“Het is de trots van de democratie dat zij lijdt aan een ‘waarheidstekort’. Het democratisch debat vergt juist de voorlopige opschorting van allerlei zekerheden, en een minimale relativering van de eigen standpunten en opvattingen. De waarheid is nooit keihard en onwrikbaar.”
So schrijft Dick Pels vandaag in de Volkskrant.
Ik wil hierbij nog toevoegen: de waarheid is een noodzakelijke utopie, maar nooit meer dan een utopie, dus een onbereikbaar ideaal. Niemand kent “de waarheid”. Het maximale haalbare, en tegelijk de absoluut voorwaarde voor de democratie is een oprecht streven naar de waarheid.
Het oprecht zoeken naar de waarheid is uiterst belangrijk niet alleen in de wetenschap, maar ook in de politiek.
De oprechte waarheidszoeker herkent men volgens mij aan een aantal kenmerken (staat ter discussie!):
- Hij/zij laat tegenstanders tot woord komen, en moedigt afwijkende meningen zelfs aan.
- Hij/zij streeft naar precisie; hij/zij zal in kwestie van de islam dus nauwkeurig en gedetailleerd de (sociale) problemen benoemen, in plaats van vooroordelen te verkondigen en steeds weer te herhalen.
- Hij/zij probeert niet alleen tegenstellingen politiek aan te scherpen, hij/zij verbindt zich ook aan de utopie van vrede, van menselijke samenwerking en gemeenschap.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
In de Volkskrant schrijft de Leidse hoogleraar Frits Bolkestein vandaag over het verloren zelfvertrouwen van het Westen. Dit thema is een geliefd neocon-thema, en Bolkestein, die heeft geholpen de Leidse neoconservatieve Edmund Burke Stichting op te richten, heeft van begin aan met de Burke-professoren over dit thema overlegd.
Bolkestein in sein Grensverkenningen, waar de Burkianen Livestro, Kinneging, Michiel Visser en Cliteur herhaaldelijk ter sprake komen: “Vrijdag 31 maart 2000, Lunch met een stel slimme academici in Nieuwspoort, allen leerlingen van Andreas Kinneging, die er ook was; georganiseerd door Joshua Livestro, die nu mijn persoonlijke medewerker in Brussel is […] . Onderwerp van gesprek was het liberalisme, het postmodernisme (en wat daartegen te doen) en het verlies aan zelfvertrouwen van de Europese elite..”
Bolkestein heeft naar mening gelijk: matiging en zelfrelativering behoren tot de kernwaarden van de westerse beschaving (en de intellectuele beschaving), en zijn zeer zeker door de christelijke cultuur sterk beïnvloed.
Hans Boutellier over Bolkestein-zoon Wilders en de Westerse zelfrelativerende zwakte:
“Hij [Wilders] heeft de gespletenheid van het westerse relativisme tot spreken gebracht. Die kent verschillende varianten: We verdedigen het recht op zijn film, maar willen hem niet uitzenden. We omarmen de tolerantie, maar verafschuwen Wilders’ radicalisme. We verwijten hem de provocatie, maar verdedigen het recht op vrije meningsuiting.
We zien de noodzaak van verdediging van onze waarden, maar deze verhinderen ons te kunnen kiezen. Het westerse relativisme – een historisch hoogtepunt van beschaving – ontbreekt het aan het idioom om het te beschermen tegen de fundamentalistische ondermijning ervan. Wilders confronteert ons met deze essentiële zwakte, en noemt dat ten onrechte lafheid. Wat we te verdedigen hebben, is de westerse verworvenheid om zwak te kunnen zijn.
Deze gespletenheid verdraagt geen koste-wat-het-kost-waarheden. Zij ligt ten grondslag aan de ontwikkeling van de wetenschap, aan de democratie en aan de emancipatie van individuen en gemeenschappen onder de conditie dat zij zich voegen naar de gespleten ziel van de vrijheid.” (de Volkskrant 27-3- 2008)
“Prettige” kerstdagen gewenst:
De Burke Stichting als kerstboom
overige Bolkestein-blogs:
Oorlog en handel; Nederland en Mutter Courage
[over Bolkestein en het gifgas, nu zeer actueel zie http://www.vkblog.nl/bericht/293110/Slachtoffers_willen_geld_van_Van_Anraat)]
verder:
Bolkestein: moslims geen recht op eigen scholen
De fata morgana van een moslim-tsunami: Bolkestein en Bernard Lewis
Tegen en voor het consumentisme: Benjamin Barber, Peter Sloterdijk, Frits Bolkestein
Bolkestein, Wilders en Turkije
Guido Derksen over Bolkesteins anti-intellectuele integratiedenken
De deugden van prof. dr. Bolkestein ( 3)
De deugden van Frits Bolkestein (2)
De deugden van Frits Bolkestein (1)
Wilders, het kind van vader Bolkestein/ Turkije
zie ook mijn documentie over de rol die Bolkestein heeft gespeeld in de achtergrond van Edmund Burke Stichting en bij de opkomst van Wilders
http://www.passagenproject.com/conservatisme.html
De Leidse emeritus rechtsfilosofie Herman van Gunsteren staat vandaag op de opiniepagina met een interessant artikel over de PVV.
Eerder heb ik al over de bijdrage van Kinneging en van Van Gunsteren in de martelkwestie geblogged (Leidse hoogleraren over het marteldilemma: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren)
Vandaag hier citaten uit Van Gunsterens interessant boek Vertrouwen in democratie, waar hij tegen een identiteitspolitiek en voor diversiteit in plaats van monocultuur.
Als men in de democratie tot hoogwaardige oordelen en besluiten wil komen, zijn volgens hem een aantal randvoorwaarden vereist, waaronder diversiteit.
Toch zegt ook hij dat een multiculturele samenleving tot problemen kan leiden, namelijk dan, als er geen uitwisseling van informatie tussen onafhankelijke individuen plaats vindt. Als groepen in de multiculturele samenleving hun gang gaan zonder confrontatie en uitwisseling met anderen kan de democratie niet werken. Intelligente zelforganisatie – en de democratie kan in het beste geval een intelligente zelforganisatie zijn – stagneert zonder voldoende diversiteit, maar ook zonder voldoende uitwisseling.
Van Gunsteren pleit voor diversiteit en ervoor “de boel bij elkaar te houden”- hij gebruikt de formulering van de Amsterdamse burgemeester Cohen (die door Ellian tot “de Grote Ayatollah” werd benoemd, die maar beter naar Teheran kan vertrekken). “De boel bij elkaar houden” vertaalt Van Gunsteren met: “rechtvaardig vorm te geven aan lotsverbondenheid” (p. 129)
Van Gunsteren schrijft over de praktische maatregelen waarmee burgerschap wordt gecreëerd:
“De mix van mechanismen waardoor burgerschap verzekerd wordt kan per regiem verschillen en mettertijd veranderen. Recent worden in Nederland in een viertal kwesties van burgerschap de accenten anders gelegd:
- Waar mag de eigen versie van het goede leven gestalte worden gegeven: onzichtbaar achter de voordeur of erkend in de publieke ruimte?
- Is er ruimte voor multiculturaliteit of dient iedere burger zich in de Nederlandse cultuur in te voegen
- Waar wordt burgerschap geleerd: in de praktijk, door te doen, of via cursussen en examens?
- Geldt loyaliteit van burgers jegens allen, of alleen jegens gelijkgezinden van goede wil?
In alle vier kwesties is recent het accent naar het laatstgenoemde alternatief verschoven, d.w.z. naar identiteitspolitiek, assimilatie, inburgering en gelijkgezindheid. De vraag is of hiermee gepaard gaande nieuwe mix van regels en instituties van burgerschap voldoende diversiteit produceert.” (p.132f.)
De huidige regering voert in vergaande overeenstemming met de eisen van Ellian/Cliteur een beleid om het Nederlands burgerschap te bevorderen. Daarmee, zo Van Gunsteren “ doet zij in feite mee aan een identiteitspolitiek die met de neutraliteit van de staat op gespannen voet staat. Burgerschap behelst in deze opvatting meer dan je aan de wet houden en de taal spreken. Het vraagt ook vertrouwdheid met en je invoegen in de Nederlandse cultuur. Wat die cultuur is wordt bepaald in cursussen en examens, alsmede in voorbeeldig gedrag van machthebbers die demonstreren hoe het in Nederland hoort. Burger zijn in deze visie verplicht zich normaal te gedragen. Wie afwijkt doet eigenlijk niet goed mee. Hij is een voorwerp van zorg en aandacht. Zeker nu in de veiligheidsstaat risicoburgers- dat zijn mensen die volgens de experts een gevaar vormen- verdacht zijn.
Vanuit de principes van zelforganisatie bezien betekent dit intomen van diversiteit een ernstig verlies van zelforganiserend vermogen van de democratie.” (p.139)
“De huidige nadruk op Nederlands burgerschap, op burgerzin en op assimilatie in de Nederlandse cultuur, leidt echter al gauw tot een disciplinering in braafheid waardoor het genereren van de voor zelforganisatie onmisbare diversiteit stagneert. “(p. 141)
“De nadruk op wat burgers bindt, op ‘elkaar vasthouden’, heeft een schaduwkant. De mensen van kwade wil, de afwijkenden en onverschilligen worden eigenlijk buiten de kring van burgers geplaatst. Zij zijn misschien wel burgers, maar geen goede, bruikbare burgers. Zij missen burgerzin. Ze beantwoorden niet aan het plaatje van de gewone, fatsoenlijke burger.
Een alternatief voor deze eindplaatjes-benadering van het kabinet Balkenende [en van de Burkianen,M.T] is een meer processuele en conflictuele visie op burgerschap als kernelement van vreedzame zelforganisatie. Die ziet vertrouwen als een bijproduct van de mogelijkheid om gezond te wantrouwen. Medeburgers hoeven niet allen het beste met elkaar voor te hebben. Het is voldoende dat ze zich in het maatschappelijke verkeer niet als vijanden gedragen, maar bereid zijn als tegenstanders binnen een geregeld speelveld conflicten uit te vechten.” (p.143)
de leidse emeritus rechtsfilosofie herman van gunsteren staat vandaag op de opiniepagina met een interessant artikel over de pvv.
ik heb veel gebruik gemaakt van van gunsterens boeken in mijn documentatie over de leidse edmund burke stichting, waar van gunsterens rechtse rechtsfilosofen-collega’s cliteur, ellian en kinneging verzameld zijn.
eerder heb ik al over de bijdrage van kinneging en van van gunsteren in de martelkwestie geblogged (leidse hoogleraren over het marteldilemma: kinneging, mertens, van gunsteren)
vandaag hier citaten uit van gunsterens interessant boek vertrouwen in democratie, waar hij tegen een identiteitspolitiek en voor diversiteit in plaats van monocultuur.
als men in de democratie tot hoogwaardige oordelen en besluiten wil komen, zijn volgens hem een aantal randvoorwaarden vereist, waaronder diversiteit.
toch zegt ook hij dat een multiculturele samenleving tot problemen kan leiden, namelijk dan, als er geen uitwisseling van informatie tussen onafhankelijke individuen plaats vindt. als groepen in de multiculturele samenleving hun gang gaan zonder confrontatie en uitwisseling met anderen kan de democratie niet werken. intelligente zelforganisatie – en de democratie kan in het beste geval een intelligente zelforganisatie zijn – stagneert zonder voldoende diversiteit, maar ook zonder voldoende uitwisseling.
van gunsteren pleit voor diversiteit en ervoor “de boel bij elkaar te houden”- hij gebruikt de formulering van de amsterdamse burgemeester cohen (die door ellian tot “de grote ayatollah” werd benoemd, die maar beter naar teheran kan vertrekken). “de boel bij elkaar houden” vertaalt van gunsteren met: “rechtvaardig vorm te geven aan lotsverbondenheid” (p. 129)
van gunsteren schrijft over de praktische maatregelen waarmee burgerschap wordt gecreëerd:
“de mix van mechanismen waardoor burgerschap verzekerd wordt kan per regiem verschillen en mettertijd veranderen. recent worden in nederland in een viertal kwesties van burgerschap de accenten anders gelegd:
-
Waar mag de eigen versie van het goede leven gestalte worden gegeven: onzichtbaar achter de voordeur of erkend in de publieke ruimte?
-
Is er ruimte voor multiculturaliteit of dient iedere burger zich in de Nederlandse cultuur in te voegen
-
Waar wordt burgerschap geleerd: in de praktijk, door te doen, of via cursussen en examens?
-
Geldt loyaliteit van burgers jegens allen, of alleen jegens gelijkgezinden van goede wil?
In alle vier kwesties is recent het accent naar het laatstgenoemde alternatief verschoven, d.w.z. naar identiteitspolitiek, assimilatie, inburgering en gelijkgezindheid. De vraag is of hiermee gepaard gaande nieuwe mix van regels en instituties van burgerschap voldoende diversiteit produceert.” (p.132f.)
De huidige regering voert in vergaande overeenstemming met de eisen van Ellian/Cliteur een beleid om het Nederlands burgerschap te bevorderen. Daarmee, zo Van Gunsteren “ doet zij in feite mee aan een identiteitspolitiek die met de neutraliteit van de staat op gespannen voet staat. Burgerschap behelst in deze opvatting meer dan je aan de wet houden en de taal spreken. Het vraagt ook vertrouwdheid met en je invoegen in de Nederlandse cultuur. Wat die cultuur is wordt bepaald in cursussen en examens, alsmede in voorbeeldig gedrag van machthebbers die demonstreren hoe het in Nederland hoort. Burger zijn in deze visie verplicht zich normaal te gedragen. Wie afwijkt doet eigenlijk niet goed mee. Hij is een voorwerp van zorg en aandacht. Zeker nu in de veiligheidsstaat risicoburgers- dat zijn mensen die volgens de experts een gevaar vormen- verdacht zijn.
Vanuit de principes van zelforganisatie bezien betekent dit intomen van diversiteit een ernstig verlies van zelforganiserend vermogen van de democratie.” (p.139)
“De huidige nadruk op Nederlands burgerschap, op burgerzin en op assimilatie in de Nederlandse cultuur, leidt echter al gauw tot een disciplinering in braafheid waardoor het genereren van de voor zelforganisatie onmisbare diversiteit stagneert. “(p. 141)
“De nadruk op wat burgers bindt, op ‘elkaar vasthouden’, heeft een schaduwkant. De mensen van kwade wil, de afwijkenden en onverschilligen worden eigenlijk buiten de kring van burgers geplaatst. Zij zijn misschien wel burgers, maar geen goede, bruikbare burgers. Zij missen burgerzin. Ze beantwoorden niet aan het plaatje van de gewone, fatsoenlijke burger.
Een alternatief voor deze eindplaatjes-benadering van het kabinet Balkenende [en van de Burkianen,M.T] is een meer processuele en conflictuele visie op burgerschap als kernelement van vreedzame zelforganisatie. Die ziet vertrouwen als een bijproduct van de mogelijkheid om gezond te wantrouwen. Medeburgers hoeven niet allen het beste met elkaar voor te hebben. Het is voldoende dat ze zich in het maatschappelijke verkeer niet als vijanden gedragen, maar bereid zijn als tegenstanders binnen een geregeld speelveld conflicten uit te vechten.” (p.143)
Op maandag 27 november sprak prof.dr. Kees Schuyt de Cleveringa-rede uit aan de Universiteit Leiden, met de titel Democratische deugden.
Ik ben heel erg blij met deze rede die zeer veel gemeen heeft met mijn kritisch onderzoek over de Burke Stichting. Dit is geen toeval. Mijn onderzoek over de Leidse Burke Stichting en het intellectueel rechtspopulisme is sterk geïnspireerd door Schuyt, die zich op 1 juli 2005 in de Leidse Pieterskerk tegen een simpele veroordeling van de jaren ’60 door Leidse hoogleraren keerde. Hij eindigde toen met de woorden:
“Telkens opnieuw verzet aantekenen
Nieuwe rebelse tijden ontketenen!”
In zijn Leidse Cleveringa-oratie Democratische deugden keert zich Kees Schuyt tegen het vijand-denken van de Burke Stichting en de neoconservatieven. Mijn onderzoek ligt in het verlengde van hetgeen Kees Schuyt in de Pieterskerk en in zijn Leidse oratie zei, en hetgeen hij schreef in zijn columns en boeken zoals zijn recent verscheen Steunberen van de samenleving (2006).
Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringa–oratie ook uitgebreid in op Bart Jan Spruyt, het neoconservatisme en Carl Schmitt ( vgl mijn eerdere blog over Schmitt en mijn onderzoek) . Over de nazi Schmitt, die het denken van sommigen Burkianen sterk heeft beïnvloed, schrijft hij: “Het vriend-vijanddenken werd tot het uiterste aangescherpt door de nationaal-socialistische rechtsgeleerde Carl Schmitt die in1932 de legale machtsovername juridisch voorbereidde en legitimeerde […] . Scherpe tegenstellingen vormen het wezen van de politiek, beweerde Schmitt, en de vijand die een existentiële bedreiging van het eigen ik vormde moest met alle geweld bestreden worden. De theoretische vijand in zijn rechtsleer was de eeuwige vijand uit Hitlers Mein Kampf.” (p. 16)
Andere belangrijke citaten uit Schuyts rede:
“Groepstegenstellingen kunnen worden gecreëerd, aangewakkerd, gemanipuleerd en uitgebuit, zoals de geschiedenis talloze malen heeft laten zien”. (p.14)
“Polarisatie staat tegenover pluralisme en het verdragen van complexiteit. ‘De complexe, gelaagde, naar alle kanten pluralistisch bepaalde problemen van de werkelijkheid verlangen dikwijls gelaagde en complexe oplossingen die conflictspanningen voorlopig verdragen, gecompliceerde kwesties openhouden en verschillende alternatieven beproeven’[Hacker] . Vereenvoudigingen […] leiden tot monocausale verklaringen, die gaan werken als zichzelf waarmakende voorspellingen.” ( p.33)
“Het kwaad komt in een sociaal gewaad; als aanvulling op de sterk moraalfilosofische analyse dient een sociologische en sociaal-psychologische analysen van de mechanismen die het kwaad conditioneren en/of begeleiden.”
“Het kwaad [komt] bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen.” (p.11)