Wetenschap Kunst Politiek

Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de ander

27 comments

Job Cohen zei afgelopen zondag in zijn Auschwitzlezing:

“Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren. Het concentratiekamp is juist de ultieme consequentie van alledaagse onverschilligheid, een onverschillige opstelling ten aanzien van gedrag dat tegengesteld is aan een algemene, alledaagse moraal met zorg voor de ander. Waakzaamheid blijft daarom geboden; met de bevrijding van Auschwitz kwam er geen einde aan het systematisch uitmoorden van minderheden. Alle brandhaarden van de afgelopen decennia laten dat zien: Cambodja, Joegoslavië, Rwanda.” ( de Volkskrant 1-2- 2008)

Marcel Poorthuis en Theo Salemink hebben een dik en belangrijk boek geschreven over het antisemitisme in de katholieke kerk, Een donkere spiegel ( 2006) . In dit boek staat ook een hoofdstuk over antisemitisme en islamofobie. Poorthuis/Salemink  zijn van mening, en ik stem hen toe, dat er in het discours over het islamitisch gevaar in feite sprake is van een nieuwe vorm van racisme:
“De klas­sieke racistische ideologieën, door F. Fanon ooit het ‘primitieve racisme’ genoemd, gingen over mensen buiten Europa en over de joden die van ouds­her als ‘randfiguren’ in Europa woonden. Nu gaat het om miljoenen mensen die uit de andere continenten, meestal op economische gronden, naar Euro­pa gekomen zijn en hier zullen blijven wonen. Het taboe van Auschwitz legt bovendien een publiek verbod op een openlijk biologisch racisme van de oude snit. In deze nieuwe context transformeert het oude racisme en neemt, in ieder geval in zijn publieke gestalte, nieuwe vormen aan. In de literatuur wordt dan ook gesproken over ‘nieuw racisme’,” ‘Nieuw racisme’ baseert zich niet langer op de oude rassenleer van de naties, op mythen over het superieure arische ras, op de beschavingsopdracht van het blanke ras en op de mythen over inferieure of mengrassen. Dat valt onder het taboe van Auschwitz. Nieuw racisme schept een nieuwe rangorde tussen groepen op basis van een ‘culturele evolutie’ die een volk tot een historische eenheid maakt, die een scheiding tussen ‘eigen volk’ en ‘vreemdelingen’ aanbrengt, ook als deze vreemdelingen juridisch staatsburgers zijn met gelijke rechten. ‘Eigen volk eerst’ is de politieke slogan van deze beweging in haar extreem­rechtse fase geworden, onvoorwaardelijk aanpassen en assimileren de nieu­we eis van het nieuwe millennium.

Een kenmerk van dit nieuwe racisme is dat het de classificatie van ‘eigen volk’ boven ‘vreemdelingen’ verbindt met de visie dat Europa zelf een soort hogere ‘natuurlijke gemeenschap’ is tegenover de niet-Europese gemeen­schappen.? De Europese volkeren hebben samen een gemeenschappelijke historische evolutie doorgemaakt, die ook een gemeenschappelijke cultuur, godsdienst en moraal heeft voortgebracht. Zo wordt de oude leer over Euro­pese superioriteit, die religieus, cultureel of biologisch beargumenteerd werd, gereactiveerd en gekoppeld aan het nieuwe racisme van ‘eigen volk eerst’. Overigens fungeert het christendom in tegenstelling tot vroegere tij­den dikwijls niet langer als bewijs voor de superioriteit van Europa. In een postchristelijke argumentatie deelt het christendom in de dreiging van de monotheïstische religies met hun vermeende intolerantie en hang naar ge­weld. ” ( p 770)

Rechtse opiniemakers vergelijken graag de moslims met de nazi’s en staan op de barricaden voor de zogenaamd “joods-christelijke beschaving” . Maar joods-christelijk is deze beschaving pas sinds Auschwitz. Pas sinds Auschwitz kan het joodse cultuurelement op erkenning rekenen.

Als iemand beweert dat er zekere overeenkomstigheden zijn tussen het antisemitisme en de hetze tegen islam, wordt hij onmiddellijk van alle kanten erop gewezen hoe mank deze vergelijking loopt (vgl ook Manfred Gerstenfeld in de Volkskrant vandaag) . Ook wordt onmiddellijk erop gewezen dat binnen de moslimgemeenschap veel antisemitisme broeit. Afshin Ellian beschrijft in de hem eigen overdreven pathos hoe hij als een reactie op de holocaust-ontkenning door Iraniërs tegen de televisie schreeuwt: “Westerbork, Westerbork!” ( NRC 29 april 2006) Het pathos haalt zijn boodschap onderuit. Toch: het antisemitisme onder moslimfundamentalisten is een probleem, en Ellian stelt dit terecht aan de kaak.

Marcel Poorthuis en Theo Salemink: “[Israël voert] een onderdrukkende politiek tegen de Palestijnen en [wordt] in de Arabische wereld gezien als handlanger van Amerika. Met deze beeldvorming hopen Arabische leiders de aandacht van de formidabele binnenlandse problemen af te leiden door Israël als zondebok, hierbij gebruik makend van alles wat maar voorhanden is: beschuldiging van racisme aan het adres van Israël, activering van oude antisemitische beelden, goeddeels afkomstig uit Europa, warbij ook nog de joden over de hele wereld collectief worden geïdentificeerd met de politiek van deze staat.[…]
Enerzijds lijkt er […] een overeenkomst te bestaan tussen de negatieve beeldvorming over het jodendom […] in het verleden en de negatieve beeldvorming over moslims in het heden, anderzijds maken sommige, voornamelijk jonge moslims in Nederland zelf gebruik van de negatieve beeldvorming over het jodendom in de Europese geschiedenis om hun eigen identiteit als antiwesters te onderstrepen.” ( Een donkere spiegel, p. 767 f)

De heren van de Burke stichting menen te weten dat intolerantie uitsluitend op het conto van de islam staat. De hand in eigen boezem steken is per definitie verboden want een verzakking van de eigen identiteit. Job Cohen met zijn verdraagzaamheid  is dus een rood doek voor de heren van de Burke Stichting. Afshin Ellian meent zelfs Cohen zijn menselijke waardigheid te kunnen ontzeggen ( en nog wel in de naam van Desmond Tutu; NRC, 9 juli 2005: “Doordat Cohen meewerkte aan de dehumanisering van mevrouw Verdonk is hij nu ook beroofd van zijn waardigheid.”)
De liberale rabbijn Soetendorp zei over antisemitisme en islamofobie : “We weten dat het stigmatiseren en isoleren van welke bevolkingsgroep dan ook noodlottige gevolgen heeft”.”Wat nu de moslims in Nederland overkomt, is levensgevaarlijk. Vooral de trend om alle islamieten over een kam te scheren en als bedreigend af te schilderen. Dat lot trof de joden in de jaren ’30”. ( NRC 24-12-2004)

In feite tonen de Burkianen aan dat er wel degelijk ook op filosofisch en ideologisch vlak sprake is van overeenkomsten tussen het historisch antisemitisme en de islamofobie.
De beroep die de Burkianen doen op de nazi en antisemiet Carl Schmitt en het gebruik van Schmitts gedachtegoed tegen de moslims als de nieuwe vijand toont de verwantschap van het antisemitisme en de islamofobie ( zie ook mijn Carl Schmitt-blogs) .

Rabbijn Soetendorp: “Het leven als jood leert ons, door de geschiedenis heen, dat als wij worden aangevallen, niet alleen de joden worden aangevallen, maar dat het altijd gaat om de rechten van de mens. De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar voor de kwaliteit van de samenleving als geheel.

Erich Fromm en Heinz Brandt: het humanistisch socialisme

23 comments
Erich Fromm heeft het voorwoord in het boek van mijn oom (de Auschwitzoverlevende joodse pacifist en Duitse politicus) Heinz Brandt geschreven, Ein Traum, der nicht entführbar ist (te leen in de KB). Ik vertaal delen van dit voorwoord van Erich Fromm hier in het Nederlands weergeven :“Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Maar soms gebeurt het dat men zich herinnert aan de verliezers en dat men het toestaat dat zij hun historische pek innemen. Het gebeurt meestal pas als hun ideeën erkenning vinden. Dat kan vaak lang duren. Maar het meest gebruikelijk is, dat de gedachten van de slachtoffers niet meer herinnerd worden.
De grote betekenis van het boek van Heinz Brandt ligt erin dat het door een slachtoffer is geschreven, maar door een man wiens nederlaag zijn geloof niet heeft kunnen verstoren, wiens overtuigingen niet van twijfels werden uitgehold, die de geschiedschrijving van de overwinnaar niet heeft geaccepteerd en niet is getransformeerd in een cynicusIn juni 1961 was Heinz Brandt, socialist en redacteur van de Westduitse vakbondskrant “Metall” op bezoek in Berlijn voor een conferentie. Plotseling was hij verdwenen. De volgende dag meldde de SED-pers dat hij was gearresteerd bij de uitvoering van een spionageopdracht in Oost-Berlijn.
Maar bij kennissen van Brandt heerste geen enkele twijfel over het (later bewezen) feit dat de agenten van Ulbrichts SSD Brandt in West-Berlijn hadden gekidnapt.


Een jaar later werd Brandt in de DDR in een geheim proces veroordeeld tot dertien jaar gevangenis.
In mei 1964 werd Brandt vrijgelaten, na aanhoudende protesten van de internationale gemeenschap, van Amnesty International, en van Bertrand Russell persoonlijk.
Brandts politieke autobiografie vertelt onder andere over zijn tijd in het DDR-gevangenis – en daarvoor in Auschwitz- , maar ook over Brandts engagement in een groep van socialisten en communisten, allemaal geboren voor de Eerste Wereldoorlog, die de Russische revolutie en de machtsovername van Stalin en Hitler hebben meegemaakt, en die nooit het vervalste socialisme van links en rechts hebben geaccepteerd, en daarom in oppositie tot zowel Stalin alsook Hitler stonden.Deze generatie socialisten is inmiddels bijna vergeten. De meeste van hen werden geliquideerd. Wereldwijd heerst nu een liberaal-capitalistisch cymisme.”Dit schreef Fromm in de jaren ’70- maar het cynisme is sindsdien nauwelijks minder geworden.

Meest recente berichten