Wetenschap Kunst Politiek

Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

7 comments

 Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

Nicolaas Copernicus 1560

Nicolaas Copernicus 1560

Op https://www.google.nl/ zie je vandaag, op de 540ste verjaardag van Copernicus, het zonnestelsel volgens Nicolaas Copernicus bewegen.

Hypothesis_Copernicana Nikolaus_Kopernikus Nicolaas Copernicus 1560

Hypothesis_Copernicana Nicolaas Copernicus

Christiaan Huygens heeft in de 17e eeuw een planetarium geconstrueerd (te zien in het Museum Boerhaave in Leiden) dat dit model bewegend en in een verbeterde en nauwkeurige versie weergeeft.

Hieronder het planetarium dat Christiaan Huygens zelf in 1682 heeft laten bouwen met bewegende planeten in excentrische kringen, die ellipsen benaderen. Huygens’ planetarium wordt aangedreven door een onrust met spiraalveer; ook een bijzondere uitvinding van Huygens.

Het is een Copernicaans schaalmodel uit de 17e eeuw, waarvan er niet zo heel veel zijn.

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhaave

planetarium Christiaan Huygens Museum Boerhaave


planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave binnenplaneten


 

Christiaan Huygens zelf schrijft hierover:

`Wijzelf echter, … hebben een zoodanig Planetarium laten maken, dat wij daarmede door een klein aantal in elkaar grijpende raderen bereikt hebben, dat op het oppervlak van een platte tafel de lichamen der vijf primaire Planeten rondom de Zon, en evenzoo dat der Maan rondom de Aarde, hunne banen konden beschrijven, in dezelfde tijden waarin zij dat in den hemel) doen, en wel in zoodanige excentrische banen, dat deze de ware afmeting en den waren stand der hemelbanen weergeven, met behoud van de bij elk daarvan bestaande ongelijkheid der bewegingen, waardoor zij zich sneller bewegen in minder ver van de zon verwijderde gedeelten, waarbij wij ook nog rekening gehouden hebben met de kleine afwijking tusschen het vlak hunner banen en dat van de Ecliptica of van de Aarde. Zoodat, afgezien van de bevalligheid van het schouwspel, men daaruit ook de standen van de Planeten kan leeren kennen, niet slechts de oogenblikkelijke, maar ook de toekomende en de verledene, als uit een eeuwigdurenden kalender; en bovendien hun aller conjuncties en opposities, zoowel ten opzichte van de zon als ten opzichte van elkander, en dit des te nauwkeuriger naarmate het werk op grooter schaal is uitgevoerd.`

`Het is dan een achthoek uit hout samengesteld, met een diameter van twee voet en een diepte van zes duimen. Deze is op zoodanige wijze aan den muur opgehangen, en bevestigd aan de zich aan de linkerzijde bevindende assen, dat het toestel, als men dit wenscht, omgekeerd en aan de achterzijde geopend kan worden, waardoor het inwendige zichtbaar wordt.`

`Aan den voorkant ziet men een blad van verguld koper dat de geheele voorzijde van den achthoek vormt en bedekt is met spiegelglas; op dat blad zijn de banen der planeten volgens het systeem van Copernicus, maar volgens de proporties van Kepler, aangegeven en geheel uitgesneden, zoodat door die gleuven kleine pinnen rondgaan, met behulp waarvan de bollen der Planeten, tot halve bollen gereduceerd, boven het blad en als het ware op het oppervlak daarvan rondgevoerd worden, waarbij Saturnus vijf, Jupiter vier satellieten met zich voert, en de Aarde een (welke onze Maan is). Deze satellieten zijn daarbij geplaatst op dezelfde schijfjes als de lichaampjes der Planeten. Ik heb namelijk ook aan de overige Planeten die geen manen hebben, toch zulke schijfjes gegeven die den omringenden aether moeten aangeven en tevens dienen om de Planeten beter zichtbaar te maken.`

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens

 

Christiaan Huygens laatste tekst “Cosmotheoros” (1698) was een populairwetenschappelijk schrift (in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn Huygens), dat tot doel had het copernicaanse systeem begrijpelijk en aanschouwelijk te maken en te verdedigen.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde, raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

 

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

Dodendans: Christiaan Huygens en Hans Holbein

5 comments

Dodendans: Christiaan Huygens en Hans Holbein

Passend bij Halloween: de toverlantaarnplaatjes van een geraamte die Christiaan Huygens heeft gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein.

Passende muziek erbij: luister hier naar Liszts Totentanz (kippenvel!)

Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.

Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de toverlantaarn nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan.

Een poging van zijn vader Constantijn om het apparaat voor het Franse hof te vertonen, heeft hij domweg gesaboteerd. Met zulk kermisspul wilde Christiaan zijn wetenschappelijke naam en de reputatie van de familie niet in diskrediet brengen.” (Info Museum Boerhaave

Toch heeft Christiaan Huygens ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder zijn afkomstig uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens,  “Over het oog en het zien”.


Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

Hier een schets van een toverlantaarn door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel, lamp, glazen lens, doorschijnend plaatje, andere lens en muur. De toverlantaarn van Huygens is nu te zien op Hofwijk (foto).

Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

Toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens
Dodendans Holbein


Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave)

Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

Hans Holbein Totentanz Dodendans

Hans Holbein Totentanz Dodendans


Read more..

Christiaan Huygens over water op de maan

no comment

Volgens nieuwe bevindingen is er mogelijk water op de maan (lees hier meer)

Christiaan Huygens overpeinst in zijn Cosmotheoros (1698) de vraag, of er water op de maan is. Anders dan Kepler denkt hij niet dat dit het geval is. De “maria” (maanzeeën, inslagkraters die men voor zeeën aanzag) herkent hij als holtes.

 

Maar ik vind ’er niets dat na zeeën gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het tegendeel gevoelen. Want in de grote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van oceanen verheerlijkt worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtes zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wij haar wat aandachtiger beschouwen, vertonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo kunnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener delen is; waar in wederom sommige met een krachtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het mij niet toe dat ’er enige Rivieren in de Maan zijn: want zoo z’ er waren, zij zouden de scherpzichtigheid van mijne kijkglazen niet kunnen ontslippen; ten minsten, indien zij, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hoge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vocht te verschaffen: want indien z’ er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezicht verbergen; ’t welk geenszins geschied, maar daar blijft een gedurige helderheid.”

Huygens redeneert vervolgens vanuit een analogiegedachte, dat er op de andere manen in het zonnestelsel waarschijnlijk ook geen water te vinden is.

Hij  zou wel heel erg verbaasd geweest zijn als hij had geweten dat men met de hulp van ruimtesonde Cassini nu methaanmeren op de door hem ontdekte Saturnusmaan Titan zou vinden.

Wel argumenteert Huygens dat er mogelijk vloeibare stoffen, “iets anders dan water”, op de manen te vinden zouden zijn:

Misschien zou daar ’t een of ’t ander, dat heel anders als ons Water is, de Aardgewassen en Dieren kunnen doen leven. Misschien zou een weinig vocht in de aarde, niet als d’ onze het Water indrinkende, voor de Zonnestralen genoeg zijn, om daar uit een dauw te trekken, die tot voeding van kruiden en bomen bekwaam was: ’t welk ik zie dat ook Plutarchus mening is geweest, in zijn Samenspraak van de Gedaante in het Maan-rond [-> Plutarchus, De face in orbe lunae] .”

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Meer over Christiaan Huygens

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

orange maan volle maan Plutarchus Christiaan Huygens

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

Plutarchus maangezicht Mondgesichtchristiaan Huygens

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die  voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels (vertalen van poëzie is een vak dat ik helaas niet beheers):


“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

 

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

 

www.passagenproject.com

 

www.passagenproject.com

 

Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

11 comments

 

Tweehonderd jaar geleden werd Lissabon verstoord door een verschrikkelijke aardbeving en tsunami. 

Dit gebeurtenis heeft toen veel filosofen van hun geloof in Leibniz laten afvallen, die had gesteld dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven. 

Ik ben nu bezig met Leibniz, omdat hij bevriend was met Christiaan Huygens.

Leibniz had in Parijs wiskundeles bij Huygens genomen. Later hebben die twee een uitvoerige briefwisseling onderhouden.

Huygens volgt Leibniz in veel opzichten in zijn laatste, filosofisch schrift “Cosmotheoros”. Voor Huygens, net als voor Leibniz, is al het euvel alleen om het Goede des te sterker laten schitteren.

Huygens: “De natuur heeft alles zo gemaakt dat het Goede in vergelijking met het Slechte duidelijker wordt”.

Huygens is net als Leibniz en Spinoza (met wie Huygens ook in contact was) een theïst. God en natuur vallen samen. God is goed, en de natuur is ook goed. Kunst en wetenschap zijn het gevolg van het slechte in de wereld, en van de succesvolle pogingen van de mens die probeert de natuur te temmen en te overwinnen.

 

Heinrich von Kleist heeft in 1807 een mooie en filosofisch zeer complexe novelle geschreven, Das Erdbeben in Chili, (de Duitse tekst is hier te lezen), waar een liefdespaar dat hun verboden liefde eigenlijk met de dood had moeten betalen, door de aardbeving aan de doodstraf ontsnapt. De menselijke solidariteit na de beving wordt beschreven, en dan – in een onverhoesds tragische wending- ook de kwalijke religieuze menselijke gemeenschap die het liefdespaar alsnog lyncht, omdat zij met hun wandaad Gods toorn over de stad zouden hebben afgeroepen.


 

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

17 comments
Saturnus Christiaan Huygens

Saturnus en Christiaan Huygens (foto ESO)

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Christiaan Huygens heeft de ring(en) van Saturnus niet ontdekt, maar deze als eerste correct beschreven.

Huygens zelf geeft in Systema Saturnium (1659) in het hoofdstuk “De schijngestalten van Saturnus”  een overzicht over de “monsterachtige” waarnemingen en de figuren van Saturnus die anderen, zoals Galilei, voor hem hebben gemaakt:

Christiaan Huygens: De schijngestalten van Saturnus (1659)

“Ik ga dus nu over tot het tweede deel van de Systema, waarin ik de reden geef voor de onbestendige en steeds wisselende vorm van Saturnus, en vervolgens ook aangeef in wat voor periode de afzonderlijke veranderingen plaatsvinden. Enkele daarvan die zich aan ons voordeden heb ik boven al uiteengezet, maar deze omvatten slechts een gedeelte van de periode. Om vast te stellen dat de volledige verscheidenheid aan verschijningen afhangt van de oorzaken die wij aanwijzen, zal het nodig zijn tevens waarnemingen van andere tijden te bestuderen, zoals ze in de afgelopen veertig jaar of langer door ettelijke mensen zijn gepubliceerd. Als ik echter al de vormen van Saturnus die zij voor onze ogen aftekenen bezie bevind ik ze zo veelvuldig en wonderlijk, dat als het er om gaat een hypothese op te stellen die van al die vormen rekenschap aflegt, naar mijn mening niemand in staat zou zijn er een te bedenken. Want voor dergelijke veelvuldige monsterachtige omzettingen valt geen enkele oorzaak aan te wijzen, tenzij dat het complete lichaam van Saturnus steeds weer een nieuwe vorm aanneemt, wat elke schijn van geloofwaardigheid mist. We moeten uit die waarnemingen dus een keuze maken en onderzoeken welke geloof verdienen, en welke integendeel als verdacht moeten worden verworpen. Nu hebben wij met onze kijkers de begeleider van Saturnus als eerste aan het licht gebracht [Huygens bedoelt de maan Titan die hij heeft ontdekt, M.T] en telkens als wij willen kunnen wij hem duidelijk ontwaren. Het lijkt ons daarom redelijk er bij het schiften van de waarnemingen van uit te gaan dat onze kijkers de voorkeur genieten boven die waarmee anderen, ook al waren ze dagelijks bezig met het waarnemen van Saturnus, niet in staat waren tot die ster door te dringen. Wanneer dus op hetzelfde tijdstip door onze kijker en de hunne verschillende schijngestalten werden vastgesteld, moeten onze waarnemingen aangaande de vorm van de planeet voor waarachtiger worden gehouden. De bijgevoegde tabel toont alle schijngestalten zoals wij ze uit de verschillende schrijvers hebben overgenomen.


Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

 

De eerste van deze gedaanten is degene die Galilei optekende in 1610, waarin Saturnus drievoudig wordt gezien, met twee kleinere cirkeltjes aan beide kanten van een grotere. Ook vele anderen hebben deze gedaante gezien, of meenden in elk geval dat ze hem gezien hadden. Want als ze langere kijkers hadden gebruikt, voorzien van betere lenzen, zouden ze zonder twijfel in plaats van dit drievoudige bolvormige uiterlijk hetzelfde resultaat hebben verkregen dat wij, zoals wij zeiden, hebben gezien in 1655 en opnieuw op 13 oktober van het volgende jaar. Dat leiden wij immers daaruit af dat wanneer zich aan hen de twee flankerende bolletjes voordoen, onze kijkers ons in de lengte uitgestrekte armen vertonen. Zo gebeurde het in april en mei van datzelfde jaar 1655, toen die uit drie bollen samengestelde vorm werd waargenomen door Hevelius en Riccioli. Om duidelijker hard te maken dat ze het zo zagen vanwege de geringe grootte van de kijkers, hebben wij dit ook zelf beproefd en ondervonden dat telkens als wij Saturnus met een kortere kijker, van bijvoorbeeld vijf of zes voet, bekeken, in plaats van de genoemde armen twee bollen verschenen. Insgelijks toen hij deze schijngestalte in 1658 weer had aangenomen.”

Huygens gaat dan door met het bespreken van de verschillende schijngestalten die anderen hebben waargenomen en legt dan “de ware gestalte” van Saturnus uit. Saturnus heeft een ring om zich heen, die vanuit verschillende hoeken wordt gezien en dus in verschillende schijngestalten en vormen wordt waargenomen.

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens, De ware gestalte van Saturnus

Vervolgens legt Huygens in tekst en beeld uit hoe Saturnus staat ten opzichte van de aarde tijdens zijn omloop om de zon, en hoe hij daarbij uitziet.


De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

In het centrum van de afbeelding staat de zon, daaromheen draait de aarde, en daaromheen draait Saturnus. De buitenste ring laat de schijngestalten van elke positie zien: maximale opening van de ring op de punten A en C; en Saturnus schijnbaar zonder ring in de punten B en D, als men vanuit aarde de zijkant van de ring ziet. Waarom de ring dan helemaal verdwijnt, en niet tenminste een heel klein beetje zichtbaar is, daarover werd oen hevig gestreden.

Huygens schrijft in de tekst hierboven zijn eigen betere verklaring van de ring toe aan zijn betere kijker, maar Vincent Icke is in zijn boekjes over Huygens van mening dat Huygens geen betere telescoop had dan anderen, en alleen door zijn superieur theoretisch begrip de ringen beter kon waarnemen.

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een nieuw of oud Christiaan-Huygens-Blog.

zie ook

 Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief