Wetenschap Kunst Politiek

Postmoderne en literatuur(kritiek)

14 comments

Hier wat leesvoer voor mensen die graag met mij door willen gaan in de discussie over wetenschap, waarheid, objectiviteit en postmoderne.

De in mijn vorige blog genoemde Jerker Spits ( Wetenschap en politiek) heeft in Jaffe Vinks Trouw/Letter &Geest -bijlage in 2005 een uitvoerige discussie over de postmoderne gevoerd, die ik hier voor jullie toegankelijk maak.

Spits positioneert zich hier als een ware Burkiaan: als Plato-fan, en Foucault-hater. Hij keert zich tegen Foucault die met Nietzsche zeer terecht de machtdimensie in de wetenschap aan de orde heeft gesteld:

“Ook de filosoof Michel Foucault had fundamentele kritiek op het waarheidsstreven. In navolging van Nietzsche beschouwde hij de wil tot waarheid als een wil tot macht. Het westerse humanisme zou als ‘ ideologie van de onderdrukking’ bestaande machtsverhoudingen legitimeren en zijn voorstellingen opdringen aan andere culturen. Door begrippen te hanteren als goed en kwaad, maatschappelijk en onmaatschappelijk, zou aan bepaalde groeperingen het recht van spreken worden ontzegd. Het begrijpen van machtsverhoudingen in een politiek bepaald ‘ discours’ verbond Foucault met een strijdbare inzet voor alternatieve opvattingen. “

…en meer over de canon:

Cyrille Offermans schrijft in zijn bundel “Schipbreuk’ een essay met de titel “Een canon is niet van deze tijd”:

“’Canon’ is Grieks voor rietstok. De richtlat van bouw- en timmerlieden werd canon genoemd, in de muziekleer van Euclides wordt het monochord ermee aangeduid. Pas ten tijde van de eerste grote expansie van het christendom, omstreeks 350, krijgt het woord de overdrachtelijke, tot op heden gebruikelijke betekenis van alle officieel erkende (bijbel) boeken waarin de normatieve grondregels voor een deugdzaam leven zijn vastgelegd. ‘In het verlengde hier­van,’ aldus de Toelichtingen bij de Nieuwe Bijbelvertaling, ‘is met de canon bedoeld: de lijst met heilige boeken die de kerk erkent als goddelijk geïnspireerd en die de zuivere ge­loofsregels bevatten.’ “ ( p 169)
“Bij de kwestie betreffende de literaire canon voor het middelbaar onderwijs] gaat het niet om belangrijk geachte hoofdstukken uit de li­teratuurgeschiedenis maar om boeken: welke boeken moet een scholier in elk geval lezen voor het vak literatuur, al of niet als onderdeel van het vak Nederlands.

Offermans: “Dat zoveel mensen weer naar een canon verlangen mag symptomatisch zijn voor de culturele verwarring die men­sen zeggen te ervaren, het is niettemin een hoogst dubieus, want restauratief verlangen. Een canon hoort thuis in een gesloten, hiërarchische samenleving waarin het volk met doctrinaire middelen wordt ingepeperd welke gedachten het erop na moet houden en welke niet.”( p 171)

Precies en dergelijke hierarchische patriarchale samenleving is het dan ook waarnaar Jerker Spits en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting verlangen.

Offermans: “Maar de Verlichting, uit naam waarvan onze nationalistische canonpropagandisten denken te spreken, begon net met een kritiek op de bijbelse leerstellig­heid. “

Offermans merkt op dat samen met de katholieke canon  “ook ooit een lijst met verboden boeken moest komen. De Index librorum prohibitorum is de natuurlijke bondgenoot van de canon” ( p 172)
En inderdaad, de Edmund Burke Stichting refereert op haar website aan een lijst met “worst  boeks”: The fifty worst books of the Century !!

Offermans:
“Heeft het in deze context nog zin om over een canon te spreken? Ik zou denken van niet. Niemand is in de positie om voor te schrijven wat er gelezen of hoe er geleefd moet worden, de figuur van de oppercriticus of oppercensor kennen we alleen uit dictaturen. Er is ook niemand die met een goed geweten naar die functie zou kunnen sollicite­ren, want wie kan er zoveel lezen dat hij de gehele litera­tuur, of desnoods alleen de Nederlandstalige, werkelijkkan overzien? En vooral: wie denkt in staat te zijn in die ontzagwekkende hoeveelheid boeken een eenduidige, voor alle bewoners van de republiek der letteren aanvaardbare hiërarchie aan te brengen?
Elke poging tot een nieuw canonontwerp maakt de on­mogelijkheid daarvan duidelijk. Er ontstaat altijd onmid­dellijk trammelant, het regent tegenontwerpen en inge­zonden brieven. Waarom die wel en die niet? Te weinig vrouwen! Waar zijn onze allochtone auteurs, waar de co­lumnisten, waar de Vlamingen? Zoveel stemmen, zoveel zinnen – niet verwonderlijk dat elke canondiscussie ver­zandt in een kakofonie van verontwaardigde geluiden waar­van ook de meest door de wol geverfde polderaar niets sym­fonisch kan maken. “ ( p 174)

Offermans is tegen een canon, maar is voor een brede ( literaire) vorming, voor “Bildung” en voor leescultuur op school.

Daarbij sluit ik mij aan.

Actueel is inmiddels  (juli 2009) de discussie over literatuur en postmoderne door de stellingname van Thomas Vaessens voor de postmoderne (zie bijvoorbeeld NRC 3 juli 2009, interview met Elsbeth Etty)

Ik ben het met Vaessens eens dat literatuurcritici en schrijvers de eigen uitgangspunten transparent moet maken (Spits c.s. menen de objectiviteit in pacht te hebben- en dat is dan ook het ergste voor mij: mensen die hun eigen subjectiviteit als objectiviteit willen verkopen..)

Ook ben ik het met Vaessens eens dat onderhoudend lectuur een object van literatuurwetenschap kan en moet zijn.

Niet eens ben ik met hem als hij zou menen dat er geen kwaliteitsverschil is tussen verschillende soorten literatuur.

Die is er natuurlijk wel.
Er is complexe en minder complexe literatuur, zowel wat vorm alsook wat inhoud betreft.
Er is literatuur die meer van een lezer vraagt dan andere.

zie ook

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

Wetenschap en politiek

47 comments

“Wetenschap is niet dienstbaar aan welk politiek doel of welke macht dan ook.”

Dit is een van de stellingen in het proefschrift van Jerker Spits, die op donderdag 5 juni 2008 in Leiden gaat promoveren bij professor A. Visser.

Jerker Spits is zelf actief tussen politiek en wetenschap, als auteur en sympathisant van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting en als verdediger van de nazi-wetenschapper, nazi-hoofdjurist en antisemiet Carl Schmitt [zie ook uitvoerig mijn Burke-documentatie en kijk op ].

De objectiviteit van de wetenschap is een van de lievelingsthema’s  van de neoconservatieven. Zij denken namelijk dat zij objectief zijn als zij zich zelf objectief noemen.
Helaas ligt dat niet zo simpel.

De objectiviteit in de wetenschap is een belangrijk streefdoel dat niet bereikt wordt door het simpelweg te claimen. De objectiviteit van de wetenschap wordt het beste benaderd als men zo veel mogelijk de eigen interesses en het eigen standpunt duidelijk aangeeft. Zo wordt de eigen afwijking – bias-  benoemd, en deze afwijking wordt zo tot een voor anderen enigszins inzichtelijke grootheid. En verder wordt wetenschappelijke objectiviteit niet door een individuele wetenschapper verwerkelijkt maar wordt deze het beste benaderd door de pluriforme en zo divers mogelijke gemeenschap van wetenschappers (en op een lange termijn).

Het politieke standpunt van Jerker Spits is rechts. Hij is Fortuyn- en Wilders-fan. Dat mag.
En het is goed om dit te weten als men met Jerker Spits’ wetenschap in aanraking komt.

Mijn eigen politiek, levensbeschouwelijk en wetenschappelijk standpunt omschrijf ik als “links-liberaal”. Ik heb een uitgesproken hekel aan het populisme, aan Fortuyn en Wilders en aan de neoconservatieven (veel minder hekel heb ik overigens aan christelijke politici).
Ik ben lid van Groen-Links en (nog wel) van de PvdA.

Goed om te weten voor wie mijn blog en mijn documentaties leest.

Ik word veel bekritiseerd voor mijn uitgangspunten, werkwijze en voor alles en nog wat. Dat mag.

Carl Schmitt en het gedachtegoed van de Leidse Burkianen

25 comments

De relatie tussen het denken van Carl Schmitt en de Burke Stichting is om verschillende redenen zeer belangrijk. Ten eerste wordt Schmitt door sommige Burkianen, vooral door de oud-directeur van de Burke Stichting, Bart Jan Spruyt, en de Leidse germanist Jerker Spits, expliciet en herhaaldelijk aangehaald als een belangrijke inspiratiebron. Ook Afshin Ellian citeert Schmitt instemmend in zijn oratie. [1] Cliteur en Ellian bespreken Schmitt uitvoerig in Encyclopedie van de rechtswetenschap deel 1 ( 2006) .

Op de website van de Edmund Burke Stichting staat over Carl Schmitt:
“ Schmitt was een briljant en controversieel jurist, één van de meest invloedrijke Duitse politieke denkers. Zijn radicale en systematische kritiek van liberaal-democratische idealen is nog steeds hoogst relevant. Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus geeft een haarscherpe analyse van de inconsistenties van de representatieve democratie. Het boek is geschreven in 1923 en werd door critici beschouwd als een poging om de parlementaire democratie te ondermijnen. Het was echter Schmitt’s poging de Weimar constitutie te verdedigen. Schmitt zal vanwege zijn nazi-verleden altijd omstreden blijven, maar onderdelen van zijn werk staan in het beste van de Westerse beschavingstraditie.”[2]

Ten tweede wordt ook het denken van de Leidse Burkianen duidelijk door het onverzoenlijke vriend-vijand-denken van Schmitt gedomineerd en maakt hun polariserende toon, doorspekt met oorlogs- en ondergangsretoriek, tegenstanders tot vijanden, precies zoals Schmitt dit bepleitte. Ten derde is Schmitt een voorman van de “conservatieve revolutie” in Duitsland geweest, en de Burkianen zijn expliciet opvolgers van de “conservatieve revolutie”. Ten vierde was Carl Schmitt, net als drie Leidse Burkianen, jurist. Het voorbeeld van Schmitt heeft aangetoond hoe gevaarlijk het is als juristen de parlementaire democratie en de rechtsstaat aanvallen. Het voorbeeld Schmitt maakt dus dat men zich grote zorgen moet maken waarmee de Leidse juristen eigenlijk bezig zijn.

Oud-Burke-directeur Bart Jan Spruyt haalde Carl Schmitt instemmend aan in zijn artikel Amerika bombardeert het Kwaad weg[3] en pleitte na de moord op Theo van Gogh “voor een Ausnahmezustand na het recept van de Duitse politiek denker Carl Schmitt om ‘onze democratie weerbaar te maken’ tegen ‘de islam als zodanig’.”[4] Spruyt maakte in zijn recente publicaties, o.a. in het door Afshin Ellian publiekelijk uit de hand van Spruyt in ontvangst genomen boek De toekomst van de stad ( en Ellian staat in maart 2006 nog steeds met Spruyt en diens Schmitt-verheerlijking afgebeeld op de website van de Burke Stichting) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.[5] Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[6]

Burkiaan Jerker Spits noemt ook Carl Schmitt als een groot voorbeeld. Schmitts nazi-verleden is voor Spits geen reden om het gedachtegoed van Schmitt te mijden:
” Wie Schmitt in het nazistische klimaat van de jaren dertig opsluit, gaat voorbij aan de zeggingskracht van zijn politieke filosofie voor onze tijd. […] De vrijheid van het denken mag niet ten prooi vallen aan politieke correctheid.” (Trouw, 14-4-2005)

Ook Paul Cliteur staat met zijn opvatting, dat de rechtsstaat secundair is tegenover een autoritaire staat, en dat het ordescheppend staatsgezag belangrijker is dan de democratie[7] geheel in de denktraditie van Carl Schmitt. Paul Cliteur stelt in zijn boek Nederlands recht : “Een vraag die men kan stellen is waarin de geheimzinnige kracht schuilt die een volk ‘tezamen houdt’?”[8] Cliteur geeft een aantal antwoorden op deze vraag, zoals taal, geschiedenis en cultuur. Hij vergeet een belangrijke, griezelige, maar zeer effectieve “geheimzinnige kracht” “ te noemen “die een volk ’tezamen houdt’”: het creëren van een vijand. Dit is wat Carl Schmitt bepleitte. Schmitt kort en cru samengevat: ”Everybody needs a scapegoat.”[9]
Cliteurs pleidooi voor een monocultuur past ook in de denktrant van Schmitt.
“Schmitt condemned diversity because a monolithic Volk could more successfully compete against rivals than a fractionalized state.”[10]


[1] “Terecht constateert Carl Schmitt in zijn Politische Theologie, dat alle pregnante begrippen van de moderne staatsleer geseculariseerde theologische begrippen zijn:[…]” Sociale cohesie en islamitische terreur, oratie 18-4-2006.
[2] http://www.burkestichting.nl/nl/studenten/boeken20steeeuw.html
[3] de Volkskrant, 19-4-2003, Reflex (deze artikel is  niet vinden in het online-archief, alleen op microfiche)
[4] Ger Groot, De boel uit elkaar trekken, NRC Dossier Moslimterreur; zie Bart Jan Spruyt, Conservatieve identiteit tegen linkse uitverkoop, In: Hoe nu verder (2004) , p.42.
[5] Vg. ook Dick Pels, Een zwak voor Nederland, p. 228.
[6] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.
[7] Hutspot Holland,p. 175.
[8] Nederlands recht, p. 55.
[9] Nasr Abu Zaid, Voice of an Exile, p. 193.
[10] Claudia Koonz, The Nazi Conscience, p. 56.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief