Kunst Wetenschap Politiek

Israël en Eichmann

59 comments

eichmann Israël en Eichmann
Israël en Eichmann

De West-Duitse geheime dienst wist al in 1952 dat nazibeul Adolf Eichmann zich schuilhield in Argentinië, meldt de Duitse krant Bild, nadat men via de rechter inzage heeft gekregen in geheime documenten.


“Israël rekende zelf af met Adolf Eichmann” schrijft Alex Burghoorn in augustas 2010 in de Volkskrant. “Mossad-agent Rafi Eitan plukte in mei 1960 oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in Argentinië van de straat.”


De arrestatie was de opmaat voor een nog ingrijpender gebeurtenis: het Eichmann-proces en daarmee verbonden, een nieuwe identiteit voor de staat Israël. Burghoorn: “De gevolgen [van het Eichmann-proces] waren verstrekkend. Na de arrestatie, berechting en uiteindelijk executie van Eichmann ruilde Israël langzaam de kibboets in voor het concentratiekamp als ijkpunt voor zijn zelfbeeld.”


Dit zelfbeeld is problematisch en wordt door velen bekritiseerd.


Fred Halliday spreekt van “…het selectieve en doelbewuste gebruik van de shoah door de staat Israël, waarmee sommige acties en schendingen van het internationale recht door dit land worden gerechtvaardigd. Ook worden er oude morele aanspraken (op land of soevereiniteit) van het joodse volk mee uitgedrukt, ten koste van de Palestijnen (een vroege indicatie daarvan was het proces in 1962 tegen Adolf Eichmann voor misdaden tegen het joodse volk, en niet tegen de menselijkheid)”. (De erfenis van Auschwitz in de 21ste eeuw)


Ian Buruma schrijft in “Het circus van  Max Beckman” over het Israëlisch slachtofferdenken: “..Het wordt dubieus wanneer een culturele, etnische, religieuze of nationale gemeenschap zijn gemeenschappelijke identiteit vrijwel volledig baseert op de sentimentele solidariteit van een herinnerd slachtofferschap, want in die richting ligt de historische bijziendheid en, in extreme gevallen, vendeta.” (p 56)


“Eichmann” staat voor meer dan de Holocaust. “Eichmann” staat voor misdaden tegen de menselijkheid en voor het radicaal kwaad in een sociaal gewaad.


Susan Neiman in Morele helderheid: “Vergeet niet dat Eichmanns misdaden weliswaar verschrikkelijk waren, maar zijn motieven volstrekt onbenullig; of hij een massamoord heeft georganiseerd uit haat of uit het verlangen om een treetje hoger op de maatschappelijke ladder te komen doet eenvoudigweg niet ter zake. Soms zijn bepaalde motieven erger dan niet ter zake: ze leiden af van de inhoud, en van de gevolgen, van iemands daden. Het geloof dat bedoelingen de kern vormen van het morele handelen leidt velen ertoe om morele helderheid te verwarren met zuiverheid. Maar als bedoelingen van secundair belang zijn bij het besluiten of bepaalde handelingen een kwaad vormen, zijn ze van zelfs nog minder belang bij het besluiten of bepaalde handelingen goed zijn. “( p 436)

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringarede Democratische deugden uitgebreid in op de implicaties van “Eichmann en het radicale Kwaad”:
Schuyt: “Het kwaad is van sociale makelij. Aan massaal geweld tegenover bepaalde bevolkingsgroepen gaat meestal een intensivering van groepstegenstellingen vooraf. Deze intensivering heeft bovendien typische, steeds terugkerende kenmerken. Allereerst
komt het kwaad bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele
wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen
. Er worden uitdrukkingen gebruikt die ontleend zijn aan de bekende en vertrouwde cultuur zoals reinheid en zuiverheid. Een voorhoede acht zich uitverkoren en schept voor zichzelf uitzonderlijke rechten en speciale verantwoordelijkheden.
Goed en kwaad komen vermengd naar voren en hierin schuilt de verraderlijke, moeilijk zichtbare, sociologische component. Kwaad wordt niet minder intersubjectief tot stand gebracht en gedragen dan het goede, en de bestrijding van het allerergste kwaad loopt immer het gevaar zelf bepaalde eigenschappen van dat bestreden kwaad over te nemen.”

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Leiden in de sneeuw

53 comments

pugno patria Leiden in de sneeuw



leiden in de sneeuw hooglandse kerkgracht Leiden in de sneeuw

Hooglandse Kerkgracht

leiden in de sneeuw2 Leiden in de sneeuw

leiden steunbeer burcht Leiden in de sneeuw

Steunbeer van de Burcht…


Zeer aan te bevelen, Kees Schuyt, “Steunberen van de samenleving

Kees Schuyt over zijn “steunberen”-theorie:

“In een goed geïntegreerde samenleving is de verhouding tussen ik en wij, tussen het individu en de groep, in evenwicht. De individualiteit van mensen wordt niet door het collectief onderdrukt. Bovendien bestaat de samenleving niet uit één collectief, maar uit verschillende groepen, waartussen ook een evenwicht bestaat. Wanneer er één dominante groep is, is er tevens ruimte voor diverse minderheden. In tegenstelling tot sociale cohesie is integratie een dynamisch evenwicht binnen een systeem.

De moderne samenleving is behoorlijk heterogeen en bestaat uit een groot aantal groepen met uiteenlopende ideeënstelsels, tradities, gewoonten, waarden en normen. Als sociale cohesie niet voldoende is om die samenleving bijeen te houden, wat dan wel?

Hiervoor heb ik de metafoor van de steunberen ontwikkeld. Wanneer je een middeleeuwse kathedraal bezoekt, zie je alles naar boven wijzen. Pilaren, spitsbogen, hoge ramen, het dak. Om ervoor te zorgen dat door die enorme druk de hele zaak niet uiteenvalt, zijn aan de buitenkant steunberen aangebracht. In het Frans heten die contreforts, en dat is ook wat ze doen: ze zorgen voor tegenkracht. De enorme druk binnen het bouwwerk wordt tegengehouden.

Onze samenleving heeft in de loop der eeuwen ook dergelijke steunberen ontwikkeld, die ervoor zorgen dat de conflicten binnen de samenleving al die botsende belangen en ideeën niet uitmonden in openlijk geweld. Het begon met de ontwikkeling van het eerlijke rechtsproces, waardoor de uitzichtloze spiraal van bloedwraak werd doorbroken. Dit was een sociale vondst van de Grieken, waarvan de betekenis niet te overschatten valt. De partijen worden gedwongen naar elkaar te luisteren, je moet je beweringen staven met bewijzen. De andere drie steunberen zijn de sinds de twaalfde eeuw gegroeide academische vrijheid, de religieuze tolerantie, die ontstond na de verwoestende godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw, en een door Gandhi uitgevonden vorm van geweldloze politieke actie. Het kenmerk hiervan is dat conflicten niet met geweld worden beslecht, maar dat de partijen aan elkaar worden geklonken in een symbolische ruimte. Wanneer een of meer van deze steunberen afbrokkelen, loopt een samenleving gevaar uiteen te vallen. ” (Interview met Rob Hartmans, De Groene Amsterdammer, 15-12-2006)

 

Sociale cohesie en pluriformiteit: Wilders, Ellian, Kees Schuyt

64 comments

Volgens Leidse wetenschappers ondermijnt Wilders de sociale cohesie.
 
wilders Sociale cohesie en pluriformiteit: Wilders, Ellian, Kees SchuytWilders-aanhangers kunnen het hiermee nauwelijks oneens zijn, lijkt me, alleen zullen zij zeggen dat het nodig is de sociale cohesie te ondermijnen teneinde het multiculturalisme te verzwakken.

 
 
 
 
 
ellian Sociale cohesie en pluriformiteit: Wilders, Ellian, Kees Schuyt
 
 
Wrang is wel dat een van de belangrijkste intellectuele steunposten van Wilders, de Leidse  hoogleraar Afshin Ellian, uitgerekend hoogleraar sociale cohesie is. Hij werd benoemd onder volkomen onduidelijke omstandigheden. Zijn kwalificatie voor hoogleraar “sociale cohesie” is niet bekend.
 
 
 
 
 
 
 
 keesschuyt Sociale cohesie en pluriformiteit: Wilders, Ellian, Kees SchuytEen andere Leidse hoogerlaar (Cleveringahoogleraar 2007), Kees Schuyt, energieke tegenstander van Ellian en van de Edmund Burke stichting die Wilders groot heeft gemaakt, heeft veel gepubliceerd over sociale cohesie.
 
Het is helemaal niet zo dat Schuyt pleit voor een sociale cohesie. Nee, hij zegt dat er ook te  veel sociale cohesie kan bestaan. Dan ontstaat er een “schier onontkoombaar wij-gevoel, en iedereen die daarbuiten valt wordt beschouwd en behandeld als vijandig.” ( Trouw, 3-2-2007) In die zin klopt het wel dat een man als Ellian, die de islam beschouwt als de pest, hoogleraar sociale cohesie is.
 
“Kees Schuyt: In de politieke discussies worden sociale cohesie en integratie vaak als synoniemen gebruikt. Dat is niet terecht en veroorzaakt veel verwarring. Vaak wordt niet beseft dat cohesie een chemisch begrip is dat iets zegt over de aantrekkingkracht tussen moleculen, over de mate waarin die aan elkaar kleven. Wanneer je zegt dat mensen aan elkaar kleven, dan heeft dat snel een negatieve connotatie. Het is een goed bewaard sociologisch geheim dat er ook te veel sociale cohesie kan zijn. Wanneer de neuzen allemaal één richting uit wijzen, wanneer er een sterk wij-gevoel heerst, is dat nadelig voor groepen die daar niet bijhoren. In nazi-Duitsland was in de jaren dertig sprake van een sterke sociale cohesie, zonder ruimte voor afwijkingen en kritiek, waarbij één groep en enkele andere afwijkende groepen zoals de zigeuners nadrukkelijk werden buitengesloten en vervolgd. Integratie daarentegen is iets anders. In een goed geïntegreerde samenleving is de verhouding tussen ik en wij, tussen het individu en de groep, in evenwicht. De individualiteit van mensen wordt niet door het collectief onderdrukt. Bovendien bestaat de samenleving niet uit één collectief, maar uit verschillende groepen, waartussen ook een evenwicht bestaat. Wanneer er één dominante groep is, is er tevens ruimte voor diverse minderheden. In tegenstelling tot sociale cohesie is integratie een dynamisch evenwicht binnen een systeem.“ (De Groene Amsterdammer, 15-12-2006)
 
 
Kees Schuyt, en ik met hem, pleit voor pluriformiteit in plaats van sociale cohesie.

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Economie, moraal, neocons

56 comments

“Het kwaad komt bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (Aldus Kees Schuyt in zijn Leidse Cleveringalezing 2006, Democratische deugden p.11)

En verder: “Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analyse van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”

Het zware deugden-moralisme van Roger Scruton en de heren van de Edmund Burke Stichting laat de vrije markt en het ongebreideld kapitalisme volledig buiten schot. De markt was voor Edmund Burke, en is nu voor de Burkianen: heilig. Het feit dat familie en moraal ondergraven worden door een ongebreideld kapitalisme is voor deze moralisten geen probleem.

De rechts-liberale moraal die de blind is voor de demoraliserende werking van de markt is niet pas ontstaan sinds de Leidse heren zich verbonden hebben in de Burke Stichting. Al in 1995 verscheen een zwaar moralistisch geschrift van de Teldersstichting, met de titel Tussen vrijblijvendheid en paternalisme, waarvan zowel Kinneging alsook Cliteur medeauteurs waren.

Marel ten Hooven: “De deugden die de Teldersstichting als behartigenswaardig opsomt, wekken de associatie met Greshoffs heren: fatsoen, gehoorzaamheid aan regels, respect voor andermans bezit, eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid. Toch ligt het iets genuanceerder, om niet te zeggen doortrapter. Het addertje komt elders in het boekje onder het gras vandaan, waar de auteurs het liberale stelsel en de markt als doelen van deugdzaamheid formuleren: ‘Bepaalde deugden zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van een liberale maatschappij. Zo kan de markt niet adequaat functioneren als mensen zich niet aan afspraken houden of elkaars bezit niet respecteren.’
Ook bij nadere beschouwing van het rijtje te bevorderen deugden rijst het vermoeden dat behoud van de liberale maatschappij de moraal van het verhaal is. In het oog springt dat de auteurs beginselen als eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid opeens tot deugden verheffen. Sterker nog, wie in het geschrift van de Teldersstichting op zoek gaat naar de consequenties die het liberale ethos voor het concrete beleid zou hebben, ontdekt dat ze vooral betrekking hebben op deze twee ‘deugden’. Het betoog mondt uit in een pleidooi voor de waarborgstaat, waarin de overheid slechts minimale bestaanszekerheid biedt en de burger voor elke aanvullende zekerheid is aangewezen op zijn zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. [...]
De werkelijke moraal van het verhaal blijkt dan ook Weg met de verzorgingsstaat te zijn. In de woorden van de auteurs: ‘Een groot probleem van de verzorgingsstaat is dat burgers de verantwoordelijkheid voor zaken op de overheid afschuiven en anderen voor hun fouten laten opdraaien. Als men mensen wil aansporen tot fatsoenlijk gedrag, is het confronteren van hen met de consequenties van de eigen handelwijze van wezenlijk belang.’
Klaas Groenveld, de directeur van de Teldersstichting, vatte bij de presentatie van het geschrift de analyse in bondiger woorden samen: ‘De verzorgingsstaat is de bron van cynisme, afwentelend gedrag en excessieve regelgeving.’ “[1]

De (rechts)liberalen beschouwen de verzorgingsstaat als de bron van cynisme –  niet hun eigen dubbele moraal. Peter Bakker, GroenLinks Breda: “Het voornaamste wat de mensen in [de Burke] stichting lijkt te binden, is de behoefte om met een intellectualistisch rookgordijn een gezamenlijke karakterfout te maskeren: het onvermogen om voorspoed te delen met de medemens.” (de Volkskrant, 20-9-2004)

De Burkiaanse kritiek op egoïsme en materialisme is blind voor de eigen onwil om welvaart voor achtergestelde groepen te creëren.

Kinneging zet zwaar in op de moraal van het gezin. Tegelijkertijd vindt men bij hem geen reflectie op het feit dat door hem en/of anderen (Bolkestein)  aanbevolen liberale maatregelen zoals de afschaffing van het minimumloon en de versoepeling van de ontslagregels gevolgen hebben voor de gezinsvorming van vooral laaggeschoolde partners.  Als beide partners zich gedwongen zien tot werken, om het hoofd boven water te houden, wordt het moeilijk de Europese bevolking op peil te houden tegen het oprukkende Aziatische gevaar, zoals Kinneging dat wil: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.”[2]

Het cynisme van goed en kwaad reduceert alle problemen tot private deugden en tot de handhaving van de openbare orde. De sociale en economische politiek wordt principieel niet kritisch bekeken, en behalve op het gebied van Law en Order mag de overheid niet actief zijn. Dick Pels: “[Volgens Kinneging moeten], anders dan in de persoons- en gezinsethiek, waarin de kwade aandriften van de mens door morele opvoeding moeten worden beteugeld, de ondeugden bij de inrichting van de markt en de staat juist tegen elkaar worden uitgespeeld. In de economie zorgt het najagen van eigenbelang (hebzucht) immers voor welvaart via de onzichtbare hand van de markt (Adam Smith). In de staat wordt tirannie vermeden door ambitie (machtswellust) tegenover ambitie te stellen, en de machten te scheiden en tegenover elkaar te balanceren (de Amerikaanse Founding Fathers).”

Theo Brand (Groen Links):”Ruimte voor eigen initiatieven van burgers en een actieve overheid sluiten elkaar niet uit, maar hebben elkaar juist nodig om de vrije markteconomie te begrenzen. De wereldwijde economische globalisering vormt immers de revolutionaire kracht bij uitstek en is op dit moment de ultieme bedreiging voor traditionele waarden en gemeenschappen. Een waarachtige antirevolutionaire politiek kan in de 21ste eeuw kan niet anders dan gericht zijn tegen ongebreideld kapitalisme.
De contradictie van het conservatisme is dat deze op geen enkele wijze duidelijk maakt hoe de revolutionaire kracht van het wereldwijde kapitalisme -die onvermijdelijk is- in goede banen geleid kan worden. Het pleidooi voor een terugtredende overheid vergroot daarentegen juist de mogelijkheden van deze mondiale revolutie. Wie traditionele waarden en gemeenschappen wil beschermen en tegelijk ruim baan biedt aan ongebreideld kapitalisme, komt in een spagaat terecht die elke maatschappelijke progressie onmogelijk maakt.” (Trouw, 5-12-2003)

Ter afsluiting nog een bijzonder aardig Scruton-citaat: “Al dat gezeur over de armen… nu iedereen twee auto’s heeft en op vakantie gaat naar het Caribisch gebied. Het is flauwekul om over ‘de armen’ te praten. Iedereen in West-Europa is té welvarend, ze weten niet wat ze met hun geld moeten doen en vervelen zich te pletter…’ (de Volkskrant, 6-1-2006)

Eigenlijk zou men moeten lachen als het niet zo treurig was.

 



[1] Trouw, 20-6-1995. [2] Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie.

 

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


De moraal van Primo Levi/ Is dit een mens

20 comments

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues). Recentelijk heeft de Leidse Cleveringahoogleraar Kees Schuyt de moraal van Primo Levi als uitgangspunt genomen voor een alternatief model van deugden, dat een moderne en onheroïsche vorm van het klassieke deugdenideal wil zin.
Helena vroeg gisteren verrast naar het deugdenmodel van Levi. Zij verwees naar het Levi’s boek Is dit een mens. Een belangrijk gedicht uit dit boek geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:

Is dit een mens

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi ( tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

Kees Schuyt vat het door Gordon bij Levi gevonden systeem van deugden samen als volgt:

“Allereerst zijn er vier ethische deugden: goed kijken en nauwkeurig observeren,bijvoorbeeld hoe de Duitsers de taal verkrachtten, waardoor ze hun onschuldige gevangenen vernederden en waardoor het geweld jegens medemensen minder remmingen ondervond.

De tweede deugd sluit hierbij aan: zorgvuldig en precies taalgebruik, weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je iets moet zeggen (dit is niet hetzelfde als politiek correct taalgebruik). Taal is wezenlijk voor iemands identiteit. Slordige en vuile taal beledigt en maakt de weg vrij voor geweld.

Herinneren en ervaringen vastleggen in het geheugen is de derde moderne deugd. Primo Levi wilde getuigenis afleggen van de barbarij die hij en miljoenen anderen moesten meemaken. Een samenleving die haar geheugen kwijt is geraakt of er geen belang meer in stelt, wordt hard en onmenselijk.

De vierde ethische deugd is vindingrijkheid, de mogelijkheid om slim om te gaan met wat je om je heen aantreft, weten waarvoor je gewone dingen ook anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stuk ijzerdraad om je broek op te houden of weten hoe je enkele druppels water kunt veroveren uit een kapotte kraan.

De vier volgende, door Gordon helder beschreven en benoemde, deugden zijn vooral praktisch van aard: een gevoel voor maat en grens (dit beantwoordt nog het meest aan de klassieke Griekse deugd), een houding van ‘trial and error’, hetgeen neerkomt op het durven maken van fouten en er tegelijk van willen leren.

Vervolgens noemt Gordon ‘dingen in het juiste perspectief zien’, kritisch en opnieuw naar zaken durven kijken, niet overdrijven, niet minimaliseren, niet majoreren, niet moraliseren, maar realistisch de werkelijkheid onder ogen zien.

De laatste praktische deugd is creativiteit: zich flexibel en inventief kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende omstandigheden. Een begin maken met iets, initiatief nemen en nieuw durven te beginnen aan iets. Scheppend ordenen. Hierin ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar, de scheikundig onderzoeker en literator.

Daarna komen drie sociale deugden, die voor het sociale leven onontbeerlijk zijn: common sense, vriendschap en het vertellen van verhalen.

Common sense is meer dan gezond verstand en anders dan wat iedereen vindt. Het is een beroep doen op wat iedereen altijd al wist, omdat het bij de onmiskenbare eigenschappen van mens-zijn hoort. Het is ook het gevoel van gemeenschappelijkheid, ‘sense of the common’. Zo wordt vriendschap niet uit nut geboren, maar komt ze voort uit gemeenschappelijke ervaringen, uit samen dingen doen of ondergaan. Levi is de verteller bij uitstek, die niet ophoudt anderen wakker te houden, letterlijk in het kamp, figuurlijk na de oorlog.

‘Story telling’ is al vaker als een belangrijke vorm van overdracht van morele waarden beschouwd, maar bij Levi wordt het een levensfilosofie: ik vertel, dus wij bestaan. Het vertellen van een levensverhaal van elk gewoon mens schept een band en kent een plot die ons iets vertelt. Een sprookje boort de morele intelligentie van kinderen aan. Literaire verbeelding scherpt de morele sensitiviteit van volwassenen.

Twee onmisbare persoonlijke deugden sluiten de rij: humor en speelsheid. Met enige ironie naar jezelf kijken maakt vrij en spontaan plezier hebben in wat we met elkaar doen of wat we met elkaar uitspoken, geeft een bevrijding van alledaagse lasten.

Kortom, zo zegt Primo Levi in zijn gehele oeuvre, de verbetering van de onderlinge verstandhouding tussen mensen ligt niet besloten in de grootse en meeslepende daden en in de grote, oude deugden, maar in de dagelijkse oefening in kleine deugden. Iedereen die wil kan er in alle omstandigheden direct mee beginnen.”
(Steunberen van de samenleving, 2006, p 304 ff. )

Verhalen vertellen als een deugd/Kees Schuyt, Primo Levi, Walter Benjamin

14 comments

Fatsoenrakkers hechten grote waarde aan een klassieke deugdenethiek, met zware en heroïeke deugden zoals eer en moed.

Een veel aansprekender model heeft Kees Schuyt voorgesteld, in navolging van Robert S.C. Gordon en Primo Levi. (In: Steunberen van de samenleving) Deze alledaagse deugdenethiek van kleine deugden omvat bijvoorbeeld: goed kijken en observeren; zorgvuldig en precies taalgebruik; een gevoel voor maat en grens; vindingrijkheid; het durven maken van fouten; herinneren en ervaringen vastleggen; humor en speelsheid. Deze kleine deugden maken maatschappelijke kritiek mogelijk, maar bemoedigen, anders dan Kinnegings grote deugden, geen maatschappelijk polariserend gedrag.

Een van de door Robert Gordon en Primo Levi beschreven deugden is het vertellen. Ik weet niet of ik vind dat het nodig is het vertellen als een deugd op te poetsen, maar ik zal hier een paar van de gedachten van Gordon weergeven, belangrijk voor alle bloggers die ten slotte vertellers zijn. Gordon beroept zich in dit hoofdstuk over vertellen sterk op Walter Benjamin.

”Friends tell each other stories; by telling each other stories […] two interlocutors become friends. The ethics of friendship and the ethics of storytelling are deeply intertwined. In Primo Levi […] stories, real or invented[…] are his best defense against reductive generalization and over-simplification , and at the same time they foment his ethical inquiry, never stalling at the merely anecdotal. “
Walter Benjamin heeft ook de morele dimensies van het vertellen onderstreept, de verborgen moraal die in elk verhaal ligt.

Zijn er dan geen slechte verhalen? Ja wel: “A bad storyteller tells us much about storytelling, as figures such as Tristan Shandy or Boccaccio’s Madonna Oretta.” (Gordon, Robert S.C., Primo Levi’s ordinary virtues)

Verhalen vertellen is naar mijn mening alleen maar een deugd als er voldaan wordt aan een paar belangrijke criteria: openheid, kwetsbaarheid, complexiteit van mens- en wereldbeeld, en ook voldaan wordt aan de overige “kleine deugden” van Primo Levi, zoals humor en speelsheid.
 

Afshin Ellian en de nazi Carl Schmitt

no comment

ellian Afshin Ellian en de nazi Carl SchmittIn zijn NRC-column van vandaag heeft Afshin Ellian het weer eens over de nazi Carl Schmitt, een denker die hij aanduidt als “Duitse jurist en politiek-filosoof”. In zijn column brengt Ellian het Schmittianse denken correct in verbinding met de radicale islam.
Helaas verzwijgt Ellian de populariteit van het Schmittianse denken bij hemzelf en bij zijn vrienden van de Burke Stichting. Ook verzwijgt Ellian dat Carl Schmitt een nazi en antisemiet was; de aanduiding van “ jurist en politiek-filosoof” dus een hoogst merkwaardige is.

De relatie tussen het denken van Carl Schmitt en de Burke Stichting is om verschillende redenen zeer belangrijk. Ten eerste wordt Schmitt door sommige Burkianen, vooral door de oud-directeur van de Burke Stichting, Bart Jan Spruyt, en de Leidse germanist Jerker Spits, expliciet en herhaaldelijk aangehaald als een belangrijke inspiratiebron. Ook Afshin Ellian citeert Schmitt instemmend in zijn Leidse oratie (citaat zie hieronder)

carl schmitt Afshin Ellian en de nazi Carl SchmittTen tweede wordt ook het denken van de Leidse Burkianen die Schmitt niet expliciet noemen (Kinneging, Cliteur) duidelijk door het onverzoenlijke vriend-vijand-denken van Schmitt gedomineerd en maakt hun polariserende toon in het openbar debat, doorspekt met oorlogs- en ondergangsretoriek, tegenstanders tot vijanden, precies zoals Schmitt dit bepleitte. Ten derde is Schmitt een voorman van de “conservatieve revolutie” in Duitsland geweest, en de Burkianen zijn expliciet opvolgers van de “conservatieve revolutie”. Ten vierde was Carl Schmitt, net als drie Leidse Burkianen, jurist. Het voorbeeld van Schmitt heeft aangetoond hoe gevaarlijk het is als juristen de parlementaire democratie en de rechtsstaat aanvallen. Het voorbeeld Schmitt maakt dus dat men zich grote zorgen moet maken waarmee de Leidse juristen eigenlijk bezig zijn.

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringa –oratie 2006 Democratische deugden (vaste link) uitgebreid in op Spruyt, het neoconservatisme en Carl Schmitt. Carl Schmitt heeft, zoals ook Schuyt beklemtont, een grote involed gehad op de neoconservatieve revolutie.
Over Schmitt schrijft Schuyt verder:
“Het vriend-vijanddenken werd tot het uiterste aangescherpt door de nationaal-socialistische rechtsgeleerde Carl Schmitt die in1932 de legale machtsovername juridisch voorbereidde en legitimeerde […] . Scherpe tegenstellingen vormen het wezen van de politiek, beweerde Schmitt, en de vijand die een existentiële bedreiging van het eigen ik vormde moest met alle geweld bestreden worden. De theoretische vijand in zijn rechtsleer was de eeuwige vijand uit Hitlers Mein Kampf” (p. 16).
De vermenging van politiek en theologie, die men Schmitt aantreft, en die Schuyt hard bekritiseert, wordt door Afshin Ellian in zijn Leidse oratie van 2006 wél goedgekeurd. Ellian: “Terecht constateert Carl Schmitt in zijn Politische Theologie, dat alle pregnante begrippen van de moderne staatsleer geseculariseerde theologische begrippen zijn:[…]” (Sociale cohesie en islamitische terreur, oratie 18-4-2006).

De Leidse Cleveringa-oratie van Kees Schuyt: Democratische deugden

no comment

Op maandag 27 november sprak prof.dr. Kees Schuyt de Cleveringa-rede uit aan de Universiteit Leiden, met de titel Democratische deugden.

Ik ben heel erg blij met deze rede die zeer veel gemeen heeft met mijn kritisch onderzoek over de Burke Stichting. Dit is geen toeval. Mijn onderzoek over de Leidse Burke Stichting en het intellectueel rechtspopulisme is sterk geïnspireerd door Schuyt, die zich op 1 juli 2005 in de Leidse Pieterskerk tegen een simpele veroordeling van de jaren ’60 door Leidse hoogleraren keerde. Hij eindigde toen met de woorden:
“Telkens opnieuw verzet aantekenen
Nieuwe rebelse tijden ontketenen!”

In zijn Leidse Cleveringa-oratie Democratische deugden keert zich Kees Schuyt tegen het vijand-denken van de Burke Stichting en de neoconservatieven. Mijn onderzoek ligt in het verlengde van hetgeen Kees Schuyt in de Pieterskerk en in zijn Leidse oratie zei, en hetgeen hij schreef in zijn columns en boeken zoals zijn recent verscheen Steunberen van de samenleving (2006).

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringa–oratie ook uitgebreid in op Bart Jan Spruyt, het neoconservatisme en Carl Schmitt ( vgl mijn eerdere blog over Schmitt en mijn onderzoek) . Over de nazi Schmitt, die het denken van sommigen Burkianen sterk heeft beïnvloed, schrijft hij: “Het vriend-vijanddenken werd tot het uiterste aangescherpt door de nationaal-socialistische rechtsgeleerde Carl Schmitt die in1932 de legale machtsovername juridisch voorbereidde en legitimeerde […] . Scherpe tegenstellingen vormen het wezen van de politiek, beweerde Schmitt, en de vijand die een existentiële bedreiging van het eigen ik vormde moest met alle geweld bestreden worden. De theoretische vijand in zijn rechtsleer was de eeuwige vijand uit Hitlers Mein Kampf.” (p. 16)

Andere belangrijke citaten uit Schuyts rede:
“Groepstegenstellingen kunnen worden gecreëerd, aangewakkerd, gemanipuleerd en uitgebuit, zoals de geschiedenis talloze malen heeft laten zien”. (p.14)
“Polarisatie staat tegenover pluralisme en het verdragen van complexiteit. ‘De complexe, gelaagde, naar alle kanten pluralistisch bepaalde problemen van de werkelijkheid verlangen dikwijls gelaagde en complexe oplossingen die conflictspanningen voorlopig verdragen, gecompliceerde kwesties openhouden en verschillende alternatieven beproeven’[Hacker] . Vereenvoudigingen […] leiden tot monocausale verklaringen, die gaan werken als zichzelf waarmakende voorspellingen.” ( p.33)
“Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analysen van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”
“Het kwaad [komt] bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (p.11)

Recente berichten

Populaire berichten

Astrologie en astronomie

Kees van Dongen in Museum Boijmans

Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch

Libel in Art Noveau

Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

Maria, Martha en Vermeer

Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie

Passiebloem in kunst en werkelijkheid

Nietzsche en het anti-antisemitisme

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Het symbolisme van Vincent van Gogh

Latent antisemitisme

Jan Sluijters- my favorites

Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor e

James Ensor en de maskers

De lente bij Vincent van Gogh

Maans- en Zonsverduisteringen

Man Ray

Volle maan-kunst en fotografie

Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea

Iris bloem in de kunst

Alle zelfportretten van Vincent van Gogh

Mijn kunstslangen

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Het symbolisme van Edvard Munch: dromen en visioenen

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet

Liberale joden versus Wilders

Frida Kahlo en Diego Rivera

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

Maria Sibylla Merian: insectenmetamorphose en bloemen

Paul Cliteur, Voltaire en de islam

Vrouw en hond bij Pierre Bonnard

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

De Akelei (Dürer/Gerhardt) 

Klaprozen, in de berm en in de kunst

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh

Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige

Bloesem/ Vincent van Gogh

Pioenrozen: foto, haiku, Manet
Pim Fortuyn en het hoefijzermodel

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

Zonnebloemen in de kunst: MariaRoosen, Vincent van Gogh etc
Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag: Cezanne, Picasso, Mondriaan

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
 

 

Categories

Tags

Archives