaan. Discussiëren over goed en kwaad gaat het best in een voor iedereen verstaanbare taal, redeneert hij, een soort ‘moreel Esperanto’ dus.

Dat is even redelijk als dat het vaag is. Nadat Cliteur tweederde van zijn boek heeft uitgetrokken om de nadelige kanten van religieuze ethiek te bespreken – waarbij hij de herhaling helaas niet schuwt – handelt hij de door hem aangedragen alternatieven wat al te makkelijk af.

Het probleem van de multireligieuze samenleving, zo stelt Cliteur, is dat mensen ‘hardnekkig blijven doorpraten in een taal die alleen wordt verstaan door de eigen groep’. Helaas laat Cliteur na zelf het goede voorbeeld te geven. Samen met zijn intellectuele maatjes als Jaffe Vink, Afshin Ellian, Chris Rutenfrans en Andreas Kinneging staat hij nu al jarenlang luid in het neoconservatieve dialect te schreeuwen. Om degenen die daar niet aan meedoen er vervolgens van te beschuldigen dat ze het debat ontlopen en de problemen bagatelliseren.

Ook in Moreel Esperanto fulmineert Cliteur honderden pagina’s achtereen tegen zijn critici. Wie dit precies zijn blijft onbekend, laat staan dat er naar goed wetenschappelijk gebruik concrete citaten en verwijzingen gegeven worden. Cliteur spreekt over ‘vrijzinnigen, multiculturalisten en postmodernen’.
[…]

Cliteur cum suis voeren geen echt debat. Ze creëren voortdurend zelf een ideaaltypische tegenstander in hun ideeënstrijd. Die is van alles tegelijk – van oud-linkse betonsocialist tot liberale postmodernist – maar bovenal vatbaar voor hun favoriete ‘argument’: ze zijn soft in het allesbepalende gevecht tussen westerse conservatieve liberalen en fundamentalisten.
[…]

Wat telt is de letterlijke tekst, een uitgangspunt dat de neocons overigens delen met de fundamentalisten. Het hangt samen met hun filosofisch idealisme. De fysieke omstandigheden zijn volgens het idealisme afhankelijk van de geest. Anders gezegd: niet de materiële omstandigheden bepalen hoe onze wereld eruitziet, maar louter de ideeën en gedachten van mensen.[…] ”

 
Susan Neiman onderneemt in haar boek Morele helderheid/ Goed en kwaad in de eenentwintigste eeuw (Moral clarity) een poging om – net als Cliteur- een moraal zonder religie te verdigen, maar anders dan Cliteur doet zij dat met respect vor religies en met een scherpe kritiek op neoconservatieven (neocons dus zoals Cliteur zelf).
 
 
De Leidse hoogleraar Oude Testament Bas ter Haar Romeny die tijdens NWO-Huygenslezing 2007 over Cultuur en identiteit sprak over het thema “Religie en Cultuur : wie is de baas?” keerde zich tegen de doelstelling van zijn Leidse collega Paul Cliteur voor een “Moreel Esperanto”:
We hebben volgens Ter Haar Romeny geen moreel Esperanto nodig, waar de religie overboord wordt gegooid. Het gaat om dialoog, debat en wisselwerking tussen culturen en religies.



[1] Willem B. Drees “Religies in een pluriforme samenleving – stellingen, VU –podium Wat ons bindt: Op zoek naar de overeenkomsten”.
 

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Meest recente berichten