Wetenschap Kunst Politiek

Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh

8 comments
Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor In zijn atelier bewaarde James Ensor (zie de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag) doodshoofden, maskers en hoofddeksels, die vanaf 1888 regelmatig in zijn werk voorkomen. In Ensors werk had de schedel een morbide, ironische en fantastische connotatie en komt vaak als zelfportret voor. De schedel is blijkbaar de “ik”-vorm van Ensors maskers: Ensors eigen lachend masker.Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor Mij bevalt het als de dood een deel van het leven is, en als de doden vrolijk meedoen in het leven. Magisch, fantastisch, menselijk.Ook Vincent van Gogh heeft kort daarvoor een soortgelijk zelfportret gemaakt:
Doodshoofd als zelfportret bij Vincent van Gogh
Vincent van Gogh, Schedel met brandende sigaret, 1885
De schedel van Van Gogh houdt het midden tussen (zelf)portret en stilleven.

Stillevens met schelpen: James Ensor en anderen

4 comments

Ensor schilderde exotische schelpen die zijn moeder in haar winkeltje verkocht.


 

 


Maar stillevens met schelpen zijn klassikers in de Vlaamse schilderkunst.



en hier nog een eigentijdse poging met inheems spul

 


Maria Trepp

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

4 comments

Het Rijksmuseum laat een tentoonstelling zien “De Hollandse wildernis” over duinlandschappen in de 17e eeuw.

Bij “wildernis” moet ik aan een blogtitel van mij zelf denken, ik had ooit een blog geplaatst “Wuivende ruigte” over wilde rietlandschappen.

En nu hier op deze blog krijgen jullie geschilderde duinlandschappen uit de 20ste eeuw voorgeschoteld, te beginnen met James Ensor.

James Ensor, Duinlandschap

 

 

Jan Toorop, Duinen en zee in Zoutelande, 1907

 

Piet Mondriaan, Duin II, 1909

 

Toorop en Mondriaan waren van af 1908 beviend met elkaar. Toorop was bekend met het pointillisme van Seurat, en dat is hier op deze schilderijen ook terug te zien.

De abstractie van Toorop en van Mondriaan is in veel aspecten symbolistisch. Ze schilderden de natuur vanuit een bepaalde opvatting van de kunst en de wereld. Meer dan een getrouwe weergave van de werkelijkheid zijn de landschappen van symbolisten een reflectie van de gevoelens die de natuur opriep bij de kunstenaar. ( zie ook: Dreams of nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky). Zowel Toorop alsook Mondriaan waren bezig met een zoektocht naar een manier om het hogere en het spirituele uit te drukken. De veranderingen die omstreeks 1908 in Mondriaans werk aan de dag treden hangen nauw samen met zijn ideeën over de rol van de kunst in het bewustwordingsproces van de mensheid. Onder invloed van theosofische ) literatuur probeerde hij vanaf die tijd steeds meer los te komen van de zichtbare werkelijkheid en vorm te geven aan de essentie van de dingen. (…)

In de tentonstelling “Voorbij de horizon” in het Gemeentemuseum Den Haag hingen meerdere schitterende duin-schilderijen van Mondriaan.

Felgekleurd, stemmig, woest, vriendelijk, vlak, glooiend, figuratief, abstract twee- én driedimensionaal: het landschap doet zich in de moderne kunst op vele manieren voor. Van landschappen vol dramatiek en emotie in de romantiek tot volledig abstracte werken in de jaren zestig van de twintigste eeuw, waarbij de land art kunstenaars het fysieke landschap gebruiken als drager voor een kunstwerk. De tentoonstelling Voorbij de horizon toont hoe de verbeelding van het landschap de laatste twee eeuwen is veranderd en hoe de manier waarop het landschap werd weergegeven exemplarisch was voor de gedachten over kunst en de verbeelding van de realiteit in een bepaalde tijdgeest.

Mondriaan vervaardigde aan het begin van de twintigste eeuw enkele zonovergoten luministische duinlandschappen. In deze werken experimenteerde hij met de weergave van licht, zowel boven de horizon als gereflecteerd in zee.”

 

“Duin I”, “DuinII”en “Duin III” hangen hier naast elkaar:

 

Piet Mondriaan, Duin I

 

 

Piet Mondriaan, Duin II

Piet Mondriaan, Duin III

In de tentoonstelling “Cézanne Picasso Mondriaan in nieuw perspectief”, ook in het Haagse Gemeentemuseum, waren twee schitternde duinlandschappen van Mondriaan in zeer groot formaat te zien:

 

Piet Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910

 

Piet Mondriaan, Duinlandschap, 1911

 

Uit de Catalogus bij de tentoonstelling:

“[..] Duinlandschap is een [..] voorbeeld van wat Modriaan begreep als ‘kubisme’.

Zoals in het luminisme de schildertoets, de kleur, uit elkaar genomen en ‘gedivisioneerd’ werd (zoals dat heette), zo ‘divisioneerde’ Mondriaan de vorm van het uitge­strekte en kale duingebied bij Vrouwenpolder, met uitzicht over het Veerse gat op de kust van Noord-­Beveland. De opbouw van deze voorstelling is een combinatie van schichtige hardgroene en fel blauwe driehoeken, doorschoten met zacht violette banen,in de lucht voor de wolken en in het landschap voor de duinen.

Opvallend zijn de vinnige, korte, evenwijdig lopende verfstreken waaruit alle facetten zijn opge­bouwd. Met name de harde combinatie van het blauw en het groen bracht hem in de buurt van de door hem bewonderde Van Dongen en van Sluijters. Ook zij maakten in hun recente werk gebruik van die harde, vlakke kleurencombinatie. Maar juist de ontstane afwijking van de natuurlijke vorm bracht Mondriaan in Duinlandschap ook dicht in de buurt van een streven naar abstractheid, van meer en meer vergeestelijking. Want het moderne, het vergeestelijkte, moet zich niet alleen in symbolen, maar ook in lijnen openbaren.” ( p 64)

 

En hier Jan Sluijters met zijn duinlandschap van 1909:


en hier nog een duinlandschap van Paul Klee:

Paul Klee duinlandschap

Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

4 comments

Het fantastische werk van Ensor (nu tentoongesteld in Den Haag) herinnert in sommige aspecten aan Jeroen Bosch.

Net als Bosch heeft Ensor de val der opstandige engelen geschilderd.

Jeroen Bosch, Val van de opstandige engelen

Jeroen Bosch maakt een overgang van engel naar duivel door de vallende engelen tot insectenmensen te transformeren.

Jeroen Bosch, Gevallen engel/insectenmens

Jeroen Bosch, Insectenmens

In Ensors val van de engelen zijn engelen noch duivels te onderscheiden; het schilderij is een Turneriaanse licht-vuurzee.

James Ensor, Val der opstandige engelen

Maar in een vrolijk zelfportret heet Ensor zichzelf als

insectenmens weergegeven.

De informatie van het museum bij deze prent luidt:

“In de prent “Zonderlinge insecten” refereert Ensor aan een passage uit “Die Launen der Verliebten” van Henrich Heine, waarin een kever verliefd is op een vlieg. De libel links, met de kop van Mariette Rousseau kijkt in de richting van een kever met de kop van Ensor, die verlegen voor zich uit blikt.”

Die Launen der Verliebten

Heinrich Heine

Mich lockt
nicht Gold, Rubin und Smaragd;

Ich weiß, daß Reichtum nicht glücklich macht.

Nach Idealen
schwärmt mein Sinn,

Weil ich eine stolze Fliege bin. –

Der Käfer
flog fort mit großem Grämen;

Die Fliege ging ein Bad zu nehmen.

Wo ist denn
meine Magd, die Biene,

Daß sie beim Waschen mich bediene;

Daß sie mir streichle
die feine Haut,

Denn ich bin eines Käfers Braut.

Wahrhaftig,
ich mach eine große Partie;

Viel schöneren Käfer gab es nie.

Sein Rücken
ist eine wahre Pracht;

Da flammt der Rubin, da glänzt der Smaragd.

Sein Bauch
ist gülden, hat noble Züge;

Vor Neid wird bersten gar manche Schmeißfliege.

Spute dich,
Bienchen, und frisier mich,

Und schnüre die Taille und parfümier mich;

Reib mich
mit Rosenessenzen, und gieße

Lavendelöl auf meine Füße,

Damit ich
gar nicht stinken tu,

Wenn ich in des Bräutgams Armen ruh.

Schon
flirren heran die blauen Libellen,

Und huldigen mir als Ehrenmamsellen.

Sie winden
mir in den Jungfernkranz

Die weiße Blüte der Pomeranz.

Viel
Musikanten sind eingeladen,

Auch Sängerinnen, vornehme Zikaden.

Rohrdommel
und Horniß, Bremse und Hummel,

Die sollen trompeten und schlagen die Trummel;

Sie sollen
aufspielen zum Hochzeitfest –

Schon kommen die bunt beflügelten Gäst,

Schon kommt
die Familie, geputzt und munter;

Gemeine Insekten sind viele darunter.

Heuschrecken
und Wespen, Muhmen und Basen,

Sie kommen heran – Die Trompeten blasen.

Der Pastor
Maulwurf im schwarzen Ornat,

Da kommt er gleichfalls – es ist schon spat.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam? – –

Bim-bam,
bim-bam, klingt Glockengeläute,

Der Bräutgam aber flog fort ins Weite.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam?

Der
Bräutigam hat unterdessen

Auf einem fernen Misthaufen gesessen.

Dort blieb
er sitzen sieben Jahr,

Bis daß die Braut verfaulet war.

 

Voor literaire voorbeelden van insecten met menselijk gedrag uit de tijdsperiode van Ensor zie ook (voor een vrolijke variante) Lewis Carroll, Alice in Spiegelland, hoofdstuk “Looking-Glass Insects”; en voor de klassieke nachtmerrie over een menselijk insect zie Kafka’s Gedaanteverwisseling.

Ook Voltaire schrijft uitgebreid over de mensen als insecten in zijn sciencefiction Micromégas.

Het hele sciencefiction genre zijn is in feite vol van insectoiden:

Insectoid aliens are commonly found in science fiction, being featured in classic sci-fi novels like Starship Troopers and Ender’s Game, as well as television shows such as Star Trek and Doctor Who. They also make an appearance in classic games such as Starflight, modern games like StarCraft and Warhammer 40,000 as well as the Star Wars universe. Examples of insectoid aliens in sci-fi anime are the “Uchuu Kaijuu” (“Space Monsters”) from Gunbuster and the “Vajra” from Macross Frontier. (wikipedia)

 

 

Maria Trepp

Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh

8 comments


In zijn atelier bewaarde James Ensor (zie de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag) doodshoofden, maskers en hoofddeksels, die vanaf 1888 regelmatig in zijn werk voorkomen. In Ensors werk had de schedel een morbide, ironische en fantastische connotatie en komt vaak als zelfportret voor. De schedel is blijkbaar de “ik”-vorm van Ensors maskers: Ensors eigen lachend masker.

Mij bevalt het als de dood een deel van het leven is, en als de doden vrolijk meedoen in het leven. Magisch, fantastisch, menselijk.

 

Op 27 april 2011 schrijft Joost Zagerman in de Volkskrant uitgebreid over dit schilderij “Het schilderend geraamte”.

Uit zijn artikel:

“Achter het schildersezel staat, palet in de hand, een geraamte. De schilder mag dood zijn – maar gelukkig ziet ‘ie nog goed in het pak. En is hij omringd met kunst. Voor het schilderend geraamte op het doek is dat misschien een troost.

De Vlaamse kunstenaar James Ensor (1860-1949) maakte Het schilderend geraamte omstreeks 1895. Uit een foto blijkt dat Ensor zijn eigen atelier minutieus heeft nageschilderd. En om te onderstrepen dat dit toch echt de werkomgeving is van de schilder zelf, voegde hij er rondslingerende maskers aan toe, de maskers waar Ensor in later werk zijn handelsmerk van zou maken. “

“De kunstenaar achter zijn ezel: het is een beproefd genrestuk, en eeuwenlang diende het onder meer om de maatschappelijke positie van de schilder te onderstrepen.”

“Misschien wil Het schilderend geraamte ons het volgende meedelen: ik, de onbegrepen grootmeester uit Oostende, laat alle kleuren baden in het kleurrijkst denkbare licht. De dood is niet zwart- de dood is onder ons, in ons, en begoochelt ons met alle kleuren van de regenboog. Ik, Ensor, weet dit, maar u nog niet. Ik vertel het u, niet voor mijn plezier, maar omdat de waarheid gezegd, geschilderd moet worden. De dood, grimmig en geniepig, is grijs noch zwart maar schenkt ons met satanisch genoegen de meest uitbundige kleuren. Voor wie dit niet gelooft biedt mijn alter ego, het schilderend geraamte, inzicht in deze waarheid. Kijk naar wat het geraamte in zijn atelier heeft staan: de meest kleurige meesterwerken – de meest kleurige doodsaanzeggingen. “

Ook Vincent van Gogh heeft kort daarvoor een soortgelijk zelfportret gemaakt:

Vincent van Gogh, Schedel met brandende sigaret, 1885



De schedel van Van Gogh houdt het midden tussen (zelf)portret en stilleven.

Zwagerman:

“Theo van Gogh – en ik heb het hier nu niet over Vincents broer, maar over de vermoorde filmer uit onze eigen tijd – heeft zich in een interview eens laten ontvallen dat hij zich vaak betrapte op de gedachte dat het een groot misverstand is te denken dat wij hier op aarde in leven zijn. We zijn allemaal zo dood als een pier, alleen is er niemand die ons dit vertelt. Doodgaan betekent niet dat je je levensadem uitblaast en naar het dodenrijk verhuist, nee, het is de finale bekrachtiging van onze zijnstoestand, met als enige uiterlijke verandering het vergaan van het vlees op onze botten. Ons kloppend hart en onze polsslag geven het ritme aan waarmee ons geraamte zal uitbotten. Zoiets. “

 

De schedel is klassiek in de kunst als Memento Mori.

Hier een afbeelding van de Heilige Hieronymus. Ik kies een schilderij van Albrecht Dürer, omdat ik nu met Dürer bezig ben in verband met de Lucas van Leyden tentoonstelling in de Leidse Lakenhal (blog volgt).

Zelfportret met hoed: James Ensor, Vincent van Gogh en anderen

no comment
In het Gemeentemuseum in Den Haag opent op zaterdag een grote tentoonstelling over Belgische expressionist James Ensor (1860-1949). Hier zijn ironisch zelfportret met bloemenhoed.

James Ensor zelfportret met hoed

James Ensor zelfportret met hoed

 

En hier een keuze van zelfportretten van kunstenaars die zichzelf – soms met verschillende – hoofdbedekkingen hebben afgebeeld: Rembrandt, Van Gogh, Manet, Cezanne, Macke….
Rembrandt zelfportret met hoed

Rembrandt zelfportret met hoed

Rembrandt zelfportret

Vincent van gogh zelfportret met hoed

Vincent van gogh zelfportret met hoed

Vincent van Gogh, zelfportret

Manet zelfportret met hoed

Manet zelfportret met hoed

Eduard Manet, zelfportret

Cezanne zelfportret met hoed

Cezanne zelfportret met hoed

Cezanne zelfportret

August Macke zelfportret met hoed

August Macke zelfportret met hoed

August Macke zelfportret

…en hier nog Joseph Beuys:

Joseph Beuys zelfportret

zie hier een overzicht met de zelfportretten van Vincent van Gogh, met en zonder hoed

Vuurtorens bij Ensor, Mondriaan en anderen

5 comments

 



Vuurtoren in Scheveningen 29-12-2010


 

Vuurbaak Katwijk

 

James Ensor, Vuurtoren van Oostende


Piet Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1909

 

Mondriaan heeft er nog meer versies van gemaakt, zowel tekeningen als schilderijen.

Piet Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle

 

 

Piet Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1909

 

 

en hier nog een uit de 19e eeuw:

 

 

 

William Turner, Vuurtoren van Shields met volle maan, 1826

 


James Ensor en de maskers

no comment
James Ensor, Intrige, 1911

James Ensor, Intrige, 1911


Maskers fascineren mij als een van de associatieve links tussen volkenkunde en kunst, maar ook tussen lage en hoge kunst, schilderkunst, beeldende kunst, literatuur en toneel.

James Ensor, die nu getoond wordt in het Haagse Gemeentemuseum, was de grote schilder van de maskers. Bij hem geen exotische volkenkundige maskers, maar carnavalmaskers. In een vroeg schilderij van 1880 laat hij carnavalsmaskers naar een “primitive” kijken- een ironisch commentaar?

 



Ensors maskers zijn paradox: ze verhullen niet, maar onthullen de heimelijke emoties verborgen achter de burgerlijke façade. Hier Ensor zelf met zijn verenhoed tussen de maskers.

 

James Ensor, Portret van de schilder omringd door maskers

James Ensor, Portret van de schilder omringd door maskers

James Ensor, Portret van de schilder omringd door maskers

Ensor en de maskers 1935

Ensor en de maskers 1935

Ensor en de maskers 1935

Lees het boeiende essay Masker, mensch en kunst door A.M. Hammacher, en kijk naar schitterende Aztekenmaskers op mijn blog.

 

Maria Trepp

.

james_ensor-portret_van_de_schilder_omringd_door_maskers.jpg

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief