Kunst Wetenschap Politiek

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

35 comments

In zijn column bespreekt Pieter Hilhorst vandaag de vraag wat het echte liberalisme is. Hij vindt de PvdA liberaler dan de PVV.


Ik kan hem niet zonder meer gelijk geven, omdat het liberalisme van begin af aan een Janusgezicht had. Er bestaat een lange traditie van rechts liberalisme (of nationaal-liberalisme, conservatief-liberalisme).
Regelmatig wordt op mijn blogs over conservatisme gereageerd met de stelling dat conservatisme en liberalisme niet samengaan, maar historisch zijn deze beide stroming vaak verenigd geweest in bijzonder nare verbanden en verbandjes, zoals nu ook weer de Edmung Burke Stichting, de denktank van Wilders. Kenmerkend voor het rechtse liberalisme is dat het harde markteconomie met nationalisme, xenofobie en verachting voor kwetsbare mensen en natuur verbindt. Het rechtse liberalisme komt niet op voor diversiteit en pluriformiteit van waarden.
Burkianen zoals Jerker Spits redeneren overtuigend dat er tussen conservatisme en liberalisme geen tegenstelling hoeft te bestaan als het liberalisme “klassiek” wordt opgevat, en dus niet als “ontplooiingsliberalisme”.


Ik vind het helemaal niet vreemd dat Rutte met Wilders wil gaan regeren. VVD en PVV horen samen, Wilders komt uit de schoot van de VVD, en werd lang gesteund door de rechtse Leidse VVD –club met PVV- sympathieën.


De vader van Thomas von der Dunk, de historicus H.W. von der Dunk heeft een uitstekend boekje geschreven over het conservatisme, waar hij ook ingaat op de historisch gezien grote overlappingen tussen liberalisme en conservatisme:

“[…] het organologische denken [is] niet uitsluitend bij deze conservatieven is aan te treffen. In het liberalisme ontstaat eveneens een organologische staats- en maatschappij-opvatting, die zich keert tegen de atomistische puur kwantitatieve maatschappijleer van Verlichting en Revolutie en tegen de gedachte van de volkssoevereiniteit. De Franse doctrinairen Royer-Collard, Victor Cousin en bovenal Guizot streven naar een staat, waarin de verschillende organen elkaar in evenwicht zullen houden; de verschillende organen, met name kroon en volksvertegenwoordiging. Er is geen sprake van, dat zij de kroon willen afschaffen of tot puur executant van de volkswil zouden willen degraderen. Trouwens het volk als zodanig diende door de beschaafde en gegoede bovenlaag van de burgerij te worden gerepresenteerd. “J’étais en même temps lihéral et anti-révolutionnaire, devoué aux principes fondamentaux de la nouveIle société française, et animé pour la vieille France, d’un respect affectueux” schreef Guizot. De constitutionele monarchie, het ideaal van het liberalisme was onmiskenbaar geënt op het Engelse voorbeeld en op Montesquieu (die op zijn beurt door het Engelse voorbeeld was geïnspireerd!) en sloot in zekere zin aan bij Burkes standpunt: elkaar in evenwicht houdende organen, elk met een eigen onafhankelijke wortel en legitimatie aan de top van een in feite gecentraliseerd rationeel staatswezen. Nog veel duidelijker komt de organologische zienswijze bij een figuur als Thorbecke uit de verf, die in zijn studiejaren sterk beïnvloed was door de Duitse Romantiek en later door de Franse doctrinairen. De titel van zijn eerste wijsgerige verhandeling über das Wesen und den organischen Charakter der Geschichte laat op dit gebied al niets aan duidelijkheid te wensen over.[…] Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.

Maar waar het hier nu even om ging: ook liberalen namen zo de organologische visie uit de Romantiek over. Sommigen beriepen zich dan ook zelfs op Burke bij hun pleidooi voor een constitutionele monarchie en voor een harmonische geleidelijke groei, die alle revolutionaire willekeur en alle sprongen vermeed. En voor zover zij zich in de praktijk tegen vernieuwing en verdere emancipatie keerden en het juiste en ware evenwicht gerealiseerd zagen, namen zij inderdaad een gelijke positie in als Burke in 1790. Daarmee werden deze liberalen in feite behoudconservatieven. […] De term liberaal-conservatieven is eveneens gebruikelijk

[…]Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.


De liberalen tonen ook als conservatieven een rationele benadering van wereld en geschiedenis, die, geheel in de sporen van de verlichtingsfilosofie, als produkt van de mens worden beschouwd; een mens, die volgens goddelijke beslissing zelf schepper van zijn lot is; een rationeel wezen, dat niet in schotten van standen en korporaties dient te worden opgeborgen maar dat gelijke kansen verdient. Die gelijke kansen zullen dan weliswaar altijd tot ongelijke resultaten voeren. De liberalen kennen geen geboorte-elite doch een prestatieelite, die hoe langer zij zich handhaaft dan weliswaar weer de trekken van een geboorte-elite aanneemt.

[…] Conservatisme en liberalisme staan als de twee grote en fundamentele antagonisten gedurende de hele 19de eeuw feitelijk tegenover elkaar; als de bewegingen, waarvan de eerste de monarchaal-feodale ordening als inspiratiebron heeft en de tweede de burgerlijk-urbane met haar rationalistische wereldbenadering. De eerste gaat van een principiële ongelijkheid, van de menselijke zwakheid en de wezenlijke onveranderlijkheid der dingen uit, de tweede van de principiële gelijkheid volgens de verlichtingsideeën, van de menselijke perfectibiliteit en van de vooruitgang in de historie. Maar het waren de geleidelijke successen van het liberalisme, het waren de veranderingen, die de revolutie teweeg had gebracht, die vanzelf ook de liberalen aan de werkelijkheid, aan het bestaande gaan binden en daarmee ongemerkt van hun oorspronkelijke uitgangspunt en van hun emancipatiedrang gaan vervreemden met het gevolg, dat naast het feodaal-monarchale Conservatisme, dat altijd nog het patent op die naam behoudt een Conservatisme van liberale makelij ontstaat. “ ( p.98f.)







Tussen liberalisme en conservatisme bestaat geen spanning, als het liberalisme gelijkgesteld wordt aan marktliberalisme.
De samenleving die past bij de VVD en bij de Edmund Burke Stichting is een marktliberale, hiërarchische, westers-superieure law-and-order maatschappij, die een lippenbekentenis voor normen en waarden combineert met een hedonistisch consumentisme en verachting voor de lagere klasse..


Zie ook Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Conservatief-liberalisme

en VVD jongeren vinden partij te conservatief

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders

85 comments

bolkestein Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert WildersNu Frits Bolkestein tegen Job Cohen ten strijde trekt ( “Cohen verwende zijn moslims”,  de Volkskrant 15 mei 2010) is het goed om eraan te herinneren welke rol de Leidse hoogleraar Bolkestein heeft gespeeld in de achtergrond van Wilders en de PVV.


De mannen van de Leidse neoconservatieve Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders, zijn allemaal nauw verbonden aan Frits Bolkestein: Joshua  Livestro, de eerste directeur van de Edmund Burke Stichting, was van 1999-2002 persoonlijk medewerker van Europees Commissaris Frits Bolkestein in Brussel. De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging (een van de initiatiefnemers van de Burke Stichting,en eerder net als Wilders ghost writer van Bolkestein) en de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur (lid van de raad van aanbeveling van de Edmund Burke Stichting) , waren nauw verbonden aan de rechtsliberaal Bolkestein, die, hoewel zelf nooit direct verbonden aan de Burke Stichting, een belangrijke rol heeft gespeeld in de achtergrond van de Stichting. Bolkestein werd al genoemd op de voorloper van de Burke Stichting,  het conservatisme-web.[1]


Bolkestein vertelt in zijn boek Grensverkenningen, dat hij samen met Kinneging en Cliteur een leesclubje had, dat regelmatig bij elkaar kwam en o.a. samen Burke las,  Reflections on the Revolution in France, een tekst die ook op de huidige website van de Edmund Burke Stichting kan worden gevonden.


Bolkestein in zijn dagboek Grensverkenningen
”Vrijdag 6 augustus 1999: s’middags kwam min leesclubje weer bijeen in Amsterdam: Andreas Kinneging en Paul Cliteur. We hebben Edmund Burke gelezen, Reflections on the Revolution in France. Burke is overtuigender over het Britse constitutionele recht, met zijn nadruk op precedent, geleide­lijkheid en traditie, dan in het afgeven op de Franse Revolutie, wat hij overigens op briljante wijze doet. Hij heeft toch een te gunstige mening over het Ancien Régime. Andreas [Kinneging] is het hier niet mee eens. Hij vindt dat de Franse Revolutie helemaal niet nodig was; dat de adel zich aanpaste aan de moderne omstandigheden en een nuttige rol speelde; en dat onze visie op het Ancien Régime is gekleurd door de geschiedschrijving, dat wil zeggen door de tegenstanders. Mijn kennis is niet toereikend om dit te bestrijden. Het is natuurlijk dui­delijk dat de Franse Revolutie veel wandaden op haar geweten heeft, zoals iedere revolutie. Maar moderniseerde zij niet ook? “[2]


Bolkestein staat met zijn gedeeltelijk positieve visie op de Franse revolutie dichter bij de verlichtingspleiter Paul Cliteur dan bij Kinneging. Binnen de Edmund Burke Stichting zijn er dan ook juist wat de verlichting betreft verschillende opvattingen te vinden. Maar ondanks bepaalde verschillen weten de heren elkaar goed te vinden in hun wens naar een rechtsliberaal conservatisme, dat de verzorgingsstaat en de islam afwijst. De latere directeur van de Burke Stichting Bart Jan Spruyt in Lof van het conservatisme (2003):
“Slecht in enkele individuen vond het conservatisme pleitbezorgers [naast J.L.Heldring]:  in de Leidse rechsfilosofen Paul Cliteur en Andreas Kinneging, die de discussie over het conservatisme buiten de muren van de Telders stichting (het wetenschappelijk bureau van de VVD) hoorbaar wisten te maken en zo een beslissende bijdrage aan de herleving van het conservatisme hebben geleverd.” ( p. 9)

Bart Jan Spruyt noemt in dit boek Bolkestein een conservatief,  die zich zo niet wil noemen omdat hij “daar politieke redenen voor had” (p. icon cool Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders .
Spruyt gaat in Lof van het conservatisme nog verder uitvoerig in op Bolkestein, Cliteur en Kinneging. Bolkestein, volgens Spruyt een strijder “voor een combinatie van economische progressiviteit en cultureel conservatisme”, was
“overtuigd van de noodzaak de strijd tegen het morele nihilisme aan te binden, maar wist […]  het benodigde stelsel van waarden en normen niet te concretiseren. De zogeheten kardinale deugden uit de klassieke en christelijke traditie zijn volgens Bolkestein lovenswaardig, maar wat kan een liberaal politicus ermee? ‘Het liberalisme is geformuleerd in een tijdperk waarin moraal in zekere zin het monopolie van de kerk was. De liberaal had niet zozeer de behoefte daar een eigen moraal tegenover te stellen, als wel staat en kerk te scheiden. Moraal was immers vanzelfsprekend. Het uitdenken van een kader waarbinnen de deugden de nadruk kunnen krijgen die ze verdienen, is een grote uitdaging voor het hedendaagse liberalisme’, luidde Bolkesteins eindconclusie.” ( p. 54f)


Bolkestein wordt ook genoemd in het Burke- pamflet De crisis van Nederland (“Ook de verzorgingsstaat dient grondig te worden hervormd. Conservatieven omarmen de slogan van Frits Bolkestein: liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering“) . Omgekeerd komen in Bolkesteins Grensverkenningen niet alleen Livestro, Kinneging en Cliteur herhaaldelijk ter sprake, (“Vrijdag 31  maart 2000 Lunch met een stel slimme academici in Nieuwspoort, allen leer­lingen van Andreas Kinneging, die er ook was; georganiseerd door Joshua Livestro, die nu mijn persoonlijke medewerker in Brussel is […] . Onderwerp van gesprek was het liberalisme, het postmodernisme (en wat daar­tegen te doen) en het verlies aan zelfvertrouwen van de Europese eli­te..”) ook Michiel Visser, secretaris van de Burke Stichting en medeauteur van een aantal artikelen wordt genoemd ( “Vrijdag 16 januari 2000 Geluncht in Nieuwspoort met Joshua Livestro, Andreas Kinneging, Paul Cliteur, Hans Kribbe, Michiel Visser en nog een paar academi­ci over de eeuwige onderwerpen Verlichting – Romantiek – Natio­nalisme – 1968, enz.”)  net als de neocon en  Burke-ere-donateur[3] Afshin Ellian[4],




Bolkestein was aanwezig op de eerste belangrijke bijeenkomst van de Burke Stichting waar Roger Scruton de eerste Burke-lezing hield. Vermoedelijk wil Bolkestein niet dat zijn nauwe banden met de Edmund Burke Stichting bekend worden. Het is bijvoorbeeld zeer merkwaardig, dat hij in 1999 en 2000 zeer frequente contact had met de oprichters van de Burke Stichting; samen met hun Edmund Burke las; op de eerste grote lezing van de stichting aanwezig was, maar in zijn dagboek Grensverkenningen het woordje “Edmund Burke Stichting” angstvallig vermijdt.


De Leidse professor Bolkestein zat bovendien in 2004 samen met de Burkiaanse neoconservatieve rechtfilosofen Kinneging, Ellian en Cliteur in het nieuwe Leidse rechtengebouw (terwijl hij eigenlijk organisatorisch bij Sociale Wetenschappen/ Politicologie hoort). Maarten Huygen:
“Zijn [Kinnegings]  kantoor ligt op de lichte zolderverdieping van het voormalige Kamerlingh Onnes natuurkundelaboratorium, dat is omgebouwd tot rechtenfaculteit. Schuin tegenover hem werkt onder strenge bewaking een voorvechter van de door Kinneging gelaakte Verlichting, de hoogleraar Sociale Cohesie en Recht, Afshin Ellian. Aan zijn gang zitten ook twee andere hooggeleerden met een uitgesproken liberaal profiel: het VVD-lid Paul Cliteur, hoogleraar van de Encyclopedie van de Rechtswetenschap, en de gewezen VVD-leider en commissaris van de Europese Commissie, Frits Bolkestein, hoogleraar in de Intellectuele Grondslagen van Politieke Ontwikkelingen.” ( NRC 13-5-2006)


Ondanks verschillen in detail bestaat tussen Livestro, Kinneging, Cliteur, Ellian en Bolkestein een fysieke (het Leidse rechtengebouw) en/of sociale (de VVD / de Universiteit Leiden) en/of een geestelijk-politieke band. Zij zijn allemaal te vinden aan de rechterkant van de VVD, in de omgeving van het rechtspopulisme van Fortuyn en Wilders.


Frits Bolkestein is de geestelijke vader van Livestro en Kinneging. Hij is ook de geestelijke vader van Geert Wilders, met wie de Burke Stichting via Bart Jan Spruyt in 2004/2005 een politiek samenwerkingsverband is aangegaan.
Esther Lammers:
“Als beleidsmedewerker behoorde hij [Wilders] al snel tot het zogenoemde ‘klasje van Bolkestein’; jonge medewerkers die met de toenmalige fractieleider brainstormden over onderwerpen die op de agenda moesten komen. Hij schreef ook regelmatig de, soms scherpe, toespraken van Bolkestein.”[5]




Herman Staal; Derk Stokmans:
Frits Bolkestein [...]  was voor Wilders een belangrijk politiek voorbeeld. Niet alleen wegens zijn ideeën. De confronterende stijl en de neiging politieke taboes te doorbreken zijn nu terug te zien bij de PVV-leider. “ (NRC 29-3-2008)


Interessant en sprekend is het feit dat Wilders zijn werkkamer in het gebouw van de Tweede Kamer in 2006 heeft ingericht met het meubilair van Frits Bolkestein (NRC 24-2-2007).



Veel uitgebreider hierover zie mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting,

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


[1] http://members.lycos.nl/conservatisme/


[2] Grensverkenningen, p. 18.
[3] Jan Blokker, de Volkskrant 5-9-2005
[4] Grensverkenningen, p.280
[5] Trouw, 17-9-1999.
[6] NRC, 13-5-2006.

Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutie

49 comments
Ik weet niet of Wilders op een revolutie mikt. Ik weet alleen dat zijn vrienden van de Leidse Edmund Burke Stichting, die hem via Bart Jan Spruyt in het zadel hebben geholpen [Spruyt heeft het PVV-partijprogramma medegeschreven en PVV-kaderleden getraind), expliciet een revolutie wensen.
De heren van de Burke Stichting beroepen zich graag op de Duitse Conservatieve revolutie en op hun voorman de nazi en antisemiet Carl Schmitt (zie mijn vele blogs over Carl Schmitt, links in de widget). In de eerste grote Burke-publicatie in de kranten schreef Livestro, toen Burke-directeur : “De internationale conservatieve revolutie (impliciet: het Amerikaanse neoconservatisme) moet ook in Nederland geïmplementeerd worden”

Hubert Smeets in De Groene Amsterdammer : “De Burke Stichting [...] is zo revolutionair als de pest.

bart jan spruyt Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutieSmeets citeert Bart Jan Spruyt: «Er dient dreiging van ons uit te gaan. We moeten als een mysterie en imminent gevaar boven de politieke markt hangen. Dat kunnen we doen door van tijd tot tijd afgewogen betuigingen van inhoudelijke steun te geven aan politici die zich opstellen als oppositionele provocateurs en een onderdeel kunnen blijken te zijn van de trigger naar de verhoopte paradigmawisseling.»

Smeets: [...] [De  Burke Stichting] gokt op een crisis, staat «klaar» om deze of gene provocateur een handje te helpen en marcheert op naar het staatskasteel als de boel op instorten staat. Kinneging en de zijnen bereiden zich voor op een coup, een coup waarin ze zelf de hand niet willen hebben maar die door anderen mogelijk moet worden gemaakt. Zelfs de Jacobijnen van Robespierre waren minder opportunistisch dan de Burkianen van nu.”[1]

kinneging Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutieKinneging geeft in een reactie (in Filosofie Magazine 9/2005, p. 6)  toe, dat Spruyts schrijfstijl “wat apocalyptisch is” – maar, zo zegt Kinneging: “boeiend is het wel”.
Kinneging doet lacherig over de Burkiaanse ambities voor een staatsgreep. Maar er is geen reden om te lachen over de brede machtbasis die de revolutionaire Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders,  aan de Universiteit Leiden heeft veroverd.


 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


[1] Hubert Smeets, De Putschisten zijn onder ons, http://groene.alias.nl/,  zie ook de artikelen over de Burke-Stichting in De Groene van 14 en 21 oktober De Burke Stichting staat paraat. 

Wilders is een idealist

21 comments

heldring Wilders is een idealistIn een interview in de Volkskrant zegt de redelijke conservatief J.L. Heldring, dat men bij de populisten Fortuyn en Wilders geen enkele poging tot idealisme ziet.

Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Wat is nationalisme anders dan een rechts idealisme? Een utopie van een blanke “joods-christelijke” samenleving.

En wat Fortuyn betreft, die heeft zich zelfs bewust met religieuze symboliek als nieuwe Mozes probeert aan te bieden.
Het is waar, bij Wilders treft men in eerste instantie en hobbesiaans nieuw-realisme aan. Maar elke realist heeft zijn idealistische kant.


Heldring was ooit ook een sympathisant van de Leidse Edmund Burke Stichting, die Wilders in het zadel heeft geholpen, maar hij nam gelukkig afstand van deze club.

De Edmund Burke Stichting was in het begin een gemengd gezelschap van zowel traditioneel conservatieven (zoals bijvoorbeeld Heldring)  als ook revolutionair conservatieven. Toen Bart Jan Spruyt in de herfst 2004 zijn samenwerking met Wilders had aangekondigd, hebben de “klassiek conservatieven” zoals Heldring de banden met de Burke Stichting verbroken.

De huidige Burke-conservatieven (Kinneging, Cliteur, Bart Jan Spruyt) zijn allemaal hoog idealistisch, Plato-fans en conservatief-revolutionair.
Een revolutionair is ALTIJD een idealist, en dat geldt ook voor Wilders.

Bolkestein, de Burkianen, het Westen en het zelfvertrouwen

158 comments

bolkestein Bolkestein, de Burkianen, het Westen en het zelfvertrouwenIn de Volkskrant schrijft de Leidse hoogleraar Frits Bolkestein vandaag over het verloren zelfvertrouwen van het Westen. Dit thema is een geliefd neocon-thema, en Bolkestein, die heeft geholpen de Leidse neoconservatieve Edmund Burke Stichting op te richten, heeft van begin aan met de Burke-professoren over dit thema overlegd.
Bolkestein in sein Grensverkenningen, waar de Burkianen Livestro, Kinneging, Michiel Visser en Cliteur herhaaldelijk ter sprake komen: “Vrijdag 31 maart 2000, Lunch met een stel slimme academici in Nieuwspoort, allen leer­lingen van Andreas Kinneging, die er ook was; georganiseerd door Joshua Livestro, die nu mijn persoonlijke medewerker in Brussel is […] . Onderwerp van gesprek was het liberalisme, het postmodernisme (en wat daar­tegen te doen) en het verlies aan zelfvertrouwen van de Europese eli­te..”

Bolkestein heeft naar mening gelijk: matiging en zelfrelativering behoren tot de kernwaarden van de westerse beschaving (en de intellectuele beschaving), en zijn zeer zeker door de christelijke cultuur sterk beïnvloed.

Hans Boutellier over Bolkestein-zoon Wilders en de Westerse zelfrelativerende zwakte:

“Hij [Wilders] heeft de gespletenheid van het westerse relativisme tot spreken gebracht. Die kent verschillende varianten: We verdedigen het recht op zijn film, maar willen hem niet uitzenden. We omarmen de tolerantie, maar verafschuwen Wilders’ radicalisme. We verwijten hem de provocatie, maar verdedigen het recht op vrije meningsuiting.
We zien de noodzaak van verdediging van onze waarden, maar deze verhinderen ons te kunnen kiezen. Het westerse relativisme – een historisch hoogtepunt van beschaving – ontbreekt het aan het idioom om het te beschermen tegen de fundamentalistische ondermijning ervan. Wilders confronteert ons met deze essentiële zwakte, en noemt dat ten onrechte lafheid. Wat we te verdedigen hebben, is de westerse verworvenheid om zwak te kunnen zijn.
Deze gespletenheid verdraagt geen koste-wat-het-kost-waarheden. Zij ligt ten grondslag aan de ontwikkeling van de wetenschap, aan de democratie en aan de emancipatie van individuen en gemeenschappen onder de conditie dat zij zich voegen naar de gespleten ziel van de vrijheid.” (de Volkskrant 27-3- 2008)



“Prettige” kerstdagen gewenst:
De Burke Stichting als kerstboom

overige Bolkestein-blogs:
Oorlog en handel; Nederland en Mutter Courage
[over Bolkestein en het gifgas, nu zeer actueel zie http://www.vkblog.nl/bericht/293110/Slachtoffers_willen_geld_van_Van_Anraat)]

verder:
Bolkestein: moslims geen recht op eigen scholen
De fata morgana van een moslim-tsunami: Bolkestein en Bernard Lewis
Tegen en voor het consumentisme: Benjamin Barber, Peter Sloterdijk, Frits Bolkestein
Bolkestein, Wilders en Turkije
Guido Derksen over Bolkesteins anti-intellectuele integratiedenken
De deugden van prof. dr. Bolkestein ( 3)
De deugden van Frits Bolkestein (2)
De deugden van Frits Bolkestein (1)
Wilders, het kind van vader Bolkestein/ Turkije

zie ook mijn documentie over de rol die Bolkestein heeft gespeeld in de achtergrond van Edmund Burke Stichting en bij de opkomst van Wilders
http://www.passagenproject.com/conservatisme.html

Amerikanen hebben recht op handwapen

24 comments

 Amerikanen hebben recht op handwapen060327 scalia vmed 5pwidec Amerikanen hebben recht op handwapenVolgens de Amerikaanse opperrechter Antonin Scalia, die in 2004 het Leidse Rechtengebouw mocht openen, is wapenbezit een individueel grondrecht.

Phillippe Remarque in de Volkskrant (juni 2008):

“Opperrechter Scalia stelt dat de meerderheid van de rechters ‘niet twijfelt, op basis van zowel de tekst als de geschiedenis, dat het tweede amendement een individueel recht vaststelt om wapens te bezitten en te dragen’.

Daardoor zijn sommige beleidskeuzes van de tafel, stelt Scalia, ‘onder andere het absolute verbod op handwapens die worden bewaard en gebruikt voor zelfverdediging in het eigen huis’.”

Scherpslijper Antonin Scalia, anti-homo, anti-abortus en pro-doodstraf, was de juiste man om in 2004 het nieuwe Leidse rechtengebouw te openen, de zetel van de pro-Bush neoconservatieve Edmund Burke juristen.

 

 

Zie ook mijn blog over Antonin Scalia en de doodstraf .

 

Wetenschap en politiek

47 comments

z0021 Wetenschap en politiekz0021 Wetenschap en politiek“Wetenschap is niet dienstbaar aan welk politiek doel of welke macht dan ook.”

Dit is een van de stellingen in het proefschrift van Jerker Spits, die op donderdag 5 juni 2008 in Leiden gaat promoveren bij professor A. Visser.

Jerker Spits is zelf actief tussen politiek en wetenschap, als auteur en sympathisant van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting en als verdediger van de nazi-wetenschapper, nazi-hoofdjuist en antisemiet Carl Schmitt [zie ook uitvoerig mijn Burke-documentatie en kijk op mijn Jerker-blog].

De objectiviteit van de wetenschap is een van de lievelingsthema’s  van de neoconservatieven. Zij denken namelijk dat zij objectief zijn als zij zich zelf objectief noemen.
Helaas ligt dat niet zo simpel.

De objectiviteit in de wetenschap is een belangrijk streefdoel dat niet bereikt wordt door het simpelweg te claimen. De objectiviteit van de wetenschap wordt het beste benaderd als men zo veel mogelijk de eigen interesses en het eigen standpunt duidelijk aangeeft. Zo wordt de eigen afwijking – bias-  benoemd, en deze afwijking wordt zo tot een voor anderen enigszins inzichtelijke grootheid. En verder wordt wetenschappelijke objectiviteit niet door een individuele wetenschapper verwerkelijkt maar wordt deze het beste benaderd door de pluriforme en zo divers mogelijke gemeenschap van wetenschappers (en op een lange termijn).

Het politieke standpunt van Jerker Spits is rechts. Hij is Fortuyn- en Wilders-fan. Dat mag.
En het is goed om dit te weten als men met Jerker Spits’ wetenschap in aanraking komt.

Mijn eigen politiek, levensbeschouwelijk en wetenschappelijk standpunt omschrijf ik als “links-liberaal”. Ik heb een uitgesproken hekel aan het populisme, aan Fortuyn en Wilders en aan de neoconservatieven (veel minder hekel heb ik overigens aan christelijke politici).
Ik ben lid van Groen-Links en (nog wel) van de PvdA.

Goed om te weten voor wie mijn blog en mijn documentaties leest.

Ik word veel bekritiseerd voor mijn uitgangspunten, werkwijze en voor alles en nog wat. Dat mag.

De fanatieke volgelingen van Carotta

no comment

Mijn eerdere Carotta-blog heeft veel los gemaakt.

Op mijn blog Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen laten de fanatieke Carotta-volgelingen zich helemaal kennen. Zij beschuldigen de Carotta-criticus Anton van Hooff van psychische ziekte.

De Nijmeegse classicus Anton van Hooff is auteur van een recent kritisch artikel over Carotta in de Academische boekengids. Hij  is met zijn zeer goed gefundeerde kritiek op Carotta ook regelmatig te horen op radio en televisie. Klik hier voor de recente Teleac-uitzending "Was Jezus eigenlijk Caesar?Een les in de pseudowetenschap"

Het speurwerk aanhand van IP-nummers heeft geresulteerd in de bevinding dat de aantijgingen op mijn blog in richting van Van Hooff afkomstig zijn van de psycholoog Tommie Hendriks.

Bernard Vermet [die ik via mijn blog over Carotta heb leren kennen, en met wie ik onlangs samen met Anton van Hooff in Leeuwwarden was op bezoek bij het "Carotta-gymnasium" waar de film van Jan van Friesland getoond werd] heeft de feiten betreffende Hendriks’ gedrag op mijn blog op een rijtje gezet.

—————————————————————————————————–

De "zieke" spelletjes van Tommie Hendriks

door Bernard Vermet

Wie is eigenlijk de "Fulvius" of "Bavink" op Maria Trepps Carotta-blog?
Wel, voor wie al wat langer meedraait in de discussies rond de perceptie van Carotta in Nederland, is die vraag niet moeilijk te beantwoorden: het is niemand anders dan Tommie Hendriks

quidam1 De fanatieke volgelingen van Carotta 

(hier te zien op een vrolijke foto, gemaakt door zijn vriend Jan van Friesland).

Niet alleen zijn stijl, woordgebruik en IPadres verraden hem, maar ook b.v. het feit dat het stuk van Fulvius inmiddels twee maal is verbeterd en de nieuwste versie alleen op de eigen blog van Tommie te vinden is.
 
(Ter zijde: De oudste versie is nog terug te vinden op de blog van Marcel van Zoggel en werd daar gepost door ene "Thomas" op 18/04. Een sterk geredigeerde versie werd door "Fulvius" zelve op 21/04 gepost op Maria’s blog. De derde versie, met slechts kleine verbeteringen – b.v. verschijningsdata i.p.v. verschijningdata – werd op 22/04 om 10:14 uur door Tommie Hendriks aan zijn eigen blog gehangen en om 14:22 uur andermaal door "Thomas" op de Van Zoggelblog geplaatst. Een en ander valt eenvoudig en snel te verifiëren met de "compare documents"-functie onder "track changes" in het Toolsmenu van Word). 

In december 1999 leerde Hendriks het werk van Carotta kennen en sindsdien heeft het hem niet meer losgelaten. Hij vertaalde Carotta’s boek in het Nederlands en voert sindsdien een verbeten strijd voor verdere erkenning. 

Als Bavink schreef Hendriks "Alle anderen, of ze de theorie van Carotta nu verdedigen of aanvallen, schrijven hun mening één- of tweemaal op. Alleen amokmaker Van Hooff kan er maar niet mee ophouden", maar hij vergeet daarbij zichzelf te noemen: Telkens wanneer de discussie rond Carotta weer opflakkert – laatstelijk afgelopen november n.a.v. de presentatie van Jan van Frieslands documentaire over Carotta – bewerkt hij de media en het internet met, let wel, anonieme [!!] brieven. Zo opperde Tommie onder de naam Richard al op 3 nov. dat Van Hooff op http://www.psychosis.nl/ moest publiceren op een forum van de EO. Hij deed hetzelfde op diezelfde dag nog eens als anonymus op de blog van Marc van Zoggel, waar hij later als Thomas en waarschijnlijk ook als Xantippe postte. Andere door hem in het verleden gebezigde namen zijn  onder andere j.j., Octavianus, Daniël P., M. Anthonius, Marc A., Marc, Simon, Maria en Philo. Daarbij is het overigens niet altijd duidelijk of het alleen om Tommie gaat, of ook om zijn maatje Jan van Friesland – niet voor niets hebben we ook nu, bij Maria Trepp, in "Bavink" en "Siep," met twéé Utrechtse IPadressen te maken – terwijl op de achtergrond ook altijd Carotta zelf aanwezig is en vaak ook meeschrijft.

Een héél enkele maal schrijft Tommie onder zijn eigen naam, zoals in het geval van een ingezonden brief aan het AD, dd. 7 nov. j.l.:
"…Jacobine Geel schrijft in haar column over Van Frieslands documentaire ‘Het evangelie van Caesar’ … dat veel meer wetenschappers deze theorie afwijzen dan omarmen. Dat is onjuist. Als de vertaler van Carotta heb ik de stand positieve – negatieve ‘wetenschappelijke publicaties’ nauwkeurig bijgehouden. Voor Nederland luidt die: 71%-29%. Internationaal: 100%-0%. De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel.Tommie Hendriks, Utrecht."

Daarbij valt direct een belangrijk, repeterend punt in de teksten van Tommie op: het – tegen beter weten in – blijven volhouden dat er zoiets als een positieve ontvangst van Carotta’s theorie zou bestaan.

[uitwijding
In het stuk van Fulvius op Marias blog lezen we daar b.v. over:
"Carotta beroept zich bijvoorbeeld op Prof. Ethelbert Stauffer, een bekende Duitse theoloog, wiens zoon in de documentaire een tekst van zijn vader voorleest. In de film zie je hem verder in gesprek met Prof. Francisco Rodriguez Pascual, antropoloog van de Pontificia Universiteit van Salamanca, als ook met Prof. Antonio Piñero, theoloog en hoogleraar Nieuwtestamentische Filologie van de Complutense Universiteit van Madrid. ... Je ziet Carotta als een onderzoeker die zijn waarnemingen aan andere geleerden duidelijk maakt, ze in vaktijdschriften publiceert (Quaderni di Storia, uitgegeven door Prof. Luciano Canfora, Caesar-biograaf), sommigen zijn het met hem eens, anderen geven kritiek. ... Als hij aanhang krijgt en wel van "eerzame" bekende academici, archeologen, linguïsten, epigrafici, historici, rechtsfilosofen, cultuurhistorici, experimenteel psychologen, antropologen, theologen, juristen etc. dan zijn ze allemaal daarom ongeloofwaardig, omdat ze geloofwaardig zijn."

Merk op dat Tommie de beroepen allemaal in meervoud opsomt, terwijl het toch alleen in het geval van de rechtsfilosofen met Prof. dr Paul Cliteur en Prof. dr Andreas Kinneging om meer dan één persoon gaat. Verder hebben we het, bewezen, over één linguist, Fotis Kavoukopoulos, één epigraficus, Gert Lüderitz, één (cultuur)historicus, Thomas von der Dunk, één experimenteel psycholoog, Tommie Hendriks zelve, en één classicus, Gerard Janssen, docent oude talen aan het Piter Jelles Gymnasium te Leeuwarden. De anderen die Fulvius Hendriks hier met name noemt ondersteunen de theorie van Carotta niet. Carotta beroept zich op Stauffer en spreekt met diens zoon, maar vader lief zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat zijn werk op deze wijze werd misbruikt. Dat zelfde geldt voor de vorig jaar overleden professor Rodriguez Pascual, van wie een beleefdheidsfrase nu zelfs het persbericht bij Jan van Frieslands documentaire siert. Zelfs het nawoord van Erika Simon bij het boek is, bij zorgvuldige lezing, niet veel meer dan een beleefdheidstekst. Verder commentaar op haar woorden wil zij in ieder geval niet geven. En dan zijn er tenslotte de professoren Piñero en Cafora. Beiden hebben Carotta de gelegenheid gegeven zijn theorie uiteen te zetten, zónder die echter te delen, zo lieten beiden mij weten. Piñero, die ik pas enkele dagen geleden contacteerde, was zelfs zéér verbolgen over het feit dat zijn naam nu op deze wijze werd misbruikt. "Es horrible cómo la gente tergiversa las opiniones", "het is een schande hoe mensen meningen verdraaien", liet hij mij weten en voegde daaraan toe dat binnenkort de verhandelingen uitkwamen van het symposium waarin hij de theorie van Carotta besprak, zodat iedereen dan zijn vernietigend oordeel kan nalezen].

Twee andere constanten in de teksten van Tommie Hendriks zijn, tot vervelens toe, dat Carotta’s tegenstanders:
a) nooit met argumenten komen en b) diens boek niet gelezen hebben. Beide zijn uiteraard uitgebreid terug te vinden in de tekst van Fulvius de Boer:
ad a) "Je bent toch altijd weer benieuwd naar zijn argumenten – maar jammer genoeg ook weer teleurgesteld. Hij levert namelijk geen enkel bewijs.; … de even verbeten als lege argumentatie van Van Hooff…" etc.
ad b) "… als hij het boek zou hebben opengeslagen, dan …; … zou hij dan daar gelezen hebben …; … hij leest Carotta in geen enkele taal …; … Let wel: hij leest nog steeds het boek niet…;  … ook op dit punt niet heeft gelezen …; … Als hij het had nagelezen …; … waarmee hij bewees dat hij het boek niet had gelezen …; … dat hij kritiek leverde zonder gelezen te hebben …" etc.

[ uitwijding
Een derde constante in het werk van Tommie, en dus ook Fulvius, is een even kromme redenatietrant als die van Carotta zelf. Dat moet ook wel, want voor ieder ander zou het vertalen van Carotta's teksten een onmogelijkheid zijn geweest. Ter illustratie één van mijn favoriete passages, afkomstig van p. 300 (1ste druk) van Tommies vertaling: "Het koloriet - het tweemaal kraaien van de haan, dat de drievoudige verloochening aankondigt - wordt geleverd door de namen: de naam van de tempel, waarin vóór het aanbreken van de dag de buitengewone senaatszitting plaatsvond, de Tellus, de ‘moederaarde', die gezien het tijdstip - ‘vierde nachtwacht', quarta vigilia, in de volksmond ook secundus galliciniis, ‘bij het tweede hanenkraaien' genoemd - als gallus, ‘haan' verkeerd werd begrepen - tellus, telluris wordt alektor, ‘haan' -, waardoor Cinna's naam uitgelegd kon worden alsof hij van cecini, ‘zong, kraaide' kwam".

Zelfs Gary Courtney, die nota bene een boek schreef waarin vrijwel dezelfde theorie wordt verdedigd, schreef mij over Carotta: "It took me quite some time to realise that my ability to translate his writing was being hampered by the way he writes. When a sentence did not make sense, I thought there was something wrong with my translation. I finally realised that it was impossible to translate what he writes and make it make sense in English. But that it's not due to differences in the English and German languages, it is because of his style. Most of his arguments are sheer gobbledy-gook because he does not know how to think logically - I could provide a thousand examples".
Het beste voorbeeld van Carotta's onvermogen om logisch na te kunnen denken staat al direct halverwege de éérste pagina van zijn boek: "Daar [!!!] dergelijke voorstellingen [van diep lijden] typisch voor Jezus Christus zijn en niet voor Julius Caesar, rees de vraag of Jezus nog andere elementen van de vóór hem geboren Caesar zou hebben overgenomen." (p. 5)
Goed, logica behoort dan misschien niet tot de kernvakken van de rechtsfilosofie, maar deze zin alleen zou voor de professoren Cliteur en Kinneging en cultuurhistoricus Von der Dunk toch al voldoende moeten zijn geweest, om te beseffen dat er iets heel, héél, hééél erg mis is met het denken van Francesco Carotta]. 

Maar de belangrijkste constante is het verwijt dat Carotta’s tegenstanders uitsluitend op de man spelen, terwijl diens medestanders de waardigheid zelve zijn en de wetenschappelijke mores hoog proberen te  houden.
In"De Zwarte Hand" formuleerde Tommie Hendriks het als volgt:
"Zo tekende zich in het ‘debat’ een klare lijn af. Aan de ene kant de lezers van het boek, die in een geserreerde toonzetting, verklaarden wel wat in de theorie te zien en nader onderzoek bepleitten. Aan de andere kant van het ravijn de geharnaste tegenstanders, de niet-lezers, die, luidkeels hun beledigingen schreeuwend, het boek op de Index plaatsten."
En als Fulvius formuleert Tommie het als volgt:
"Intussen probeert onze zelfbenoemde wetenschappelijke censor de promotors van Carotta’s boek ad hominem in diskrediet te brengen"

Zodra Tommie echter onder een van zijn talrijke pseudoniemen schrijft valt er van die "geserreerde toon" weinig te merken, scheldt hij er lustig op los en rolt de ene ad hominem over de andere. Nota bene als Fulvius laat hij op zijn adhomverwijt aan Van Hooff volgen:
-dat men vergeefs naar Van Hooffs wetenschappelijke publicaties zult zoeken in boekhandels en bibliotheken [Sic!]
-dat deze classicus niet eens het Latijn machtig is
dat hij in Athene niet eens een ijsje kan bestellen
- dat men in de oudheid niet zo racistisch als Van Hooff was
dat hij een slechte hoofddocent is geweest, aangezien hij er geen reguliere betrekking meer heeft [hij ging, als 62jarige met de VUT ...], maar nu gewoon leraar klassieke talen aan een gymnasium is [... en geeft nu nog les voor de lol]
– dat hij lijdt aan totale onkunde en geestelijke verwarring

En als Bavink voegt daar nog aan toe:

-dat Van Hooff zich aanmatigt te schrijven zonder te hebben gelezen
-dat hij kolderiek, maar pervasief en inflexibel gedrag vertoont
-dat hij een amokmaker, een ijdeltuit, gefrustreerd en dwangneurotisch is
-dat hij mogelijk psychisch ziek is of gedreven door zelfdestructie.
-dat men fluistert dat Van Hooff van de universiteit is verwijderd omdat hij met zijn scheldpartijen die te schande maakte.

Die laatste typering komt uit een één-tweetje met alter ego en eveneens Utrechts IPadreshouder Siep Oker, die op Marias blog zelf schreef:
"Van Hooff is een tiepies produkt van de demokratiese jaren zestig en zeventig. Geen wonder dat hij niet is doorgegroeid en geen prof is geworden. Hij is altijd in Nijmegen blijven hangen als ‘ zij-instromer’ en heeft de omslag in de samenleving niet meer meegemaakt. Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai".

Die laatste zin , "Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai", doet sterk denken aan de laatste zin van Tommie Hendriks in zijn brief aan het AD: "De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel." Bovendien past de carrièrebeschrijving niet die van Van Hooff, maar wel die van Tommie Hendriks zelf. Immers, in de Utrechtse Binnenstadskrant van november 2004, lezen we:  "Zijn aanstelling als wetenschapper werd van jaar tot jaar verlengd, tot hij in 1997 definitief op een zijspoor werd gezet".

Hierdoor sluit ik niet uit dat "Bavink" op Marias blog misschien toch Jan van Friesland is en "Siep Oker" Tommie Hendriks. De tekst van Fulvius de Boer zou dan gepost zijn door Jan, maar lijkt mij toch goeddeels van Tommie, daarbij geassisteerd door Carotta en/of Gerard Janssen.

Maar eigenlijk doet dat niet zo veel ter zake. De Carottianen wisselen al hun teksten uit en staan in permanent contact met hun spiritueel leider, Francesco Carotta.

———————————————————————————–
Zover Berard Vermet.

carot2 De fanatieke volgelingen van Carottamijn avatars wisselen met elke blog. ten tijde vn dit carottablog zag mijn avatar zo uit ( vgl ook de reacties hierover)

bernard heeft overigens ook een verslag geschreven van ons bezoek in leeuwwarden:
Carotta op het Leeuwarder Piter Jelles Gymnasium

en een recensie van de film van Jan van Friesland
‘Het Evangelie van Caesar’

Discussie Bernard Vermet met Gerard Janssen, docent aan het Piter Jesses Gymnasium te Leeuwarden deel 1


deel 2 [ Deel 2 is aardig voor wie het onzalige idee zou hebben om "Rouw en razernij rond Caesar" van Tommie Hendriks te gaan lezen]

Onder pyromanen

59 comments

Mark Rutte gisteren 1-4-2008: ‘Meneer Wilders, u bent een politieke pyromaan: u steekt steeds het vuur aan en daarna rent u weg. Vervolgens wordt u nog boos ook als de eigenaar van de woning de brandweer belt.’
Naar wat nu blijkt uit de verklaring van minister van Justitie Hirsch Ballin was Wilders aanvankelijk wel degelijk van zins in ‘Fitna’ delen uit de Koran voor de camera te verbranden.

Mijn gedachten gaan naar de boekenverbranding van de nazi’s, op de foto aan de Universiteit van München waar ik zelf ooit heb gestudeerd. 
affiche Onder pyromanenMijn gedachten gaan ook naar de fascismeparabel “Biedermann und Brandstifter” (Nederlands: ‘Bal van de Pompiers’/ ‘Biederman en Brandstichters’) van de Zwitserse auteur Max Frisch.

Mijn gedachten gaan ook naar de intellectuele Wilders-vriend, de Leidse professor Afshin Ellian, die in het voorwoord in het boek van Karen Jespersen en Ralf Pittelkow ‘Islamisten en Naïvisten’  uitvoerig over dit toneelstuk schreef onder de titel ‘Capitulatie versus polemiek’” .
Volgens Ellian zijn de islamieten de huidige fascisten en brandstichters. Ellian:

“Wie geeft de lucifers aan de islamistische brandstichter? [...] Het islamisme (de politieke islam) vormt een ernstige bedreiging van de vrijheid en van zowel de regionale als de internationale vrede in en buiten de islamitische wereld [...] ‘Biedermann en de brandstichters’ verheldert op uitstekende wijze de geestelijke en politieke toestand van Europa. Met een bui­tengewoon scherp inzicht beschrijft Max Frisch het machteloze Eu­ropa tegenover het nazisme. Biedermann en zijn vrouw worden ver­rast door twee gasten die zij, ondanks het legitieme wantrouwen dat zij koesteren, ruimhartig ontvangen. De gasten willen brandstichten in het huis van hun gastheer. De machteloosheid van de Biederman­nen jegens de kwaadwillende gasten heeft te maken met het feit dat de brandstichters appelleren aan hun medelijden voor de slacht­offers van de maatschappij. Hoe aardiger en vredelievender de brandstichters worden bejegend, des te eerder het gevaar kan wor­den gemeden, dachten de Biedermannen. Dat dacht Europa. De angst voor conflicten resulteerde in een soort capitulatie in naam van het goede: ‘Want hij hoopt dat het goede ontstaat uit goedmoe­digheid’, aldus het koor brandweermannen in het toneelstuk. Er be­staan geen vijanden, en er moeten evenmin vijanden worden ge­maakt. Vandaar dat Biedermann zegt: ‘Als ik hen aangeef, die twee kerels, dan weet ik dat ik hen tot mijn vijanden maak. Wat heb je daaraan? Een lucifer, en het huis staat in de fik.’ Uiteindelijk geeft de machteloze Biedermann de lucifers aan zijn gasten. [...]
Wie zijn de brandstichters nu? De islamisten, de politieke islam.”
En wie is de Biederman volgens Ellian? Mensen als Geert Mak, die zich tegen een zwart-wit -denken en de demonisering van de islam verzetten.

Voor zijn eigen islamfobie beroept zich Ellian trots op de eeuwenoude islamhaat in het Westen, zoals hij die her en der bij Erasmus, Hegel en anderen kan vinden ( zie ook Afshin Ellian,Terug naar de middeleeuwen)

Ellian vindt ook ruimte voor een paar schijnheilige woorden. Hij lijkt waardering te hebben voor de islamitische traditie als hij schrijft “Hoe konden moslimfilosofen als Averroës (Ibn Rushd) en Avicenna (Ibn Sina) in hun tijd de hellenisti­sche cultuur verzoenen met de islamitische denkwereld?”
Maar Ellian heeft geen enkel interesse aan moderne vertegenwoordigers van de liberale islam, die zich beroepen op juist deze Averroës. Zijn Leidse collega en islam-reformator Nasr Abu Zayd (Ibn Rushd -leerstoel aan de Universiteit voor Humanistiek), wordt door Ellian als “charlatan” neergezet en in het debat gemeden.

Ik zie het al jaren me grote zorg hoe de Leidse intellectuele achterban van Geert Wilders, Frits Bolkestein en de heren van de Edmund Burke Stichting (Ellian, Cliteur, Kinneging, Jerker Spits, Bart Jan Spruyt ) op een stigmatisering van een hele religie en bevolkingsgroep aanstuurt.

De open samenleving en haar vijanden

no comment

In de Volkskrant van 6 april bespreekt Luuk van Middelaar de nieuwe vertaling van Karl Poppers The open society.
In dit invloedrijke werk gaat Popper tekeer tegen het politieke denken van Plato, en vooral tegen de autoritaire ideeën die Plato heeft over de inrichting van de staat.

Plato’s elitair-autoritaire gedachtegoed, dat Popper aanvalt, is te vinden bij de denkers van de Edmund Burke Stichting, die zich, in het voetspoor van Leo Strauss, sterk op Plato beroepen.

De revolutionaire neoconservatieven moeten namelijk niets hebben van de open samenleving, of van het door Popper verdedigde “piece meal engineering” ( zie bijvoorbeeld Cliteur NRC 17-12-2002)

Prof. dr. Kinneging, voorzitter van Edmund Burke Stichting, heeft de Socrates-wisselbeker ontvangen voor zijn Geografie van Goed en Kwaad , en Cliteur vergelijkt zichzelf graag met Socrates ( in Moderne Papoea’s) . Karl Popper heeft uitvoerig en voor mij overtuigend beargumenteerd, dat Socrates in Plato’s Republiek door Plato tot een reactionaire en autoritaire spreker is gemaakt, die hij tijdens zijn leven niet was. (The Open Society, p. 208 ) Het is deze Socrates die terecht in verbinding kan worden gebracht met Kinneging en Cliteur, die beiden grote Plato-fans zijn ( net als Spruyt, net als Leo Strauss…)

Bart Jan Spruyt (eerst directeur, dan secretaris van de Burke Stichting), de Burkianen en Wilders streven naar het einde van de open samenleving. Spruyt vraagt in een recent essay om een “voorlopige sluiting van de grenzen voor niet-westerse allochtonen” en stelt: “Weerbaarheid vraagt om sterke muren.”( In: Ongewenste goden, p. 274 f)
Zowel Kinneging alsook Cliteur keuren de open samenleving af. Kinneging, omdat hij terug wil naar een hiërarchische wereld, en Cliteur, omdat hij een autoritair monocultureel liberalisme nastreeft. Karl Popper besluit zijn belangrijke Plato-kritiek in The Open Society and its Enemies ( een boek dat Kinneging in Geografie van Goed en Kwaad met een schampere opmerking in één voetnoot meent te kunnen afdoen) met de woorden:
We can never return to the alleged innocence and beauty of the closed society. Our dream of heaven cannot be realized on earth. [...] we cannot return to a state of implicit submission to tribal magic. [ Cliteur en zijn Moderne Papoea’s- dat is tribale magie!, M.T.] [...] the more we return to the heroic age of tribalism, the more surely we do arrive at the Inquisiton [...] . There is no return to a harmonious state of nature. If we turn back, then we must go the whole way- we must return to the beasts. [...] But if we wish to remain human, then there is only one way, the way into open society. We must go into the unknown, the uncertain and insecure [...]”(p 200f)


Uitvoerig over Popper, Cliteur en Plato zie ook andere blogs, zie ook uitvoeriger in mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting
http://www.passagenproject.com/conservatisme.html

Leo Strauss en de neocons

14 comments

Er is een duidelijk verschil tussen het denken van de joodse filosoof Leo Strauss, en hetgeen veel volgelingen – de neocons “leocons”- hiervan hebben gemaakt. Weliswaar is het denken van Strauss zelf op verschillende punten ( het Platonisme, het elitarisme) te bekritiseren (Gerbert van Loenen “[…] het gedachtegoed van Strauss bevat, anders gezegd, een kiem van overmoed, een kiem van geweld”; Trouw, L&G, 26-11-2005) , maar er blijft soms ook een belangrijk verschil tussen Strauss en de Strauss-interpretatie van de neocons.
Dick Pels: “Het zou immers kunnen zijn dat [Bart Jan] Spruyt, door het conservatisme te radicaliseren met fortuynistische thema’s als ‘eigen cultuur eerst’, de superioriteit van het Westen en vijandschap jegens de islam, het beschaafde, zichzelf relativerende conservatisme van zijn leermeester Leo Strauss definitief in diskrediet heeft gebracht. Terwijl matiging en zelfrelativering juist behoren tot de kernwaarden van de westerse beschaving die hij zo graag te vuur en te zwaard verdedigt.” ( de Volkskrant 27-10-2006, boeken) .
Anne Norton maakt in Leo Strauss and the politics of American Empire (2004) ook expliciet een groot onderscheid tussen “students” of Strauss and “Straussians”. De laatste zijn volgens haar een sekte, en zijn degenen die een grote politieke invloed hebben.(p. 6 f) Norton geeft ook aan, dat de politieke, rancuneuze sekte van de Straussians meer beïnvloed is van de simplistische Strauss –discipel Alan Bloom ( auteur van The Closing of the American mind) dan van Strauss. Over Bloom zegt Norton: “Philosophy deferred to convention”- iets dat ook op de Straussianen/Burkeanen van toepassing is. (p.58)

De Leidse Burkianen kunnen als Straussianen gecharakteriseerd worden, al vanwege hun steun voor de Irak-oorlog en hun politieke verbintenis met Wilders ( via Bart Jan Spruyt).
De filosofie van Leo Strauss vormt de achtergrond van het denken van de Nederlandse Burkianen. Andreas Kinneging verdedigt in zijn Geografie van Goed en Kwaad in het voetspoor van Leo Strauss het klassieke natuurrechtdenken. Anne Norton: “Nature speaks to the Straussians in the dulcet accents of mid-twentieth-century popular culture. Nature says that marriage ( and what could nature know of marriage?) is between a man and a woman, and sex is for procreation. Nature says that it is natural for men to have authority over woman […]”( Leo Strauss and the politics of American Empire, p. 77) Dit is een goede samenvatting van Kinnegings denken over man, vrouw, en natuur. Kinneging: “Het is niet verboden een ouderwetse opvatting over homoseksualiteit te hebben, integendeel .” “Wat ik constateer is dat de meeste vrouwen met kinderen handiger en liever en veiliger zijn dan de meeste mannen […]”
Kinneging over het huwelijk: “Het huwelijk is hiërarchisch: de man is het hoofd van het gezin.[...] ” en “Mannelijke ontrouw vormt dus in een aantal opzichten geen grote bedreiging voor het huwelijk en het gezin.” Norton: “Marriage and manliness are two of the natural things dearest to the most political Straussians, two of the things most often given as natural, yet two congeries of practice most governed by convention. For the Straussians marriage is a natural institution.” (p. 82)

 

Recente berichten

Populaire berichten

Astrologie en astronomie

Kees van Dongen in Museum Boijmans

Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch

Libel in Art Noveau

Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

Maria, Martha en Vermeer

Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie

Passiebloem in kunst en werkelijkheid

Nietzsche en het anti-antisemitisme

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Het symbolisme van Vincent van Gogh

Latent antisemitisme

Jan Sluijters- my favorites

Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor e

James Ensor en de maskers

De lente bij Vincent van Gogh

Maans- en Zonsverduisteringen

Man Ray

Volle maan-kunst en fotografie

Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea

Iris bloem in de kunst

Alle zelfportretten van Vincent van Gogh

Mijn kunstslangen

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Het symbolisme van Edvard Munch: dromen en visioenen

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet

Liberale joden versus Wilders

Frida Kahlo en Diego Rivera

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

Maria Sibylla Merian: insectenmetamorphose en bloemen

Paul Cliteur, Voltaire en de islam

Vrouw en hond bij Pierre Bonnard

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

De Akelei (Dürer/Gerhardt) 

Klaprozen, in de berm en in de kunst

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh

Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige

Bloesem/ Vincent van Gogh

Pioenrozen: foto, haiku, Manet
Pim Fortuyn en het hoefijzermodel

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

Zonnebloemen in de kunst: MariaRoosen, Vincent van Gogh etc
Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag: Cezanne, Picasso, Mondriaan

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
 

 

Categories

Tags

Archives