Kunst Wetenschap Politiek

Nederland en de Israëlische kolonisten

16 comments

Twee bij elkaar genomen verwarrende krantenberichten vandaag (14-3-2012) over de relatie tussen Nederland en de Israëlische kolonisten.

Ten eerste:

De NRC meldt “Nederland wekt opnieuw ergernis EU over Israël

De Nederlandse regering sluit zich als enige niet aan bij de kritiek van EU-landen op geweld van Israëlische kolonisten. Deze ongebruikelijke positie heeft tot grote ergernis geleid bij diverse Europese landen. Het is bijzonder dat minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) zich zo expliciet tegen de Europese aanpak keert, maar het past in een patroon. Rosenthal stelt zich in Europees verband steeds nadrukkelijker op als bondgenoot van Israël. Niet eerder leidde die opstelling tot een geïsoleerde Nederlandse positie.

In een geheim rapport van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah, signaleren diplomaten een „alarmerende” toename van het geweld door kolonisten. Ze schrijven onder meer dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn volgens internationaal recht en dat die een twee-statenoplossing „onmogelijk” maken: een Palestijnse staat naast Israël. Cijfers van de Verenigde Naties laten volgens het rapport zien dat het aantal aanvallen door kolonisten tegen Palestijnen in 2011 verdrievoudigd is tot 411.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah weten dat het primaat voor deze kwestie niet aldaar mag liggen en dat Nederland derhalve een „algemeen voorbehoud op de gehele tekst” maakt. Onderaan het Europese rapport staat dit ook vermeld: „NL places a general reserve on the document.” Dat is ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn EU-collega’s trekt minister Rosenthal de kwestie direct naar zich toe.”

“Diplomaten wijzen erop dat alle [21] Europese vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah de kritiek op Israël onderschrijven. Een Europese diplomaat: ‘Wat we waarnemen is de hardste Nederlandse houding ooit, een houding die in wezen overeenkomt met de hardste opstelling binnen Israël.’ “

 

Ten tweede:

De site van de NRC meldt vandaag ook:

De VPRO haalt het online spel ‘De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever’ uit de online archieven

In het ‘spel’ moest de bezoeker als kolonist proberen het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. Je kon punten scoren met de ‘Anne Frank-kaart’ of de ‘Ahmadinejad-kaart’ spelen om te voorkomen dat er terrein verloren ging. De speler kon daarvoor zijn “Joodse gierigheid” en “typische handelsgeest” inzetten.

kolonisten antisemitisch spel Nederland en de Israëlische kolonisten

 

Verschillende organisaties noemden het spel “antisemitisch”, zo meldde The Jerusalem Post vandaag. Ook het CiJo, de jongerenorganisatie van het het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vond het spel misplaatst. Voorzitter Joël Serphos in NRC Handelsblad:

“Er wordt gebruik gemaakt van hele traditionele antisemitische opvattingen. Ze hadden net zo goed op Stormfront kunnen staan [...] De VPRO zegt dat het om satirische kritiek op het nederzettingenbeleid gaat, maar daar klopt niets van.”

 

Ik heb mij niet in de kwestie van het spel verdiept, maar het lijkt me geen goed idee dit soort makkelijk mis te verstaan spelletjes op internet te zetten, ook al is de bedoeling satirisch.

Beide “kolonisten”-berichten laten extreme houdingen zien, de een niet veel beter dan de ander.

De bovenstaande  tekst staat ook op mijn Duitse blog

Maria Trepp

Latent antisemitisme in Duitsland

13 comments

De Volkskrant meldt vandaag 24-1-2012:

Antisemitische opvattingen zijn volgens een nieuwe studie in ‘aanzienlijke mate’ in de Duitse samenleving aanwezig. Eenvijfde van de Duitsers zou ‘latent’ antisemitisch zijn. Dit blijkt uit een studie van onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de regering is uitgevoerd en maandag is gepresenteerd.”
“Het gaat niet om radicaal antisemitisme dat zich in geweld of misdaden uit, maar om alledaagse vooroordelen, zoals de historicus Peter Longerich, een van de onderzoekers, bij de presentatie van het rapport zei. “

Het hele document “Antisemitismus in Deutschland – Erscheinungsformen, Bedingungen,
Präventionsansätze” kan hier worden gedownload.

Onder meer zijn in het rapport ook interessante tabellen te vinden waaruit het verschil in antisemitische opvatting tussen Duitsers en Nederlanders blijkt( p 61). Voorbeeld:

Joden hebben hier te veel invloed” – beaamd door 20 % van de Duitsers en 6 % van de Nederlanders.
Joden trachten te profiteren van het feit dat ze tijdens het nazi-tijdperk slachtoffers werden
Toestemming van 50% Duitsers en knap 20 % Nederlanders.

Dat zijn toch schokkende feiten!

 


Als Duitse en Germaniste ben ik het met de conclusies van het rapport (een substantieel latent antisemitisme)  uit ervaring helemaal eens.

Ik heb in een uitvoerige studie (samenvatting in het Nederlands klik hier) het latent antisemitisme van een Duits toneelstuk, “Passage” van Christoph Hein angetoond. 

Op het eerste gezicht is dit toneelstuk een saai stuk met slechte taal, maar er is geen bovenop liggend antisemitisme te zien.  Nauwkeurige studie aan de hand van drama- analyse geeft een ander beeld, vooral ook als men meer weet van de vormen van antisemitisme en de geschiedenis van het antisemitisme. 
Het stuk Passage kan “latent antisemitisch” worden genoemd. In Passage wordt de joodse literatuurtheoreticus Walter Benjamin als een impotente parasiet, als een nutteloze wetenschapper een als een loser voorgesteld, wiens zelfmoord op de vlucht voor de nazi’s  aan de ene kant een laffe daad was, die toch aan de andere kant te prijzen is omdat de samenleving deze loser beter kwijt kan zijn.

walter benjamin Latent antisemitisme in Duitsland

 

In mijn uitvoerig Duits hoofdstuk ga ik uitgebreid in op het begrip “antisemitisme” , en op het feit dat dit begrip, net als het begrip “racisme”, verschillende definities kent, brede en smalle. Ik heb altijd aangegeven dat ik mij op de belangrijkste Duitse antisemitisme-deskundige baseer, de historicus Helmut Berding, die heeft aangegeven, dat er tussen cultureel en biologisch racisme geen eenduidige grens te trekken is. 
Passage is gekleurd door cultureel antisemitisme, en niet door biologisch antisemitisme. Cultureel antisemitisme was in de visie van prof. Berding (die mijn teksten met goedkeuring en erkenning heeft gelezen) de voorwaarde en het voorstadium van het latere biologisch antisemitisme, zonder dat het één met het ander altijd samenvalt.

Samengevat zijn mijn argumenten om Passage een antisemitisch stuk te noemen:

ten eerste: de basis van het stuk Passage is een tegenstelling ‘goede jood’ versus ‘slechte jood’;
ten tweede: het stuk maakt onkritisch en niet-ironisch gebruik van antisemitische metaforen ;
ten derde: het stuk trivialiseert en banaliseert de vervolging van joden;
ten vierde: het stuk beeldt de slachtoffers van de vervolging af als daders.


Mijn engagement tegen antisemitisme en racisme is sterk gebaseerd op mijn familiegeschiedenis en op mijn liefde en bewondering voor mijn oom, de socialistische pacifist Heinz Brandt, die twaalf jaar concentratiekampen waaronder Auschwitz heeft overleefd. Later zat hij als dissident nog drie jaar in een isolatiegevangenis in de DDR.

 

Lees het Duits artikel over het nieuwe onderzoek hier  .  Het antisemitisme vindt men in Duitsland vooral in rechts-extreme-kringen, maar ook onder islamieten en bij voetbal-fans (in Duitsland dus ook- dat wist ik niet!).

“Bundestagsvizepräsident Wolfgang Thierse (SPD) warnte bei der Vorstellung des Berichts davor, sich mit dem Antisemitismus nur im Zuge spektakulärer Vorfälle zu beschäftigen: “Der Antisemitismus ist ein dauerhaftes Phänomen.


Routinematig denken in antisemitische clichés is naar mijn ervaring ook  gebruikelijk in burgerlijke kringen- niet alleen in Duitsland.


Maria Trepp www.passagenproject.com

Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave

17 comments

hitler mein kampf Hitlers Mein Kampf Britse en Duitse uitgave

De Nederlandse oorlogsnieuwswebsite nieuws-wo2.tk heeft gisteren grote stukken uit Mein Kampf gepubliceerd. Als ‘flankerende steunoperatie’ aan de Britse uitgever Peter McGee, die in de clinch ligt met de Duitse overheid. Het Beiers ministerie van Financiën gaat vervolging instellen.

Volgens HP/De Tijd is Mein Kampf  “het zwarte gat van de uitgeefwereld. Niet alleen is het duivels antisemitisch, maar ook niet leesbaar en is in sommige landen ook nog verboden”.


Ik wil hier iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

 

* Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.

,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

* Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

* Hitler probeert de onmogelijkheid van de democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

* „Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

* De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond, ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassenkamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de “rassen- besten” herkend konden worden.

* Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder voor hem zo goed als alle verschijnselen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

* Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

* En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende: ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

* De hele geschiedenis is voor Hitler een gevecht van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier] ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).


Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Vandaag besloot het Duitse kabinet dat er een register komt over neonazi’s.

Zie ook hier Over neonazi’s in Duitsland en de recentelijke kritiek op de Verfassungsschutz

en over het misplaatste woord Döner-Morde voor de moorden op negen allochtone middenstanders door drie Duitse neonazi’s 

In het Duits (Spiegel) : Bundesweite Datensammlung für Rechtsextreme




Maria Trepp www.passagenproject.com

 

Update 10 maart 2012 : Britse uitgever mag niet delen Mein Kampf uitbrengen in Duitsland

 

Update 24 april 2012:

Duitse Historici willen ‘Mein Kampf’ demystificeren

Projectleider over wetenschappelijke uitgave Hitlers boek

Adolf Eichmann en het zionisme

3 comments

[Vervolg op mijn Eichmann-blog van gisteren]

Een van de vele moeilijke hoofdstukken in het leven en streven van Eichmann is zijn intense samenwerking met de zionisten.

Voordat Eichmann tot organisator  werd van de Holocaust zette hij zich lange tijd in voor een emigratie van alle joden naar Palestina. Hiervoor werkte hij nauw samen met zionisten.

David Cesarani in zijn Eichmann-biografie:

“[Men] wilde ernaar streven ‘het joodse vraagstuk’ in Duitsland op te lossen door een ordentelijke joodse emigratie naar Palestina te bepleiten. In 1936 en 1937 had Eichmann intensieve contacten met joden binnen de zionistische be­wegingen in Duitsland. Hij had een ontmoeting met Feivel Polkes, een Palestijnse jood, die voorstelde dat de nazi’s en de zionisten zouden samenwerken om de joodse emigratie te bevorderen. In november 1937 reisde Eichmann naar het Midden-Oosten om deze mogelijkheid te onderzoeken en hij bracht een kort be­zoek aan wat later de staat Israel zou worden. In deze fase combineerde hij een re­latiefwelwillende kijk op het zionisme met een traditioneel antisemitisch wereld­beeld.” (p 17)

“Recentelijk opgedoken rapporten en lezingen die hij in 1937 schreef, tonen hem in de greep van een fantasie waarin sprake is van een wereldomvattende jood­se samenzwering tegen Duitsland. Eichmann zag, net als zijn kameraden in de 5D, de joden als een ‘vijandelijke’ macht. Ditwas een buitengewoon onpartijdige, afgeleide vorm van jodenhaat die hem in staat stelde normale relaties met indivi­duele joden te onderhouden, in het bijzonder met zionisten, terwijl hij onver­moeibaar werkte aan een plan het Rijk te bevrijden van zijn joodse inwoners en de strijd tegen de ‘macht’ van een mythisch, mondiaal jodendom.”

“In 1940 was Eichmann betrokken bij andere massa-verdrijvingen en hij ont­wierp plannen om vier miljoen Europese joden naar Madagaskar te deporteren.”

Eichmann noemde zichzelf zelfs de nieuwe Herzl.

“Eichman zag zichzelf in die tijd zeker niet als een jodenmoorde­naar. Hij was nog steeds een voorstander van joodse emigratie en hij werkte het hele jaar 1940 samen met zionistische groeperingen en joodse mensensmokke­laars die heimelijk joden naar Palestina zonden” (p 19)

 

“Nieuw onderzoek ont­hult dat de voorbereidingen voor het proces [in Jeruzalem] aan politieke bemoeienis waren onderworpen. De Israëliërs ontweken gevoelige zaken zoals het contact tussen de zionisten en Eichmann in de jaren dertig en de onderhandelingen over het lot van de Hongaarse joden in 1944 waarbij Ben-Goerion zelf was betrokken.” (p 24)

De samenwerking tussen nazi’s en zionisten is een donker hoofdstuk in de geschiedenis, ook is het nog zo goed te begrijpen dat de joden een veilige plek zochten.

Ik heb mij eerder in ander verband bezig gehouden met de problematische geschiedenis van het zionisme, waarbij ik met racistische en antisemitische gedachten bij Max Nordau, de tweede man van het zionistisch verbond na Theodor Herzl.

Ik heb met schrik vastgesteld dat Hitlers begrip van de “ontaarding” en “ontaarde kunst” een denkbeeld was die op 1000 pagina’s was uitgewerkt door een jood, de zionist Max Nordau.

Max Nordau, auteur van het prefascistische werk Entartung ( “Ontaarding” 1892) was een collega van Theodor Herzl, en heeft samen met deze de zionistische wereldorganisatie bestuurd.
In het verband met mijn literatuurwetenschappelijk onderzoek kwam ik in aanraking met Max Nordau en diens theorieën over de “ontaarding” van allerlei literaten en filosofen: Tolstoi, Ibsen, Nietzsche, Baudelaire bijvoorbeeld.
Nordau neemt het in “ontaarding” op de voor de filister, de gewone, normale mens zonder kunstverstand, met een banale smaak en met bekrompen opvattingen.

De zionist Max Nordau is het die het “ontaardings”begrip voor het eerst gebruikt heeft voor de moderne kunst, en die op deze manier belangrijk pionierswerk voor de nazi’s heeft geleverd. Nordau en de nationaal-socialisten zijn het helemaal eens in hun afkeuring van de moderne “ontaarde” kunst. In het laatste hoofdstuk van Nordaus “Entartung” is te lezen hoe Nordau  het vocabulaire van de nazi´s heeft bepaald (en Nordau heeft daarbij bewust gebruik gemaakt van antisemitische metaforen, die hij tegen de kunstenaars keert) . Hij spreekt van de moderne kunstenaars als parasieten en als “bronvergiftigers” ; hij zegt dat men dit “maatschappelijke ongedierte” moet uitroeien en genadeloos met knuppels doodslaan. De titel “Entartung” sluit aan bij het gebruik van deze term in antisemitische schriften omtrent 1885.

Nordau was een politieke en racistische zionist, die het culturele of religieuze zionisme afkeurde. Hij wilde geenszins een staat voor alle joden. Nee, hij wilde een staat alleen maar voor de sterke joden, de zogenoemde “Muskeljuden” . De sociaaldarwinist Nordau vond het antisemitisme nuttig, omdat het een test was die de zwakke joden niet konden bestaan, maar de sterke joden nog sterker maakte.

Jan Blokker heeft in zijn recensie van de Nederlandse uitgave over Theodor Herzls boek Der Judenstaat geschreven dat de positieve reacties op dit boek toentertijd van antisemitische kant kwamen. ”En tekenend is het misschien apocrieve commentaar van de Duitse keizer, die zou hebben gezegd: ‘Laat die smouzen vooral weggaan. Hoe eerder hoe beter. Ik zal ze niks in de weg leggen.´ “(10-9-2004)

Tot besluit: ik zeg NIET dat alle zionisten fascisten zijn of erger. Er zijn zeer verschillende vormen van zionisme.

Ik zeg alleen dat ook de geschiedenis van het zionisme donkere hoofdstukken bevat.

 

Literatuur: Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani

Zie ook hier over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen

13 comments

eichmann Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem SassenEichmann staat opnieuw in het middelpunt van de openbare aandacht, door het openbaar worden van nieuwe feiten en nieuw archiefmateriaal, en door de grote tentoonstelling in Berlijn.Eichmann is als de gewone mens die de massavernietiging administratief heeft uitgevoerd de icoon geworden van de “banaliteit van het kwaad”. Op dit begrip van Hannah Arendt is veel kritiek geweest, zie bijvoorbeeld het artikel van Peter Giesen in de Volkskrant van 9 april.Nieuw onderzoek toont aan dat Eichmann geenszins de passieve nazi-pop was tot welke bijvoorbeeld Harry Mulisch hem in “De zaak 40/61” heeft gemaakt. Zoals de biograaf David Cesarani beargumenteert was Eichmann aan de ene kant een gewoon mens, geen satan (die de Israëlische aanklager van hem wilde maken) en was ook tijdens grote delen van zijn carrière geen uitzonderlijk fanatieke antisemiet. Eichmann was een vooral conventionele man, een opportunist en carrièrist, die met de tijd een aantal bewuste historische keuzes heeft gemaakt die hem uiteindelijk in feite een monster lieten worden.Toen ik het boek van Cesarani las was ik verrast door een detail in Eichmanns leven waar ik weinig van wist: Eichmanns relatie met de (half-) Nederlandse nazi en Waffen-SS man Willem Sassen. [Een SS-man die Sassen heet!] Cesarani: “Sassen was in België bij verstek voor oorlogsmisdaden veroordeeld, maar bereikte in september 1948 op een schoener, en onder de schuilnaam Jacobus Jan­sen, Argentinië, Daar paste hij naadloos in het milieu van oud- SS’ers. Hij werd re­dacteur van de nieuwsbrief Der Weg, die zich richtte op de gemeenschap van nazi­emigranten. Der Weg […] was zo extreem rechts dat zelfs Perón kon worden overgehaald de publicatie ervan te verbieden”.“Behalve als journalist verdiende Sassen ook als ghostwriter voor oud-SS’ers en hij werkte regelmatig met Eberhard Fritsche, een voormalig mede­werker van het nazistische rijksministerie van Openbare Voorlichting en Propa­ganda en een van Goebbels naaste medewerkers, die nu directeur van Durer­ Verlag was en nauw samenwerkte met Ludwig Freude. In 1955 of 956 stelde hij, met medeweten van Fritsche, Eichmann voor dat ze samen zouden werken aan een volledig verslag van de Endlosung. Het zou de ‘waarheid’ vanuit het nazi­standpunt vertellen en hun aardig wat geld opleveren. De bedoeling was Eich­manns herinneringen op band op te nemen, daarbij geholpen door hedendaagse documenten en aangevuld met expertise uit de SS-gemeenschap. De banden zou­den vervolgens worden uitgewerkt tot een authentiek verslag van de gebeurtenis­sen van iemand die daarbij een centrale rol had gespeeld.” ( p 225).Volgens Cesarani hadden  Eichmann en Sassen echter elk hun eigen bedoelingen, die in feite niet met elkaar strookten. Eichmann werd volgens Cesarani gedreven door ijdelheid en was verbolgen dat zijn eigen rol in de geschiedenis niet echt was opgemerkt. “Sassen daarentegen wilde de joodse en Israëlische aanspraken op herstelbetalingen van Duitsland ondermijnen en de verantwoor­delijkheid van de Duitsers voor de massamoord op de joden bagatelliseren. Een van zijn belangrijkste doelstellingen was het aantal slachtoffers van de genocide verlagen. Het andere was Hitler van blaam te zuiveren. Dus waar Sassen het aantal naar de vernietigingskampen gedeporteerde joden omlaag wilde brengen, wilde Eichmann maar al te graag over zijn succes opscheppen.”“Ondanks beweringen dat Eichmann niet antisemitisch was, de joden niet per­soonlijk haatte en nogal wat joodse medewerkers had, liet hij zich op andere rno­menten kennen als een in alle opzichten onveranderde, geen berouw tonende na­zi. ‘Nee, ik heb nergens spijt van en ik ben zeker niet van plan in te binden. In de vier maanden waarin je alles weer boven hebt gehaald, waarin je hebt gepoogd mijn geheugen op te frissen, is weer een heleboel bovengekomen. Het zou voor mij te makkelijk zijn en, gezien de huidige publieke opinie, al te begrijpelijk, het spel van Saulus-wordt-Paulus te spelen. Maar je moet weten dat ik dat niet kan omdat ik in de kern van mijn wezen weiger te erkennen dat we iets verkeerds de­den. Nee, laat me je in aIle eerlijkheid zeggen dat als van de 10,3 miljoen joden over wie (de statisticus) Korherr spreekt, zoals we nu weten, als we er 10,3 miljoen had­den vermoord, dan zou ik tevreden zijn. Ik zou zeggen: “Uitstekend. We hebben een vijand uitgeroeid”. ““Alles bijeen namen Sassen en Eichmann in vijf maanden tijd niet minder dan zevenenzestig banden op. Hiervan werd een typo script van 695 pagina’s ge­maakt waaraan Eichmann nog tachtig pagina’s handgeschreven aantekeningen toevoegde.”Sassen schreef artikelen voor Der Stern en Life, die later, ondanks Eichmanns protest, als bewijsmateriaal bij het Jeruzalemproces werden gebruikt. Maar de banden zelf met de gesprekken tussen Sassen en Eichmann werden pas zo laat als bewijsmateriaal voor het proces aangedragen, dat de rechters alleen maar een heel klein gedeelte van het materiaal als bewijsmateriaal toelieten namelijk Eichmanns handgeschreven aantekeningen en kanttekeningen.   Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani, citaten p 225 ff. Zie ook over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Liberale joden versus Wilders

67 comments

“Een ‘licht gevoel van schaamte’ trof [Rosalie van Gelder, voormalig bestuurslid van de jongerenafdeling van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI)]  toen ze op de radio over de ophef rond de PVV-kandidatuur van Gidi Markuszower hoorde.

Markuszower, lid van Likud Nederland, had de Wapenwet overtreden. ‘Als hij maar niet het gezicht van Joods Nederland wordt’, dacht Rosalie van Gelder…”

Lees het artikel in de Volkskrant van vandaag “Ook Joden worstelen met Wilders”.
Liberale joden hebben zich van meet af aan verzet tegen de islamofobie.

joden moslims Liberale joden versus Wilders

Deze advertentie werd in 2008 op de voorpagina van de Volkskrant geplaatst namens de Stichting de Initiatieven en Een ander Joods geluid door Harry de Winter.

De Winter: “Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij nu over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij al lang afgeserveerd en veroordeeld wegens antisemitisme.”

Marcel Poorthuis en Theo Salemink, die onderzoek hebben gedaan over het antisemitisme in de Katholieke kerk, schrijven in hun boek ‘Een donkere spiegel’:
“[Israël voert] een onderdrukkende politiek tegen de Palestijnen en [wordt] in de Arabische wereld gezien als handlanger van Amerika. Met deze beeldvorming hopen Arabische leiders de aandacht van de formidabele binnenlandse problemen af te leiden door Israël als zondebok, hierbij gebruik makend van alles wat maar voorhanden is: beschuldiging van racisme aan het adres van Israël, activering van oude antisemitische beelden, goeddeels afkomstig uit Europa, warbij ook nog de joden over de hele wereld collectief worden geïdentificeerd met de politiek van deze staat.[...] Enerzijds lijkt er [...] een overeenkomst te bestaan tussen de negatieve beeldvorming over het jodendom [...] in het verleden en de negatieve beeldvorming over moslims in het heden, anderzijds maken sommige, voornamelijk jonge moslims in Nederland zelf gebruik van de negatieve beeldvorming over het jodendom in de Europese geschiedenis om hun eigen identiteit als antiwesters te onderstrepen.” (p. 767 f)

In liberaal- joodse en seculier-joodse kringen is men al jarenlang bezorgd over de discriminatie van moslims.

Ed van Thijn schrijft in zijn artikel Antisemitisme en moslimhaat worden onderschat :   “[...] antisemitisme en moslimhaat [zijn] loten van een stam – beide vormen van onversneden racisme. [...]   (de Volkskrant, 16-6-2005)

De Haagse liberale rabbijn Soetendorp zei:
“We weten dat het stigmatiseren en isoleren van welke bevolkingsgroep dan ook noodlottige gevolgen heeft”.”Wat nu de moslims in Nederland overkomt, is levensgevaarlijk. Vooral de trend om alle islamieten over een kam te scheren en als bedreigend af te schilderen. Dat lot trof de joden in de jaren ‘30″.  “Het leven als jood leert ons, door de geschiedenis heen, dat als wij worden aangevallen, niet alleen de joden worden aangevallen, maar dat het altijd gaat om de rechten van de mens. De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar voor de kwaliteit van de samenleving als geheel.” (NRC 24-12-2004)

Harry Polak van de Liberale Joodse Gemeente en het Joods-Marokkaans netwerk in Amsterdam wijst erop dat joden en moslims veel gemeen hebben: “Joden en moslims hebben veel gemeen, zeker in religieus opzicht. Spijswetten bijvoorbeeld en besnijdenis bij het mannelijke geslacht om een andere overeenkomst te noemen. Die zijn er ook tussen de joodse religie, de islam en het christendom. Het zijn monotheïstische godsdiensten met eenzelfde stamvader, Abraham.
Er is helaas nog een overeenkomst die de laatste tijd meer op de voorgrond staat, met name als het gaat om de islam: er zijn extremisten die het eigen gelijk voorop stellen en dat te vuur en te zwaard willen uitdragen. Soms omdat deze extremistische aanhangers zeggen zich bedreigd te voelen door de andere culturen.”

Recentelijk wees Polak in Het Parool op het rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) . Hier “worden scherpe opmerkingen gemaakt over het onaangename debatklimaat in Nederland waar met name moslims slachtoffer van zijn: islamofobie is dramatisch toegenomen, er is sprake van stereotyperend, stigmatiserend en soms ronduit racistisch taalgebruik. Ook wordt vooringenomen berichtgeving in de media geconstateerd en stelt de commissie dat men buitenproportioneel veel aandacht aan moslims besteedt in het veiligheidsbeleid. Naast islamofobie wordt een verontrustende toename geconstateerd van antisemitisme, bijvoorbeeld door frequente ontkenning (vooral op internet) van de Holocaust en het veelvuldig gebruik van ‘Jood’ als scheldwoord.” ( Het Parool, 18-2-2008)

Marcel Poorthuis en Theo Salemink schrijven in hun boek Een donkere spiegel (2006) behalve over katholicisme en antisemitisme in Nederland ook over de beeldvorming over de islam. Zij stellen ook de vraag naar de parallellen tussen antisemitisme en de stigmatisering van de moslims: “De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar een aantal motieven die gedurende anderhalve eeuw beeldvorming door sommige katholieken tegen het jodendom werden ingebracht – niet-integreerbaar, vasthoudend aan eigen religie- lijken verwant aan hetgeen heden ten dage, voornamelijk uit postchristelijke kringen [verlichtingsfundamentalisten! M.T.] tegen moslims wordt ingebracht […]. Zo bracht Ayaan Hirsi Ali in het debat over (vrouwen)besnijdenis ook de joodse praktijk van het besnijden van pasgeboren jongetjes ter sprake. Ook werd de imam die weigerde een vrouwelijke minister de hand te schudden wel vergeleken met sommige orthodoxe rabbijnen […] “[1]

Wilders-vriendin Ayaan Hirsi Ali beweerde onbekommerd in Nova Politiek van vrijdag 10 februari 2006 dat de joden een ras zijn (de reactie van historica en antisemitisme-deskundigeEvelien Gans hierop in De Groene Amsterdammer van 24-2-2006: “…de joden zijn géén ras”. )

De historica Evelien Gans merkte ook op over Theo van Gogh dat Van Gogh zijn doelwit had verlegd van joden naar moslims, nadat hij vanwege antisemitische uitlatingen zijn column in Folia Civitatis verloren had.[2]

De Evelien Gans over het stereotype van de gewelddadige moslims: “ Er is geen sprake van collectieve verantwoordelijkheid. Je moet het stempel niet op de hele groep drukken, die je daardoor isoleert en van je afstoot. Die voelt zich in een hoek gedreven en ten onrechte beschuldigd. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen hoe terecht het was dat islamitische of moslimorganisaties zich openlijk distantieerden van de moord op Theo van Gogh. Daar gaat een idee van collectieve aansprakelijkheid aan vooraf.” [3]

Zie verder ook de rede van Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de ander:

“Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren. Het concentratiekamp is juist de ultieme consequentie van alledaagse onverschilligheid, een onverschillige opstelling ten aanzien van gedrag dat tegengesteld is aan een algemene, alledaagse moraal met zorg voor de ander. Waakzaamheid blijft daarom geboden; met de bevrijding van Auschwitz kwam er geen einde aan het systematisch uitmoorden van minderheden. Alle brandhaarden van de afgelopen decennia laten dat zien: Cambodja, Joegoslavië, Rwanda.” ( de Volkskrant 1-2- 2008)
————-

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


[1] Een donkere spiegel, p.767.
[2] In: Religie en verdraagzaamheid,p. 60.

[3] In: Bart Top, Religie en verdraagzaamheid, p. 55.

Voorgeschiedenis van het antisemitisme: Die Judenfrage/ Het joodse vraagstuk

no comment

Als “Judenfrage” (“Het Joodse vraagstuk”) werden in Duitsland vanaf ongeveer 1840 echte of vermeende problemen bediscussieerd die in het bijzonder voor  niet-joden voortvloeiden uit de joodse emancipatie.

Een soortgelijke discussie werd eerder in 1750 in Groot-Brittannië,  en omtrent 1790 ook in  Frankrijk gevoerd (engl. jewish question, frz. la question juive). In het begin benadrukte deze term het recht van Joden op een politieke oplossing voor hun problemen met niet-Joden.  

Met ingang van 1860 begonnen de tegenstanders van de joden in het kader van het nationalisme  de term meer en meer te gebruiken om de joodse minderheid en het jodendom  op verschillende manieren als een belemmering voor de algemene maatschappelijke ontwikkeling te beschrijven.  Sinds 1873 werd de term in het  Duitse keizerrijk  tot een vaste expressie van het moderne  antisemitisme  die elke mogelijkheid van joden tot integratie en assimilatie  ontkende en hen een streven naar werelddominantie veronderstelde (“Wereldjodendom “).

Het nationaalsocialisme propageerde een “Endlösung der Judenfrage“. Vanaf 1941 vermomde en rechtvaardigde deze term de uitvoering van de Holocaust.

Voorgeschiedenis

Het  anti-judaïsme in en na de middeleeuwen heeft eeuwenlange uitsluiting, discriminatie en vervolging van joodse minderheden in vele delen van Europa veroorzaakt en bevestigd. Pas met de geleidelijke erkenning van de algemene mensenrechten in het kielzog van de verlichting werd de gelijkheid van alle burgers in een nationale staat een politiek doel. Dit gold vooral voor de tot dan juridisch, sociaal en politiek benadeelde joden, die zo in in principe in staat werden gesteld om zich uit hun sociaal isolement te bevrijden.

De wettelijke gelijkheid van alle burgers, inclusief de joden, werd in de opkomende Europese natiestaten op verschillende manieren aangepakt. Als gevolg van de verlichte  tolerantie tegen personen of groepen van andere godsdiensten varieerden de integratiepogingen en -concepten van “tolerantie” en “burgerlijke verheffing” tot “gelijkheid” en “emancipatie”. Maar deze integratiepogingen stuitten op hevig verzet. Dit leidde met name ten opzichte van de joden tot vele tegenslagen.

In dit overgangsproces van integratiepogingen gaf een denker in  Engeland  voor het eerst een openbaar “Antwoord op het beroemde Joodse vraagstuk” (Reply to the Famous Jew Question). Hiermee bedoelde hij de toestemming voor joden om land te kopen. De  Franse Nationale Vergadering  besprak onder het kopje  “La question sur les Juifs” over de vraag of joden juridisch gelijkwaardig aan de burgers van Frankrijk zouden moeten zijn.

Emancipatiesceptici en -tegenstanders eisten daarentegen al sinds 1800 de vestiging van alle Europese joden in het buitenland of in het ‘Land van Israël’. Jodenvijanden als  Hartwig von Hundt-Radowsky eisten werkkampen en sterilisatie  voor alle joden.

Nog tot na het Congres van Wenen gebruikten zowel voor- als tegenstanders van de joodse emancipatie de term Het Joodse vraagstuk bijna in dezelfde betekenis voor de met de integratie van joden verbonden reële problemen.

Pas in keer in 1838 verschenen twee artikelen onder de titel  Het joodse vraagstuk die de toen omstreden wettelijke gelijkheid van de joden in  Pruisen wilden afwijzen onder verwijzing naar vermeende onveranderlijke joodse eigenschappen. Omtrent 1844 werd de term Het Joodse vraagstuk voor deze controverse in Pruisen gebruikelijk. Joden werden aldus geïdentificeerd als een homogene groep, die in strijd met eerdere verwachtingen niet uit elkaar was gevallen, en niet tot de ware geloofsbelijdenis was gekomen en dus een probleem voor de nationale eenwording vormde.

Filosofische draai

De religiefilosoof Bruno Bauer publiceerde in 1842 een essay in de  Deutschen Jahrbücher für Wissenschaft und Kunst, getiteld Die Juden-Frage.  Daarin probeerde hij te bewijzen dat de joden als groep niet “verbeterd” kunnen worden (door middel van wettelijke gelijkheid en integratie) omdat ook  goed opgeleide joden zich vast klampten aan hun traditionele religieuze claim van exclusief “uitverkoren” zijn. Daarom moesten zij volgens Bauer streven naar totale heerschappij, en uiteindelijk een oorlog tegen de mensheid voeren. Individuele joden zouden alleen in de burgermaatschappij geïntegreerd kunnen worden door het jodendom op te geven ten gunste van een universele menselijkheid. Dit gold volgens Bauer ook voor het Christendom zoals hij in zijn andere schrift  Die Fähigkeit der heutigen Juden und Christen, frei zu werden uitlegde.

Op  deze publicatie antwoordde de 26-jarige Karl Marx  in 1844 met zijn essay  Zur Judenfrage/ Het joodse vraagstuk. Hij zag de “oplossing” van de kwestie in de afschaffing van de wereldlijke beperkingen van het maatschappelijk middenveld, waarmee ook beperkte religieuze opvattingen zouden verdwijnen. De wettelijke gelijkheid van het jodendom was voor hem een voorbeeld van de onvolmaakte  ”politieke emancipatie” die de mens aan de ene kant op een egoïstisch en onafhankelijk individu en aan de andere kant op de morele persoon van de burger reduceert. In plaats van een politieke pleit hij voor een “menselijke emancipatie”,  waar het individu zijn kracht als een sociale kracht erkent en organiseert.

Marx werd vaak een antisemitische houding veronderstelt, hoewel zijn essay in feite pleit voor de emancipatie van de joden. Hij verklaart dat in een moderne politieke staat, in tegenstelling tot in de christelijke staat, religie een een privé-aangelegenheid is.

In het tweede deel van het document pakt Marx Bauers theologische visie op het joodse vraagstuk aan. Hij vraagt zichzelf naar de seculiere grondslag van het jodendom, en antwoordt: “De praktische behoefte, de  eigenbelang“. Of deze reactie uit Bauers teksten, uit eigen waarneming van Marx of uit andere bronnen werd verkregen is een kwestie van interpretatie van de tekst Zur Judenfrage. Doordat hij deze interpretatie van de term “jodendom” woordelijk neemt, lijkt Marx populaire vooroordelen te voeden, maar hij doet dit alleen maar om aan te tonen dat de “sjacheraar” net zo wezenlijk is voor het christendom als voor het jodendom. Hij concludeert dat pas de bevrijding van de maatschappij uit de macht van het geld de sociale emancipatie van christenen en joden mogelijk maakt. Hij corrigeerde zichzelf in zijn latere werk op een aantal punten en richtte zich niet tegen de religie direct, maar verwachtte haar geleidelijke verdwijning na een succesvolle revolutie in de productieverhoudingen.

Nietzsche en het anti-antisemitisme

61 comments

Hoewel Nietzsche door sommigen als een voorloper van het nazisme wordt beschouwd bekritiseerde hij antisemitisme,  pan-Germanisme  en nationalisme. Zo brak hij met zijn uitgever in 1886 als gevolg van verzet tegen diens antisemitische standpunten, en zijn breuk met  Richard Wagner  beschreven in  Het geval Wagner  en  Nietzsche contra Wagner (beiden geschreven in 1888), had veel te maken met Wagners goedkeuring  van pan-Germanisme en antisemitisme.

In een brief  van 29 maart 1887 aan  Theodor Fritsch  bespotte Nietzsche antisemieten als  Fritsch,  Eugen Dühring , Wagner, Ebrard, Wahrmund  en de leidende voorstander van het pan-Germanisme,  Paul de Lagarde , die, samen met Wagner en  Houston Chamberlain , de belangrijkste officiële invloeden van het nazisme werden.  Deze brief aan Fritsch eindigt:

 - En tenslotte, hoe denk je dat ik me voel wanneer de naam Zarathoestra in de mond wordt genomen door anti-semieten?  …

Hoofdstuk VIII van  Voorbij goed en kwaad  getiteld “Volk en vaderland” bekritiseert pan-Germanisme en patriottisme, en bepleit in plaats daarvan de eenwording van Europa (§ 256, etc.).

In  Ecce Homo  (1888), bekritiseerde Nietzsche de “Duitse natie”, de “wil tot macht (= tot Reich)”, en keurde een verkeerde interpretatie van de Wille zur Macht  af, net zo als de opvatting van de Duitsers als een “ras”,  en de “antisemitische manier van schrijven van de geschiedenis”.

Nietzsche uitte harde kritiek op de man van zijn zuster,  Bernhard Förster en op zijn zuster zelf , en sprak afwijzend over de “antisemitische canaille”: “Nadat ik de naam van Zarathoestra in de anti-semitische correspondentie lees komt mijn verdraagzaamheid tot einde.  Ik verkeer nu in een positie van noodweer tegen de partij van jouw echtgenoot. Deze vervloekte antisemitische misvormingen zullen mijn ideaal  niet bezoedelen!” .

Georges Bataille  was een van de eersten die de opzettelijke verkeerde interpretatie van Nietzsche door de nazi’s aan de kaak stelde.  Bataille wijdde in januari 1937 een nummer van  Acéphale , getiteld “Herstelbetalingen aan Nietzsche” aan het thema “Nietzsche en de fascisten”,  Hij noemde Elisabeth Förster-Nietzsche  ”Elisabeth Judas-Förster,” daarbij aan Nietzsches verklaring refererend:   “…nooit meer iemand te bezoeken die betrokken is bij dit naakte bedrog met betrekking tot rassen. 

Nietzsches aforisme 377  in het vijfde boek van  De vrolijke wetenschap  (Gepubliceerd in 1887) bekritiseert nationalisme and patriottisme en pleit ervoor goede Europeanen te zijn:

„.. wir sind der Rasse und Abkunft nach zu vielfach und gemischt, als “moderne Menschen”, und folglich wenig versucht, an jener verlogenen Rassen-Selbstbewunderung und Unzucht teilzunehmen, welche sich heute in Deutschland als Zeichen deutscher Gesinnung zur Schau trägt und die bei dem Volke des historischen “Sinns” zwiefach falsch und unanständig anmutet. Wir sind, mit einem Worte – und es soll unser Ehrenwort sein! – gute Europäer, die Erben Europas, die reichen, überhäuften, aber auch überreich verpflichteten Erben von Jahrtausenden des europäischen Geistes: als solche auch dem Christenthum entwachsen und abhold, und gerade, weil wir aus ihm gewachsen sind, weil unsre Vorfahren Christen von rücksichtsloser Rechtschaffenheit des Christentums waren, die ihrem Glauben willig Gut und Blut, Stand und Vaterland zum Opfer gebracht haben.“

http://gutenberg.spiegel.de/buch/3245/8

 

“Nietzsche was zijn gehele leven aan een vloed van antisemitische propaganda blootgesteld: van de zijde van zijn zuster en zijn zwager, Bernhard Förster, een prominent vertegenwoordiger van de Duitse antisemitische be­weging, die na een schandaal in een tram, waarbij hij joodse passagiers had mishandeld, naar Paraguay emigreerde om daar de teutoonse kolonie ‘Nueva Germania’ te stichten; van de zijde van Wagner; van zijn uitgever Schmeitzner en van lieden die hem de Antisemitische Korrespondenz toezonden. Hierin ligt onge­twijfeld mede de verklaring voor zijn voortdurende bestrijding van dit gif. “

Dit citaat komt uit het boek van Henk van Gelre, “Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving” (band 1, p 108) , aanbevolen op mijn vorige blog door An van den Burg.

Nietzsche: “‘Het hele probleem van de joden bestaat alleen binnen de nationale staten, in zover hun daadkracht en grotere intelligentie, hun in een lange lijdensschool van generatie op generatie opgestapeld geestes- en wilska­pitaal, hier wel overal in een afgunst en haat opwekkende mate het overwicht moet verkrijgen, zodat de literaire onhebbelijkheid in alle naties van vandaag de overhand neemt – en wel méér naarmate deze zich weer nationaal gedragen -, om de joden als zondebok, voor alle moe­lijke openbare en innerlijke misstanden naar de slachtbank te leiden.’

Rüdiger Safranski heeft in zijn uitvoerige Nietzsche- biografie ook over het thema “Nietzsche en het antisemitisme” geschreven (p 331 ff):

Het is onbetwist­baar dat Nietzsche een anti-anti-semiet was, al is het maar omdat het antisemitisme hem in zulke gehate figuren als zijn zwager Bernhard Förster en zijn zuster voor ogen stond. Hij verachtte de Duits-nationale, volkse componenten. Hij zag in de anti-semitische beweging van de jaren tachtig de opstand van de middelmatigen, die zich onrechtmatig voor heersersnaturen uitgaven, alleen omdat ze zich Ariërs voelden.

Tegenover zulke antisemieten was Nietzsche zelfs bereid het joodse ras te verdedigen door te beweren dat het meer waard was. Zijn argument luidt: Omdat ze zich eeuwenlang tegen aanvallen hebben moeten verdedigen, zijn ze taai en geraffi­neerd geworden, ze hebben de defensieve kracht van de geest ver­sterkt en zodoende een onmisbare rijkdom in de Europese geschie­denis ingebracht. Het joodse volk, schreef Nietzsche, heeft van alle volkeren de smartelijkste geschiedenis achter de rug, en juist daarom hebben we aan dit volk de edelste mens (Christus), de zuiverste wij­ze (Spinoza), het machtigste boek en de invloedrijkste zedenwet ter wereld [...]  te danken. Hij keert zich tegen de verblinding van de nationalisten die de joden als zondebokken van alle mogelij­ke publieke en private misstanden naar de slachtbank leiden.”

“In zijn aantekeningen uit de herfst van 1888 zet Nietzsche een aan­tal gedachten voor een psychologie van het antisemitisme op een rijtje. Het gaat daarbij meestal om lui, schrijft hij, die te zwak zijn om hun leven een zin te geven en die zich in panische angst bij de eerste de beste partijen aansluiten die hun tirannieke behoefte aan zin bevredigen. Ze worden bijvoorbeeld anti-semieten louter en al­leen omdat de anti-semieten het op het schaamteloze af op dat ene voor de hand liggende doel gemunt hebben – het joodse geld . Aan die waarneming knoopt Nietzsche zijn psychogram van de ordinai­re anti-semiet vast: instinctieve afgunst, ressentiment, machteloze woede als I ei d mot i e f: de aanspraak van de ‘uitverkorene’; door en door moralistische leugenachtigheid tegenover zichzelf -die per­manent de mond vol heeft van deugdzaamheid en alle andere gro­te woorden. Dit als typisch kenmerk: ze merken niet eens op wie ze daardoor als twee druppels water lijken? Een anti-semiet is een afgunstige, dat wil zeggen de meest stupide jood. “

“Toch ontwikkelde hij [Nietzsche]  in De genealogie van de moraal, in Afgodenschemering en in De antichrist een theorie vol­gens welke het religieuze jodendom een beslissende en leidingge­vende rol heeft gespeeld bij het initiëren van de slavenopstand van de moraal. “

“De door Nietzsche verachte antisemieten konden dus in ieder geval een aantal van zijn gedachten als bron van inspiratie gebrui­ken, ook al strookte het beeld van de Arische heersersnatuur dat zij ontwierpen niet met het beeld van voornaamheid dat Nietzsche als leididee voor ogen stond. Dat hebben ze bij de nationaal-socialisten op een gegeven moment ook gemerkt. Ze bleven Nietzsche welis­waar voor hun karretje spannen, maar er gingen daarnaast steeds meer stemmen op die voor de vrijdenker Nietzsche waarschuwden. Ernst Krieck, een invloedrijke nationaal-socialistische filosoof, oor­deelde ironisch: ‘Al met al was Nietzsche een tegenstander van het socialisme, een tegenstander van het nationalisme en een tegenstan­der van de rassenidee. Als je die drie geestesrichtingen buiten be­schouwing laat, had hij misschien een uitstekende nazi kunnen zijn’  “.

De pre-fascist Max Nordau, auteur van “Entartung/Ontaarding” (1892) haatte Nietzsche, die hij (terecht) als een vrijdenker en als een antinationalist beschouwde. Dus heeft Max Nordau aan Nietzsche een van zijn haat-hoofdstukken gewijd, wat achteraf bezien eigenlijk een hommage is, omdat Nietzsche hier naast andere “ontaarde” en dus “dood te slaande” geesten staat: Tolstoi, Beaudelaire, Ibsen, Zola.

Harry Mulisch behandelt de kwestie “Nietzsche en het antisemitisme” uitvoerig in zijn boek over Eichmann “De zaak 40/61″ waarbij hij ook tot de conclusie komt:

“hij [Nietzsche] zou ongetwijfeld tot Hitlers felste tegenstan­ders behoord hebben”

 


Maria Trepp

 

Katholicisme en antisemitisme

110 comments

jodenvraagstuk Katholicisme en antisemitismeAntisemitische en anti-joodse opvattingen zijn helaas verbonden met  de centrale leerstukken van het traditionele katholicisme.

Wie zich interesseert voor de geschiedenis van het Nederlandse katholicisme en antisemitisme, moet het dikke boek van Marcel Poorthuis en Theo Salemink, Een donkere spiegel (2006)  gaan lezen. Dit valt in eerste instantie niet mee omdat het 1000 pagina’s betreft, maar in tweede instantie weer wel, omdat elk hoofdstuk voorzien is van een uitstekende beknopte samenvatting.

Poorthuis/Salemink  betogen en tonen aan, dat weliswaar katholiek antisemitisme niet gezichtsbepalend is geweest is voor het katho­licisme in zijn geheel vanaf 1870 in Nederland, maar desalniettemin structureel voorkwam bij een niet al te kleine minderheid katholieken. Terwijl binnen de kerk vaak principiële kritiek werd uitgeoefend op het binnendringen van het moderne antisemi­tisme in kerk en maatschappij, hield zich een “katholieke mengsel” van religieus antisemitisme en modern antisemitis­me bij bepaalde katholieke groeperingen.

Enkele conculsies van Poorthuis Salemink betreffende het katholiek antisemitisme ( p 799-803) :

1. “In de laatste decennia van de 19de eeuw heeft er een felle vorm van katholiek antisemitisme bestaan, gevoed door buitenlandse bronnen, waarin moderne (quasi)wetenschappelijke beschouwingen een rol speelden, naast religieuze motieven zoals de mythen over ‘godsmoord’, vermeende immoraliteit van de Talmoed en rituele moord. Dit felle antisemitisme kwam voor in ultracon­servatieve katholieke kring en was een mengeling van oudere religieuze en modernere seculiere motieven.”

2. “Het religieus geïnspireerde katholieke antisemitisme aan het einde van de 19de eeuw bleef, anders dan vaak gedacht is, niet verschoond van raciale motieven; het sprak over de etnische ‘vreemdheid’ van de joelen en pleitte op grond daarvan nadrukkelijk voor beperking van joodse burgerrechten bin­nen de nieuwe nationale staat. “

3. “De – nog steeds niet formeel herroepen – kerkelijke verordeningen van het Provinciaal Concilie van 1865, herhaald in 1924, over het verbod op familiale omgang met joden en op een vast dienstverband bij joodse werkgevers had­den aanvankelijk het doel om katholieken af te grenzen tegen ‘andersden­kenden’ [...] , maar werden eind 19de eeuw door onder anderen pater Gerlachus van den EIsen gebruikt als legitimatie voor een sociaal-economisch antisemitisme.”

4. “Binnen de sociale en politieke organisaties van de katholieke zuil ontwikkel­de zich tijdens het interbellum in bepaalde kringen een sociaal-economisch en politiek antisemitisme, dat onder de invloed stond van de zogenaamde ‘Oostenrijkse school’ van professor Eberle. Raciale motieven ontbraken, reli­gieuze motieven niet (bijvoorbeeld ‘aards messianisme’ van de joden toen en nu). Dit antisemitisme was ingebed in een radicaal moreel antikapitalisme.”

5. “Binnen het katholiek-culturele milieu bestonden groeperingen, met name te lokaliseren binnen de beweging van de ‘Katholieke Jongeren’, die in de jaren dertig hun afkeer van de democratie en keuze voor een corporatieve staat gingen verbinden met een felle vorm van antisemitisme, soms met inbegrip van raciale motieven. In dit antisemitisme speelden religieuze ele­menten geen rol van betekenis.”

6. “In het kerkelijk-theologisch milieu traden bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog auteurs als Johannes van der Ploeg en Tonny Ariëns naar voren die pleitten voor een politieke oplossing van het zogenaamde ‘joodse vraag­stuk’ op grond van een etnisch-raciale visie. Zij wilden de burgerrechten van de ‘vreemde’ joodse minderheid beperken. Religieuze motieven speelden hier geen rol. Men kan het een extreem-rechtse modernisering noemen. “

7. “Na 1945 verdween het antisemitisme niet onmiddellijk in katholieke kring. Het kreeg zelfs een nieuw (derde) leven in bepaalde katholieke kringen die de politieke afwijzing van de staat Israël legitimeerden met een hernemen van bepaalde anti-joodse vooroordelen. “


Van Alib de tip: “Een goed vervolg: Dr LMH Joosten; Katholieken en facisme in Nederland, 1920 – 1940.” Klik hier voor inleiding en samenvatting!\

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

J.A.A. van Doorn en het antisemitisme

46 comments

 J.A.A. van Doorn en het antisemitismeGeorge Knight heeft gisteren op mijn blog J.A.A. van Doorn antisemitisme verweten. Omdat ik in vele kwesties ( Jami, Hirsi Ali, islamofobie)  met Van Doorn eens ben, heb ik deze kwestie nog eens nader bekeken.

Een paar feiten:

1
. Van Doorn moest in 1990 bij de NRC vertrekken na een verklaring van de toenmalige hoofdredactie als zou hij in twee columns ‘de grenzen van betamelijkheid’ hebben overschreden [ hij had iets geschreven over "de joodse journalisten"]. De NRC hoofdredactie liet in oktober 2005  weten de gang van zaken destijds ernstig te betreuren en Van Doorn schrijft sindsdien weer in de NRC.

2. In zijn boek over het Duitse nationaal-socialisme besteedt Van Doorn niet veel aandacht aan Hitlers rassenleer. In een interview met Hans Wansink in de Volkskrant zei hij op 7 juli 2007:

Naar mijn mening heeft het succes van het nationaal-socialisme weinig te maken gehad met het antisemitisme. Het idee van volksgemeenschap sloot natuurlijk de joden uit. Maar ik denk niet dat het nationaal-socialisme in 1933 door het Duitse volk primair werd beleefd als een racistische ideologie. De Duitse joden maakten 0,7 procent van de bevolking uit, ze waren geconcentreerd in grote steden en in bepaalde beroepsgroepen. Heel veel Duitsers hadden nog nooit een jood gezien, bij wijze van spreken. Ze kregen dat ontzettende geblaf over zich heen, van joodse dit en joodse dat, en ze hebben hun schouders opgehaald: het zal wel. Wat hen pro-nazistisch maakte waren Hitlers grote successen in de binnen- en buitenlandse politiek. En wat ik heb genoemd het vitale socialisme van de nazibeweging.”

Mijn mening
: ik denk dat Van Doorn niet helemaal ongelijk heeft, maar ik schat de betekenis van het antisemitisme voor het succes van de nationaal-socialisten hoger in dan hij. Vast staat in ieder geval dat het antisemitisme in geheel Europa diep geworteld was, en ook in het communisme onder Stalin een grote rol heeft gespeeld. Vast staat ook, zoals de Duitse antisemitisme-deskundige Helmut Berding schrijft, dat de nazi’s over langere tijd, soms meerdere jaren lang, in zake antisemitisme de toon matigden om op deze manier in het binnen- en buitenland makkelijker invloed en steun te verwerven.

3. Interessant vind ik wat van Doorn in zijn nieuw boek over Duits socialisme over de nazi en antisemiet Carl Schmitt schrijft. Hij is kritisch over Carl Schmitt, maar noemt diens antisemitisme niet. Over Schmitt schrijft hij in het verband met de nazi-voorkeur voor “effectiviteit”:

“De gebiologeerdheid met het criterium effectiviteit ging de eigenlijke technische sfeer echter ver te boven en doordrong een groot deel van het politieke denken. Superieur heette het politieke handelen dat als zodanig doelmatig was, ongeacht de motivering en de normatieve lading. Effectiviteit legitimeert zichzelf. Het is vooral Carl Schmitt geweest die deze doctrine al in de Weimartijd ontwikkelde en nadien in de nazi-tijd heeft verdedigd.’ In zijn gedachte­gang krijgt de politiek een autonoom domein toegewezen waar uitsluitend de begrippen vriend en vijand gelden, losstaand van criteria zoals goed en kwaad of nuttig en schadelijk. Wie politiek bedrijft, moet zijn ogen vast ge­richt houden op de werkelijke politieke drijfkrachten die hem verplichten­ en vrij laten – alles te doen wat in de gegeven omstandigheden nodig is. Hij dient zich niet te laten afleiden door normatieve overwegingen, rechtsstate­lijkheid, contractuele verplichtingen en andere ‘ficties’. Schmitt spreekt in dit verband van ‘decisionisme’ en ontwikkelt een gedachtegang die aansluit bij Hebbes’ adagium dat het gezag, en niet de waarheid het recht stelt. Po­litieke beslissingen worden niet afgeleid uit het recht maar de beslissing zelf schept recht.

Het klinkt alles vaag en abstract, maar het werd in nazi-Duitsland conse­quent in praktijk gebracht en ten minste één keer door Schmitt zelf uitdruk­kelijk gerechtvaardigd. Het was in 1934 toen Hitler Röhm en andere tegen­standers van het regime koelbloedig uit de weg had laten ruimen, dat Schmitt zijn meest berucht geworden argumenten ontvouwde, samengevat in ‘Der Führer schützt das Recht’ en als volgt toegelicht: ‘De ware leider is altijd ook rechter. Uit het leiderschap vloeit het rechterschap [Richtertum] voort. [ ...] Het rechterschap van de Führer ontspringt aan dezelfde rechtsbron waaraan al het recht van elk volk ontspringt.’          In 1942 vond deze doctrine haar daadwerkelijke voltooiing: de Rijksdag ging akkoord met Hitlers eis dat hij, behalve als staatshoofd, partijleider en opperbevelhebber, de taak op zich zou nemen van ‘oberster Gerichtsherr’ ‘” ( p 211 f)

Ik zou wensen dat Van Doorn ook Schmitts antisemitisme bespreekt. Aan de andere kant beschrijft Van Doorn hier wel degelijk de hoofdelementen van de zeer problematische invloed van Carl Schmitt op de nazi’s. Let wel: Carl Schmitt, de held van Burke-directeur Bart Jan Spruyt, die het partijprogramma van Wilders heeft geschreven en PVV-kaderleden heeft getraind.

Zie ook mijn Carl Schmitt blogs.

Hitlers’Mein Kampf’

25 comments

hitler mein kampf HitlersMein Kampf
Hitlers ‘Mein Kampf’


Naar aanleiding van het recente “Mein Kampf”-debat in media en politiek wil ik iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd. “Mein Kampf” nu  vrij verkrijgbaar te maken met de redenering, dat de Koran ten slotte ook is toegestaan ( zoals minister Plasterk blijkbaar heeft beargumenteerd) vind ik waanzin.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke verschijningen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.
,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz  gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

Hitler probeert de onmogelijkheid van democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

„Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar  ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond ( ik zla nog bloggen over het nieuwe boek van Van Doorn) , ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassekamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de rassisch besten herkend konden worden.

Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder zo goed als alle verschijnen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende:  ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

De hele geschiedenis is voor Hitler een kamp van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier]  ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).

Ik stop hier, al is er nog veel meer over te zeggen.

Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)




Links antisemitisme

12 comments

Antisemitisme is niet alleen in rechtse kringen te vinden, maar ook in linkse/ anarchistische kringen. Antisemitisme is bovendien zelfs ook onder joden en onder zionisten te vinden.
Heel specifiek heb ik naar het antisemitisme in de DDR gekeken, en in de RAF-kringen.

Het is belangrijk om te begrijpen dat antisemitisme niet altijd biologisch-racistisch is van aard. Invloedrijke Duitse antisemieten zoals de Berlijnse dominee Adolf Stoecker en de Berlijnse historicus Heinrich von Treitschke (“Die Juden sind unser Unglück!”) hebben niet vanuit een “ras”-argumentatie geagiteerd – wat hun invloed alleen maar groter heeft gemaakt.

De jodenhaat in de 19e eeuw had veel te maken met sociale afgunst, en had veel te maken met de opwaartse sociale mobiliteit van de joden. In 1780 leefden nog 9 van 10 joden in Duitsland in armoede, maar aan het einde van de 19e eeuw behoorden veel joden tot de beter gesitueerde burgers, en hadden belangrijke posities in economie en wetenschap (Berding, Moderner Antisemitismus, p. 38) De Duitse historicus en antisemitisme-deskundige Helmut Berding, ( die ook mijn onderzoek goedkeurend heeft gelezen en me hierover heeft geschreven) schrijft, dat in Duitsland de sociaal-democraten de grootste tegenstanders waren van het antisemitisme, maar dat de communistische partij tot een opportunistisch antisemitisme werd verleid: “Tretet die Judenkapitalisten nieder, hängt sie an die Laterne, zertrampelt sie.” (p.220)

Mijn joodse oom Heinz Brandt, Auschwitz-overlevende en later DDR- gevangene, schrijft in zijn boek Ein Traum, der nicht entführbar ist (Engels: The third way) over het antisemitisme onder Stalin. Corinne de Vries heeft in de Volkskrant verslag gedaan van Stalins terreur in Birobidzjan. Jiddische scholen, synagogen, bibliotheken, theaters en media werden gesloten of vernietigd. De politieke en culturele elite verdween in de kampen of werd doodgeschoten ( 18-6-2005).
Heinz Brandt vertelt ook over het antisemitisme in het DDR-partijbureau. Men verordende een speciale behandeling voor joodse medewerkers. Men vond dat de joden uit kleinburgerlijke kringen kwamen en veel verwanten en bekenden hadden in het Westen;  dus een “Unsicherheitsfaktor” waren.

Bij communisten en partijbureau vindt men een sterke samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme.
De joodse filosoof Walter Benjamin zag de samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme ook bij Hitler. Hij zei dat het nationaal-socialisme het antisemitisme nodig had om kunstmatig een houding te creëren, die eigenlijk de houding van de onderdrukten tegenover de onderdrukkers was. Een kwaadaardige karikatuur van een echte revolutie.

De Duitse historica Dorothea Hauser heeft de samenhang tussen het denken van de terroristische RAF en de Ex-RAF-er en antisemiet Horst Mahler aangetoond.
Bovendien laat zij zien hoe manipulatief de RAF zich van „Auschwitz“ heeft bedienend: de RAF-ers zagen hun gevangenis als concentratiecamp, en spraken van Stammheim als “Endlösung”. ( Dorothea Hauser, Rechte Leute von links? Die RAF und das deutsche Volk, In: Zur Vorstellung des Terrors, Die RAF, Bd. 2, S. 136, 137.)

Geen toeval dat veel RAFers een onderkomen vonden in de DDR.

 

Alfred Rosenberg en Nietzsche

13 comments

De  NSDAP -beleidsmaker  Alfred Rosenberg  is een van de nazi’s die Nietzsche (ten onrechte) als nazi beschouwden. Jaap Hagen schrijft in Nietzsches weerklank in Nazi-Duitsland:


“Nietzsche, stelt Rosenberg, was de Prometheus van zijn tijd. Centraal in zijn denken staat de vraag of grootheid tegenwoordig nog mogelijk is. Zijn fakkel doorlichtte de donkerste hoeken van zijn tijd. Een gevaarlijke fakkel, want hij dreigde met zijn analyse van vermolmde tradities ook de brug van het verleden naar de toekomst in brand te zetten. De ware betekenis van Nietzsches werk openbaarde zich pas n het verloop van de geschiedenis. Eerst de huidige tijd stelt de lezer in staat deze ‘wegwijzer ‘naar zijn verdiensten te waarderen. Nietzsche wist als Pruisisch soldaat in 1871 wat zijn plicht was. En als de grootste geest van zijn tijd wist hij ook dat alleen groot lijden grootheid kan vestigen. Een rangordening die zich baseert op ‘harde voorname persoonlijkheid’ moet het grootste in de mens weer mogelijk maken. Nietzsches herwaardering aller waarden richt zich tegen de klassenstrijd en de beurspiraten van het liberalisme. Tegenover een verhouding van werknemers en werkgevers plaatst Nietzsche de verhouding van soldaten tot de Führer. Eerder dan anderen voorzag hij een beslissende oorlog wereldbeschouwingen, waarin en strijd van leven op dood wordt aangegaan, tegen al het minderwaardige en gemeenschapsvreemde […] In de nieuwe levensrangordening, zo besluit Rosenberg, verhoudt Nietzsche zich tot het nationaalsocialisme als een ;nabije verwante’ en ‘geestelijke broeder’. “(p. 104 f.)

Rosenberg maakt naar mijn mening misbruik van Nietzsche.


Nietzsche was een filosoof van de kunst, niet van de politiek. Nietzsche haatte militarisme. Nietzsche verzette zich tegen het sociaaldarwinisme- het fundament van het nazisme. Nietzsche keerde zich tegen het antisemitisme.

 

Der Mythos des 20. Jahrhunderts “ “De mythe van de 20ste  eeuw”  is de titel het  boek dat Alfred Rosenberg  heeft geschreven en in 1930 heeft gepubliceerd (tekst in het Engels op internet te vinden op nazi-sites, dus geen link hier). Het  boek wordt ondertiteld  ”Een evaluatie van de mentale en spirituele gevechten van onze tijd ” . Hitlers hoofd-ideoloog Rosenberg schetst een rassentheorie en verbindt  het idee van een “raciale ziel” en een “religie van het bloed”  tot een politieke en religieus concept.

Al in zijn jeugd was Rosenberg gefascineerd door de schrift “De fundamenten van de 19e eeuw” van Houston Stewart Chamberlain. Het werk heeft hem de betekenis van het zogenaamde “Joodse probleem ” duidelijk gemaakt. Rosenberg waarschuwde in december 1938 dat  de Joden zich erop voorbereiden  Europa “in een razernij te vernietigen”.

In de “Mythe” positioneert hij het  Jodendom  tegenover de ‘Noordse rassenziel “en polariseert beide beelden. De Joodse religie werd als duivels afgeschilderd en  de Noordse ras als drager van een nieuw soort van goddelijkheid.  Hitler  werkte met dezelfde techniek in zijn stellingen, de Ariërs waren “kinderen van God” en een Jood de “personificatie van de duivel” of zelfs de “tegenstander van de mensheid”. Jezus was na Rosenberg geen jood, maar een belichaming van het Nordische rassenziel. De basis van het denken van de Rosenberg is de antisemitische complottheorie.

 

De nazi’s vernietigden de werken en boeken van joodse kunstenaars en schrijvers, maar tegelijkertijd  bewaarde men boeken voor een  archief. In 1939 stichtte Rosenberg het Institut zur Erforschung der Judenfrage (instituut voor onderzoek naar de Joodse kwestie) . Een selectie van zowel wereldse als religieuze joodse boeken zouden in het archief van dit instituut hun plaats vinden. De speciaal daartoe onder Rosenbergs leiding opgezette Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg had tot doel de bibliotheken, de kunstgalerijen en verschillende bezittingen van Joodse herkomst te plunderen en het Instituut van materiaal te voorzien.

Onder de inbeslagnames van Rosenberg  bevonden zich ook de Sociatas Spinoziana in Den Haag en het Spinozahuis in Rijnsberg.

In 2012 verscheen een roman over Rosenberg en Spinoza: Yalom, Irvin D.: Het raadsel Spinoza, Uitgeverij Balans (2012), isbn 9789460033742.

—————————-

 

Roman over Rosenberg verschenen in 2012: Yalom, Irvin D.: Het raadsel Spinoza, Uitgeverij Balans (2012), isbn 9789460033742

Recente berichten

Populaire berichten

Astrologie en astronomie

Kees van Dongen in Museum Boijmans

Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch

Libel in Art Noveau

Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

Maria, Martha en Vermeer

Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie

Passiebloem in kunst en werkelijkheid

Nietzsche en het anti-antisemitisme

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Het symbolisme van Vincent van Gogh

Latent antisemitisme

Jan Sluijters- my favorites

Insectenmensen bij Jeroen Bosch, James Ensor e

James Ensor en de maskers

De lente bij Vincent van Gogh

Maans- en Zonsverduisteringen

Man Ray

Volle maan-kunst en fotografie

Alice in Wonderland: Lewis Carroll en Pat Andrea

Iris bloem in de kunst

Alle zelfportretten van Vincent van Gogh

Mijn kunstslangen

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Het symbolisme van Edvard Munch: dromen en visioenen

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet

Liberale joden versus Wilders

Frida Kahlo en Diego Rivera

Kandinsky, Klee, Mondriaan: kleurrijke flexibele schaakborden

Maria Sibylla Merian: insectenmetamorphose en bloemen

Paul Cliteur, Voltaire en de islam

Vrouw en hond bij Pierre Bonnard

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

De Akelei (Dürer/Gerhardt) 

Klaprozen, in de berm en in de kunst

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor/ Svayambh

Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige

Bloesem/ Vincent van Gogh

Pioenrozen: foto, haiku, Manet
Pim Fortuyn en het hoefijzermodel

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

Zonnebloemen in de kunst: MariaRoosen, Vincent van Gogh etc
Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag: Cezanne, Picasso, Mondriaan

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

Boeiende borduur-schilderkunst van Michael Raedecker

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
 

 

Categories

Tags

Archives