Wetenschap Kunst Politiek

Frederik de Grote, Fredericus Rex

8 comments

Merlijn Schoonenboom schrijft vandaag 8 maart in de Volkskrant over de viering van het 300ste geboortejaar van Frederik de Grote.

“Dit jaar wordt met een enorm programma en al even grote media-aandacht de 300ste geboortedag van de Pruisische koning Frederik de Grote gevierd. De stad Potsdam staat hierin centraal.”
“Je mag het anno 2012 gewoon weer zeggen. In de media wordt Frederik zelfs zonder problemen vergeleken met huidige politici, die oude ‘Pruisische deugden’ zouden missen. Historicus Kuke vindt de situatie in Potsdam daarom prima passen bij de algehele omgang met Pruisen: die is niet óf hemelhoog juichend of afwijzend. De fase van de historische distantie is aangebroken: ‘De wederopbouw van het slot is de verzoening met de eigen geschiedenis. De Pruisische geschiedenis heeft twee kanten: een goede en een slechte, de Verlichting en het absolutisme. Pas als je het verleden écht ziet, zoals bij het slot, dan kan je erover nadenken en je eigen mening vormen.’ “

“Over de rol van Pruisen en Frederik wordt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog gediscussieerd. Frederik was de koning die Pruisen in de 18de eeuw tot Europese grootmacht uitbouwde; onder Pruisen ontstond in 1871 de Duitse eenwording. Maar omdat Duitsland zich sindsdien in twee wereldoorlogen stortte en Hitler zich graag op Frederik beriep, is de herinnering decennia lang beladen geweest zeker in Potsdam zelf.”

De beladen herinnering begint met de “Fredericus Rex” films.

Veel politici en aristocraten uit de late 19e en de vroege 20ste eeuw probeerde Frederik  na te volgen, en stiliseerden hem tot een voorloper van het protestantse Duitsland. Een voorbeeld van deze verering zijn de Fredericus Rex films van 1920. Frederik was een van de eerste beroemdheden wiens biografie voor het medium film werd verwerkt, dat toen opkwam.

Fredericus Rex-films worden in de strikte zin vier historische films over de persoon van de Pruisische koning  genoemd die  in Duitsland tussen 1920 en 1923 werden geproduceerd. In bredere zin wordt de term gebruikt voor alle films over Frederik II in Duitsland in de periode tot 1942 .

De door de UFA breed opgezet geënsceneerde, dubbele film “Fredericus Rex” (1921/1922, 1923) vertelde in losse afleveringen en zonder historische nauwkeurigheid het leven van de Pruisische koning Frederik II, en was puur een propagandafilm voor de restauratie van de monarchie. De film laat zien hoe de onderwerping van de opstandige tiener Frederik aan de wil van zijn strikte vader leidt tot verfijning van het karakter van de toekomstige heerser, die zijn absolute macht uiteindelijk ten behoeve van het volk gebruikt en door succesvolle oorlogen het kleine Pruisen tot grote mogendheid verheft.

Op het moment dat de film werd uitgebracht – vier jaar na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de ondergang van de monarchie – was de politieke boodschap het idee dat een nieuwe absolute heerser niet alleen een bolwerk zou vormen tegen het opkomend socialisme, maar dat hij ook het land dat zich in vele opzichten vernederd voelde tot een nieuwe grootte zou leiden.   Het populaire motief van vader-zoon conflict dat door alle Fridericus Rex films als een rode draad loopt werd tegelijkertijd gebruikt om de scepsis van het publiek op te vangen (in de revolutionaire naoorlogse tijd lang geloofde niet iedereen in de noodzaak van autoritair gedrag) en het publiek ervan te overtuigen dat rebellie en anarchie alleen met autoriteit kunnen worden tegengegaan. Als compensatie voor het verlies van zelfbeschikking lokte de identificatie met de glorieuze Übervater Frederick. Daarnaast moest de film patriottische gevoelens aanwakkeren en  de overtuiging wekken dat agressieve machtspolitiek in het geval van Duitsland altijd gerechtvaardigd is als een defensieve houding tegenover een overweldigende vijandige samenzwering.

Hoewel de film in de liberale en linkse pers heftige protesten uitlokte, was de film commercieel zeer succesvol, en inspireerde een hele reeks van imitaties, die werden geproduceerd door verschillende filmmaatschappijen tot in het begin van de jaren ’30. Het patroon van de eerste films werd altijd min of meer getrouw gekopieerd, en in bijna alle films speelde Otto Gebühr Frederik.

Omdat de Fredericus Rex films anticiperen op de ideologische argumenten van de nazi’s, worden zij in de filmhistorische literatuur zo nu en dan als “pre-fascistisch” geclassificeerd.

De verheerlijking Frederik bereikte dan ook de hoogtepunt in de tijd van van het nazisme onder auspiciën van de Minister van Propaganda Joseph Goebbels. Daarbij speelden vooral de zes films waarin Otto Gebühr de koning van Pruisen speelde een belangrijke rol.  De nazi-propaganda noemde Frederik niet alleen als een “eerste nationaalsocialist”, Frederik en zijn volgelingen werden ook de belichaming van de Duitse discipline, standvastigheid en trouw aan het vaderland. De nazi’s rechtvaardigden bijvoorbeeld  in de laatste maanden van de oorlog de dienstplicht van de Hitlerjugend in de Volkssturm met het argument dat Frederik ook 15-jaar oude kinderen van aristocraten dienstplichtig had gemaakt.

 

 Friedrich– tentoonstellingen tot eind oktober 2012

„Friederisiko“-Ausstellung in Potsdam

Die Erfindung (s)einer Stadt“ Potsdamer Stadtmuseum

 „Friedrich ohne Ende“ Schloss Rheinsberg

Walter Süskind en de Joodse Raad

19 comments

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

Meest recente berichten