Wetenschap Kunst Politiek

The Journal of Extraterrestrial Studies

2 comments

Maarten Keulemans meldt vandaag in de Volkskrant dat hij een wetenschappelijk tijdschrift zal beginnen, het Journal of Extraterrestrial Studies.

Buitenaardse microben, virussen uit de ruimte, verdachte codeboodschappen in uw dna. Ook voor al uw ontkrachtingen van relativiteitstheorie en bewijzen voor koude kernfusie.”

Ik heb alvast een historische bijdrage voor zijn tijdschrift: “Christiaan Huygens over buitenaardse astronomen en musici”.

In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Huygens dat de planeten bewoond zijn.


Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.


Alien ontbijt

Huygens werd door veel denkers en wetenschappers serieus genomen.

Ik lees Huygens’ teksten over buitenaardse wezens als een mooie satire, en als een parodie op Descartes. Huygens is net zo serieus als Keulemans.

Huygens was Cartesiaan en ging in veel van zijn onderzoeken uit van de theorieën van Descartes, maar eindigt in zijn laatste tekst met een scherpe kritiek op verschillende aspecten van het denken van Descartes. Een van de dingen die Huygens het meest afstoten aan Descartes is het feit dat Descartes zijn gissingen en ficties als waarheden verkocht. Naar mijn mening geeft Huygens aan zijn Descartes-kritiek een ironische vorm door het cartesiaanse denken (= verwarren van hypotheses en zekerheden) in de praktijk te brengen in zijn eigen  argumentatie over buitenaardse wezens.


Alien Muziek

Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.

Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

11 comments
 Descartes Discours de la Methode

Descartes Discours de la Methode

Christiaan Huygens is Cartesiaan, ten minste, hij wandelt in de voetstappen van Descartes, met een “Mechanisering van het wereldbeeld”. Veel van Huygens’ onderzoeken en gedachten borduurt verder op de schriften van Descartes. In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) schrijft Huygens uitgebreid en kritisch over Descartes. Huygens was bevriend met de Duitse anti-cartesiaan Leibniz, en de gedachten van Huygens in de “Cosmotheoros” liggen zeer dicht in de buurt van Leibniz.

Woedend keert zich Huygens tegen de rationalistische visie van Descartes, uitgewerkt in de Discours de la Methode, dat dieren zielloze “automaten” zijn:

 Descartes Discours de la Methode Dieren hebben geen ziel

Descartes Discours de la Methode Dieren hebben geen ziel

“[…] zekere nieuwe Wijsgeren [Te weten de Kartezianen], die alle andere Dieren, behalven den Mensch, alle gevoel ontnemen, der mate, dat zy die voor enkele van-zelfs-bewegende konststukken [Automata], of goochelpoppen [Neurospasta] willen gerekent hebben; welker ongerymde en harde meining ik verwondere dat van iemand kan aangenomen werden; voornamentlijk daar de Beesten zelve met haar stem, en met slagen te ontwyken, en alzins, het tegendeel toonen. Ja ik twijfele naauwlijks, of de Vogels voelen dat dat wonderlijk en aardig vliegen door de Lucht haar vermaakt; t welk zy nog meer zouden voelen, indien zy verstonden, hoe verre onze loome en lage gang voor haar snelheid en hooge vlugt moet wyken.”

Maar Huygens gaat nog veel verder dan de meeste verdediger van de dieren. Hij wil de dieren zelfs boven degene mensen plaatsen, die een geroutineerd leven leiden:

“Mijns erachtens, voor zoo verre de menschen alleen bezig zijn, om hun zelven van noodige zaken te verzorgen; namentlijk dat zy tegen de ongemakken van de Lucht beveiligde woningen hebben; dat zy in vestingen besloten tegen hunne vianden wagt houden; dat zy hunne kinderen op voeden; en voor die, en voor hun zelven, de kost winnen; in dit alles schijnt het gebruik der Reden niets groots te hebben, waarom wy ons boven de redenlooze dieren zouden stellen: want zy doen de meeste van die dingen met meer gemak, en eenvoudigheid, dan wy; en sommige hebben zy niet van nooden. Wat anders dog maakt de bevatting [Sensus] van Deugd, en Regtvaardigheid, om welke wy terstond zeiden dat het menschelijk verstand [Mens] uitmuntte, desgelijks van Vriendschap, Dankbaarheid, en Eerlijkheid; dan dat daar door de gebreken der menschen worden tegengegaan, of het leven gerust en vry gemaakt word van t ongelijk dat men elkanderen aandoet? t welke onder de Beesten van zelfs, en door de leiding van de Natuur, geschied. By aldien wy nu ons voor oogen stellen de veelvuldige bekommeringen, t hartzeer, de begeerlijkheid, en vreeze des doods, welke altemaal onze Reden vergezelschappen; en indien wy die met het gemakkelijk, stil, en onnoozel, leven der Beesten vergelijken: zoo schynen de meeste derzelver, en voornamentlijk uit het geslagt der Vogelen, vermakelijker te leven, en een beter lot te genieten, dan de Menschen. Want wat de lijffelijke wellusten aangaat, de Beesten worden zonder twijfel daar door zoo wel bekoort als wy”

Met andere woorden: de mens die alleen voor het noodzakelijke leeft, voor het alledaagse, heeft tegenover beesten een minderwaardige positie.


Ik kan Huygens geen ongelijk geven!

Hond en kat Hund und Katze dog and cat foto: Maria Trepp

Hond en kat foto: Maria Trepp


Voltaire keert zich, in navolging van Christiaan Huygens, satirisch tegen Descartes’ gedachte dat dieren geen ziel hebben, In Voltaires sciencefiction Micromégas komen buitenaardse reuzen naar de aarde en zien de mensen als insecten. De buitenaardse reuzen denken in eerste instantie, dat deze mensen-insecten vast geen ziel zullen hebben!

Zie mijn vertaling van Micromégas , waar zowel Huygens alsook Descartes figureren naast twee reuzen-aliens….

Meer over Christiaan Huygens zie hier

 

maria trepp

Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

14 comments

In zijn “Cosmotheoros” (1698) keert zich Christiaan Huygens scherp tegen de astrologie. Dit verbaasde mij omdat ik dacht dat astrologie en astronomie in de 17e eeuw nog goed samen gingen.

 

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

Bij mijn speurtocht naar historische kritiek op de astrologie vond ik veel interessant materiaal. Niet alleen natuurkundigen zoals Descartes en Huygens keerden zich tegen de astrologische volksverlakkerij. Ik vond ook dat een aantal Lutherse dominees al in het begin van de 17e eeuw fel ten strijde was getrokken tegen de dwaalleer van de astrologie (voorbeeld: Henning Friedrich, Gründliche Widerlegung der Abergläubischen Astrologorum, 1624).

 

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

De indruk dat astronomie en astrologie nog goed samen gingen in de 17e eeuw ontstaat vooral door Kepler en door Newton. Maar Kepler had een beperkend-kritische visie op astrologie, en Newton was weliswaar theoloog en alchimist, maar keerde zich toch tegen de astrologie.

Wikipedia: “It is a commonly held belief among astrologers that Isaac Newton had an interest in astrology. However, Newton’s writings fail to mention the subject and the handful of books in his possession that contained references to astrology were primarily concerned with other subjects such as the writings of Hermes Trismegistus (and mentioned astrology only in passing). In an interview with John Conduitt, Newton said that as a young student, he had read a book on astrology, and was “soon convinced of the vanity & emptiness of the pretended science of Judicial astrology”.

Huygens schrijft in de Cosmotheoros:

“[…]de Starrekragtkunde [=Astrologie] om daar uit aanstaande dingen te voorspellen, welke geen wetenschap, maar een zekere ellendige dweepery is, achte ik niet noemenswaardig […]

Athanasius Kircher "Ekstatische reis"

Athanasius Kircher “Ekstatische reis”

Boos gaat Huygens tekeer tegen de jezuïet Athanasius Kircher, die astrologie en astronomie vermengt in zijn boek “Ekstatische reis‘ (titelblad zie hierboven):

“Van daar vervalt hy [Athanasius Kircher] tot nog andere grooter ongerijmdheden. Want om dat hy zelfs van de Dwaalstarren, in ons Stelsel begrepen, geen ander gebruik weet, keert hy zig tot overlang uitgestampte beuzelingen van de starrekijkers [=Astrologen] , en wil dat zoo vele en zoo groote gevaartens van lichamen ten dien einde gemaakt zijn op dat door haren Verscheiden, en door zekere wetten geregelden, invloed het Heelal behouden werde, en duurzaam blijve; en op dat dezelve invloejingen daarenboven ook op de gemoederen der menschen hare kragten zouden oeffenen. Hy [Athanasius] vertelt dan, ten welgevalle van de Voorzeggingkunst uit de Starren [=Astrologie], dat in de Dwaalstarre Venus hem een geneugelijke en schoone gedaante der dingen voorquam, met een liefelijk ligt, zoetstroomend Water, zeer aangename reuk, en van alle kanten schitterend kristal, In Jupiter een gezonde en zoetriekende Lucht, zeer helder Water, en zilverglanssige Aarde: namentlijk op dat van den invloed dezer twee Starren alle voorspoedige en heilzame dingen op de Aarde en de Menschen zouden afzakken; zulks dat ze die of mooy, en minnelijk, of tot voorzigtigheid, en deftigheid genegen, zouden maken. In Merkurius vond hy ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden. Maar in Mars vertelt hy alles vuil, verderfelijk, stinkend; vlammen, en rook van pik, gezien te hebben. In Saturnus niets als droevige, afschuwelijke, leelijke, en donkere dingen […] “

Dit vond Huygens het allerergste, dat zijn geliefde schitterend mooie Saturnus onder de astrologen in zo’n kwaad aanzien stond.

Rubens Saturnus vreet zijn kinderen

Rubens Saturnus vreet zijn kinderen

De mythologische Saturnus vreet zijn kinderen, dus staat Saturnus in de astrologie voor melancholie en ziekte.
Dat vindt Saturnus-onderzoeker en Saturnus-fan Huygens maar nix.

Hier links Saturnus van Rubens.

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com
 

Meest recente berichten