In de loop van de jaren heb ik heel veel over kunst geblogd. Ik heb veel plezier om kunst naar thema en motief te ordenen.
Hier het eerste van mijn bloemen-in-de-kunst-blog: de iris.

Albrecht Dürer, Florentine Iris, 1503

Claude Monet, Fields with irises, 1887

Vincent van Gogh, Irissen, 1889

Vincent van Gogh, Irissen, 1890

Emil Nolde, Iris, 1916

Karl Schmidt-Rottluff, Schwertlilien, 1925
De iris is een geliefd Jugendstil-motief afkomstig van Japanse prenten en voorwerpen.
Hier eerst vorbeelden van Japanse irissen:
<
Courtisane met iris; courtisan with irises 1861

Hokusai, IJsvogel met Shaga iris; kingfisher with shaga iris

Utagawa Hiroshige, Iris

Irissen Hokusai
Hier enkele kimono’s met iris:

kimono_kersenbloesem/ cherry bloem and iris

Kimono with river and iris

Silk kimono with beautiful iris
…en hier Jugendstilvasen met irisen:

Gele iris vaas Jugenstil

Iris Paradijsvogel Jugenstil bord

Iris paradijsvogel vaas

Iris vaas Jugendstil

Iris theescherm Tiffany
Maria Trepp
www.passagenproject.com
Iris en zwaan; een natuurlijke en mooie combinatie en ook een combinatie die veel terug te vinden is in de kunst.
‘De Japanse kunst is iets als de primitieven, als de Grieken, als onze oude Hollanders, Rembrandt, Potter, Hals, Vermeer, Van Ostade, Ruisdael. Dat kent geen einde.’
Vincent van Gogh aan zijn broer Theo, Arles, 15 juli 1888
Zie ook de tentoonstelling
23.09.11_15.01.12 in het Van Goghmuseum Amsterdam




Theo van Hoytema, Zwanen met goudenregen en irissen, 1900
(nu te zien in het Museum Boijmans)

Theo van Hoytema, Zwanen in de vijver, 1898
Theo van Hoytema is vooral bekend geworden door zijn sprookjesboek-illustraties (o.a. ‘Het lelijke Eendje’ van H.C Andersen) en zijn kalenders.
“Schetsen en studies in de vrije natuur.. vormden de basis voor zijn werk. Invloeden van de Art Nouveau en Japanse kunst verwerkte hij op eigen wijze.”
————————
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
De Iris, zwaardlelie, daarover wil ik al een tijdje bloggen.
van de gele iris plus maan
de gele iris plus zwaan


trof ik ook bij mijn uitstapje na Florence (de stad van de Iris!] een buitengewoon mooie iris aan in de tuin van mijn oom.

Geel-rode iris

gele iris in de avond

paarse iris
En ook een blauwe Iris heb ik gezien, in de mooi gerestaureerde Bardini-tuinen.

De blauwe iris, die erg goed past bij het sprookje van Herman Hesse, “Iris” ( lees hier het hele sprookje) dat zo begint:
blauwe iris
`In het ontluikend voorjaar van zijn kindsheid wandelde Johannes door de groene tuin. Onder de bloemen van zijn moeder was er een, die hem bijzonder lief was: zwaardlelie heette zij. Hij vlijde zijn wang tegen haar langwerpige, lichtgroene bladeren, legde zijn vingers tastend tegen haar scherpe punten, snoof diep de geur op van het grote, wonderlijke bloeisel en keek lang achtereen naar binnen. Daar rezen lange reeksen gele vingers omhoog uit de bleekblauwe bloembodem, en daartussendoor leidde een doorschijnend pad naar de diepere regionen van de kelk en het verre, blauwe geheim van het bloeisel. Die was hij ten zeerste toegedaan, langdurig keek hij naar binnen en zag de gele, delicate delen nu eens als een gouden omheining langs de paleistuin en dan weer als een dubbele reeks van fraaie droombomen met daartussenin de geheimzinnige weg naar het inwendige, transparant en doorregen met levende aders, breekbaar als glas. De welving beschreef een boog, en verder naar achteren ging het pad tussen de gouden bomen tot op oneindige diepte verloren tussen onvoorstelbare afgronden, terwijl daaroverheen de violette gewelven een majesteitelijke kromme volgden en toverachtig ijle schaduwen wierpen op het stille, popelende wonder. Johannes wist dat dit de mond was van de bloem, dat voorbij de gele pronkgewassen in de blauwe krocht haar hart en gedachten waren endergebracht, en dat haar adem en haar dromen via deze riante, doorschijnende, glazig geaderde weg in en uit gingen. En naast de grote bloemtuil stonden kleinere, die nog niet open gegaan waren, op stevige, sappige stelen in een kelkje van bruinachtig groene wikkels; daaruit drong de jonge bloesem stil doch vastbesloten naar voren, stevig ingepakt in lichtgroen en lila tot bovenaan toe, waar het jonge, diepe violet in exacte, zorgzame rolletjes zijn tere punten aan het licht bracht. En ook op deze stevig in elkaar gedraaide, jonge bloemblaadjes tekende zich reeds een netwerk van adertjes en honderdvoudige patronen af. `
………………………………………………………………………………………………………………………………………
Vincent van Gogh heeft de blauwe irissen meerdere malen geschilderd:

Vincent van Gogh, Irissen,1889

Vincent van Gogh, Irissen,1890
en ook Emil Nolde heeft Irissen geschilderd:

Emil Nolde, Iris, 1916
Hier een moooie Jugendstil-vaas met iris:

en een Tiffany-theescherm met Iris:

En hier een mooie Japanse kimono met iris:

zie ook
Kimono’s met iris
‘De Japanse kunst is iets als de primitieven, als de Grieken, als onze oude Hollanders, Rembrandt, Potter, Hals, Vermeer, Van Ostade, Ruisdael. Dat kent geen einde.’
Vincent van Gogh aan zijn broer Theo, Arles, 15 juli 1888
Zie ook de tentoonstelling
23.09.11_15.01.12 in het Van Goghmuseum Amsterdam
In het Rembrandthuis zag ik de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.
“Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.
Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Maria Sibylla Merian Iris Susiana (1700)
In deze tentoonstelling vielen mij twee mooie aquarellen op waarop de kievitsbloem afgebeeld staat. Geen van beide is gemaakt door Merian. Beiden zijn vervaardigd door mannen, die Merian hebben beïnvloed.

Georg Flegel, Kievitsbloem, iris en narcis, (1620-1630)

Johann Walther, Twee kievitsbloemen en een dubbele narcis (1662)
Maria Trepp
In het Rembrandthuis zag ik de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.
"Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.
Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.
Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten."

maria sibylla merian iris susiana (1700)
In deze tentoonstelling vielen mij twee mooie aquarellen op waarop de kievitsbloem afgebeeld staat. Geen van beide is gemaakt door Merian. Beiden zijn vervaardigd door mannen, die Merian hebben beïnvloed.

Georg Flegel, Kievitsbloem, iris en narcis, (1620-1630)

Johann Walther, Twee kievitsbloemen en een dubbele narcis (1662)
Over de kievitsbloem heb ik ook precies een jaar geleden geschreven. Het is een bijzonder bloempje, dat ooit door Olaus Rudbeck (1630-1702) uit Nederland naar Zweden werd geïmporteerd. Deze bloem heet in het Zweeds "Kungsängsliljan", "de lelie van de weide van de koning", en is, hoewel oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, nu het herkenningsteken van Uppland, de provincie van Uppsala.

Kievitsbloem
Kungsängsliljan
Schachbrettblume
Fritillaria
Op de markt in Leiden heb ik vorige week een paar mooie exemplaren kunnen kopen.