Wetenschap Kunst Politiek

De melancholieke engel van de tijd/Erwin Mortier Godenslaap

22 comments

De prachtige roman van Erwin Mortier “Godenslaap” is een fantastische reflectie op de geschiedenis, op het herinneren en op het schrijfproces zelf.
 
De titelillustratie is in feite een illustratie van de tekst op pagina 142:
 
 
“[…] Toen vlamde, in het uiterste noorden, tegen de kust aan, min of meer op de plek waar mijn vader ons als kind had aangewezen waar Nieuwpoort moest liggen, ineens een rode gloed op uit de nevel. De mistbanken weerkaatsten dat geflakker, dat bijna meteen weer doofde.[..]
‘Lichtkogels,’zei iemand. ‘Ze steken boven de linies lichtkogels af.’ “

  
Uit Godenslaap (vijfde pagina van het verhaal, dat geschreven is uit het perspectief van een oude vrouw):
 
“’De engel van de tijd heeft me al meegenomen,’ zeg ik te­gen Rachida, de verzorgster, wanneer ze me ’s ochtends uit bed helpt. Ik zeg het om haar te zien lachen. ‘Je kent de engel van de tijd toch? Hij zou de engel van de wraak kunnen zijn of de engel der victorie. Maar hij is ook de engel van de slaap en de Melancholie van Dürer.’
‘Ja, mevrouw Helena. Uw engelen zijn ingewikkeld.’  ( p 11)
 
De engel van de tijd, dat is de engel van de melancholieke kunstfilosoof Walter Benjamin, die een schilderij van Paul Klee bezat, Angelus Novus.
Hij schrijft erover (ik heb nog geen vertaling gevonden, en wil mezelf hieraan niet de vingers verbranden) :
 

Paul Klee, Angelus Novus
 
 
“Es gibt ein Bild von Klee, das Angelus Novus heißt. Ein Engel ist darauf dargestellt, der aussieht, als wäre er im Begriff, sich von etwas zu entfernen, worauf er starrt. Seine Augen sind aufgerissen, sein Mund steht offen und seine Flügel sind ausgespannt. Der Engel der Geschichte muß so aussehen. Er hat das Antlitz der Vergangenheit zugewendet. Wo eine Kette von Begebenheiten vor uns erscheint, da sieht er eine einzige Katastrophe, die unablässig Trümmer auf Trümmer häuft und sie ihm vor die Füße schleudert. Er möchte wohl verweilen, die Toten wecken und das Zerschlagene zusammenfügen. Aber ein Sturm weht vom Paradiese her, der sich in seinen Flügeln verfangen hat und so stark ist, daß der Engel sie nicht mehr schließen kann. Dieser Sturm treibt ihn unaufhaltsam in die Zukunft, der er den Rücken kehrt, während der Trümmerhaufen vor ihm zum Himmel wächst. Das, was wir den Fortschritt nennen, ist dieser Sturm.”-
Walter Benjamin, Über den Begriff der Geschichte, 1938.
 
Wat kunnen we, wat weten we eigenlijk als we de puinhoop van de geschiedenis proberen te overzien en te herinneren? 
 

 
Een melancholieke engel zit ook op Dürers beroemde en hierboven in Godenslaap genoemde ets “Melancholia I”, die de zwaarmoedigheid van het moderne geleerdenleven laat zien, en die  later door Goethe’s Faust zo goed in woorden werd gevat:
 
“Habe nun, ach! Philosophie,
Juristerei und Medizin,
Und leider auch Theologie
Durchaus studiert, mit heißem Bemühn.
Da steh ich nun, ich armer Tor!
Und bin so klug als wie zuvor;
Heiße Magister, heiße Doktor gar
Und ziehe schon an die zehen Jahr
Herauf, herab und quer und krumm
Meine Schüler an der Nase herum-
Und sehe, daß wir nichts wissen können!
Das will mir schier das Herz verbrennen.
Zwar bin ich gescheiter als all die Laffen,
Doktoren, Magister, Schreiber und Pfaffen;
Mich plagen keine Skrupel noch Zweifel,
Fürchte mich weder vor Hölle noch Teufel-
Dafür ist mir auch alle Freud entrissen,
Bilde mir nicht ein, was Rechts zu wissen,
Bilde mir nicht ein, ich könnte was lehren,
Die Menschen zu bessern und zu bekehren.
Auch hab ich weder Gut noch Geld,
Noch Ehr und Herrlichkeit der Welt;
Es möchte kein Hund so länger leben!”

 
Uit teleurstelling met de schoolse wetenschap begint Faust aan magie; hij gaat dus op zoek naar het “Wilde denken”.
 
Ook de “Godenslaap’ is een zoektocht naar een andere werkelijkheid dan de alledaags-rationele; een zoektocht naar het tijdloze paradijs van het kind en naar het geluk van het lezen. De ‘Godenslaap’ is een filosofische roman die in de Walter Benjamin/Proust-traditie staat.

De oude vertelster: “Elke ochtend ga ik met mijn tong over mijn gebit, trots dat ik nog alle mijn kiezen heb, en lees in braille de grijns van de doodskop af in mijn vlees. Als memento mori volstaat dat.” Prachtig geformuleerd. Later gaat het zelfs over de schedel en het stilleven – zie mijn blog Stillevens van Picasso – :” [..] het hoofd van een dode dat in mijn hand lag als de welving van een gebroken kruik” (p 203).
 

Godenslaap’ vertelt in zorgvuldige, intieme beelden over de verschrikkingen van de oorlog.
 
Een belangrijk thema is de “obsceniteit“ van de dood en de oorlog:
 
“OBSCEEN was ook  de dood van Amélie Bonnard, als uit het niets getroffen […]” (p 189)
 
“Obsceen is het woord dat ik herhaal. Obsceen de aanblik van Amélie Bonnard, ’s middags nog een kind dat voor de spiegel haar lokken achter haar oren zal hebben ge­legd voor ze de rouge van haar moeder op haar wangen smeerde, tegen de avond een dood kindvrouwtje in een bruidsjurk. Haar schoenen leken niet te passen, te ruim om haar hielen te liggen, de handschoentjes te precieus, de paternoster te pathetisch, de sluier die we over haar hoofd en het verband getrokken hadden te etherisch in het licht van de kaarsvlam.” (p 205)
 
Mortier volgt hier Coetzee’s alter ego Elisabeth Costello en haar bespiegelingen over de obsceniteit van geweld en van de literatuur die geweld beschrijft (“Het probleem van het kwaad” in: “Elisabeth Costello”)
 

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico

10 comments

In vele huizen in Mexico is het in de nacht van 1 november feest; dodenfeest.  De mexicanen vieren die nacht dat hun overleden familieleden en vrienden tijdelijk terug keren naar huis.

In de huizen staan prachtige altaars met kaarsen, bloemen en wierook . Ook is er eten en drinken zodat de geesten van de overledenen op krachten kunnen komen van hun reis en zich kunnen voorbereiden op het komende jaar. Het dodenfeest duurt de hele nacht en wanneer de zon opkomt gaan de zielen van de overledenen weer rusten en de levenden naar huis.

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

In het in Museum Volkenkunde Leiden staat een prachtig Mexikaans dodenaltaar ( tot en met zondag 8 november).

Reflex-zwaan van Michael Raedecker/ Zwaan en dood

19 comments

Het opvallendste kunstwerk van Michael Raedecker hangt niet in het GEM in Den Haag (waar nu een een tentoonstelling van Raedecker te zien is: Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker) maar ernaast in het Gemeentemuseum;  in de tentoonstelling “Voorbij de horizon”.

Het heet “Reflex”.
Een van mijn
Lievelings-
woorden.

Michael Raedecker, Reflex, 2003 (zwaan)

Michael Raedecker, Reflex, 2003 (zwaan, detail 1)


Michael Raedecker, Reflex, 2003 (zwaan, detail2)

En dan
de zwaan,
een
van mijn lievelingsmotieven,
dat hier ook al vaak langs kwam:

Zwanen in de moderne kunst
 
Naar aanleiding van de opmerking van Jde Kat hier nog een klassieke dode zwaan uit het Museum Boijmans:
 

 
Jan Weenix, Dode zwaan, 1716
 
En hier nog de dode zwaan van Floris Verster, een tip van George:

Floris Verster, Dode zwaan, 1886

 

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Maan man droom/Lucebert

73 comments

Vannacht had ik een merkwaardige en belangrijke droom.
 
Eerst de voorgeschiedenis van deze droom:
Zoals jullie weten ben ik erg veel bezig met de maan (in de kunst en in de natuur), en heb ik al lang de maan als mijn avatar.
 
Een paar dagen geleden zeg ik een mooi schilderij van Lucebert waar een aantal kern-elementen en metaforen van mijn leven samenkomen ( …toevallig ben ik namelijk ook bezig met Apollinaire..)
 
“De droom van Apollinaire”
 

Lucebert, De droom van Apollinaire, 1972
 
[Meer schilderijen van Lucebert klik hier]
 

Nu mijn droom.
 
Ik droomde over een belangrijke relatie die over is, en ik zag in mijn droom de maan- als een maan en een schedel…
 
Ik herinner me niet de merge tussen schedel en maan ooit te hebben gezien, maar op internet zijn er veel versies van te vinden.
 

Maan schedel

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Door het ijs gezakt: Georg Heym

11 comments

Door het ijs gezakt: Georg Heym


“IJs vinden Duitsers maar eng” schrijft Sander van Walsum vandaag in een geestig artikel in de Volkskrant (p 4).

Van Walsums artikel doet  me sterk denken aan de Duitse dichter Georg Heym, die in 1912 in Berlijn door het ijs in de Havel zakte.

Günter Grass heeft een hoofdstuk in zijn boek “Mein Jahrhundert”, 1912, aan Heym gewijd. Hier het aquarel dat Grass bij dit hoofdstuk had gemaakt.

En hier Heyms griezelig oorlogs-ijs- gedicht dat misschien ook in deze tijden van ijs en oorlog (Gaza) past.

 

Georg Heym:

Der Krieg  (1911)

Aufgestanden ist er, welcher lange schlief,
Aufgestanden unten aus Gewölben tief.
In der Dämmrung steht er, groß und unerkannt,
Und den Mond zerdrückt er in der schwarzen Hand.

In den Abendlärm der Städte fällt es weit,
Frost und Schatten einer fremden Dunkelheit,
Und der Märkte runder Wirbel stockt zu Eis.
Es wird still. Sie sehn sich um. Und keiner weiß.

In den Gassen faßt es ihre Schulter leicht.
Eine Frage. Keine Antwort. Ein Gesicht erbleicht.
In der Ferne wimmert ein Geläute dünn
Und die Bärte zittern um ihr spitzes Kinn.

Auf den Bergen hebt er schon zu tanzen an
Und er schreit: Ihr Krieger alle, auf und an.
Und es schallet, wenn das schwarze Haupt er schwenkt,
Drum von tausend Schädeln laute Kette hängt.

Einem Turm gleich tritt er aus die letzte Glut,
Wo der Tag flieht, sind die Ströme schon voll Blut.
Zahllos sind die Leichen schon im Schilf gestreckt,
Von des Todes starken Vögeln weiß bedeckt.

Über runder Mauern blauem Flammenschwall
Steht er, über schwarzer Gassen Waffenschall.
Über Toren, wo die Wächter liegen quer,
Über Brücken, die von Bergen Toter schwer.

In die Nacht er jagt das Feuer querfeldein
Einen roten Hund mit wilder Mäuler Schrein.
Aus dem Dunkel springt der Nächte schwarze Welt,
Von Vulkanen furchtbar ist ihr Rand erhellt.

Und mit tausend roten Zipfelmützen weit
Sind die finstren Ebnen flackend überstreut,
Und was unten auf den Straßen wimmelt hin und her,
Fegt er in die Feuerhaufen, daß die Flamme brenne mehr.

Und die Flammen fressen brennend Wald um Wald,
Gelbe Fledermäuse zackig in das Laub gekrallt.
Seine Stange haut er wie ein Köhlerknecht
In die Bäume, daß das Feuer brause recht.

Eine große Stadt versank in gelbem Rauch,
Warf sich lautlos in des Abgrunds Bauch.
Aber riesig über glühnden Trümmern steht
Der in wilde Himmel dreimal seine Fackel dreht,

Über sturmzerfetzter Wolken Widerschein,
In des toten Dunkels kalten Wüstenein,
Daß er mit dem Brande weit die Nacht verdorr,
Pech und Feuer träufet unten auf Gomorrh.
 
 

Morbide slangen: het leven is maar een droom

20 comments

 

Ik houd van de Duitse barokliteratuur: de gedichten van Gryphius en van de beroemde barokroman Simplicius Simplicissimus van Grimmelshausen.

De Asam-Kerk in München (St. Johann Nepomuk ) kende ik niet van binnen, maar ik nam me voor om ernaar toe te gaan, zodra ik weer in München ben.

Nu ben ik er geweest.

Indrukwekkend, en zo barok het maar kan.
Rechts van de ingang, boven aan de muur, zag ik een levende dode, die een gouden slang om zijn borst en armen gewonden had: een bijzonder en opvallend motief.


Een ander wraakengel-figuur erboven had zelfs een cobra (?) om zijn arm.

Ik heb op internet gezocht, wie de levende dode zou kunnen zijn, en ik vond zeerinteressante informatie.

De afgebeelde scène is afkomstig uit een tragikomisch Jezuitendrama:  Jakob Bidermanns ‘Cenodoxus, in feite een literaire voorloper van Goethes Faust:

“Just after entering St. Johann Nepomuk in Munich […] we see on top of the confessional a sculptural group showing a corpse, entwined by snakes, one arm raised in anger, the mouth opened in a scream. Towering over the restless corpse a man, perhaps a monk, raises his right arm in a gesture that does not so much extend help as establish distance. This gesture is echoed by the putto below, who uses one of his wings to shield his eyes from the disturbing vision.

MORS PECCATORUM PESSIMA, proclaims the inscription above: “The death of sinners is the worst.”

Egid Quirin Asam’s contemporaries would have had no difficulty recognizing in this group a representation of the last scene of Jakob Bidermann’s Cenodoxus. The play closes in heaven. After a very sudden death, the doctor of Paris, who with Faust-like pride had sought to raise himself beyond the human condition, is called before God’s judgment throne and condemned to eternal suffering. Meanwhile, on earth, those mourning the death of this honored man are frightened by the corpse’s refusal to lie still. Three times it raises itself and speaks, the first two times to report an the trial taking place in heaven, the third time to tell of the judgment and to curse both the mother who bore him and himself. One of those watching this terrifying spectacle, a certain Bruno, recognizing the vanity of what the world thinks important, leaves society and becomes a hermit. Friends follow his example (Bruno is the founder of the Carthusian order); their example in turn was followed by members of the audience. The theatrical performance spilled over into life.

It is a typically baroque conclusion. The obsession with time and death, the emphasis on pride that refuses to acknowledge man’s mortality, are thoroughly Christian, and especially baroque.
[..]  Even the most powerful are not masters of their lives. Life is like smoke, pulled apart by a strong wind; or like a carnival play, or like a firework that, hardly begun, is already over.
In poem after poem, play after play, we hear the same refrain:
Vita enim hominum,
Nil est, nisi somnium,

as Bidermann’s Chorus mortualis sings. “We are such stuff as dreams are made on.”

——————Zo ver Karsten Harris. ——————————————-

Wat me bijzonder aantrekt in de barokke kunst, en het bijzonder in deze Asam-kerk: de mengeling van genres, vooral van beeldende kunst en toneel.

Nog bij de citaten uit Cenodoxus:
Vergelijk ook: Shakepeare, The Tempest:
We are such stuff
As dreams are made on; and our little life
Is rounded with a sleep
.”

En: Goethe, Faust, Zueignung ( = de tekst die helemaal aan het begin van Faust staat)  over de schaduwwereld van de herinnering. Goethe spreekt hier zijn eigen verzonnen figuren aan, die hem zijn leven lang hebben begeleid. Zijn tekst spiegelt veel van wat ik voel als ik in München ben:

“Ihr naht euch wieder, schwankende Gestalten,
Die früh sich einst dem trüben Blick gezeigt.
Versuch ich wohl, euch diesmal festzuhalten?
Fühl ich mein Herz noch jenem Wahn geneigt?
Ihr drängt euch zu! nun gut, so mögt ihr walten,
Wie ihr aus Dunst und Nebel um mich steigt;
Mein Busen fühlt sich jugendlich erschüttert
Vom Zauberhauch, der euren Zug umwittert. Ihr bringt mit euch die Bilder froher Tage,
Und manche liebe Schatten steigen auf;
Gleich einer alten, halbverklungnen Sage
Kommt erste Lieb und Freundschaft mit herauf;
Der Schmerz wird neu, es wiederholt die Klage
Des Lebens labyrinthisch irren Lauf,
Und nennt die Guten, die, um schöne Stunden
Vom Glück getäuscht, vor mir hinweggeschwunden.”

Ik heb nog veel meer interessante slangen gevonden in München, hier een foto uit de Frauenkirche, waar slangen zo te zien het vlees wegvreten rond de beenderen van een mens.

Ik houd van deze groteske kunst, een contrapunt tot al de saaie geïdealiseerde heiligen!

De dood, toneel en Don Quichot

17 comments

Al in de voorrede van Cervantes’ Don Quichot komt de macht van de dood ter sprake. De oden van Horatius worden aangehaald :
“Pallida mors aequo pulsat pede pauperum terbernas,
Regumque turres.”
(De bleke dood komt in de huisjes van armen net zo als in de kastelen van de rijken) .

Hans Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

In het tweede boek van Don Quichot komen Don Quichot en Sancho een kar tegen “beladen met de uiteenlopendste en vreemdste personages en gedaanten die men zich kan voorstellen. De man die de muildieren leidde en als voerman dienstdeed was een afstotende duivel. De kar was open en had geen huif of rieten zijschotten. De eerste gedaante die zich aan Don Quichots ogen voordeed, was die van de Dood zelf met een mensengezicht, naast de dood zat een engel met een paar grote beschilderde vleugels; aan de andere kant zat een keizer met een zo te zien gouden kroon op zijn hoofd; aan de voeten van de Dood zat de god die zij Cupido nemen, zonder blinddoek voor zijn ogen maar met zijn boog, koker en pijlen. Er was ook een ridder die van top tot teen was gestoken in wapenstukken, behalve dat hij geen stormhoed of andere helm op zjn hoofd had, maar een hoed van bonte pluimen; en behalve zij waren er nog anderen met verschillende gewaden en maskers. […]
De voerman liet stoppen en zei: “Heer we zijn spelers van de toneelgroep Angulo de Boze, we hebben vanmorgen […] De hofhouding van de Dood gespeeld.” (2, 11)

In het volgende hoofdstuk beschrijft Don Quichot zijn theorie van toneel en dood :
“[Sancho, ik wil dat je het toneelstuk zelf welwillend bejegent] , en dientengevolge ook degenen die ze spelen en schrijven, want het zijn stuk voor stuk werktuigen die het gemenebest een groot goed bewijzen door ons alsmaar een spiegel voor te houden waarin het doen en laten in het menselijk bestaan levensecht te zien is, en er is gen vergelijking die getrouwer uitdrukt wat wij zijn en behoren te zijn dan een toneelstuk en zijn spelers. […] De een speelt voor pooier, de ander voor bedrieger, die is koopman, die soldaat, weer een ander de slimme zot […] maar al het stuk uit is en zij ontdoen zich van hun toneelkleren, zijn alle spelers gelijk. […] Hetzelfde gebeurt in het toneelstuk in de handel en wandel op deze wereld, waarin sommigen voor keizer spelen, anderen voor paus, alle rollen alle rollen die in een stuk voorkomen, maar kom je aan het einde, dus wanneer het leven ophoudt, dan ontneemt de dood iedereen de kleren die hen daarvoor onderscheidden en liggen zij als gelijken in hun graf.”

.

(On)gezellige kerst: kerstmis als dodendans: Kalervo Palsa

5 comments

Bijna de helft van de mensen zou met kerst de benen willen nemen, schrijft Aleid Truijens in de Volkskrant. De plicht tot oergezelligheid drukt zwaar op de mensen…

Kalervo Palsa, Kerstspel

Voor iedereen die de kerstdagen de hals uithangen dit schilderij van Kalervo Palsa. De NRC had een treffende kop voor Palsa: “De dood als terugkerende huisvriend”.
Naast het schilderij “Kerstspel” hing in de Hallen in Haarlem er nog eentje met de dood als kerstman.

Palsa is niets voor gevoelige zielen, hij is geobsedeerd en pervers. Maar sommige van zijn schilderijen zijn zeer aansprekend. Expressief.

Palsa is sterk beïnvloed door James Ensor (voor Ensor-blogs klik op de tag)

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Meest recente berichten