August Macke is een van de schilders van de groep Der Blaue Reiter, die tom 24 mei 2010 in Nederland te zien waren:
Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag
Macke is een van mijn meest favoriete schilders- ik weet niet of hij of zijn vriend Paul Klee bij mij de nummer 1 is.
Ik heb eerder een blog gemaakt over “Vrouw en hoed “ in de schilderskunst, waar ik al Mackes eigen mooie vrouw, door hem geschilderd, liet zien. Hier nog een keer, samen met hoedenwinkels en etalages.

August Macke, Vrouw met hoed

August Macke, Hoedenwinkel, 1914

August Macke, Modezaak

August Macke Etalage
Het kunstenaarspaar Gabriele Münter en Wassily Kandinsky is een van de vele kunstenaarsparen die in het Gemeentemuseum in Den Haag werden getoond in de tentoonstelling Liefde!Passie! Kunst!;
Kandinksy en Münter woonden en schilderden vanaf 1908 in het stadje Murnau bij München, zij maakten beiden deel uit van de groep Der Blaue Reiter, een kleine groep gelijkgestemde kunstenaars in Duitsland, die van ongeveer 1911 tot 1914 bestond. De vernieuwingsbeweging ontstond in München opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. De stroming wordt tot het expressionisme gerekend.

Leuk is dat Münter en Kandinsky hetzelfde motief op verschillende manieren hebben uitgewerkt: Promenade.

Gabriel Münter, Promenade, 1904

Wassily Kandinsky, Promenade, 1904
Van Gabriele Münter en schilderij met Paul Klee:
Gabriele Münter, Mann im Sessel- Paul Klee, 1913
Anders dan Kandinsky ging Münter niet de abstracte weg in, maar bleef naief en naturalistisch schilderen. Kort daarop ging hun relatie stuk; hun wegen scheidden.

Gabriele Münter, Kandinsky aan het schilderen, 1903

Wassily Kandisky, Gabriele Münter schilderend in Kallmünz, 1903

Wassily Kandinsky, Portret Gabriele Münter, 1905
Door het ijs gezakt: Georg Heym
“IJs vinden Duitsers maar eng” schrijft Sander van Walsum vandaag in een geestig artikel in de Volkskrant (p 4).
Van Walsum schrijft over de bevroren meertjes in Berlijn, die ik goed ken van de bezoeken bij mijn Berlijnse zus.
Van Walsums artikel doet me sterk denken aan de Duitse dichter Georg Heym, die in 1912 in Berlijn door het ijs in de Havel zakte.
Günter Grass heeft een hoofdstuk in zijn boek “Mein Jahrhundert”, 1912, aan Heym gewijd. Hier het aquarel dat Grass bij dit hoofdstuk had gemaakt.

En hier Heyms griezelig oorlogs-ijs- gedicht dat misschien ook in deze tijden van ijs en oorlog (Gaza) past.
Der Krieg (1911)
Aufgestanden ist er, welcher lange schlief,
Aufgestanden unten aus Gewölben tief.
In der Dämmrung steht er, groß und unerkannt,
Und den Mond zerdrückt er in der schwarzen Hand.
In den Abendlärm der Städte fällt es weit,
Frost und Schatten einer fremden Dunkelheit,
Und der Märkte runder Wirbel stockt zu Eis.
Es wird still. Sie sehn sich um. Und keiner weiß.
In den Gassen faßt es ihre Schulter leicht.
Eine Frage. Keine Antwort. Ein Gesicht erbleicht.
In der Ferne wimmert ein Geläute dünn
Und die Bärte zittern um ihr spitzes Kinn.
Auf den Bergen hebt er schon zu tanzen an
Und er schreit: Ihr Krieger alle, auf und an.
Und es schallet, wenn das schwarze Haupt er schwenkt,
Drum von tausend Schädeln laute Kette hängt.
Einem Turm gleich tritt er aus die letzte Glut,
Wo der Tag flieht, sind die Ströme schon voll Blut.
Zahllos sind die Leichen schon im Schilf gestreckt,
Von des Todes starken Vögeln weiß bedeckt.
Über runder Mauern blauem Flammenschwall
Steht er, über schwarzer Gassen Waffenschall.
Über Toren, wo die Wächter liegen quer,
Über Brücken, die von Bergen Toter schwer.
In die Nacht er jagt das Feuer querfeldein
Einen roten Hund mit wilder Mäuler Schrein.
Aus dem Dunkel springt der Nächte schwarze Welt,
Von Vulkanen furchtbar ist ihr Rand erhellt.
Und mit tausend roten Zipfelmützen weit
Sind die finstren Ebnen flackend überstreut,
Und was unten auf den Straßen wimmelt hin und her,
Fegt er in die Feuerhaufen, daß die Flamme brenne mehr.
Und die Flammen fressen brennend Wald um Wald,
Gelbe Fledermäuse zackig in das Laub gekrallt.
Seine Stange haut er wie ein Köhlerknecht
In die Bäume, daß das Feuer brause recht.
Eine große Stadt versank in gelbem Rauch,
Warf sich lautlos in des Abgrunds Bauch.
Aber riesig über glühnden Trümmern steht
Der in wilde Himmel dreimal seine Fackel dreht,
Über sturmzerfetzter Wolken Widerschein,
In des toten Dunkels kalten Wüstenein,
Daß er mit dem Brande weit die Nacht verdorr,
Pech und Feuer träufet unten auf Gomorrh.
Kandinsky’s schilderij “Een centrum“

(1924, olie op doek, 140,6 x 99,5 cm Gemeentemuseum Den Haag, langdurig bruikleen Solomon R. Guggenheim Museum New York, 1975 )
Over dit schilderij:
“Kandinsky (1866-1944) schilderde dit werk in Weimar, waar hij als docent aan het Bauhaus was aangesteld. Onder invloed van de Russische avant-gardisten en Bauhauskunstenaars was Kandinsky geometrisch abstract gaan werken. Hij hoopte de beschouwer mee te kunnen nemen naar een onbekende wereld en was, evenals Russische avant-gardisten Malevitsj en Popova en de kunstenaars van ‘De Stijl’, gefascineerd door de vierde dimensie. Volgens hem verwees de cirkel – die hij veelvuldig gebruikte in de jaren twintig – daar als primaire vorm het duidelijkst naar.
In dit fraai gecomponeerde ‘kosmische’ schilderij is een klein cirkelvormig zwart centrum, gevat in een grote cirkel. De cirkels zijn tegen een donkere achtergrond geplaatst, die naar beneden toe lichter wordt. Vanuit en om deze centra lijken geometrische vormen zich – volgens een vrolijke choreografie – in verschillende dimensies door de ruimte te bewegen. Deze illusie wordt gewekt omdat de vormen van kleur veranderen zodra ze elkaar doorkruisen en binnen de vormen zelf vervagen. Hier en daar is de ondertekening nog zichtbaar en ook de verf is op verschillende manieren opgebracht. De ruimte refereert net als bij Malevitsj op geen enkele manier meer aan de zichtbare werkelijkheid. Het beeldvlak dient als ‘spirituele ruimte’. “
Uit: Petrova et al, Kunst en religie in Rusland
| “Het schilderij is opgebouwd rond twee cirkels die net uit het hart van het schilderij staan. De grotere cirkel omvat als in een vergrootglas een kluwen geometrische vormen, geschilderd in zachte, heldere kleuren, met als opvallende verschijning de torens en koepels van het eeuwige Moskou. Dit centrum is warm van toon. De curven doemen op uit de zwarte cirkel in het centrum van het beeld, dat niet zozeer verhullend maar eerder transparant werkt. Kandinsky hanteerde voor elke vorm een andere factuur, waardoor matte, vlakke vormen naast vlokkig geschilderde vormen kwamen te staan. De kleinste, meest centrale cirkel is glimmend zwart. Hij heeft een grote, krullende staart die een stuwende kracht naar linksboven impliceert. Vanuit die hoek komt een zigzaggende vorm het beeld in. Het is het aloude, spetterende zonlicht boven het Moskou. Kandinsky huldigde in deze jaren een gecompliceerde opvatting over de verschillende delen van een beeldvlak. Hij beschouwde de rechteronderhoek als het belangrijkste, meest compacte en taaiste deel van de compositie. De linkerbovenhoek vertegenwoordigde in zijn ogen het meest losse en meest open gebied. Kandinsky dichtte de cirkel in de schilderijen van 1924 en daarna een belangrijke functie toe. Zakelijk, met een passer getrokken, zag hij de cirkel als de synthese van de grootste tegenstellingen. De cirkel verbond het concentrische met het excentrische in een evenwichtige gestalte. Deze was bescheiden maar ook opdringerig, helder maar ook onstabiel, en zacht en luid tegelijk. De cirkel stond ook in directe verbinding met het kosmische. Onder de drie primaire vormen (driehoek, vierkant en cirkel) zag Kandinsky de cirkel als de helderste verwijzing naar de vierde dimensie. In een brief legde hij uit dat hij de cirkel was gaan gebruiken, ‘omdat ik in cirkels meer innerlijke mogelijkheden vind, wat ook de reden is waarom de cirkel de plaats heeft ingenomen van het paard.’ Het paard had altijd gestaan voor de zege van het spirituele over het materiële. Met de overgang van paard tot cirkel koos Kandinsky voor andere instrumenten ter realisatie van zijn kunst. In fundamentele zin bleef echter zijn - symbolistische – werkwijze hetzelfde. ” Hans Janssen, Kandinsky rond 1913, p 43 |
zie ook over Der Blaue Reiter
:
Van 6 februari tom 24 mei 2010: Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag
Moderne abstracte kunst: kleurrijke flexibele schaakborden
De vrolijke cirkels van Wassily Kandinsky
Gabriele Münter en Wassily Kandinsky
Alexej von Jawlensky en Marianne Werefkin
Franz Marc
Wassily Kandinsky, ‘Een centrum ‘ (1924)
Der Blaue Reiter: Franz Marc en August Macke in de dierentuin
De Blaue Reiter:ontaarde poezen/ Paul Klee, Franz Marc
Vrouw en hoed bij August Macke
Poezen van Paul Klee, Franz Marc en paula modersohn-becker
————————–
Recente berichten
- Christiaan Huygens: wetenschap als religie
- Alruin/ Mandragora in de Egyptische kunst- Toetanchamon
- Tulpenkoppen
- Daslook-bloementapijt/Cronesteyn en Leidse Hout
- Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop
- Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië
- Saturnus aan de zuid-oostelijke nachthemel
- Bollenvelden, tulpen close-ups in de schemering
- Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden
- Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens
- Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens
- De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd
- 25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan
- Van Gogh van dichtbij
- Christiaan Huygens over buitenaardse wezens
- Venus en Jupiter naast schoorsteen Leidse lichtfabriek E-on
- Nederland en de Israëlische kolonisten
- Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement
- De PVV en de jaren dertig
- Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed
- Frederik de Grote, Fredericus Rex
- “…kind of a German-Dutch Boxkampf…”
- Op mijn Duitse blog vandaag: Van Rompuy, Wilders en de gulden
- Hypotheekrenteaftrek probleem voor de Nederlandse economie
- Georg Christoph Lichtenberg over verjaardagen
- Studie Duits verdwijnt uit Leiden
- Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk
- Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?
- Rembrandt, de brillenverkoper en de Vijf Zintuigen
- Het symbolisme van Vincent van Gogh
- Paul Klee en Lucebert
- Latent antisemitisme in Duitsland
- Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave
- Walter Süskind en de Joodse Raad
- De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst
- 2012 The Return of Quetzalcoatl (op mijn blog)
- Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten
- Molen in blauw, paars en rood
- Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee
- Romantische Japanse maanprenten van Yoshitoshi
- Maansverduistering boven Leiden
- Insecto-theologie
- “Google Earth” voor Mars, gratis download!
- Google doodle vandaag: Diego Rivera
- Seizoenen op Kepler-22b
- Onze tweelingen op tweelingplaneet Kepler-22b (satire)
- Brandpunt en Paul Davies over buitenaards leven
- Ekster: foto, kunst, literatuur
- Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem
- Het mini-planetarium van Christiaan Huygens en de Leidsche Sphaera
- Christiaan Huygens, Salomon Coster en het patent op het slingeruurwerk
- Ruimtereis creëert pacifisme
- Jan Sluijters- my favorites
- Wilders, Foucault en Bas van Stokkom over parresia
- Roos met vlieg: memento mori
- Stillevens met schelpen: James Ensor en anderen
- Klaprozen, in de berm en in de kunst: Verster, Van Gogh e.a.
- Pioenrozen: foto, haiku, Verster, Manet
- Passiebloem in kunst en werkelijkheid
- Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi
- Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige
- Vertaling van poëzie en haiku’s: Jacopone, de maan en de nachtegaal
- Andreas Kinneging, Arnold Heertje en de moraal van de nazi’s
- De PVV en de nazi Carl Schmitt
- Volle maan: het oranje maangezicht Plutarchus
- Adolf Eichmann en het zionisme
- Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen
- De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw
- Kievitsbloemen in Leiden
- Alice in Wonderland en de flamingo
- Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor en Heinrich Heine
- Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland
- Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh
- De nieuwe Wet financiering politieke partijen
- De vrouwen van Iris van Dongen
- James Ensor en de maskers
- Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites
- De lente bij Vincent van Gogh
- Bad Moon Rising Above Leiden
- Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners
- Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie
- Bolkestein en het gifgas
- Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens
- Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek
- The Journal of Extraterrestrial Studies
- Zelfportret met hoed: James Ensor, Vincent van Gogh en anderen
- Ik speel dus ik ben
- Revolutie is seksestrijd
- Spectaculaire spreeuwenshow in Leiden
- Narcistische narcissen (witte narcissen in de spiegel)
- Arabische Revolutie
- Geert-Wilders-tulp: de islam is van Europa!
- Christiaan Huygens en de planeet Venus
- Moderne Venus van Man Ray, Dalí en anderen
- Vuurtorens bij Ensor, Mondriaan en anderen
- Mijn meest bekeken blog: de erotische kunst van Man Ray
- Wilders-kritiek neemt toe
- Volle maan-kunst en fotografie
- Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen
- Zwarte kraai
- Christiaan Huygens Sterrekind – Suzanna van Baerle
- Christiaan Huygens over de schoonheid van de Aarde, planeten en het Heelal
- Christiaan Huygens en Hofwijck
- Christiaan Huygens: Cosmotheoros, een lange brief aan zijn broer
- Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea
- Christiaan Huygens: ironie over de Nieuwe Aarde
- Meret Oppenheim
- Entartete kunst: Piet Mondriaan
- Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn
- Entartete Kunst: Paul Klee