Kunst Wetenschap Politiek

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

35 comments

In zijn column bespreekt Pieter Hilhorst vandaag de vraag wat het echte liberalisme is. Hij vindt de PvdA liberaler dan de PVV.


Ik kan hem niet zonder meer gelijk geven, omdat het liberalisme van begin af aan een Janusgezicht had. Er bestaat een lange traditie van rechts liberalisme (of nationaal-liberalisme, conservatief-liberalisme).
Regelmatig wordt op mijn blogs over conservatisme gereageerd met de stelling dat conservatisme en liberalisme niet samengaan, maar historisch zijn deze beide stroming vaak verenigd geweest in bijzonder nare verbanden en verbandjes, zoals nu ook weer de Edmung Burke Stichting, de denktank van Wilders. Kenmerkend voor het rechtse liberalisme is dat het harde markteconomie met nationalisme, xenofobie en verachting voor kwetsbare mensen en natuur verbindt. Het rechtse liberalisme komt niet op voor diversiteit en pluriformiteit van waarden.
Burkianen zoals Jerker Spits redeneren overtuigend dat er tussen conservatisme en liberalisme geen tegenstelling hoeft te bestaan als het liberalisme “klassiek” wordt opgevat, en dus niet als “ontplooiingsliberalisme”.


Ik vind het helemaal niet vreemd dat Rutte met Wilders wil gaan regeren. VVD en PVV horen samen, Wilders komt uit de schoot van de VVD, en werd lang gesteund door de rechtse Leidse VVD –club met PVV- sympathieën.


De vader van Thomas von der Dunk, de historicus H.W. von der Dunk heeft een uitstekend boekje geschreven over het conservatisme, waar hij ook ingaat op de historisch gezien grote overlappingen tussen liberalisme en conservatisme:

“[…] het organologische denken [is] niet uitsluitend bij deze conservatieven is aan te treffen. In het liberalisme ontstaat eveneens een organologische staats- en maatschappij-opvatting, die zich keert tegen de atomistische puur kwantitatieve maatschappijleer van Verlichting en Revolutie en tegen de gedachte van de volkssoevereiniteit. De Franse doctrinairen Royer-Collard, Victor Cousin en bovenal Guizot streven naar een staat, waarin de verschillende organen elkaar in evenwicht zullen houden; de verschillende organen, met name kroon en volksvertegenwoordiging. Er is geen sprake van, dat zij de kroon willen afschaffen of tot puur executant van de volkswil zouden willen degraderen. Trouwens het volk als zodanig diende door de beschaafde en gegoede bovenlaag van de burgerij te worden gerepresenteerd. “J’étais en même temps lihéral et anti-révolutionnaire, devoué aux principes fondamentaux de la nouveIle société française, et animé pour la vieille France, d’un respect affectueux” schreef Guizot. De constitutionele monarchie, het ideaal van het liberalisme was onmiskenbaar geënt op het Engelse voorbeeld en op Montesquieu (die op zijn beurt door het Engelse voorbeeld was geïnspireerd!) en sloot in zekere zin aan bij Burkes standpunt: elkaar in evenwicht houdende organen, elk met een eigen onafhankelijke wortel en legitimatie aan de top van een in feite gecentraliseerd rationeel staatswezen. Nog veel duidelijker komt de organologische zienswijze bij een figuur als Thorbecke uit de verf, die in zijn studiejaren sterk beïnvloed was door de Duitse Romantiek en later door de Franse doctrinairen. De titel van zijn eerste wijsgerige verhandeling über das Wesen und den organischen Charakter der Geschichte laat op dit gebied al niets aan duidelijkheid te wensen over.[…] Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.

Maar waar het hier nu even om ging: ook liberalen namen zo de organologische visie uit de Romantiek over. Sommigen beriepen zich dan ook zelfs op Burke bij hun pleidooi voor een constitutionele monarchie en voor een harmonische geleidelijke groei, die alle revolutionaire willekeur en alle sprongen vermeed. En voor zover zij zich in de praktijk tegen vernieuwing en verdere emancipatie keerden en het juiste en ware evenwicht gerealiseerd zagen, namen zij inderdaad een gelijke positie in als Burke in 1790. Daarmee werden deze liberalen in feite behoudconservatieven. […] De term liberaal-conservatieven is eveneens gebruikelijk

[…]Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.


De liberalen tonen ook als conservatieven een rationele benadering van wereld en geschiedenis, die, geheel in de sporen van de verlichtingsfilosofie, als produkt van de mens worden beschouwd; een mens, die volgens goddelijke beslissing zelf schepper van zijn lot is; een rationeel wezen, dat niet in schotten van standen en korporaties dient te worden opgeborgen maar dat gelijke kansen verdient. Die gelijke kansen zullen dan weliswaar altijd tot ongelijke resultaten voeren. De liberalen kennen geen geboorte-elite doch een prestatieelite, die hoe langer zij zich handhaaft dan weliswaar weer de trekken van een geboorte-elite aanneemt.

[…] Conservatisme en liberalisme staan als de twee grote en fundamentele antagonisten gedurende de hele 19de eeuw feitelijk tegenover elkaar; als de bewegingen, waarvan de eerste de monarchaal-feodale ordening als inspiratiebron heeft en de tweede de burgerlijk-urbane met haar rationalistische wereldbenadering. De eerste gaat van een principiële ongelijkheid, van de menselijke zwakheid en de wezenlijke onveranderlijkheid der dingen uit, de tweede van de principiële gelijkheid volgens de verlichtingsideeën, van de menselijke perfectibiliteit en van de vooruitgang in de historie. Maar het waren de geleidelijke successen van het liberalisme, het waren de veranderingen, die de revolutie teweeg had gebracht, die vanzelf ook de liberalen aan de werkelijkheid, aan het bestaande gaan binden en daarmee ongemerkt van hun oorspronkelijke uitgangspunt en van hun emancipatiedrang gaan vervreemden met het gevolg, dat naast het feodaal-monarchale Conservatisme, dat altijd nog het patent op die naam behoudt een Conservatisme van liberale makelij ontstaat. “ ( p.98f.)







Tussen liberalisme en conservatisme bestaat geen spanning, als het liberalisme gelijkgesteld wordt aan marktliberalisme.
De samenleving die past bij de VVD en bij de Edmund Burke Stichting is een marktliberale, hiërarchische, westers-superieure law-and-order maatschappij, die een lippenbekentenis voor normen en waarden combineert met een hedonistisch consumentisme en verachting voor de lagere klasse..


Zie ook Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Conservatief-liberalisme

en VVD jongeren vinden partij te conservatief

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders

85 comments

bolkestein Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert WildersNu Frits Bolkestein tegen Job Cohen ten strijde trekt ( “Cohen verwende zijn moslims”,  de Volkskrant 15 mei 2010) is het goed om eraan te herinneren welke rol de Leidse hoogleraar Bolkestein heeft gespeeld in de achtergrond van Wilders en de PVV.


De mannen van de Leidse neoconservatieve Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders, zijn allemaal nauw verbonden aan Frits Bolkestein: Joshua  Livestro, de eerste directeur van de Edmund Burke Stichting, was van 1999-2002 persoonlijk medewerker van Europees Commissaris Frits Bolkestein in Brussel. De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging (een van de initiatiefnemers van de Burke Stichting,en eerder net als Wilders ghost writer van Bolkestein) en de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur (lid van de raad van aanbeveling van de Edmund Burke Stichting) , waren nauw verbonden aan de rechtsliberaal Bolkestein, die, hoewel zelf nooit direct verbonden aan de Burke Stichting, een belangrijke rol heeft gespeeld in de achtergrond van de Stichting. Bolkestein werd al genoemd op de voorloper van de Burke Stichting,  het conservatisme-web.[1]


Bolkestein vertelt in zijn boek Grensverkenningen, dat hij samen met Kinneging en Cliteur een leesclubje had, dat regelmatig bij elkaar kwam en o.a. samen Burke las,  Reflections on the Revolution in France, een tekst die ook op de huidige website van de Edmund Burke Stichting kan worden gevonden.


Bolkestein in zijn dagboek Grensverkenningen
”Vrijdag 6 augustus 1999: s’middags kwam min leesclubje weer bijeen in Amsterdam: Andreas Kinneging en Paul Cliteur. We hebben Edmund Burke gelezen, Reflections on the Revolution in France. Burke is overtuigender over het Britse constitutionele recht, met zijn nadruk op precedent, geleide­lijkheid en traditie, dan in het afgeven op de Franse Revolutie, wat hij overigens op briljante wijze doet. Hij heeft toch een te gunstige mening over het Ancien Régime. Andreas [Kinneging] is het hier niet mee eens. Hij vindt dat de Franse Revolutie helemaal niet nodig was; dat de adel zich aanpaste aan de moderne omstandigheden en een nuttige rol speelde; en dat onze visie op het Ancien Régime is gekleurd door de geschiedschrijving, dat wil zeggen door de tegenstanders. Mijn kennis is niet toereikend om dit te bestrijden. Het is natuurlijk dui­delijk dat de Franse Revolutie veel wandaden op haar geweten heeft, zoals iedere revolutie. Maar moderniseerde zij niet ook? “[2]


Bolkestein staat met zijn gedeeltelijk positieve visie op de Franse revolutie dichter bij de verlichtingspleiter Paul Cliteur dan bij Kinneging. Binnen de Edmund Burke Stichting zijn er dan ook juist wat de verlichting betreft verschillende opvattingen te vinden. Maar ondanks bepaalde verschillen weten de heren elkaar goed te vinden in hun wens naar een rechtsliberaal conservatisme, dat de verzorgingsstaat en de islam afwijst. De latere directeur van de Burke Stichting Bart Jan Spruyt in Lof van het conservatisme (2003):
“Slecht in enkele individuen vond het conservatisme pleitbezorgers [naast J.L.Heldring]:  in de Leidse rechsfilosofen Paul Cliteur en Andreas Kinneging, die de discussie over het conservatisme buiten de muren van de Telders stichting (het wetenschappelijk bureau van de VVD) hoorbaar wisten te maken en zo een beslissende bijdrage aan de herleving van het conservatisme hebben geleverd.” ( p. 9)

Bart Jan Spruyt noemt in dit boek Bolkestein een conservatief,  die zich zo niet wil noemen omdat hij “daar politieke redenen voor had” (p. icon cool Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders .
Spruyt gaat in Lof van het conservatisme nog verder uitvoerig in op Bolkestein, Cliteur en Kinneging. Bolkestein, volgens Spruyt een strijder “voor een combinatie van economische progressiviteit en cultureel conservatisme”, was
“overtuigd van de noodzaak de strijd tegen het morele nihilisme aan te binden, maar wist […]  het benodigde stelsel van waarden en normen niet te concretiseren. De zogeheten kardinale deugden uit de klassieke en christelijke traditie zijn volgens Bolkestein lovenswaardig, maar wat kan een liberaal politicus ermee? ‘Het liberalisme is geformuleerd in een tijdperk waarin moraal in zekere zin het monopolie van de kerk was. De liberaal had niet zozeer de behoefte daar een eigen moraal tegenover te stellen, als wel staat en kerk te scheiden. Moraal was immers vanzelfsprekend. Het uitdenken van een kader waarbinnen de deugden de nadruk kunnen krijgen die ze verdienen, is een grote uitdaging voor het hedendaagse liberalisme’, luidde Bolkesteins eindconclusie.” ( p. 54f)


Bolkestein wordt ook genoemd in het Burke- pamflet De crisis van Nederland (“Ook de verzorgingsstaat dient grondig te worden hervormd. Conservatieven omarmen de slogan van Frits Bolkestein: liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering“) . Omgekeerd komen in Bolkesteins Grensverkenningen niet alleen Livestro, Kinneging en Cliteur herhaaldelijk ter sprake, (“Vrijdag 31  maart 2000 Lunch met een stel slimme academici in Nieuwspoort, allen leer­lingen van Andreas Kinneging, die er ook was; georganiseerd door Joshua Livestro, die nu mijn persoonlijke medewerker in Brussel is […] . Onderwerp van gesprek was het liberalisme, het postmodernisme (en wat daar­tegen te doen) en het verlies aan zelfvertrouwen van de Europese eli­te..”) ook Michiel Visser, secretaris van de Burke Stichting en medeauteur van een aantal artikelen wordt genoemd ( “Vrijdag 16 januari 2000 Geluncht in Nieuwspoort met Joshua Livestro, Andreas Kinneging, Paul Cliteur, Hans Kribbe, Michiel Visser en nog een paar academi­ci over de eeuwige onderwerpen Verlichting – Romantiek – Natio­nalisme – 1968, enz.”)  net als de neocon en  Burke-ere-donateur[3] Afshin Ellian[4],




Bolkestein was aanwezig op de eerste belangrijke bijeenkomst van de Burke Stichting waar Roger Scruton de eerste Burke-lezing hield. Vermoedelijk wil Bolkestein niet dat zijn nauwe banden met de Edmund Burke Stichting bekend worden. Het is bijvoorbeeld zeer merkwaardig, dat hij in 1999 en 2000 zeer frequente contact had met de oprichters van de Burke Stichting; samen met hun Edmund Burke las; op de eerste grote lezing van de stichting aanwezig was, maar in zijn dagboek Grensverkenningen het woordje “Edmund Burke Stichting” angstvallig vermijdt.


De Leidse professor Bolkestein zat bovendien in 2004 samen met de Burkiaanse neoconservatieve rechtfilosofen Kinneging, Ellian en Cliteur in het nieuwe Leidse rechtengebouw (terwijl hij eigenlijk organisatorisch bij Sociale Wetenschappen/ Politicologie hoort). Maarten Huygen:
“Zijn [Kinnegings]  kantoor ligt op de lichte zolderverdieping van het voormalige Kamerlingh Onnes natuurkundelaboratorium, dat is omgebouwd tot rechtenfaculteit. Schuin tegenover hem werkt onder strenge bewaking een voorvechter van de door Kinneging gelaakte Verlichting, de hoogleraar Sociale Cohesie en Recht, Afshin Ellian. Aan zijn gang zitten ook twee andere hooggeleerden met een uitgesproken liberaal profiel: het VVD-lid Paul Cliteur, hoogleraar van de Encyclopedie van de Rechtswetenschap, en de gewezen VVD-leider en commissaris van de Europese Commissie, Frits Bolkestein, hoogleraar in de Intellectuele Grondslagen van Politieke Ontwikkelingen.” ( NRC 13-5-2006)


Ondanks verschillen in detail bestaat tussen Livestro, Kinneging, Cliteur, Ellian en Bolkestein een fysieke (het Leidse rechtengebouw) en/of sociale (de VVD / de Universiteit Leiden) en/of een geestelijk-politieke band. Zij zijn allemaal te vinden aan de rechterkant van de VVD, in de omgeving van het rechtspopulisme van Fortuyn en Wilders.


Frits Bolkestein is de geestelijke vader van Livestro en Kinneging. Hij is ook de geestelijke vader van Geert Wilders, met wie de Burke Stichting via Bart Jan Spruyt in 2004/2005 een politiek samenwerkingsverband is aangegaan.
Esther Lammers:
“Als beleidsmedewerker behoorde hij [Wilders] al snel tot het zogenoemde ‘klasje van Bolkestein’; jonge medewerkers die met de toenmalige fractieleider brainstormden over onderwerpen die op de agenda moesten komen. Hij schreef ook regelmatig de, soms scherpe, toespraken van Bolkestein.”[5]




Herman Staal; Derk Stokmans:
Frits Bolkestein [...]  was voor Wilders een belangrijk politiek voorbeeld. Niet alleen wegens zijn ideeën. De confronterende stijl en de neiging politieke taboes te doorbreken zijn nu terug te zien bij de PVV-leider. “ (NRC 29-3-2008)


Interessant en sprekend is het feit dat Wilders zijn werkkamer in het gebouw van de Tweede Kamer in 2006 heeft ingericht met het meubilair van Frits Bolkestein (NRC 24-2-2007).



Veel uitgebreider hierover zie mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting,

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


[1] http://members.lycos.nl/conservatisme/


[2] Grensverkenningen, p. 18.
[3] Jan Blokker, de Volkskrant 5-9-2005
[4] Grensverkenningen, p.280
[5] Trouw, 17-9-1999.
[6] NRC, 13-5-2006.

Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutie

49 comments
Ik weet niet of Wilders op een revolutie mikt. Ik weet alleen dat zijn vrienden van de Leidse Edmund Burke Stichting, die hem via Bart Jan Spruyt in het zadel hebben geholpen [Spruyt heeft het PVV-partijprogramma medegeschreven en PVV-kaderleden getraind), expliciet een revolutie wensen.
De heren van de Burke Stichting beroepen zich graag op de Duitse Conservatieve revolutie en op hun voorman de nazi en antisemiet Carl Schmitt (zie mijn vele blogs over Carl Schmitt, links in de widget). In de eerste grote Burke-publicatie in de kranten schreef Livestro, toen Burke-directeur : “De internationale conservatieve revolutie (impliciet: het Amerikaanse neoconservatisme) moet ook in Nederland geïmplementeerd worden”

Hubert Smeets in De Groene Amsterdammer : “De Burke Stichting [...] is zo revolutionair als de pest.

bart jan spruyt Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutieSmeets citeert Bart Jan Spruyt: «Er dient dreiging van ons uit te gaan. We moeten als een mysterie en imminent gevaar boven de politieke markt hangen. Dat kunnen we doen door van tijd tot tijd afgewogen betuigingen van inhoudelijke steun te geven aan politici die zich opstellen als oppositionele provocateurs en een onderdeel kunnen blijken te zijn van de trigger naar de verhoopte paradigmawisseling.»

Smeets: [...] [De  Burke Stichting] gokt op een crisis, staat «klaar» om deze of gene provocateur een handje te helpen en marcheert op naar het staatskasteel als de boel op instorten staat. Kinneging en de zijnen bereiden zich voor op een coup, een coup waarin ze zelf de hand niet willen hebben maar die door anderen mogelijk moet worden gemaakt. Zelfs de Jacobijnen van Robespierre waren minder opportunistisch dan de Burkianen van nu.”[1]

kinneging Wilders, de Edmund Burke Stichting en de conservatieve revolutieKinneging geeft in een reactie (in Filosofie Magazine 9/2005, p. 6)  toe, dat Spruyts schrijfstijl “wat apocalyptisch is” – maar, zo zegt Kinneging: “boeiend is het wel”.
Kinneging doet lacherig over de Burkiaanse ambities voor een staatsgreep. Maar er is geen reden om te lachen over de brede machtbasis die de revolutionaire Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders,  aan de Universiteit Leiden heeft veroverd.


 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


[1] Hubert Smeets, De Putschisten zijn onder ons, http://groene.alias.nl/,  zie ook de artikelen over de Burke-Stichting in De Groene van 14 en 21 oktober De Burke Stichting staat paraat. 

Wilders is een idealist

21 comments

heldring Wilders is een idealistIn een interview in de Volkskrant zegt de redelijke conservatief J.L. Heldring, dat men bij de populisten Fortuyn en Wilders geen enkele poging tot idealisme ziet.

Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Wat is nationalisme anders dan een rechts idealisme? Een utopie van een blanke “joods-christelijke” samenleving.

En wat Fortuyn betreft, die heeft zich zelfs bewust met religieuze symboliek als nieuwe Mozes probeert aan te bieden.
Het is waar, bij Wilders treft men in eerste instantie en hobbesiaans nieuw-realisme aan. Maar elke realist heeft zijn idealistische kant.


Heldring was ooit ook een sympathisant van de Leidse Edmund Burke Stichting, die Wilders in het zadel heeft geholpen, maar hij nam gelukkig afstand van deze club.

De Edmund Burke Stichting was in het begin een gemengd gezelschap van zowel traditioneel conservatieven (zoals bijvoorbeeld Heldring)  als ook revolutionair conservatieven. Toen Bart Jan Spruyt in de herfst 2004 zijn samenwerking met Wilders had aangekondigd, hebben de “klassiek conservatieven” zoals Heldring de banden met de Burke Stichting verbroken.

De huidige Burke-conservatieven (Kinneging, Cliteur, Bart Jan Spruyt) zijn allemaal hoog idealistisch, Plato-fans en conservatief-revolutionair.
Een revolutionair is ALTIJD een idealist, en dat geldt ook voor Wilders.

Recente berichten

Populaire berichten

Astrologie en astronomie

Kees van Dongen in Museum Boijmans

Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch

Libel in Art Noveau

Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

Maria, Martha en Vermeer

Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie

Passiebloem in kunst en werkelijkheid

Nietzsche en het anti-antisemitisme

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Het symbolisme van Vincent van Gogh

Latent antisemitisme

Jan Sluijters- my favorites

Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor e

James Ensor en de maskers

De lente bij Vincent van Gogh

Maans- en Zonsverduisteringen

Man Ray

Volle maan-kunst en fotografie

Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea

Iris bloem in de kunst

Alle zelfportretten van Vincent van Gogh

Mijn kunstslangen

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Het symbolisme van Edvard Munch: dromen en visioenen

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet

Liberale joden versus Wilders

Frida Kahlo en Diego Rivera

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

Maria Sibylla Merian: insectenmetamorphose en bloemen

Paul Cliteur, Voltaire en de islam

Vrouw en hond bij Pierre Bonnard

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

De Akelei (Dürer/Gerhardt) 

Klaprozen, in de berm en in de kunst

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh

Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige

Bloesem/ Vincent van Gogh

Pioenrozen: foto, haiku, Manet
Pim Fortuyn en het hoefijzermodel

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

Zonnebloemen in de kunst: MariaRoosen, Vincent van Gogh etc
Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag: Cezanne, Picasso, Mondriaan

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
 

 

Categories

Tags

Archives