Wetenschap Kunst Politiek

J.A.A. van Doorn en het antisemitisme

46 comments

George Knight heeft gisteren op mijn blog J.A.A. van Doorn antisemitisme verweten. Omdat ik in vele kwesties ( Jami, Hirsi Ali, islamofobie)  met Van Doorn eens ben, heb ik deze kwestie nog eens nader bekeken.

Een paar feiten:

1
. Van Doorn moest in 1990 bij de NRC vertrekken na een verklaring van de toenmalige hoofdredactie als zou hij in twee columns ‘de grenzen van betamelijkheid’ hebben overschreden [ hij had iets geschreven over “de joodse journalisten”]. De NRC hoofdredactie liet in oktober 2005  weten de gang van zaken destijds ernstig te betreuren en Van Doorn schrijft sindsdien weer in de NRC.

2. In zijn boek over het Duitse nationaal-socialisme besteedt Van Doorn niet veel aandacht aan Hitlers rassenleer. In een interview met Hans Wansink in de Volkskrant zei hij op 7 juli 2007:

Naar mijn mening heeft het succes van het nationaal-socialisme weinig te maken gehad met het antisemitisme. Het idee van volksgemeenschap sloot natuurlijk de joden uit. Maar ik denk niet dat het nationaal-socialisme in 1933 door het Duitse volk primair werd beleefd als een racistische ideologie. De Duitse joden maakten 0,7 procent van de bevolking uit, ze waren geconcentreerd in grote steden en in bepaalde beroepsgroepen. Heel veel Duitsers hadden nog nooit een jood gezien, bij wijze van spreken. Ze kregen dat ontzettende geblaf over zich heen, van joodse dit en joodse dat, en ze hebben hun schouders opgehaald: het zal wel. Wat hen pro-nazistisch maakte waren Hitlers grote successen in de binnen- en buitenlandse politiek. En wat ik heb genoemd het vitale socialisme van de nazibeweging.”

Mijn mening
: ik denk dat Van Doorn niet helemaal ongelijk heeft, maar ik schat de betekenis van het antisemitisme voor het succes van de nationaal-socialisten hoger in dan hij. Vast staat in ieder geval dat het antisemitisme in geheel Europa diep geworteld was, en ook in het communisme onder Stalin een grote rol heeft gespeeld. Vast staat ook, zoals de Duitse antisemitisme-deskundige Helmut Berding schrijft, dat de nazi’s over langere tijd, soms meerdere jaren lang, in zake antisemitisme de toon matigden om op deze manier in het binnen- en buitenland makkelijker invloed en steun te verwerven.

3. Interessant vind ik wat van Doorn in zijn nieuw boek over Duits socialisme over de nazi en antisemiet Carl Schmitt schrijft. Hij is kritisch over Carl Schmitt, maar noemt diens antisemitisme niet. Over Schmitt schrijft hij in het verband met de nazi-voorkeur voor “effectiviteit”:

“De gebiologeerdheid met het criterium effectiviteit ging de eigenlijke technische sfeer echter ver te boven en doordrong een groot deel van het politieke denken. Superieur heette het politieke handelen dat als zodanig doelmatig was, ongeacht de motivering en de normatieve lading. Effectiviteit legitimeert zichzelf. Het is vooral Carl Schmitt geweest die deze doctrine al in de Weimartijd ontwikkelde en nadien in de nazi-tijd heeft verdedigd.’ In zijn gedachte­gang krijgt de politiek een autonoom domein toegewezen waar uitsluitend de begrippen vriend en vijand gelden, losstaand van criteria zoals goed en kwaad of nuttig en schadelijk. Wie politiek bedrijft, moet zijn ogen vast ge­richt houden op de werkelijke politieke drijfkrachten die hem verplichten­ en vrij laten – alles te doen wat in de gegeven omstandigheden nodig is. Hij dient zich niet te laten afleiden door normatieve overwegingen, rechtsstate­lijkheid, contractuele verplichtingen en andere ‘ficties’. Schmitt spreekt in dit verband van ‘decisionisme’ en ontwikkelt een gedachtegang die aansluit bij Hebbes’ adagium dat het gezag, en niet de waarheid het recht stelt. Po­litieke beslissingen worden niet afgeleid uit het recht maar de beslissing zelf schept recht.

Het klinkt alles vaag en abstract, maar het werd in nazi-Duitsland conse­quent in praktijk gebracht en ten minste één keer door Schmitt zelf uitdruk­kelijk gerechtvaardigd. Het was in 1934 toen Hitler Röhm en andere tegen­standers van het regime koelbloedig uit de weg had laten ruimen, dat Schmitt zijn meest berucht geworden argumenten ontvouwde, samengevat in ‘Der Führer schützt das Recht’ en als volgt toegelicht: ‘De ware leider is altijd ook rechter. Uit het leiderschap vloeit het rechterschap [Richtertum] voort. [ …] Het rechterschap van de Führer ontspringt aan dezelfde rechtsbron waaraan al het recht van elk volk ontspringt.’          In 1942 vond deze doctrine haar daadwerkelijke voltooiing: de Rijksdag ging akkoord met Hitlers eis dat hij, behalve als staatshoofd, partijleider en opperbevelhebber, de taak op zich zou nemen van ‘oberster Gerichtsherr’ ‘” ( p 211 f)

Ik zou wensen dat Van Doorn ook Schmitts antisemitisme bespreekt. Aan de andere kant beschrijft Van Doorn hier wel degelijk de hoofdelementen van de zeer problematische invloed van Carl Schmitt op de nazi’s. Let wel: Carl Schmitt, de held van Burke-directeur Bart Jan Spruyt, die het partijprogramma van Wilders heeft geschreven en PVV-kaderleden heeft getraind.

Zie ook mijn Carl Schmitt blogs.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief