Wetenschap Kunst Politiek

Rüdiger Safranski’s Goethe-biografie

no comment

 

Goethe_Safranski

Rüdiger Safranski schrijft biografie van Goethe | Biografieportaal

www.biografieportaal.nl/recensie/rudiger-safranski-over-goethe/

van Eric Palmen

10 sep. 2013 – Goet.e maakte van zijn leven een kunstwerk dat ‘geistigen Reichtum, schöpferische Kraft und Lebensklugheit in sich vereint,’ aldus Rüdiger 

 

Goethe maakte zich via o.a. Spinoza tot Goethe – BdSpinoza

spinoza.blogse.nl/log/goethe-maakte-zich-via-oa-spinoza-tot-goethe.html

27 aug. 2013 – Gisteren verscheen de lang verwachte nieuwe grote Goethebiografie van. Rüdiger Safranski, Goethe – Kunstwerk des Lebens. Carl Hanser 

 

Het kunstwerk dat Goethe heet | www.weyerman.nl

www.weyerman.nl/6292/het-kunstwerk-dat-goethe-heet/

29 aug. 2013 – Over Goet.e (1749-1832) is zojuist een lang verwachte biografie verschenen. De zoveelste. Deze keer geschreven door de veel gelauwerde 

 

Rüdiger Safranski: Goethe – Kunstwerk des Lebens « duits.de …

www.duits.de/docenten/rudiger-safranskigoethe-kunstwerk-des-lebens/

Gelukkig vind je in de behoefte aan een hanteerbare vorm Safranski aan je zijde. Hij vermoeit de lezer niet met citaten van Goet.e-kenners over andere 

 

Vijf***** van Arnold Heumakers voor de biografie die RUDIGER SAFRANSKI schreef over GOETHE. pic.twitter.com/WJOiaA8yuA

View image on Twitter

 

Eerdere biografieën:

Leben und Werk

Tweets about “Goethe Safranski”

Mijn kunstslangen

3 comments

Ik houd van slangen vanwege de ambivalentie die zij oproepen.

Ze zijn ambivalente androgyne natuurwezens en cultuurdragers.

Medusa slangen foto: Maria Trepp serpent Schlangen

Medusa slangen foto: Maria Trepp

Ik houd van gevaarlijke slangenvrouwen, zoals van Medusa.

En hier…mijn eigen slangenkuil…

slangen foto: Maria Trepp serpent Schlangen

slangen foto: Maria Trepp


Slang en bloem…

…vormen een natuurlijke en paradijselijke gemeenschap.

Mijn vreugde was groot toen ik hoorde dat de Kievitsbloem/Fritillaria, die voor mij en mijn leven een belangrijk symbool is, in het Engels Snake’s head heet (met dank aan Ina!).

Ik heb aan mijn slangenverzameling een nieuw slangetje toegevoegd in passende kleuren.

roze slang en bloem Maria Trepp Schlange Schachbrettblume

roze slang en bloem Maria Trepp

En als we nu toch bij het thema “Bloem en slang” zijn, dan hier een foto dat ik op de Leidse historische begraafplaasts Groenesteeg heb gemaakt van mijn blauwe slang ( in feite George Knights slangenzoon Georgey) in het midden van Oosterse sterhyacinten:

Blauwe slang foto Maria Trepp Schlange serpent

Blauwe slang foto Maria Trepp

Ik was op de begraafplaats bezig met mijn slangen, omdat ik een droomfoto ging maken; ik had namelijk gedroomd van mijn slangen op een graf.

slangen foto: Maria Trepp serpent Schlangen

slangen foto: Maria Trepp

Cobra foto: Maria Trepp

Cobra foto: Maria Trepp

 

slangen en bloem Schlangen serpents fot Maria Trepp

slangen en bloem Schlangen serpents fot Maria Trepp

Cobra op bezoek foto Maria Trepp

Cobra op bezoek foto Maria Trepp

slangenboom Schlangenbaum tree with serpents foto Maria Trepp

slangenboom Schlangenbaum tree with serpents foto Maria Trepp

slangenkop foto Maria Trepp

slangenkop foto Maria Trepp

slang-en-bloem-serpent-flower-Schlange-blume-Maria-Trepp

slang-en-bloem-serpent-flower-Schlange-blume-Maria-Trepp

 

slang-en-passiebloem-serpent-passion-flower-Schlange-passionsblume-Maria-Trepp

slang-en-passiebloem-serpent-passion-flower-Schlange-passionsblume-Maria-Trepp

slang en paddestoel serpent mushrooms Schlange Pilze Maria Trepp

slang en paddestoel serpent mushrooms Schlange Pilze Maria Trepp

Regenboog, slang, regenboogslang


De regenboogslang is zowel een echt bestaande slang,  alswel een fabeldier, zo meldt Wikipedia (Alib heeft me recentelijk attent gemaakt op het cultuurantropologisch boek “Enige aspecten van de regenboogslang”, een proefschrift van Leo Triebels).

Regenboog en slang zijn twee magische voorstellingen die aan elkaar verwant zijn, niet alleen door vorm en (iriserende) kleur.

Zowel regenboog alsook slang zijn verbonden met de voorstelling van een brug tussen in wezen onoverbrugbare tegenstellingen.

De  regenboog verbindt hemel en aarde, de slang als androgyn wezen verbindt man en vrouw, zoals op een schilderij van Augusto Giacometti.

Op het dit grote schilderij, ‘Adam und Eva’ (1910),dat ik kort geleden  in het Kunsthaus Zürich heb gezien, verbindt de slang Adam en Eva op een noodlottige manier, als een wereldslang.

Augusto Giacometti, Adam und Eva’ (1910)

 

 

Opvallend is de parallelle tussen de verbindende slang en de verbindende regenboog als men naar een andere afbeelding van Giacometti  kijkt: hier, op een kleine pastel op papier, verbindt de regenboog het mensenpaar.
Augusto Giacometti, Regenboog


De slang, androgyn en ambivalent


De slangen van Meret Oppenheim zijn bijna altijd samengezette wezens.

Hier een foto van een zeer mooi Oppenheim-beeld dat ik ook in het Kunsthaus zag.

Maskierte Blume (1958)

Deze bloem lijkt óók op een slang (de achterkant van een cobra)

De slang is in de cultuurgeschiedenis zowel een symbool voor het Kwaad als ook voor het Goed ( zie bijvoorbeeld bij Asclepios en de natuurreligies) , en is zowel gekoppeld aan de mannelijke alsook aan de vrouwelijke seksualiteit; zij is zowel fallus-symbool alsook de Eva-slang.
In Lewis Carrolls “Alice in Wonderland” wordt Alice “een slang”genoemd door de duif (hoofdstuk: “Raad van een rups”) .
Pat Andrea heeft hier een schitterende illustratie bij gemaakt:

In de cultuurgeschiedenis staat de slang in positieve zin voor de vernieuwing (de oude huid afleggen).

Een bijzondere “goede” slang is de Ouroboros (Uroboros) die een cirkel vormt door zichzelf in de staart te bijten. Deze slang staat afgebeeld op het graf van Oppenheim.

De slang onttrekt zich aan de simplificaties die sommigen aan haar/hem willen opleggen.

Zoals ik zelf in een slangengedicht heb geschreven:
“[…]
Is een slang
eigen
lijk een man?
Neen,
een slang
is een
an-
drogyn
am-
bifibiding
zwemmend
kronkelend
aan land […] “

En hier een slangengedicht van Oppenheim:

Schlangengedicht (1978)

Slang en water komen samen in het slangenfontein van Oppenheim:

Spirale- Schlange in Rechteck ( 1973)

Slangen bij Meret Oppenheim en Paul Klee


De surrealiste Meret Oppenheim is net als ik gefascineerd door slangen, dromen en bloemen.

Ik zag in het Kunsthaus Zürich, in de afdeling dada en surrealisme,  een mooie collage, waarbij mij de combinatie slang en bloem opviel.

Why-why 1968
Why-why (1968)

Slangen en bloemen – daar houd ik van.

Over slangen en bloemen heb ik al een paar blogs geschreven:
Sneeuwslangen, schaduwslangen, droomslangen
Morbide slangen: het leven is maar een droom
Over slangenbomen, slangenvrouwen, sprookjes en muziek
De goede slang bij Goethe en E.T.A. Hoffmann

Inmiddels heb ik nog veel meer slangen bij Meret Oppenheim gevonden, hier en paar mooie.

Schlange und schwarze Steine (1972)



Zwei Schlangen, die eine blau-grün, die andere rot ( 1960)

…en hier mijn eigen blauwe en rode slang:

slangen foto: Maria Trepp serpent Schlangen

een een rode slang bij Paul Klee:

 


Paul Klee, Schlangenwege

———————————————————————————————————————


De goede slang bij Goethe en E.T.A. Hoffmann


Een goede goudgroene slang en een witte bloem zijn de ingrediënten in een sprookje van Goethe en een sprookje van E.T.A Hoffmann.

Serpentina de groene slang, Foto Maria Trepp Schlange, serpent

Serpentina, de groene slang, Foto Maria Trepp

Goethes sprookje, Van de groene slang en de schone lelie ( tekst hier in het Duits en hier in het Nederlands) is een enigszins braaf en burgerlijk sprookje over goed samenwerken en zich voor de gemeenschap offeren… en zo de gemeenschap tot welvaart brengen. De goede goud-groene slang is een licht- levensgevende kracht, zij vormt een brug over het water met haar lichaam en zorgt ook voor het ontstaan van en vaste brug.

Goethes sprookje is behalve een esoterisch sprookje ook een politiek commentaar op het versplinterde Duitsland aan het begin van de 18e eeuw.

Bruggen bouwen tussen de culturen en daarbij welvaart creëren: dat is misschien een burgerlijk thema maar ook nu nog een zeer relevant thema, dat kort geleden in Leiden op een conferentie besproken werd (zie mijn blog Building bridges).

Goethe, De groene slang, Foto Maria Trepp Schlange, serpent

Goethe, De groene slang, Foto Maria Trepp Schlange, serpent

Groene slang op de Leidse Spanjaardsbrug


Bij E.T.A. Hoffmanns De gouden pot staat de goudgroene slang Serpentina voor poëzie, fantasie en kunst ( tekst hier in het Duits of in het Nederlands) .

Hoffmanns sprookje is complexer, ironischer. Anders dan bij Goethe ( die Hoffmann en zijn ironie niet kon uitstaan) staat het happy end bij Hoffmann tussen haakjes. De gouden pot eindigt niet met het zalige visioen van een Atlantis met slangenvrouw en lelie, maar met de verteller die juist inziet dat hij zelf niet in een spookjesland leeft. Toch kan de verteller, en dus de lezer, zich nog troosten met de gedachte dat de fantasie hem een ontsnappingsroute aanbiedt.


sneeuwslangen, Schneeschlangen, foto: Maria TRepp

sneeuwslangen, Schneeschlangen, foto: Maria Trepp

slangen en bloemen foto Maria Trepp

slangen en bloemen

schaduwslangen foto Maria Trepp

schaduwslangen foto Maria Trepp

Cobra slang  foto: Maria Trepp

Cobra slang foto: Maria Trepp

/>
/>
Cobra slang in de zonsondergang

slangen Schlangen serpents  foto Maria Trepp

slangen Schlangen serpents foto Maria Trepp


Over slangenbomen, slangenvrouwen, sprookjes en muziek


Slangen
vrouwen
en
bomen
horen
samen.

Een van mijn Duitse lievelingsauteurs, de romanticus E.T.A. Hoffmann, heeft een belangrijk sprookje geschreven, De gouden pot (tekst hier in het Duits of in het Nederlands), dat niet alleen gaat over een slang ( de goud-groene Serpentina), een vrouw en een boom (de vlier), maar op een hoger niveau ook over de rol van kunst en fantasie in het leven.

In dit kunstsprookje komt de student Anselmus groen-gouden slangen tegen in een vlierboom. Ook bij E.T.A. Hoffmann, die overigens ook componist was, speelt hierbij muziek:

“…Hier werd de student Ansel­mus in dit gesprek met zichzelf gestoord door een eigenaardig ge­ritsel en geruis, dat vlak naast hem in het gras opstak, maar al gauw overgleed tot in de takken en de bladeren van de grote vlierstruik, die zich welfde boven zijn hoofd. Nu was het net, alsof de avond­wind de bladeren een beetje door elkaar schudde, – nu weer, als zaten er vogeltjes te vrijen tussen de takken, hun vleugeltjes roerend in baldadig heen- en weergefladder. – Daar begon het te fluisteren en te murmelen, en het was, alsof de vlierbloesem muziek maakte, net in de struik gehangen klokjes van kristal. Anselmus luisterde en luisterde. Daar groeiden, hij wist zelf niet hoe, uit het gemurmel en gefluister en getinkel zachte, halfverwaaide woorden:
Tussendoor – tussenin – tussen takken, tussen zwellende bloemen, zwen­ken, slingeren, zwieren wij – zusjes – zusje, zwenk wat in de schemering – snel, snel omhoog – omlaag – de avondzon schiet stralen, suizelen doet de avondwind – ritselen de dauw – bloemen zingen – roeren wij tongetjes, zingen wij met bloemen en twijgen – sterren glimmen gauw – moeten om­laag – tussendoor, tussenin slingeren, zwieren, zwenken wij, zusjes, zusjes. – Zo ging het door, praatjes die je helemaal van de wijs brachten. De student Anselmus dacht: Dat is toch gewoon de avondwind, die vandaag fluistert, woorden, die je zomaar kunt verstaan. – Maar op dat moment klonk er een muzikaal geluid boven zijn hoofd als een drieklank van heldere, kristallen klokjes; hij keek omhoog, en zag drie groengoud glanzende slangetjes, die om de takken gewikkeld zaten en hun kopjes strekten in de richting van de avondzon.[…]

Hier een foto die ik heb gemaakt van mijn slangenvrouw Serpentina in de vlier:

E.t.A. Hoffmann Serpentina in de vlier, Serpentina im Holunder foto MT

E.t.A. Hoffmann Serpentina in de vlier, Serpentina im Holunder
foto: Maria Trepp

Demoraal van Hoffmanns sprookje kan misschien zo samengevat worden:

Er moet een spanning blijven bestaan tussen fantasie en werkelijkheid, tussen kunst en leven. Het echte leven haalt de inspiratie uit kunst en fantasie, maar valt niet samen met deze.

De hoofdmotieven bij E.T.A. Hoffmann: Goud-groene slang en witte bloem (lelie) komen trouwens ook voor in een belangrijk kunstsprookje van Goethe.


De Pasen van Goethes Faust

30 comments

In de eerste scene van Goethes Faust speelt Pasen een belangrijke rol.

Faust is zich scherp en pijnlijk bewust van de grenzen van de menselijke kennis, en spreekt hierover met zijn assistent Wager.

Delacoix, Faust

Het is al laat in de nacht, en de braaf-naieve Wagner neemt afscheid met de woorden:

“Vergun mij morgen, de eerste der paasdagen,
Nog een en ander u te vragen.
Met ijver heb ‘k mij van de studietaak gekweten:
Wel weet ik veel, doch ‘k zou graag alles weten.”

Faust wordt in de nacht door gevoelens van zinloosheid overweldigd:

“Is het niet stof, waarmee deez’ hoge wand
En honderd vakken mij benauwen;
De rommel, die met tuig van allerhand
Mij in deez’ mottenweerld wil douwen?
Staat wat me ontbreekt dáár opgesteld?
Moet ik misschien in duizend boeken lezen,
Dat steeds de mens zichzelve heeft gekweld,
Dat enklen maar gelukkig mochten wezen? –
Wat anders grijnst gij, schedel, uit uw nis,
Dan dat uw brein eens als het mijne faalde,
Het lichte dagen zocht en in de duisternis,
Naar waarheid dorstend, jammerlijk verdwaalde?“

Albrecht Dürer, Melancholia I, 1514

Faust ziet ineens een flesje met gif en wil een einde aan zijn leven maken.

Op dat moment klinkt een engelenkoor, die zingt dat Christus is opgestaan.

Faust is niet gelovig maar wordt toch geraakt:

“Ik hoor de boodschap wel, maar ‘k kan haar niet geloven
’t Geloof ziet liefst naar wonderen en schijn.
Naar gene sferen waag ik niet te streven,
Vanwaar hij daalt, die milde toon;
En toch, aan dit geluid van kind af aan gewoon,
Roept hij ook thans mij weer terug in ’t leven.”

De herinnering aan zijn jeugd die de engelen oproepen weerhoudt hem van “de laatste stap”:

“Dit lied sprak mij weleer van ’t jeugdig vrolijk woelen,
Van ’t lentefeest der jonglingschap:
Herdenking houdt mij thans met kinderlijk gevoelen
Terug van de’ allerlaatste stap.“

In de volgende scene wandelt Faust met Wagner op de eerste paasdag, en Faust voelt en ziet de lente:

“FAUST
Van het ijs bevrijd zijn stroom en beken
Door der lente weldadige levensschijn;
Groen wordt in ’t dal weer groot en klein:
[…] Overal heft zich wording en streven,
Alles wil zij met kleuren doorweven […]

Of veel mooier in het Duits:

Vom Eise befreit sind Strom und Bäche
Durch des Frühlings holden, belebenden Blick;
Im Tale grünet Hoffnungsglück;
[..]Überall regt sich Bildung und Streben,
Alles will sie mit Farben beleben […]”

“Bildung und Streben, mit Farben beleben”- mijn motto.

Millet, Lente, 1872


Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

De melancholieke engel van de tijd/Erwin Mortier Godenslaap

22 comments

De prachtige roman van Erwin Mortier “Godenslaap” is een fantastische reflectie op de geschiedenis, op het herinneren en op het schrijfproces zelf.
 
De titelillustratie is in feite een illustratie van de tekst op pagina 142:
 
 
“[…] Toen vlamde, in het uiterste noorden, tegen de kust aan, min of meer op de plek waar mijn vader ons als kind had aangewezen waar Nieuwpoort moest liggen, ineens een rode gloed op uit de nevel. De mistbanken weerkaatsten dat geflakker, dat bijna meteen weer doofde.[..]
‘Lichtkogels,’zei iemand. ‘Ze steken boven de linies lichtkogels af.’ “

  
Uit Godenslaap (vijfde pagina van het verhaal, dat geschreven is uit het perspectief van een oude vrouw):
 
“’De engel van de tijd heeft me al meegenomen,’ zeg ik te­gen Rachida, de verzorgster, wanneer ze me ’s ochtends uit bed helpt. Ik zeg het om haar te zien lachen. ‘Je kent de engel van de tijd toch? Hij zou de engel van de wraak kunnen zijn of de engel der victorie. Maar hij is ook de engel van de slaap en de Melancholie van Dürer.’
‘Ja, mevrouw Helena. Uw engelen zijn ingewikkeld.’  ( p 11)
 
De engel van de tijd, dat is de engel van de melancholieke kunstfilosoof Walter Benjamin, die een schilderij van Paul Klee bezat, Angelus Novus.
Hij schrijft erover (ik heb nog geen vertaling gevonden, en wil mezelf hieraan niet de vingers verbranden) :
 

Paul Klee, Angelus Novus
 
 
“Es gibt ein Bild von Klee, das Angelus Novus heißt. Ein Engel ist darauf dargestellt, der aussieht, als wäre er im Begriff, sich von etwas zu entfernen, worauf er starrt. Seine Augen sind aufgerissen, sein Mund steht offen und seine Flügel sind ausgespannt. Der Engel der Geschichte muß so aussehen. Er hat das Antlitz der Vergangenheit zugewendet. Wo eine Kette von Begebenheiten vor uns erscheint, da sieht er eine einzige Katastrophe, die unablässig Trümmer auf Trümmer häuft und sie ihm vor die Füße schleudert. Er möchte wohl verweilen, die Toten wecken und das Zerschlagene zusammenfügen. Aber ein Sturm weht vom Paradiese her, der sich in seinen Flügeln verfangen hat und so stark ist, daß der Engel sie nicht mehr schließen kann. Dieser Sturm treibt ihn unaufhaltsam in die Zukunft, der er den Rücken kehrt, während der Trümmerhaufen vor ihm zum Himmel wächst. Das, was wir den Fortschritt nennen, ist dieser Sturm.”-
Walter Benjamin, Über den Begriff der Geschichte, 1938.
 
Wat kunnen we, wat weten we eigenlijk als we de puinhoop van de geschiedenis proberen te overzien en te herinneren? 
 

 
Een melancholieke engel zit ook op Dürers beroemde en hierboven in Godenslaap genoemde ets “Melancholia I”, die de zwaarmoedigheid van het moderne geleerdenleven laat zien, en die  later door Goethe’s Faust zo goed in woorden werd gevat:
 
“Habe nun, ach! Philosophie,
Juristerei und Medizin,
Und leider auch Theologie
Durchaus studiert, mit heißem Bemühn.
Da steh ich nun, ich armer Tor!
Und bin so klug als wie zuvor;
Heiße Magister, heiße Doktor gar
Und ziehe schon an die zehen Jahr
Herauf, herab und quer und krumm
Meine Schüler an der Nase herum-
Und sehe, daß wir nichts wissen können!
Das will mir schier das Herz verbrennen.
Zwar bin ich gescheiter als all die Laffen,
Doktoren, Magister, Schreiber und Pfaffen;
Mich plagen keine Skrupel noch Zweifel,
Fürchte mich weder vor Hölle noch Teufel-
Dafür ist mir auch alle Freud entrissen,
Bilde mir nicht ein, was Rechts zu wissen,
Bilde mir nicht ein, ich könnte was lehren,
Die Menschen zu bessern und zu bekehren.
Auch hab ich weder Gut noch Geld,
Noch Ehr und Herrlichkeit der Welt;
Es möchte kein Hund so länger leben!”

 
Uit teleurstelling met de schoolse wetenschap begint Faust aan magie; hij gaat dus op zoek naar het “Wilde denken”.
 
Ook de “Godenslaap’ is een zoektocht naar een andere werkelijkheid dan de alledaags-rationele; een zoektocht naar het tijdloze paradijs van het kind en naar het geluk van het lezen. De ‘Godenslaap’ is een filosofische roman die in de Walter Benjamin/Proust-traditie staat.

De oude vertelster: “Elke ochtend ga ik met mijn tong over mijn gebit, trots dat ik nog alle mijn kiezen heb, en lees in braille de grijns van de doodskop af in mijn vlees. Als memento mori volstaat dat.” Prachtig geformuleerd. Later gaat het zelfs over de schedel en het stilleven – zie mijn blog Stillevens van Picasso – :” [..] het hoofd van een dode dat in mijn hand lag als de welving van een gebroken kruik” (p 203).
 

Godenslaap’ vertelt in zorgvuldige, intieme beelden over de verschrikkingen van de oorlog.
 
Een belangrijk thema is de “obsceniteit“ van de dood en de oorlog:
 
“OBSCEEN was ook  de dood van Amélie Bonnard, als uit het niets getroffen […]” (p 189)
 
“Obsceen is het woord dat ik herhaal. Obsceen de aanblik van Amélie Bonnard, ’s middags nog een kind dat voor de spiegel haar lokken achter haar oren zal hebben ge­legd voor ze de rouge van haar moeder op haar wangen smeerde, tegen de avond een dood kindvrouwtje in een bruidsjurk. Haar schoenen leken niet te passen, te ruim om haar hielen te liggen, de handschoentjes te precieus, de paternoster te pathetisch, de sluier die we over haar hoofd en het verband getrokken hadden te etherisch in het licht van de kaarsvlam.” (p 205)
 
Mortier volgt hier Coetzee’s alter ego Elisabeth Costello en haar bespiegelingen over de obsceniteit van geweld en van de literatuur die geweld beschrijft (“Het probleem van het kwaad” in: “Elisabeth Costello”)
 

Morbide slangen: het leven is maar een droom

20 comments

 

Ik houd van de Duitse barokliteratuur: de gedichten van Gryphius en van de beroemde barokroman Simplicius Simplicissimus van Grimmelshausen.

De Asam-Kerk in München (St. Johann Nepomuk ) kende ik niet van binnen, maar ik nam me voor om ernaar toe te gaan, zodra ik weer in München ben.

Nu ben ik er geweest.

Indrukwekkend, en zo barok het maar kan.
Rechts van de ingang, boven aan de muur, zag ik een levende dode, die een gouden slang om zijn borst en armen gewonden had: een bijzonder en opvallend motief.


Een ander wraakengel-figuur erboven had zelfs een cobra (?) om zijn arm.

Ik heb op internet gezocht, wie de levende dode zou kunnen zijn, en ik vond zeerinteressante informatie.

De afgebeelde scène is afkomstig uit een tragikomisch Jezuitendrama:  Jakob Bidermanns ‘Cenodoxus, in feite een literaire voorloper van Goethes Faust:

“Just after entering St. Johann Nepomuk in Munich […] we see on top of the confessional a sculptural group showing a corpse, entwined by snakes, one arm raised in anger, the mouth opened in a scream. Towering over the restless corpse a man, perhaps a monk, raises his right arm in a gesture that does not so much extend help as establish distance. This gesture is echoed by the putto below, who uses one of his wings to shield his eyes from the disturbing vision.

MORS PECCATORUM PESSIMA, proclaims the inscription above: “The death of sinners is the worst.”

Egid Quirin Asam’s contemporaries would have had no difficulty recognizing in this group a representation of the last scene of Jakob Bidermann’s Cenodoxus. The play closes in heaven. After a very sudden death, the doctor of Paris, who with Faust-like pride had sought to raise himself beyond the human condition, is called before God’s judgment throne and condemned to eternal suffering. Meanwhile, on earth, those mourning the death of this honored man are frightened by the corpse’s refusal to lie still. Three times it raises itself and speaks, the first two times to report an the trial taking place in heaven, the third time to tell of the judgment and to curse both the mother who bore him and himself. One of those watching this terrifying spectacle, a certain Bruno, recognizing the vanity of what the world thinks important, leaves society and becomes a hermit. Friends follow his example (Bruno is the founder of the Carthusian order); their example in turn was followed by members of the audience. The theatrical performance spilled over into life.

It is a typically baroque conclusion. The obsession with time and death, the emphasis on pride that refuses to acknowledge man’s mortality, are thoroughly Christian, and especially baroque.
[..]  Even the most powerful are not masters of their lives. Life is like smoke, pulled apart by a strong wind; or like a carnival play, or like a firework that, hardly begun, is already over.
In poem after poem, play after play, we hear the same refrain:
Vita enim hominum,
Nil est, nisi somnium,

as Bidermann’s Chorus mortualis sings. “We are such stuff as dreams are made on.”

——————Zo ver Karsten Harris. ——————————————-

Wat me bijzonder aantrekt in de barokke kunst, en het bijzonder in deze Asam-kerk: de mengeling van genres, vooral van beeldende kunst en toneel.

Nog bij de citaten uit Cenodoxus:
Vergelijk ook: Shakepeare, The Tempest:
We are such stuff
As dreams are made on; and our little life
Is rounded with a sleep
.”

En: Goethe, Faust, Zueignung ( = de tekst die helemaal aan het begin van Faust staat)  over de schaduwwereld van de herinnering. Goethe spreekt hier zijn eigen verzonnen figuren aan, die hem zijn leven lang hebben begeleid. Zijn tekst spiegelt veel van wat ik voel als ik in München ben:

“Ihr naht euch wieder, schwankende Gestalten,
Die früh sich einst dem trüben Blick gezeigt.
Versuch ich wohl, euch diesmal festzuhalten?
Fühl ich mein Herz noch jenem Wahn geneigt?
Ihr drängt euch zu! nun gut, so mögt ihr walten,
Wie ihr aus Dunst und Nebel um mich steigt;
Mein Busen fühlt sich jugendlich erschüttert
Vom Zauberhauch, der euren Zug umwittert. Ihr bringt mit euch die Bilder froher Tage,
Und manche liebe Schatten steigen auf;
Gleich einer alten, halbverklungnen Sage
Kommt erste Lieb und Freundschaft mit herauf;
Der Schmerz wird neu, es wiederholt die Klage
Des Lebens labyrinthisch irren Lauf,
Und nennt die Guten, die, um schöne Stunden
Vom Glück getäuscht, vor mir hinweggeschwunden.”

Ik heb nog veel meer interessante slangen gevonden in München, hier een foto uit de Frauenkirche, waar slangen zo te zien het vlees wegvreten rond de beenderen van een mens.

Ik houd van deze groteske kunst, een contrapunt tot al de saaie geïdealiseerde heiligen!

Goethe over de Vesuvius

no comment

Turner, Vesuvius

Goethe schrijft in zijn Italienische Reise over de Vesuvius:


“Neapel, Dienstag, den 20. März 1787.
Die Kunde einer soeben ausbrechenden Lava, die, für Neapel unsichtbar,
nach Ottajano hinunterfließt, reizte mich, zum dritten Male den Vesuv zu
besuchen. […] und wir gingen mutig auf einen ungeheuren Dampf los,
der unterhalb des Kegelschlundes aus dem Berge brach; sodann schritten wir
an dessen Seite her gelind hinabwärts, bis wir endlich unter klarem Himmel
aus dem wilden Dampfgewölke die Lava hervorquellen sahen.
Man habe auch tausendmal von einem Gegenstande gehört, das Eigentümliche
desselben spricht nur zu uns aus dem unmittelbaren Anschauen. Die Lava war
schmal, vielleicht nicht breiter als zehn Fuß, allein die Art, wie sie
eine sanfte, ziemlich ebene Fläche hinabfloß, war auffallend genug; denn
indem sie während des Fortfließens an den Seiten und an der Oberfläche
verkühlt, so bildet sich ein Kanal, der sich immer erhöht, weil das
geschmolzene Material auch unterhalb des Feuerstroms erstarrt, welcher die
auf der Oberfläche schwimmenden Schlacken rechts und links gleichförmig
hinunterwirft, wodurch sich denn nach und nach ein Damm erhöht, auf
welchem der Glutstrom ruhig fortfließt wie ein Mühlbach. Wir gingen neben
dem ansehnlich erhöhten Damme her, die Schlacken rollten regelmäßig an den
Seiten herunter bis zu unsern Füßen. Durch einige Lücken des Kanals
konnten wir den Glutstrom von unten sehen und, wie er weiter hinabfloß,
ihn von oben beobachten.
Durch die hellste Sonne erschien die Glut verdüstert, nur ein mäßiger
Rauch stieg in die reine Luft. Ich hatte Verlangen, mich dem Punkte zu
nähern, wo sie aus dem Berge bricht; dort sollte sie, wie mein Führer
versicherte, sogleich Gewölb und Dach über sich her bilden, auf welchem er
öfters gestanden habe. Auch dieses zu sehen und zu erfahren, stiegen wir
den Berg wieder hinauf, um jenem Punkte von hintenher beizukommen.
Glücklicherweise fanden wir die Stelle durch einen lebhaften Windzug
entblößt, freilich nicht ganz, denn ringsum qualmte der Dampf aus tausend
Ritzen, und nun standen wir wirklich auf der breiartig gewundenen,
erstarrten Decke, die sich aber so weit vorwärts erstreckte, daß wir die
Lava nicht konnten herausquellen sehen.
Wir versuchten noch ein paar Dutzend Schritte, aber der Boden ward immer
glühender; sonneverfinsternd und erstickend wirbelte ein unüberwindlicher
Qualm. Der vorausgegangene Führer kehrte bald um, ergriff mich, und wir
entwanden uns diesem Höllenbrudel.
Nachdem wir die Augen an der Aussicht, Gaumen und Brust aber am Weine
gelabt, gingen wir umher, noch andere Zufälligkeiten dieses mitten im
Paradies aufgetürmten Höllengipfels zu beobachten. Einige Schlünde, die
als vulkanische Essen keinen Rauch, aber eine glühende Luft fortwährend
gewaltsam ausstoßen, betrachtete ich wieder mit Aufmerksamkeit. Ich sah
sie durchaus mit einem tropfsteinartigen Material tapeziert, welches
zitzen- und zapfenartig die Schlünde bis oben bekleidete. Bei der
Ungleichheit der Essen fanden sich mehrere dieser herabhängenden
Dunstprodukte ziemlich zur Hand, so daß wir sie mit unsern Stäben und
einigen hakenartigen Vorrichtungen gar wohl gewinnen konnten. Bei dem
Lavahändler hatte ich schon dergleichen Exemplare unter der Rubrik der
wirklichen Laven gefunden, und ich freute mich, entdeckt zu haben, daß es
vulkanischer Ruß sei, abgesetzt aus den heißen Schwaden, die darin
enthaltenen verflüchtigten mineralischen Teile offenbarend.
Der herrlichste Sonnenuntergang, ein himmlischer Abend erquickten mich auf
meiner Rückkehr; doch konnte ich empfinden, wie sinneverwirrend ein
ungeheurer Gegensatz sich erweise. Das Schreckliche zum Schönen, das
Schöne zum Schrecklichen, beides hebt einander auf und bringt eine
gleichgültige Empfindung hervor. Gewiß wäre der Neapolitaner ein anderer  Mensch, wenn er sich nicht zwischen Gott und Satan eingeklemmt fühlte
.

“[…] beides hebt einander auf “
Merkwaardige, Hegeliaanse en ongeloofwaardige reactie van Goethe, die zich blijkbaar geen raad weet met de heftige emoties. …

Goethe kijkt en luistert ook naar de mensen die eindeloos over de vulkaan spreken ,” ihres Deutens, Erzählens, Vergleichens, Streitens, wohin die Lava strömen werde”

Het stromen van de lava wordt voor Goethe een metafoor voor het vertellen.

Lees ook: Susan Sontag over Goethe en de Vesuvius: The Volcano lover.

 

Waar ik nu ben (raadsel)

13 comments

Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunkeln Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief