Wetenschap Kunst Politiek

Rechtsfilosofen over martelen: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

67 comments

[herhaalblog]

De Leidse hoogleraar rechtsfilosofie  en (toenmalige?) directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting Andreas Kinneging is gecharmeerd van het marteldilemma: Kinneging verdedigt zowel de gebeurtenissen in Abu Ghraib als ook martelpraktijken. Hij begint met een obligate vaststelling: “Natuurlijk moet je [over Abu Ghraib] zeggen dat het schandalig is wat daar gebeurd is. Iedereen moet zich houden aan het internationale recht en daarin staat dat je gevangenen behoorlijk dient te behandelen.”
Maar Kinneging denkt daar eigenlijk toch anders over: “Maar dan. Het is makkelijk praten als je niet in een oorlogssituatie zit, een emotionele hogedrukpan, waarin je iedere dag kunt worden opgeblazen. Het is niet verbazingwekkend dat mensen hun zelfcontrole verliezen. De verleiding om tot hardhandige middelen over te gaan wordt dan groot. Dan ontstaan problemen als: mag je iemands voeten niet stukslaan als dat de dood van je kameraden kan voorkomen? […]
Dit is dilemma het dilemma van de schone handen. Zo zeggen nu degenen die zich kwaad maken: je mag niet martelen. Maar geldt dat ook als je een Al-Qaedaterrorist te pakken hebt en je vermoedt dat hij ergens in Parijs een atoombom heeft liggen?”[1]

Kinnegings logica is niet: omdat dit soort gevangenissen tot mishandelingen leidt, moeten we deze gevangenissen niet hebben en deze oorlogen niet voeren. Nee, hij probeert tortuur te rechtvaardigen uit het bestaan van dergelijke gevangenissen en oorlogen. Helemaal op de lijn van de Amerikaanse neocons: Ook George W. Bush en Dick Cheney, die net aan de macht waren toen 24 begon, hebben vaak gepleit voor ‘flexibiliteit’ inzake de informatievergaring van terreurverdachten.

Bij de Burke Stichting denkt men lichtvaardig over martelen. Oud-Burke-dircteur Livestro bagatelliseerde in Vrij Nederland de ‘paar obscene incidenten in Abu Ghraib’, de gevangenis waar Irakezen zijn gemarteld. Volgens hem doen deze taferelen slechts denken aan een uit de hand gelopen studentenfeestje. Omdat zij niet te vergelijken zijn met de systematische massamoord onder Saddam, stellen de martelingen niets voor, betoogt Livestro. ( Elsbeth Etty, NRC 25-5-2004)
De Leidse neoconservatieve professoren weten de studenten te bekoren met hun autoritaire en populistische argumenten. Diederik van Hoogstraten : “De politicologe Kelly Greenhill bevestigt de indruk dat jongere generaties anders zijn gaan denken over martelen. Nieuw onderzoek onder studenten, schreef zij onlangs, laat zien dat 44 procent marteling steunt in een ‘tijdbomscenario’, […). Voor ‘softe’ methoden, zoals ‘nepverdrinking’, is 62 procent te porren, als dit onschuldige doden zou kunnen voorkomen.” (de Volkskrant, 23-7-2007)

Maar afgezien van de morele kant van het martelen, wordt onder deskundigen niet geloofd in de effectiviteit van martelen of hard ondervragen:  “Hard ondervragen van verdachten of arrestanten lijkt zo voor de hand te liggen. Zeker in een oorlog. Maar respect en inspelen op menselijke praatzucht leveren veel meer op, zeggen kenners.” “Ondervragers moeten inhaken op die natuurlijke praatzucht, schrijven ook dr. Ulf Holmberg en prof. dr. Sven Christianson van de universiteit van Stockholm. Zij bestudeerden ondervragingen in zware gewelds- en zedendelicten. Zakelijke en vriendelijke rechercheurs die de verdachte met respect behandelen, halen inderdaad meer informatie en meer bekentenissen dan dominante verhoorders die verdachten angst inboezemen.” (de Volkskrant, 25-11-2006)

Uitvoerig bespreken de Nijmeegse rechtswetenschapper Sebastiaan Garvelink en de Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens in Filosofie Magazine 6/2007 het (o.a. door Kinneging) geschetste schone-handen-dilemma, dat in de VS argumentatief veel door de neocon Yoo van het American Enterprise Instituut  wordt gebruikt.
“[…] Toch meent ook Bush zich in een situatie te bevinden waarin de geldende normen tegen marte­ling moeten worden heroverwogen. De rechtvaardiging daarvoor is te vinden in de dreiging van dat terrorisme en in Bush’s doctrine van de ‘As van het Kwaad’. In het licht van de apocalyptische strijd tegen het kwaad is een gewelddadige ondervraging te zien als het ‘geringere kwaad’. De juridi­sche onderbouwing is afkomstig van het Office of legal Council (OlC), een elite­clubje van topjuristen op het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Het OlC legde het begrip ‘torture’ uit de genoemde Conventie zo beperkt uit, dat alleen de meest extreme vormen van geweld er onder vielen. Zelfs wanneer een ‘behandeling’ ondanks deze hoge drempel toch als ‘marteling’ zou moe­ten worden aangemerkt, zou het gebruik hiervan gerechtvaardigd kunnen worden met een beroep op ‘zelfverdediging’ en op de constitutionele bevoegdheden van de president als opperbevelhebber van het leger. De Amerikaanse regering heeft zich inmiddels genoodzaakt gezien dit stand­punt te matigen. Toch keert het terug in de vorig jaar aangenomen Military Commissi­ons Act, op grond waarvan de president in laatste instantie beslist over de interpreta­tie van de Geneefse Conventies. Zo bepaalt de president nog steeds wat ‘torture’ is. Een fervent voorvechter van deze presiden­tiële War Powers is John Yoo, voormalig lid van het OlC en destijds als (co-)auteur betrokken bij de martelmemo’s. Yoo is inmiddels weer hoogleraar in Berkeley, maar hij beroept zich in interviews en publicaties uitdrukkelijk op de eventuali­teit van een tikkende bom. Terrorismebe­strijding is voor hem niet alleen een zaak van politie en justitie. De terrorist bevindt zich in een toestand van oorlog met de samenleving, en dan geldt: ‘als de wapens spreken, zwijgen de wetten’. En als de wapens spreken, heeft de president het laatste woord. […] Voor een ‘tikkende bom scenario’ is het niet voldoende dat er sprake is van een ze­kere kans op terroristische aanslagen, zoals vandaag de dag het geval is. Zelfs een acute dreiging is niet voldoende. Het scenario is pas aanwezig als de kennis van die dreiging zo compleet is, dat we precies weten welke ramp aanstaande is, welke informatie we nodig hebben om deze ramp af te wenden en wie we moeten martelen om die informa­tie te verkrijgen – én bovendien: dat er geen andere manier is om die ramp te voorkomen. Het veronderstelt met andere woorden een compleet overzicht waarin niet één cruciaal element mag ontbreken. Een dergelijke situatie kun je eigenlijk alleen maar op kunstmatige wijze creëren, bijvoorbeeld als scenarioschrijver van een film of van een televisieserie. […]Zouden de aanslagen van 11 september voorkomen hebben kunnen worden, wan­neer de Amerikaanse veiligheidsdiensten op het juiste moment bereid waren geweest iemand te martelen? Misschien. Maar dan had men op de hoogte moeten zijn van wat er op handen was en had men de juiste persoon te pakken moeten hebben. Bij mar­teling gaat het echter bijna altijd om men­sen die min of meer verdacht zijn, die mis­schien beschikken over kleine stukjes relevante informatie die zich misschien wel – maar misschien ook niet – tot een zinvol geheel laten ordenen, op grond waarvan wellicht een nabij of verder gelegen toe­komstig gevaar kan worden afgewend. Mar­teling vindt dan ook meestal plaats in het kader van zogeheten sleepnetoperaties, waarbij grote hoeveelheden individuen worden opgepakt en ondervraagd, zoals in de Algerijnse oorlog, tijdens de Palestijnse intifada of nu in Irak. Buiten de studio is marteling nooit een precisie-instrument ter voorkoming van een terroristische aanslag, maar een grof mid­del dat zonder veel beperkingen en op basis van gebrekkige informatie wordt toegepast. Dat betekent dat het vaak voorkomt dat de verkeerde op de pijnbank zal worden ge­legd. Het is al eeuwen bekend dat verkla­ringen die onder dwang zijn afgelegd, onbe­trouwbaar zijn. Recent werd dat in Nederland nog eens bevestigd in de zoge­naamde Schiedamse parkmoord. Bovendien brengt ‘marteling’ kosten met zich mee voor de samenleving die haar aanvaardt. Er moet informatie verzameld worden, daar zijn gebouwen voor nodig en personeel. Verder vraagt marteling om autorisatie en controle. Uiteindelijk lijkt er maar één alternatief te zijn voor een absoluut verbod op martelen: een absolute staat. “

Ook de Leidse hoogleraar Herman van Gunsteren is buitengewoon kritisch over de Amerikaanse wetgeving ten opzichte van martelen: “Anthony Lewis’ ‘Making Torture Legal’ (‘Legalisatie van martelen’) analyseert memoranda van de hand van juristen in het Bush-bestuur over de behandeling van krijgsgevangenen. Zij geven, als waren ze advocaten van een maffiabaas, trucs aan waardoor vervolging vermeden kan worden. 11 September, zo argumenteert een memorandum van het ministerie van Justitie, heeft het recht van de natie op zelfverdediging geactiveerd. Iemand die bij een ondervraging martelt kan strafbaarheid ontlopen als zijn handelen ertoe dient om verdere aanvallen te voorkomen. Daarnaast ontwikkelen de regeringsjuristen een doctrine over de bevoegdheid van de president als opperbevelhebber die hem in feite boven de grondwet stelt. ‘Restricting the President’s plenary power over military operations (including the treatment of prisoners)’ zou ‘constitutionally dubious’ zijn, aldus een memorandum van William J. Haynes II van het ministerie van Justitie. (‘Het beperken van de presidentiële oppermacht over militaire operaties (inclusief de behandeling van gevangenen) zou wel eens strijdig met de grondwet kunnen zijn.’) Een later (6 maart 2003) geheim memorandum voor minister van Defensie Rumsfeld, geschreven door een ad-hoccollectief van juristen, voegt daar een handreiking voor prospectieve (de oorlog in Irak zou net beginnen) martelaars aan toe: ‘As this authority is inherent in the President, exercise of it by subordinates would be best if it can be shown to have been derived from the President’s authority, through Presidential directive or other writing.’ (‘Aangezien deze bevoegdheid inherent is aan het presidentschap, zou het het beste zijn als aangetoond kan worden dat de uitoefening ervan door ondergeschikten, blijkens een presidentiële aanwijzing of ander schriftelijke stuk, is afgeleid uit de presidentiële bevoegdheid.’) De wet die de leider en degenen die namens hem handelen boven de wet stelt, dat is een bekend gevaarlijke vorm van tirannie.” Martelen en dood van gevangenen zijn het eindresultaat van ‘coollegal abstractions’ (koele juridische abstracties) aldus Lewis. ‘For me,’ schrijft de oud-columnist van de New York Times ‘the twisting of the law by lawyers is especially troubling. I have spent my life believing that the safety of this difficult, diverse country lies to a significant extent in the good faith of lawyers – in their commitment to respect the rules. But the Bush lawyers have been brazen in their readiness to twist, dissemble, and invent in the cause of power.’ ” ( Gevaarlijk veilig, p 111 ff.) Van Gunsteren verwijst terecht ook naar de nazi jurist Carl Schmitt, die door de Burke Stichting ongenuanceerd wordt aangehaald.


[1] In: Filosofisch elftal, p. 193 f.; ook in Trouw, 12-5-2004.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

Commissie VS: martelpraktijken CIA waren zinloos

Martel-juristen/ Philippe Sands: Torture team

67 comments

Op de voorpagina van de Volkskrant vandaag een artikel over de achtergronden van de CIA-martelingen.

Ik heb in meerdere blogs over de twijfelachtige houding van de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging geschreven, die martelpraktijken impliciet goedkeurt. Zie bijvoorbeeld:
Leidse hoogleraren over het marteldilemma: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

Interessant hierbij is dat Kinneging via zijn Edmund Burke Stichting verbonden is met het American Enterprise Institute, waar de belangrijke VS-marteljurist John Yoo werkt(e). John Yoo heeft in de VS de juridische grondslagen gelegd voor het plan dat van terrorisme verdachten zonder vorm van proces kunnen vastgehouden worden. Hij was de openlijkste en felste tegenstander van de anti-martelwet van de Republikeinse senator John McCain. Yoo vindt dat folteren pas martelen mag heten als een orgaan van een ondervraagde definitief is beschadigd.
Yoo is als (co-)auteur betrokken bij de martelmemo’s.

Iedereen die meer wil weten over de achtergonden van de VS-martelpraktijken en de rol van juristen moet het boek “Torture team” van Philippe Sands lezen.

Uit een interview met Sands uit de NRC van 13 juni 2009:

“Sands’ boek draait om de Bush-ambtenaren Douglas Feith, destijds onderminister van Defensie, attorney general Alberto Gonzales, John Yoo, adviseur bij Justitie, David Addington, stafchef van vicepresident Cheney, justitie-adviseur Jay Bybee en William Haynes, ‘general counsel’ van minister van Defensie Rumsfeld. Praktijkjuristen die tijdelijk waren benoemd in hoge politieke beleidsfuncties in de Bush-regering. Nu zijn ze weer terug in de juridische beroepen. Sinds het boek van Sands liggen ze onder vuur. De advocaten onder hen worden waarschijnlijk uit hun ambt gezet. The New York Times pleitte ervoor de rechters onder hen te ontslaan.

Waarom richtte u zich op de juristen en niet op Cheney en Rumsfeld zelf?

Ik kon niet begrijpen hoe advocaten die aan Harvard en Yale afstudeerden ondervragingstechnieken goedkeurden die op marteling neerkomen. Hoe deden die mensen dat? Ik heb wat met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van advocaten, hun integriteit en onafhankelijkheid. Mijn werkhypothese was dat met andere juristen dit nooit was gebeurd. Deze juristen hebben systematisch onafhankelijk of tegengesteld advies uitgesloten. Het ging hun alleen om het afdekken van vaststaand beleid. Iedereen die anders dacht werd uitgesloten. Daarom is president Obama er ook van overtuigd dat deze mensen een verantwoordelijkheid hebben. Zij hebben een grens overschreden.”

Het hele boek draait om één document, het Haynes memo, dat in 2004 door de Bush regering zelf is vrijgegeven na de rel over de Abu Graib gevangenis.

Sands:
“Achteraf was dat een ongelooflijk stomme manoeuvre van Bush. De gedachte was aan te tonen dat de VS zeer zorgvuldig optraden, dat er van marteling geen sprake was, dat Abu Graib niets met officieel Amerikaans beleid te maken had. En dat de druk om met agressieve verhoormethoden te beginnen uit het veld, van onderop afkomstig was. Nu staat vast dat het precies andersom was. Als je dit soort documenten aan iemand zoals ik geeft…”

De Leidse neocon, jurist en fanatieke Bush-fan Afshin Ellian verdedigde in zijn Leidse oratie nog de these dat Abu Graib niets met officieel Amerikaans beleid te maken had. Voor hem was Abu Ghraib geenszins een keerpunt.

Ellian in zijn oratie: “Men spreekt zijn afschuw uit over Abu Ghareib [Abu Ghraib, M.T.] zonder daarbij te willen melden het aantal Amerikaanse militairen dat wegens mishandeling vervolgd en veroordeeld zijn.”[1]
Als ik dit in Ellians oratie lees, moet ik eraan denken, dat Paul Cliteur, juist in de week dat de mensenrechtschendingen in Abu Ghraib bekend werden, in de Volkskrant een artikel plaatste over het welzijn van opgehokte konijnen: Konijnen lijden in eenzaamheid (de Volkskrant 12-5-2004). Het is fijn dat Cliteur het opneemt voor het konijn (Leidse afficheringsactie toentertijd: “Fijn voor het konijn, Cliteur!”) maar waarom horen we dan niets van hem over Abu Ghraib?

Sanders:” “Abu Graib was een keerpunt, een damdoorbraak. Daarvoor sliep de journalistiek. Veel van mijn Amerikaanse vrienden in rechtenfaculteiten waren in die tijd ook niet kritisch. Noem het een collectieve psychologische identiteit, peer pressure, ik weet het niet. Shockerend was het wel. Ook binnen de regering-Bush kwamen mensen tot het inzicht dat er iets ernstig mis was. Alleen, gaven ze dat nou maar een keer toe!”

Ja, en gaven de Leidse Burke juristen nou eindelijk eens toe dat er met het martel-beleid van hun neocon-juristen en collega’s iets ernstig mis was…en dat martelen nooit mag…

Commissie VS: martelpraktijken CIA waren zinloos



[1] Sociale cohesie en islamitisch terrorisme, oratie Universiteit Leiden 18-4-2006

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief