Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens over water op de maan

no comment

Volgens nieuwe bevindingen is er mogelijk water op de maan (lees hier meer)

Christiaan Huygens overpeinst in zijn Cosmotheoros (1698) de vraag, of er water op de maan is. Anders dan Kepler denkt hij niet dat dit het geval is. De “maria” (maanzeeën, inslagkraters die men voor zeeën aanzag) herkent hij als holtes.

 

Maar ik vind ’er niets dat na zeeën gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het tegendeel gevoelen. Want in de grote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van oceanen verheerlijkt worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtes zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wij haar wat aandachtiger beschouwen, vertonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo kunnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener delen is; waar in wederom sommige met een krachtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het mij niet toe dat ’er enige Rivieren in de Maan zijn: want zoo z’ er waren, zij zouden de scherpzichtigheid van mijne kijkglazen niet kunnen ontslippen; ten minsten, indien zij, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hoge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vocht te verschaffen: want indien z’ er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezicht verbergen; ’t welk geenszins geschied, maar daar blijft een gedurige helderheid.”

Huygens redeneert vervolgens vanuit een analogiegedachte, dat er op de andere manen in het zonnestelsel waarschijnlijk ook geen water te vinden is.

Hij  zou wel heel erg verbaasd geweest zijn als hij had geweten dat men met de hulp van ruimtesonde Cassini nu methaanmeren op de door hem ontdekte Saturnusmaan Titan zou vinden.

Wel argumenteert Huygens dat er mogelijk vloeibare stoffen, “iets anders dan water”, op de manen te vinden zouden zijn:

Misschien zou daar ’t een of ’t ander, dat heel anders als ons Water is, de Aardgewassen en Dieren kunnen doen leven. Misschien zou een weinig vocht in de aarde, niet als d’ onze het Water indrinkende, voor de Zonnestralen genoeg zijn, om daar uit een dauw te trekken, die tot voeding van kruiden en bomen bekwaam was: ’t welk ik zie dat ook Plutarchus mening is geweest, in zijn Samenspraak van de Gedaante in het Maan-rond [-> Plutarchus, De face in orbe lunae] .”

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Meer over Christiaan Huygens

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

14 comments

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.

 

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

 

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum, download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf)), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Christiaan Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft,

kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, […]”

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens


Read more..

Romantische Japanse maanprenten van Yoshitoshi

11 comments

In het Leidse Japanmuseum Sieboldhuis  zijn tot 4 maart  2012 topstukken van de Japanse prentkunstenaar Tsukioka Yoshitoshi (1839-1892) te zien in de tentoonstelling “Maanlicht, mysterie en schoonheid”.


Yoshitoshi is een meester van de Japanse kleurenhoutsnede, in het bijzonder van het Ukiyo-e, een vorm van houtsnede die sinds het midden van de 18e eeuw ook in Europa populair werd en een grote invloed had op de Europese kunstwereld van het fin-de-siècle  (zie ook mijn vele blogs over het verband tussen Japanse kunst en 19e eeuwse Europese kunst).

 


Deze prenten zijn boeddhistisch geïnspireerd  en drukken vaak het vergankelijke, vluchtige karakter van de werkelijkheid uit. De volgende prent leert dat je NIET naar de vinger van de boeddhistische monnik moet kijken maar naar de maan zelf:


Beroemd zijn Yoshitoshi’s A Hundred Views of the Moon, waar hij motieven uit Chinese en Indiaanse legendes en uit Kabuki en Noh theater illustreert.

 

Maria Trepp

www.passagenproject.com

 

deze tekst staat ook op mijn Duitse  blog

www.passagenproject.com/blog1

 

 

Bad Moon Rising Above Leiden

6 comments

 

De huidige volle maan is bijzonder omdat de maan op 19 maart 2011 dichter bij de Aarde staat dan in 18 jaar.

Op internet werden aardbevingen en tsunami voorspeld… en tsja dat is er dus ook geweest, maar helaas niet op de 19e .

Luister naar Credence Clearwater Revival, Bad moon rising

“…Don’t go around tonight

Well, it’s bound to take your life

There is a bad moon on the rise”

 

 

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

 

Bad moon Leiden

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

 

 

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

 

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

 

 

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

 

 

Maans- en Zonsverduisteringen/ eclips bij Johannes Kepler en Christiaan Huygens

6 comments

partiële maansverduistering in Leiden december 2011 eclipse

partiële maansverduistering in Leiden december 2011 eclipse foto: Maria Trepp


Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_4_Jan_2011,_9-40_h,_Sudwestsachsen_4192

Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_4_Jan_2011,Duitsland

Zonsverduistering solar eclipse 800px-Sonnenfinsternis_04_01_2011

Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_04_01_2011 Duitsland

Bij een totale en maansverduistering bevindt de maan zich in de schaduw van de aarde, de aarde staat dus tussen zon en maan.





Maansverduistering 2004

Op 4 januari 2011 vond een gedeeltelijke zonsverduistering plaats, hier een plaatje uit Leiden:

4 januari 2011 gedeeltelijke zonsverduistering Leiden foto Maria Trepp

4 januari 2011 gedeeltelijke zonsverduistering Leiden foto Maria Trepp

In Christiaan Huygens’ Cosmotheoros wordt op de grote betekenis van de maans- en zonsverduisteringen voor de geschiedenis van de astronomie gewezen: deze verschijningen zetten de mensen aan het denken.

De Oude Grieken concludeerden bijvoorbeeld dat de aarde een bol was omdat tijdens maansverduisteringen de rand van de schaduw altijd rond was.

Huygens had zich bij het schrijven van zijn wetenschapsfictie “Cosmotheoros” georiënteerd aan een wetenschappelijk-fantastisch verhaal van Johannes Kepler , “Somnium”. Ondanks veel verschillen tussen Cosmotheoros en Somnium zijn heel wat overlappingen te vinden. Beide verhalen “verkopen” het Copernicaanse systeem aan een breed publiek, met wetenschappelijke én imaginaire middelen. Beide boekjes  gebruiken een sterk pedagogische kneep om het zonnesysteem aanschouwelijk te maken:  zij plaatsen bewoners op planeten of maanden en beschrijven in detail wat men vanuit een andere planeet, of vanuit onze maan kan waarnemen.

Zowel Kepler alsook Huygens beschrijven hoe de aarde (bij Kepler “Volva” genoemd) vanuit de maan uitziet. Maar Kepler neemt aan, dat op de maan water vloeit, en er ook fantastische levende wezens rondspoken. Huygens gelooft niet in water op de maan en is sceptisch tegenover de gedachte van maanbewoners.

Kepler schrijft daarom uitvoeriger over het perspectief “de aarde gezien vanuit de maan” dan Huygens, en hij neemt, anders dan Huygens, ook ruimte voor een schildering van hetgeen de maanbewoners bij een maansverduistering zien: een partiële zonsverduistering.

Hier de passage uit Huygens’ “Cosmotheoros” van 1698 over wat men vanuit de maan van de aarde ziet. Huygens begint uit te leggen dat de bewoners aan de “achterkant” van de maan de aarde nooit zien, aan de “voorkant”deze altijd zien. Net als Kepler beschrijft hij ook dat de maanlingen de aarde in schijngestalten zien, en dat de aarde voor hun ogen rond draait, waarbij zij meer van de aarde kunnen zien dan mensen zelf konden zien ten tijde van Huygens.



Aarde vanuit de maan gezien

“De Maan-kloot is by henluiden [=eventuele maanbewoners, M.T.] in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voor komt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [horizon] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven. Daarenboven zien zy haar ook in ligt aangroeijende, en in den maandelijken omloop verminderd; en aldus by beurten vol, half, en tot hoornen verkleind, met dezelve verandering van gedaantens, die de Maan-kloot aan ons vertoont.”

Halve aarde, zie tekst

“Maar het ligt, dat de Maanlingen van onze Aarde krygen, is vyftienmaal grooter als dat wy van haar ontfangen; zulks dat zy in het beste Halfrond, na ons toegekeerd, uitstekende heldere nagten hebben: nogtans kan die helderheid hen geen warmte geven, schoon Kepler van andere gedagten was. De Zon gaat by hen op, en onder, yder van onze maanden eens, en dus hebben zy dagen en nagten vyftienmaal langer als wy, en met elkanderen eenparig in een geduurige nagtevening: door welke lange dagen, nademaal de Zon van henluiden niet verder af is als van ons, noodzakelijk moet volgen, dat die gene, by welke de Zon nog boven den Gezigteinder klimt, door een ongemakkelijke hitte gebraden werden, indien hunne lichamen zoo gevoelig als de onze zijn. By die genen nu, die omtrent de gezeide samengrenzingen van de Halfronden wonen, klimt de Zon wel meest; maar die daar verre van af zijn, en omtrent landstreken wonen, welke onder de Aspunten van de Maan leggen, zullen om die lange dagen niet meer warmte voelen, als de menschen, die in de Zomer by Ysland of Nova Zembla Walvissen vangen…”

zie ook

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Der Cosmotheoros von Christiaan Huygens: moderne deutsche Version mit Einleitung

maria trepp

De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

10 comments

 

NASA heeft deze week een nieuwe nauwkeurige maankaart gepresenteerd.
Een mooie gelegenheid om ook eens met de ogen van de 17e eeuw, dus uit het perspectief van de tijd van de eerste telescopen, naar onze maan te kijken.


De eerste mens die de maan een beetje meer in detail kon zien en de maan mooi gedetailleerd heeft getekend was Galilei (zie hieronder links)


zie mijn blog hierover De sterrenbode: Galilei en de telescoop.




In 1647 publiceerde de Duits-Poolse astronoom en burgemeester van Danzig/ Gdansk Johannes Hevelius (een belangrijke briefpartner van Christiaan Huygens), een atlas van de maan:  Selenographia sive Lunae descriptio.



Hevelius, Selenographia

Dit werk bevat 133 zeer nauwkeurige kopergravures met kaarten van de maan en van de gebruikte astronomische instrumenten.

Johannes Hevelius en zijn vrouw Elisabeth Koopmann (genoemd “de moeder van de maankaarten”) aan het observeren. Ik kom terug met een blog over haar, de eerste vrouwelijke astronoom.



Christiaan Huygens schrijft uitvoerig in zijn beroemde laatste tekst “Cosmotheoros” uit 1698 [waarvan ik nu een Duitse geannoteerde versie met inleiding maak] over de landschappen op de maan. Hij wijst de gedachte aan water op de maan af; hij schrijft dat de zogenoemde maanzeeën (=Maria ! hehehe! meervoud van mare) geen water bevatten, en hij beschrijft nauwkeurig de gaten van meteoritinslagen (zonder deze zo te benoemen natuurlijk).
Volgens Wikipedia zijn de maria eigenlijk grote vulkanische vlakten opgebouwd uit basalt.

Ook geeft Huygens aan, dat de maan geen atmosfeer heeft (dit in tegenstelling tot de van hem ontdekte Saturnusmaan Titan, maar dat kon Huygens toen nog niet weten).


[Uit Cosmotheoros, Nederlandse vertaling van  Pieter Rabus op de site van de Universiteit Utrecht]

Dit blijkt in onze Maan (zelfs met kleine Kijkers, drie of vier voeten lang) dat haar oppervlakte in vele gebergten, en wederom met zeer breede vlakke dalen verdeeld is. Want men ziet er de schaduwen der bergen aan die zyde, die zy tegen over de Zon hebben; en dikwils word men daar in zekere kleine dalen gewaar, die in bergtoppen, welke byna kringswijze staan, besloten zijn: daar dan weder een of meer bergjes in t midden uitsteken. […] ik vind er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [astronomen] het tegendeel gevoelen. Want in de groote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van Oceanen verheerlijkt, worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtens zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wy haar wat aandagtiger beschouwen, vertoonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo konnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener deelen is; waar in wederom sommige met een kragtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het my niet toe dat er eenige Rivieren in de Maan zijn: want zoo zij er waren, zy zouden de scherpzigtigheid van mijne Kijkglazen niet konnen ontslippen; ten minsten, indien zy, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hooge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vogt te verschaffen: want indien zij er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezigt verbergen; t welk geenzins geschied, maar daar blijft een geduurige helderheid.

Het is ook blijkelijk, dat de Maan van zoodanig een Lucht, of Dampgewest, als rondom ons Aardrijk gaat, niet omringt word: om dat, zoo het daar ergens was, de uiterste rand van de Maan zoo nettelijk rondgetrokken niet zou schijnen, als ze dikwils door t onder heen gaan van eenige Starren gezien is; maar ze zou in een zeker verdwynend ligt, en gelijk als met een vezelachtigheid, eindigen: om hier nog niet te zeggen, dat de dampen van ons Dampgewest meerendeels uit waterdeeltjes bestaan, en derhalven, daar geen Zeen nog Stroomen zijn, dat daar geen overvloed van water kan opgetrokken werden. Dit groot  onderscheid, het welk tussen de Maan en onze Aarde gevonden word, laat ons naauwlijks toe iets daar van te gissen. Want zoo d er Zeen en Vloeden in gezien wierden, t zoude geen klein bewijs zijn, dat het overige cieraad der Aarde haar ook wel voegde, en dat het gevoelen van Xenofanes waaragtig was, zeggende dat de Maan bewoont wierd, en een Aardrijk was van vele steden en bergen. Maar nu dunkt my niet, dat in een dorre, en ganschelijk van water beroofde, grond Kruiden of Dieren konnen leven; dewyl die haar stoffe en voedsel uit vocht moeten krijgen.”



De nieuwste maankaart van de NASA is gebaseerd op gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), die sinds een jaar om de maan draait, zie hierover www.astronieuws.nl en NASA’s LRO Creating Unprecedented Topographic Map of Moon.

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Der Cosmotheoros von Christiaan Huygens: moderne deutsche Version mit Einleitung

Maria Trepp

Zonsondergang en volle-maan-opgang in de duinen

21 comments

Terwijl ik vandaag ten zuiden van Katwijk door de duinen naar de zee liep zag ik links de zon ondergaan, en rechts van mij de maan opgaan.

De foto’s zijn iets donkerder dan de werkelijkheid. Het was 16.15.



Zonsondergang Katwijk 1 december 2009 16.15



Maanopgang Katwijk 1 december 2009 16.15


Andere volle-maan-blogs van mij:
Maanspiegelingen (ondergaande maan over de zee in Katwijk)
Maan en haven/Manet
Lentemaan
Maneschijn/Van Gogh/Corot/Hiroshige
Volle maan over het Holocaust-monument Berlijn De maan bij Vincent van Gogh
Maanspiegelingen ( Katwijk)
Wintermaan Maannacht in het Gemeentemuseum/ Jan sluiters etc
Vogelwolken voor de maan Novembermaan
De maan en Japan: De vertelling van Genji
Molen en maan in Leiden
De sterrenbode: Galilei en de telescoop
Maan en zwaan in Leiden
Zwarte zwaan onder de volle maan
Maan en zwaan/ Empty paradise Hond en maan
Midzomernachtsdroom: de vrouw in de maan
Volle maan .. bij Mondrian…
Betovering: rode maan en sterren(Meret Oppenheim)

Maan man droom/Lucebert

73 comments

Vannacht had ik een merkwaardige en belangrijke droom.
 
Eerst de voorgeschiedenis van deze droom:
Zoals jullie weten ben ik erg veel bezig met de maan (in de kunst en in de natuur), en heb ik al lang de maan als mijn avatar.
 
Een paar dagen geleden zeg ik een mooi schilderij van Lucebert waar een aantal kern-elementen en metaforen van mijn leven samenkomen ( …toevallig ben ik namelijk ook bezig met Apollinaire..)
 
“De droom van Apollinaire”
 

Lucebert, De droom van Apollinaire, 1972
 
[Meer schilderijen van Lucebert klik hier]
 

Nu mijn droom.
 
Ik droomde over een belangrijke relatie die over is, en ik zag in mijn droom de maan- als een maan en een schedel…
 
Ik herinner me niet de merge tussen schedel en maan ooit te hebben gezien, maar op internet zijn er veel versies van te vinden.
 

Maan schedel

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Maan en haven/ Manet/Lepine

12 comments

Leiden 8 april 2009

Stanislas Lepine, Maan over de haven van Saint-Denis, 1876

Edouard Manet, Maan over de haven van Boulogne,1869

 



Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Maan en haven/ Manet/Lepine

no comment

Leiden 8 april 2009

stanislas lepine, maan over de haven van saint-denis, 1876

edouard manet, maan over de haven van boulogne,1869

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief