Wetenschap Kunst Politiek

Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

4 comments

Het fantastische werk van Ensor (nu tentoongesteld in Den Haag) herinnert in sommige aspecten aan Jeroen Bosch.

Net als Bosch heeft Ensor de val der opstandige engelen geschilderd.

Jeroen Bosch, Val van de opstandige engelen

Jeroen Bosch maakt een overgang van engel naar duivel door de vallende engelen tot insectenmensen te transformeren.

Jeroen Bosch, Gevallen engel/insectenmens

Jeroen Bosch, Insectenmens

In Ensors val van de engelen zijn engelen noch duivels te onderscheiden; het schilderij is een Turneriaanse licht-vuurzee.

James Ensor, Val der opstandige engelen

Maar in een vrolijk zelfportret heet Ensor zichzelf als

insectenmens weergegeven.

De informatie van het museum bij deze prent luidt:

“In de prent “Zonderlinge insecten” refereert Ensor aan een passage uit “Die Launen der Verliebten” van Henrich Heine, waarin een kever verliefd is op een vlieg. De libel links, met de kop van Mariette Rousseau kijkt in de richting van een kever met de kop van Ensor, die verlegen voor zich uit blikt.”

Die Launen der Verliebten

Heinrich Heine

Mich lockt
nicht Gold, Rubin und Smaragd;

Ich weiß, daß Reichtum nicht glücklich macht.

Nach Idealen
schwärmt mein Sinn,

Weil ich eine stolze Fliege bin. –

Der Käfer
flog fort mit großem Grämen;

Die Fliege ging ein Bad zu nehmen.

Wo ist denn
meine Magd, die Biene,

Daß sie beim Waschen mich bediene;

Daß sie mir streichle
die feine Haut,

Denn ich bin eines Käfers Braut.

Wahrhaftig,
ich mach eine große Partie;

Viel schöneren Käfer gab es nie.

Sein Rücken
ist eine wahre Pracht;

Da flammt der Rubin, da glänzt der Smaragd.

Sein Bauch
ist gülden, hat noble Züge;

Vor Neid wird bersten gar manche Schmeißfliege.

Spute dich,
Bienchen, und frisier mich,

Und schnüre die Taille und parfümier mich;

Reib mich
mit Rosenessenzen, und gieße

Lavendelöl auf meine Füße,

Damit ich
gar nicht stinken tu,

Wenn ich in des Bräutgams Armen ruh.

Schon
flirren heran die blauen Libellen,

Und huldigen mir als Ehrenmamsellen.

Sie winden
mir in den Jungfernkranz

Die weiße Blüte der Pomeranz.

Viel
Musikanten sind eingeladen,

Auch Sängerinnen, vornehme Zikaden.

Rohrdommel
und Horniß, Bremse und Hummel,

Die sollen trompeten und schlagen die Trummel;

Sie sollen
aufspielen zum Hochzeitfest –

Schon kommen die bunt beflügelten Gäst,

Schon kommt
die Familie, geputzt und munter;

Gemeine Insekten sind viele darunter.

Heuschrecken
und Wespen, Muhmen und Basen,

Sie kommen heran – Die Trompeten blasen.

Der Pastor
Maulwurf im schwarzen Ornat,

Da kommt er gleichfalls – es ist schon spat.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam? – –

Bim-bam,
bim-bam, klingt Glockengeläute,

Der Bräutgam aber flog fort ins Weite.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam?

Der
Bräutigam hat unterdessen

Auf einem fernen Misthaufen gesessen.

Dort blieb
er sitzen sieben Jahr,

Bis daß die Braut verfaulet war.

 

Voor literaire voorbeelden van insecten met menselijk gedrag uit de tijdsperiode van Ensor zie ook (voor een vrolijke variante) Lewis Carroll, Alice in Spiegelland, hoofdstuk “Looking-Glass Insects”; en voor de klassieke nachtmerrie over een menselijk insect zie Kafka’s Gedaanteverwisseling.

Ook Voltaire schrijft uitgebreid over de mensen als insecten in zijn sciencefiction Micromégas.

Het hele sciencefiction genre zijn is in feite vol van insectoiden:

Insectoid aliens are commonly found in science fiction, being featured in classic sci-fi novels like Starship Troopers and Ender’s Game, as well as television shows such as Star Trek and Doctor Who. They also make an appearance in classic games such as Starflight, modern games like StarCraft and Warhammer 40,000 as well as the Star Wars universe. Examples of insectoid aliens in sci-fi anime are the “Uchuu Kaijuu” (“Space Monsters”) from Gunbuster and the “Vajra” from Macross Frontier. (wikipedia)

 

 

Maria Trepp

Engel/ Lucebert

25 comments

Engelen, als half-menselijke wezens, maar dan zonder aardse eigenschappen, zijn mij buitengewoon onsympathiek.
Ik heb geen behoefte aan een boodschapper uit hogere sferen. Het geloof in beschermengels (door mijn moeder met bijzonder grote ijver verkondigd) vind ik aanstotelijk: wie ziek wordt of een ongeval krijgt had dus minder bescherming van de heer???

De grote tentoonstelling in het Utrechtse Catharijneconvent “Allemaal engelen” (zie ook Kees Smit) roept bij dan ook zeer gemengde gevoelens op, en dan zeker de inleidende mededeling, dat “engelen bezig zijn om een plaats te verwerven in onze postmoderne maatschappij”.

Wél vind ik het zeer interessant om de cultuurgeschiedenis van de engelen de volgen.
In Utrecht komt niet alleen de christelijke, maar ook de islamitische traditie aan bod. Ook werd in Utrecht mijn persoonlijke vraag beantwoord hoe het kan, dat mij thuis, in een Luthers domineesgezin, aan één stuk door over engelen gepraat werd, terwijl engelen toch heel erg op heiligen lijken – tenslotte ook een mengeling van god en mensen, maar helemaal taboe voor protestanten.

Het antwoord is dat ten eerste de engelen overal in de bijbel voorkomen, ook in het Nieuwe Testament (Paulus!), en ten tweede, dat Maarten Luther persoonlijk had verkondigd dat elk kind een beschermengel had. En inderdaad, bij mij thuis was het altijd de beschermengel die ter sprake kwam. Bij elk ongeluk dat ik had: van de boom gevallen of van de afvalcontainer gevallen met operatie respectieve hersenschudding als gevolg, werd uitgebreid op ingegaan wat er wel allemaal ZONDER mijn beschermengel was gebeurt.

Nou, vorig jaar toen ik op mijn fiets van een 80-jarige tante werd aangereden en mijn pols dubbel brak heeft mijn beschermengel ook goed opgelet, anders was ik nu dood.

Mijn sympathie geldt de gevallen engelen en de imperfecte engelen. Deze komen in Utrecht ook, zij het zijdelings, aan bod.

Hier een citaat en twee prachtige engelen van Lucebert:

“alleen waadt een engel
door een vijver vol vuilnis
en kust het kristallen hart”


Lucebert, Oude engel (1986)


Lucebert, Nachtengel (1990)

Hier meer schilderijen van Lucebert
Van Marc Chagall zijn er meerdere schilderijen/illustraties te zien, maar Paul Klee, op het gebied van engelen en moderne kunst zo ongeveer de belangrijkste naam, is geheel afwezig (over de engelen van Klee zal ik nog schrijven).

Een heel erg mooie engel, die als bloemenengel zowel het aardse alsook het hemelse in perfect in zich combineert, zit op straat voor het convent: “Zittende engel” (2002/3) van Huub Kortekaas.

Huub Kortekaas, “Zittende engel” (2002/3)

Meest recente berichten