Wetenschap Kunst Politiek

Economie, moraal, neocons

53 comments

“Het kwaad komt bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (Aldus Kees Schuyt in zijn Leidse Cleveringalezing 2006, Democratische deugden p.11)

En verder: “Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analyse van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”

Het zware deugden-moralisme van Roger Scruton en de heren van de Edmund Burke Stichting laat de vrije markt en het ongebreideld kapitalisme volledig buiten schot. De markt was voor Edmund Burke, en is nu voor de Burkianen: heilig. Het feit dat familie en moraal ondergraven worden door een ongebreideld kapitalisme is voor deze moralisten geen probleem.

De rechts-liberale moraal die de blind is voor de demoraliserende werking van de markt is niet pas ontstaan sinds de Leidse heren zich verbonden hebben in de Burke Stichting. Al in 1995 verscheen een zwaar moralistisch geschrift van de Teldersstichting, met de titel Tussen vrijblijvendheid en paternalisme, waarvan zowel Kinneging alsook Cliteur medeauteurs waren.

Marel ten Hooven: “De deugden die de Teldersstichting als behartigenswaardig opsomt, wekken de associatie met Greshoffs heren: fatsoen, gehoorzaamheid aan regels, respect voor andermans bezit, eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid. Toch ligt het iets genuanceerder, om niet te zeggen doortrapter. Het addertje komt elders in het boekje onder het gras vandaan, waar de auteurs het liberale stelsel en de markt als doelen van deugdzaamheid formuleren: ‘Bepaalde deugden zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van een liberale maatschappij. Zo kan de markt niet adequaat functioneren als mensen zich niet aan afspraken houden of elkaars bezit niet respecteren.’
Ook bij nadere beschouwing van het rijtje te bevorderen deugden rijst het vermoeden dat behoud van de liberale maatschappij de moraal van het verhaal is. In het oog springt dat de auteurs beginselen als eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid opeens tot deugden verheffen. Sterker nog, wie in het geschrift van de Teldersstichting op zoek gaat naar de consequenties die het liberale ethos voor het concrete beleid zou hebben, ontdekt dat ze vooral betrekking hebben op deze twee ‘deugden’. Het betoog mondt uit in een pleidooi voor de waarborgstaat, waarin de overheid slechts minimale bestaanszekerheid biedt en de burger voor elke aanvullende zekerheid is aangewezen op zijn zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. […]
De werkelijke moraal van het verhaal blijkt dan ook Weg met de verzorgingsstaat te zijn. In de woorden van de auteurs: ‘Een groot probleem van de verzorgingsstaat is dat burgers de verantwoordelijkheid voor zaken op de overheid afschuiven en anderen voor hun fouten laten opdraaien. Als men mensen wil aansporen tot fatsoenlijk gedrag, is het confronteren van hen met de consequenties van de eigen handelwijze van wezenlijk belang.’
Klaas Groenveld, de directeur van de Teldersstichting, vatte bij de presentatie van het geschrift de analyse in bondiger woorden samen: ‘De verzorgingsstaat is de bron van cynisme, afwentelend gedrag en excessieve regelgeving.’ “[1]

De (rechts)liberalen beschouwen de verzorgingsstaat als de bron van cynisme –  niet hun eigen dubbele moraal. Peter Bakker, GroenLinks Breda: “Het voornaamste wat de mensen in [de Burke] stichting lijkt te binden, is de behoefte om met een intellectualistisch rookgordijn een gezamenlijke karakterfout te maskeren: het onvermogen om voorspoed te delen met de medemens.” (de Volkskrant, 20-9-2004)

De Burkiaanse kritiek op egoïsme en materialisme is blind voor de eigen onwil om welvaart voor achtergestelde groepen te creëren.

Kinneging zet zwaar in op de moraal van het gezin. Tegelijkertijd vindt men bij hem geen reflectie op het feit dat door hem en/of anderen (Bolkestein)  aanbevolen liberale maatregelen zoals de afschaffing van het minimumloon en de versoepeling van de ontslagregels gevolgen hebben voor de gezinsvorming van vooral laaggeschoolde partners.  Als beide partners zich gedwongen zien tot werken, om het hoofd boven water te houden, wordt het moeilijk de Europese bevolking op peil te houden tegen het oprukkende Aziatische gevaar, zoals Kinneging dat wil: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.”[2]

Het cynisme van goed en kwaad reduceert alle problemen tot private deugden en tot de handhaving van de openbare orde. De sociale en economische politiek wordt principieel niet kritisch bekeken, en behalve op het gebied van Law en Order mag de overheid niet actief zijn. Dick Pels: “[Volgens Kinneging moeten], anders dan in de persoons- en gezinsethiek, waarin de kwade aandriften van de mens door morele opvoeding moeten worden beteugeld, de ondeugden bij de inrichting van de markt en de staat juist tegen elkaar worden uitgespeeld. In de economie zorgt het najagen van eigenbelang (hebzucht) immers voor welvaart via de onzichtbare hand van de markt (Adam Smith). In de staat wordt tirannie vermeden door ambitie (machtswellust) tegenover ambitie te stellen, en de machten te scheiden en tegenover elkaar te balanceren (de Amerikaanse Founding Fathers).”

Theo Brand (Groen Links):”Ruimte voor eigen initiatieven van burgers en een actieve overheid sluiten elkaar niet uit, maar hebben elkaar juist nodig om de vrije markteconomie te begrenzen. De wereldwijde economische globalisering vormt immers de revolutionaire kracht bij uitstek en is op dit moment de ultieme bedreiging voor traditionele waarden en gemeenschappen. Een waarachtige antirevolutionaire politiek kan in de 21ste eeuw kan niet anders dan gericht zijn tegen ongebreideld kapitalisme.
De contradictie van het conservatisme is dat deze op geen enkele wijze duidelijk maakt hoe de revolutionaire kracht van het wereldwijde kapitalisme -die onvermijdelijk is- in goede banen geleid kan worden. Het pleidooi voor een terugtredende overheid vergroot daarentegen juist de mogelijkheden van deze mondiale revolutie. Wie traditionele waarden en gemeenschappen wil beschermen en tegelijk ruim baan biedt aan ongebreideld kapitalisme, komt in een spagaat terecht die elke maatschappelijke progressie onmogelijk maakt.” (Trouw, 5-12-2003)

Ter afsluiting nog een bijzonder aardig Scruton-citaat: “Al dat gezeur over de armen… nu iedereen twee auto’s heeft en op vakantie gaat naar het Caribisch gebied. Het is flauwekul om over ‘de armen’ te praten. Iedereen in West-Europa is té welvarend, ze weten niet wat ze met hun geld moeten doen en vervelen zich te pletter…’ (de Volkskrant, 6-1-2006)

Eigenlijk zou men moeten lachen als het niet zo treurig was.

 



[1] Trouw, 20-6-1995. [2] Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


De moraal van Primo Levi: humor en speelsheid

20 comments

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues). Recentelijk heeft de Leidse Cleveringahoogleraar Kees Schuyt de moraal van Primo Levi als uitgangspunt genomen voor een alternatief model van deugden, dat een moderne en onheroïsche vorm van het klassieke deugdenideal wil zin.
Helena vroeg gisteren verrast naar het deugdenmodel van Levi. Zij verwees naar het Levi’s boek Is dit een mens. Een belangrijk gedicht uit dit boek geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:

Is dit een mens

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi ( tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

Kees Schuyt vat het door Gordon bij Levi gevonden systeem van deugden samen als volgt:

“Allereerst zijn er vier ethische deugden: goed kijken en nauwkeurig observeren,bijvoorbeeld hoe de Duitsers de taal verkrachtten, waardoor ze hun onschuldige gevangenen vernederden en waardoor het geweld jegens medemensen minder remmingen ondervond.

De tweede deugd sluit hierbij aan: zorgvuldig en precies taalgebruik, weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je iets moet zeggen (dit is niet hetzelfde als politiek correct taalgebruik). Taal is wezenlijk voor iemands identiteit. Slordige en vuile taal beledigt en maakt de weg vrij voor geweld.

Herinneren en ervaringen vastleggen in het geheugen is de derde moderne deugd. Primo Levi wilde getuigenis afleggen van de barbarij die hij en miljoenen anderen moesten meemaken. Een samenleving die haar geheugen kwijt is geraakt of er geen belang meer in stelt, wordt hard en onmenselijk.

De vierde ethische deugd is vindingrijkheid, de mogelijkheid om slim om te gaan met wat je om je heen aantreft, weten waarvoor je gewone dingen ook anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stuk ijzerdraad om je broek op te houden of weten hoe je enkele druppels water kunt veroveren uit een kapotte kraan.

De vier volgende, door Gordon helder beschreven en benoemde, deugden zijn vooral praktisch van aard: een gevoel voor maat en grens (dit beantwoordt nog het meest aan de klassieke Griekse deugd), een houding van ‘trial and error’, hetgeen neerkomt op het durven maken van fouten en er tegelijk van willen leren.

Vervolgens noemt Gordon ‘dingen in het juiste perspectief zien’, kritisch en opnieuw naar zaken durven kijken, niet overdrijven, niet minimaliseren, niet majoreren, niet moraliseren, maar realistisch de werkelijkheid onder ogen zien.

De laatste praktische deugd is creativiteit: zich flexibel en inventief kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende omstandigheden. Een begin maken met iets, initiatief nemen en nieuw durven te beginnen aan iets. Scheppend ordenen. Hierin ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar, de scheikundig onderzoeker en literator.

Daarna komen drie sociale deugden, die voor het sociale leven onontbeerlijk zijn: common sense, vriendschap en het vertellen van verhalen.

Common sense is meer dan gezond verstand en anders dan wat iedereen vindt. Het is een beroep doen op wat iedereen altijd al wist, omdat het bij de onmiskenbare eigenschappen van mens-zijn hoort. Het is ook het gevoel van gemeenschappelijkheid, ‘sense of the common’. Zo wordt vriendschap niet uit nut geboren, maar komt ze voort uit gemeenschappelijke ervaringen, uit samen dingen doen of ondergaan. Levi is de verteller bij uitstek, die niet ophoudt anderen wakker te houden, letterlijk in het kamp, figuurlijk na de oorlog.

‘Story telling’ is al vaker als een belangrijke vorm van overdracht van morele waarden beschouwd, maar bij Levi wordt het een levensfilosofie: ik vertel, dus wij bestaan. Het vertellen van een levensverhaal van elk gewoon mens schept een band en kent een plot die ons iets vertelt. Een sprookje boort de morele intelligentie van kinderen aan. Literaire verbeelding scherpt de morele sensitiviteit van volwassenen.

Twee onmisbare persoonlijke deugden sluiten de rij: humor en speelsheid. Met enige ironie naar jezelf kijken maakt vrij en spontaan plezier hebben in wat we met elkaar doen of wat we met elkaar uitspoken, geeft een bevrijding van alledaagse lasten.

Kortom, zo zegt Primo Levi in zijn gehele oeuvre, de verbetering van de onderlinge verstandhouding tussen mensen ligt niet besloten in de grootse en meeslepende daden en in de grote, oude deugden, maar in de dagelijkse oefening in kleine deugden. Iedereen die wil kan er in alle omstandigheden direct mee beginnen.”
(Steunberen van de samenleving, 2006, p 304 ff. )

Verhalen vertellen als een deugd/Kees Schuyt, Primo Levi, Walter Benjamin

14 comments

Fatsoenrakkers hechten grote waarde aan een klassieke deugdenethiek, met zware en heroïeke deugden zoals eer en moed.

Een veel aansprekender model heeft Kees Schuyt voorgesteld, in navolging van Robert S.C. Gordon en Primo Levi. (In: Steunberen van de samenleving) Deze alledaagse deugdenethiek van kleine deugden omvat bijvoorbeeld: goed kijken en observeren; zorgvuldig en precies taalgebruik; een gevoel voor maat en grens; vindingrijkheid; het durven maken van fouten; herinneren en ervaringen vastleggen; humor en speelsheid. Deze kleine deugden maken maatschappelijke kritiek mogelijk, maar bemoedigen, anders dan Kinnegings grote deugden, geen maatschappelijk polariserend gedrag.

Een van de door Robert Gordon en Primo Levi beschreven deugden is het vertellen. Ik weet niet of ik vind dat het nodig is het vertellen als een deugd op te poetsen, maar ik zal hier een paar van de gedachten van Gordon weergeven, belangrijk voor alle bloggers die ten slotte vertellers zijn. Gordon beroept zich in dit hoofdstuk over vertellen sterk op Walter Benjamin.

”Friends tell each other stories; by telling each other stories […] two interlocutors become friends. The ethics of friendship and the ethics of storytelling are deeply intertwined. In Primo Levi […] stories, real or invented[…] are his best defense against reductive generalization and over-simplification , and at the same time they foment his ethical inquiry, never stalling at the merely anecdotal. “
Walter Benjamin heeft ook de morele dimensies van het vertellen onderstreept, de verborgen moraal die in elk verhaal ligt.

Zijn er dan geen slechte verhalen? Ja wel: “A bad storyteller tells us much about storytelling, as figures such as Tristan Shandy or Boccaccio’s Madonna Oretta.” (Gordon, Robert S.C., Primo Levi’s ordinary virtues)

Verhalen vertellen is naar mijn mening alleen maar een deugd als er voldaan wordt aan een paar belangrijke criteria: openheid, kwetsbaarheid, complexiteit van mens- en wereldbeeld, en ook voldaan wordt aan de overige “kleine deugden” van Primo Levi, zoals humor en speelsheid.

De Leidse Cleveringa-oratie van Kees Schuyt: Democratische deugden

14 comments

Op maandag 27 november sprak prof.dr. Kees Schuyt de Cleveringa-rede uit aan de Universiteit Leiden, met de titel Democratische deugden.

Ik ben heel erg blij met deze rede die zeer veel gemeen heeft met mijn kritisch onderzoek over de Burke Stichting. Dit is geen toeval. Mijn onderzoek over de Leidse Burke Stichting en het intellectueel rechtspopulisme is sterk geïnspireerd door Schuyt, die zich op 1 juli 2005 in de Leidse Pieterskerk tegen een simpele veroordeling van de jaren ’60 door Leidse hoogleraren keerde. Hij eindigde toen met de woorden:
“Telkens opnieuw verzet aantekenen
Nieuwe rebelse tijden ontketenen!”

In zijn Leidse Cleveringa-oratie Democratische deugden keert zich Kees Schuyt tegen het vijand-denken van de Burke Stichting en de neoconservatieven. Mijn onderzoek ligt in het verlengde van hetgeen Kees Schuyt in de Pieterskerk en in zijn Leidse oratie zei, en hetgeen hij schreef in zijn columns en boeken zoals zijn recent verscheen Steunberen van de samenleving (2006).

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringa–oratie ook uitgebreid in op Bart Jan Spruyt, het neoconservatisme en Carl Schmitt ( vgl mijn eerdere blog over Schmitt en mijn onderzoek) . Over de nazi Schmitt, die het denken van sommigen Burkianen sterk heeft beïnvloed, schrijft hij: “Het vriend-vijanddenken werd tot het uiterste aangescherpt door de nationaal-socialistische rechtsgeleerde Carl Schmitt die in1932 de legale machtsovername juridisch voorbereidde en legitimeerde […] . Scherpe tegenstellingen vormen het wezen van de politiek, beweerde Schmitt, en de vijand die een existentiële bedreiging van het eigen ik vormde moest met alle geweld bestreden worden. De theoretische vijand in zijn rechtsleer was de eeuwige vijand uit Hitlers Mein Kampf.” (p. 16)

Andere belangrijke citaten uit Schuyts rede:
“Groepstegenstellingen kunnen worden gecreëerd, aangewakkerd, gemanipuleerd en uitgebuit, zoals de geschiedenis talloze malen heeft laten zien”. (p.14)
“Polarisatie staat tegenover pluralisme en het verdragen van complexiteit. ‘De complexe, gelaagde, naar alle kanten pluralistisch bepaalde problemen van de werkelijkheid verlangen dikwijls gelaagde en complexe oplossingen die conflictspanningen voorlopig verdragen, gecompliceerde kwesties openhouden en verschillende alternatieven beproeven’[Hacker] . Vereenvoudigingen […] leiden tot monocausale verklaringen, die gaan werken als zichzelf waarmakende voorspellingen.” ( p.33)
“Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analysen van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”
“Het kwaad [komt] bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (p.11)

Meest recente berichten