Wetenschap Kunst Politiek

De moraal van Primo Levi: humor en speelsheid

20 comments

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues). Recentelijk heeft de Leidse Cleveringahoogleraar Kees Schuyt de moraal van Primo Levi als uitgangspunt genomen voor een alternatief model van deugden, dat een moderne en onheroïsche vorm van het klassieke deugdenideal wil zin.
Helena vroeg gisteren verrast naar het deugdenmodel van Levi. Zij verwees naar het Levi’s boek Is dit een mens. Een belangrijk gedicht uit dit boek geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:

Is dit een mens

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi ( tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

Kees Schuyt vat het door Gordon bij Levi gevonden systeem van deugden samen als volgt:

“Allereerst zijn er vier ethische deugden: goed kijken en nauwkeurig observeren,bijvoorbeeld hoe de Duitsers de taal verkrachtten, waardoor ze hun onschuldige gevangenen vernederden en waardoor het geweld jegens medemensen minder remmingen ondervond.

De tweede deugd sluit hierbij aan: zorgvuldig en precies taalgebruik, weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je iets moet zeggen (dit is niet hetzelfde als politiek correct taalgebruik). Taal is wezenlijk voor iemands identiteit. Slordige en vuile taal beledigt en maakt de weg vrij voor geweld.

Herinneren en ervaringen vastleggen in het geheugen is de derde moderne deugd. Primo Levi wilde getuigenis afleggen van de barbarij die hij en miljoenen anderen moesten meemaken. Een samenleving die haar geheugen kwijt is geraakt of er geen belang meer in stelt, wordt hard en onmenselijk.

De vierde ethische deugd is vindingrijkheid, de mogelijkheid om slim om te gaan met wat je om je heen aantreft, weten waarvoor je gewone dingen ook anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stuk ijzerdraad om je broek op te houden of weten hoe je enkele druppels water kunt veroveren uit een kapotte kraan.

De vier volgende, door Gordon helder beschreven en benoemde, deugden zijn vooral praktisch van aard: een gevoel voor maat en grens (dit beantwoordt nog het meest aan de klassieke Griekse deugd), een houding van ‘trial and error’, hetgeen neerkomt op het durven maken van fouten en er tegelijk van willen leren.

Vervolgens noemt Gordon ‘dingen in het juiste perspectief zien’, kritisch en opnieuw naar zaken durven kijken, niet overdrijven, niet minimaliseren, niet majoreren, niet moraliseren, maar realistisch de werkelijkheid onder ogen zien.

De laatste praktische deugd is creativiteit: zich flexibel en inventief kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende omstandigheden. Een begin maken met iets, initiatief nemen en nieuw durven te beginnen aan iets. Scheppend ordenen. Hierin ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar, de scheikundig onderzoeker en literator.

Daarna komen drie sociale deugden, die voor het sociale leven onontbeerlijk zijn: common sense, vriendschap en het vertellen van verhalen.

Common sense is meer dan gezond verstand en anders dan wat iedereen vindt. Het is een beroep doen op wat iedereen altijd al wist, omdat het bij de onmiskenbare eigenschappen van mens-zijn hoort. Het is ook het gevoel van gemeenschappelijkheid, ‘sense of the common’. Zo wordt vriendschap niet uit nut geboren, maar komt ze voort uit gemeenschappelijke ervaringen, uit samen dingen doen of ondergaan. Levi is de verteller bij uitstek, die niet ophoudt anderen wakker te houden, letterlijk in het kamp, figuurlijk na de oorlog.

‘Story telling’ is al vaker als een belangrijke vorm van overdracht van morele waarden beschouwd, maar bij Levi wordt het een levensfilosofie: ik vertel, dus wij bestaan. Het vertellen van een levensverhaal van elk gewoon mens schept een band en kent een plot die ons iets vertelt. Een sprookje boort de morele intelligentie van kinderen aan. Literaire verbeelding scherpt de morele sensitiviteit van volwassenen.

Twee onmisbare persoonlijke deugden sluiten de rij: humor en speelsheid. Met enige ironie naar jezelf kijken maakt vrij en spontaan plezier hebben in wat we met elkaar doen of wat we met elkaar uitspoken, geeft een bevrijding van alledaagse lasten.

Kortom, zo zegt Primo Levi in zijn gehele oeuvre, de verbetering van de onderlinge verstandhouding tussen mensen ligt niet besloten in de grootse en meeslepende daden en in de grote, oude deugden, maar in de dagelijkse oefening in kleine deugden. Iedereen die wil kan er in alle omstandigheden direct mee beginnen.”
(Steunberen van de samenleving, 2006, p 304 ff. )

Meest recente berichten