Wetenschap Kunst Politiek

Jami-historie

123 comments

Ehsan Jami bij de PVV: surprise, surprise!
 
 “Ehsan Jami heeft zaterdag deelgenomen aan een sessie van de PVV voor toekomstige gemeenteraadsleden. Dat schrijft het AD. In een reactie zegt Jami: ‘Ik heb de afspraak dat ik nog niks ga zeggen.’” (de Volkskrant 8-9-2008)
 
Hier een stukje Jami-historie, op een rijtje gezet met behulp van mijn oude Jami-blogs:
bijvoorbeeld: Vrijheid en moed: met Thucydides ten oorlog ?

en met informatie uit het  boek van Janny Groen en Annieke Kranenberg “Opstand der gematigden”.
 
In 2007 werd Jami, toen nog PvdA-raadslid van Leidschendam-Voorburg, binnen zeer korte tijd een Bekende Nederlander. Maar nog geen jaar na zijn geruchtmakende entree zag Jami zich genoodzaakt zijn comité van ex-moslims dood te verklaren.
“Volgens Jami’s critici was niet zozeer de angst voor bedreigin­gen de reden dat zijn comité werd gemeden door afvalligen, maar veeleer zijn reputatie van provocateur en zijn openlijke flirt met pvv-leider Geert Wilders.” (Opstand der gematigden, p 17)
 
Jami werd vooral gesteund door de Wilders-sympathisanten, zoals de Leidse Burke-professoren. Met name Afshin Elian speelde de rol van “freelance zieleherder”. Het steuncomité voor Jami kon aanvakelijk een aantal mensen winnen die niet tot de kring van Wilders-sympathisanten hoorden; maar de meesten van hen, zoals Dick Pels, De Beus en Bijlo, zeg­den later hun steun voor Jami op.
 
Steeds werd duidelijker dat Jami bij Wilders thuis hoorde.
“In een gezamenlijk opiniestuk, gepu­bliceerd in de Volkskrant van 27 september 2007, vergeleek het duo [Jami/Wilders] Profeet Mohammed met AdolfHitler. Ze hekelden de uitspra­ken van Nationaal Coördinator TerrorismebestrijdingJoustra. Die had gezegd dat radicale uitlatingen over de islam ‘individuen die op de rand van geweld staan, het laatste duwtje kunnen geven’.
‘Naïeve en levensgevaarlijke’ uitlatingen, schreven Jami en Wil­ders. Ze vergeleken de islam met het nazisme. ‘Als wij nu niet op­treden tegen vergaande islamisering van Nederland, herleven de jaren dertig van de vorige eeuw. Alleen was het toen Hitler en nu Mohammed.’ “( p 31/32)
 
In het voetspoor van als Wilders en Wilders-vriendin Hirsi Ali kondigde Jami aan een eigen antikoranfilm te gaan maken, een ”pikante” tekenfilm over het leven van de Profeet Mohammed, The Life of Mohammed.
 
Eind maart 2008 liet Jami een aanstootgevende sneakpreview van zijn animatiefilm op de Nederlandse televisie zien.
“Hij toonde een shot van de Profeet met aan zijn hand zijn negenjarige vrouw Aïcha, die een knuffelbeertje bij zich heeft. De Profeet en Aïcha zijn op weg naar de moskee, waar zij seksuele gemeenschap zullen hebben. De Profeet is afgebeeld met een erectie. Op een van de torens van de moskee staat een hakenkruis.“ ( p 33)
 
Uiteindelijk besloot Jami om af te zien van zijn ‘aanstootgevende’ film en een andere film te gaan maken.
Eind november 2008 liet Jami weer van zich horen met zijn film ‘An interview with Mohammed’, volgens Afshin Ellian “een film van ‘bijzonder intellectueel gehalte’ en een ‘diepzinnige en veelzeggende film’.“ (Bert Wagendorp, 10-12-2008)
 
Marokkaanse en islamitische organisaties reageerden op deze nieuwe film van Jami:
“ ‘De film is een krachteloos niemendalletje zonder heldere boodschap, of het moet zijn dat de Koran moet worden gelezen in de context van de tijd waarin die is geschreven. En daar is ieder weldenkend mens het mee eens. De film levert dan ook geen bijdrage aan de discussie over gevoelige thema’s op het snijvlak van islam en samenleving. Wij wensen Ehsan Iarni verder veel succes met zijn carrière als filmmaker.’ “ ( p 35)
 
 

Wilders en Ehsan Jami met Thucydides ten oorlog?

27 comments

 

Jami en Wilders schrijven samen vandaag 27-9-2007 in de Volkskrant dat zij hun gevecht voor het zogenoemde vrije woord-  dat wil zeggen het recht een hele religie te stigmatiseren-  voort zullen zetten onder de vlag van Thucydides.

Zij halen de Griekse “legeraanvoerder en historicus” Thucydides aan:
“Het geheim van geluk is vrijheid. Het geheim van vrijheid is moed.”
Het citaat is afkomstig uit Thucydides boek De Peloponnesische oorlog ( I 1,42)

De Leidse hoogleraar Ineke Sluiter heeft op 24 februari dit jaar in de Volkskrant een uitstekend artikel geschreven over vrije meningsuiting en Thucydides. Zij schreef: “Sinds de Deense krant Jyllands Posten op 30 september 2005 voor het eerst de Mohammed-cartoons plaatste, is de discussie over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ongemeen fel geweest. Hoe verhoudt zich dat belangrijke recht tot een right to offend, bijvoorbeeld geclaimd tijdens een rede in Berlijn (de Volkskrant, 10 februari 2006) door Ayaan Hirsi Ali?

De discussie maakt een verwarde indruk: niemand ontkent het belang van vrijheid van meningsuiting, maar zelfbeperking in de uitoefening daarvan heet soms lafheid en hypocrisie, soms de verstandige wellevendheid die samenleven in een pluriforme wereld mogelijk maakt. De discussie doet sterk denken aan Thucydides’ beschrijving van een hevig groepsconflict binnen één samenleving. ‘Wat vroeger onbesuisde overmoed heette’, zegt hij, ‘werd nu beschouwd als loyale moed, zelfbeheersing heet een excuus voor lafheid’. “
“Het protest richt [met betrekking tot de cartoons] richt zich tegen ondemocratische toestanden in het Nabije en Midden-Oosten, tegen de internationale druk en het gevaar van een extremistische vorm van islam. Daartegen past inderdaad grote waakzaamheid. Het zou laf zijn dat probleem uit de weg te gaan, daarin heeft Hirsi Ali gelijk. Maar wat is het moeilijk om het goede instrument te vinden! Vrijheid van meningsuiting is een van de toverwoorden van onze democratie en een van onze allerbelangrijkste verworvenheden, maar het woord van Abraham Maslow dringt zich op: ‘Als je enige gereedschap een hamer is, zullen alle problemen eruit zien als spijkers’.” “Hoe dat ook zij, vrijheid van meningsuiting is in de eerste plaats een recht dat wij binnen onze eigen democratische ruimte willen uitoefenen en daar doet zich een volgende paradox voor. Binnen die eigen democratie zijn óók moslims, en die nemen daar een minderheidspositie in; zij behoren vaak ook sociaal-economisch tot een kwetsbaarder groep in de samenleving. Hier gaat het dus niet om vrijheid van meningsuiting, moedig uitgeoefend tegen een potentieel machtiger partij.”
“Dit is nu precies waarom het zin heeft niet iedere vorm van zelfbeheersing uit te leggen als zelfcensuur of een gebrek aan zedelijke moed. Want als het om het vermijden gaat van het kwetsen van zwakkeren is ‘lafheid’ niet aan de orde. Lompheid als moreel ideaal hoort niet bij de toverwoorden van de democratie.”

Sluiter haalt ook de Cleveringa-ratie van Kees Schuyt aan:
“In zijn Cleveringa-oratie (Democratische deugden, november 2006) geeft Kees Schuyt een prachtige analyse van groepstegenstellingen: de toon van het debat is daarbij zelf een symptoom. Zo stelt ook de claim op een right to offend de discussie op scherp, omdat het een hyperbolische, overdreven gestelde, claim is. Scherpere retorica komt voort uit als ernstig ervaren groepstegenstellingen, maar leidt daar op haar beurt ook weer toe.

Schuyt oppert om bij groepstegenstellingen waar mogelijk te onderscheiden tussen waardenconflicten en belangenconflicten. Over waarden valt slecht te onderhandelen, daar gaat het om wat mensen heilig is. Maar bij belangenconflicten gaat het om de materiële basis van het leven, toegang tot scholing, arbeid en middelen, en daarover valt te praten.

Wanneer zoveel mogelijk de groepstegenstellingen vertaald worden in zulke belangenconflicten (en zich dus laten oplossen), krijgen de groepen er steeds minder belang bij om zwaar in te zetten op de waardenconflicten. Dat maakt het eenvoudiger te komen tot een agreement to disagree, en geloof kan een plaats krijgen in een privédomein, weg van de publieke ruimte. Maar daar moeten groepen elkaar dan wel de ruimte voor geven. Insisteren op een right to offend lijkt dan geen goede opening.”

Benjamin Barber, scherpe criticus van de Amerikaanse neoons, en auteur van “Empire of fear” hield in Leiden een toesprak over moed. Hij zei:

“Er wordt veel gesproken over moed. De moed om democratie te doen slagen. Er wordt meer gepraat over moed dan dat er moed getoond wordt. In de Verenigde Staten heeft de politiek van de moed plaatsgemaakt voor de politiek van de angst. Het lijdt geen twijfel dat angst de doodsteek is voor de democratie en het einde van de vrijheid inluidt.”

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief