Wetenschap Kunst Politiek

Alice in Wonderland/ tentoonstelling in Hamburg

5 comments

Al bijna 150 jaar fascineert Lewis Carroll’s verhaal van Alice in Wonderland  kinderen en volwassenen. De show  Alice in Wonderland in de Hamburger Kunsthalle laat Alice en de vele artistieke reacties zien die zij heeft veroorzaakt.

De tentoonstelling begint met werken van Lewis Carroll, de wiskundeprofessor, schrijver, fotograaf en kunstverzamelaar.

De echte Alice, foto van 1858, zie ook Meet the Real Alice: How the Story of Alice in Wonderland Was Born 150 Years Ago Today

Daarna volgen illustraties, documenten en theaterproducties en films.


Read more..

Muggedicht (nu met Nietzsche..)

42 comments

Muggen…

Ik vond een leuke illustratie van Pat Andrea bij Lewis Carolls “Alice in Spiegelland”, hoofdstuk “Spiegelinsecten”, waar Alice een mug tegenkomt
(in het Engels op internet te lezen, zoek op “insects” of “Gnat”)

Pat Andrea, Alice en de mug

En in mij “Grote Dieren Gedichten Boek”(samengesteld door Guus Luijters) vond ik drie zeer leuke muggengedichten:

Hieronijmus van Alphen


De onbedachtzaamheid

Zie Keesje! deze dode mug

vloog nog zo-even blij en vlug,

maar ’t is door onbedachtzaamheid

dat hij nu dood op tafel leit.

Hij had in ’t kaarslicht zulk een zin,

en vloog er onvoorzichtig in.

Nu ligt hij daar; maar’t is te laat;

er is voor ’t mugje nu geen raad.

Hij werd bedrogen door de schijn.

O! laat ons dit tot lering zijn,

dat, eer men iets gewichtigs doet,

men zich wat lang bedenken moet.

Eén uur van onbedachtzaamheid

kan maken dat men weken schreit.

A.D. Keet


Muskiete-jag

Jou vabond, wag, ek sal jou kry,

Van jou sal net ’n bloed kol bly

Hier op my kamermure

Deur jou vervloekte gonsery,

Deur jou gebyt en plagery Kon ek nie slaap vir ure.

Mag ek my voorstel, eer ons skei,

Eer jy d ie doodslag van my kry-

My naam is van der Merwe.

Muskiet, wees maar nie treurig nie,

Wees ook nie so kieskeurig nie,

Jy moet tog één dag sterwe.

Verwekker van malaria,

Sing maar jou laaste aria­-

Nog een minuut vir grasie.

AI soebatjy nou nóg sa lang,

AI sé jy ook: ek is nie bang,

Nooit sien jy weer jou nasie …

Hoe sedig sit hy, 0, die kreng!

Sy kinders kan maar kranse breng,

Nóu gaan die vabond sterwe …

Pardoef! Dis mis! Daar gaan hy weer!

Maar dóód sal hy, sowaar, ek sweer­

My naam is van der Merwe!

Meleagros


Aan een mug als postilIon d’amour

Vlieg voort, o mug, mijn snelle bode en fluister

Aan de ooren van Zenophila héél zacht,

‘Gij slaapt, vergetend lief, hij waakt en wacht.’

Vlieg voort, vlieg voort, mijn zangster zoet, maar luister:

Spreek zacht en wil haar slaapgenoot niet wekken,

Dat gij niet wekt mijn ijverzucht’ge trots.

Als gij haar hier brengt, mug, geef’k u een knots,

En ‘k zal u met een leeuwehuid bedekken.

—————————————————————————————————-

Friedrich Nietzsche gebruikt de mug als metafoor voor de mens in zijn belangrijke essay ”Over waarheid en leugen in buitenmorele zin”:

“Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de ‘wereldgeschiedenis’: maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven.— Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt. Integendeel: het is menselijk en alleen zijn bezitter en verwekker vat het zo pathetisch op, alsof de hele wereld erin rondwentelde. Konden we echter de mug verstaan, dan zouden we vernemen dat ook zij met dit pathos door de lucht vliegt en het vliegende middelpunt van de aarde in zich voelt. Er is niets zo verwerpelijk en onaanzienlijk in de natuur of het wordt door de eerste de beste zucht van deze kracht van het kennen opgeblazen als een ballon; en zoals iedere kruier zijn bewonderaar wil hebben, zo meent zelfs de trotste mens, de filosoof, van alle kanten de ogen van het heelal telescopisch gericht te zien op zijn doen en zijn denken. “

Dus we mensen zijn toch maar muggen die zichzelf en hun kennis overschatten, volgens Nietzsche….

Een nieuwe Duitse roman,  “Mal Aria” van Carmen Stephan is geschreven uit het perspectief van een mug.

De eenhoorn in kunst en literatuur

24 comments

In de laatste tijd ben ik een paar keer het sympathieke fabeldier Eenhoorn

tegengekomen.

 


Stephan Balkenhol, Unicorn (2001), Olieverf en wa-wahout

 

  • Bij Rainer Maria Rilke:
… Sie nährten es mit keinem Korn
nur immer mit der Möglichkeit, es sei.
Und die gab solche Stärke an das Tier,
daß es aus sich ein Stirnhorn trieb. Ein Horn.
Zu einer Jungfrau kam es weiß herbei
– und war im Silber-Spiegel und in ihr.
 
  •  Bij Pat Andrea

  • …En dus bij Lewis Carroll, Through the looking-glass, waar de eenhoorn Alice als een fabeldier beschouwt:
CHAPTER VII. The Lion and the Unicorn
 […]
‘Who are at it again?’ she ventured to ask.
‘Why the Lion and the Unicorn, of course,’ said the King.
‘Fighting for the crown?’
‘Yes, to be sure,’ said the King: ‘and the best of the joke is, that it’s MY crown all the while! Let’s run and see them.’ And they trotted off, Alice repeating to herself, as she ran, the words of the old song:–
   ‘The Lion and the Unicorn were fighting for the crown:
The Lion beat the Unicorn all round the town.
Some gave them white bread, some gave them brown;
Some gave them plum-cake and drummed them out of town.’

‘Does–the one–that wins–get the crown?’ she asked, as well as she could, for the run was putting her quite out of breath.
‘Dear me, no!’ said the King. ‘What an idea!’
‘Would you–be good enough,’ Alice panted out, after running a little further, ‘to stop a minute–just to get–one’s breath again?’
‘I’m GOOD enough,’ the King said, ‘only I’m not strong enough. You see, a minute goes by so fearfully quick. You might as well try to stop a Bandersnatch!’
Alice had no more breath for talking, so they trotted on in silence, till they came in sight of a great crowd, in the middle of which the Lion and Unicorn were fighting. They were in such a cloud of dust, that at first Alice could not make out which was which: but she soon managed to distinguish the Unicorn by his horn.
[…]
There was a pause in the fight just then, and the Lion and the Unicorn sat down, panting, while the King called out ‘Ten minutes allowed for refreshments!’ […]
At this moment the Unicorn sauntered by them, with his hands in his pockets. ‘I had the best of it this time?’ he said to the King, just glancing at him as he passed.
‘A little–a little,’ the King replied, rather nervously. ‘You shouldn’t have run him through with your horn, you know.’
‘It didn’t hurt him,’ the Unicorn said carelessly, and he was going on, when his eye happened to fall upon Alice: he turned round rather instantly, and stood for some time looking at her with an air of the deepest disgust.
‘What–is–this?’ he said at last.
‘This is a child!’ Haigha replied eagerly, coming in front of Alice to introduce her, and spreading out both his hands towards her in an Anglo-Saxon attitude. ‘We only found it to-day. It’s as large as life, and twice as natural!’
‘I always thought they were fabulous monsters!’ said the Unicorn. ‘Is it alive?’
‘It can talk,’ said Haigha, solemnly.
The Unicorn looked dreamily at Alice, and said ‘Talk, child.’
Alice could not help her lips curling up into a smile as she began: ‘Do you know, I always thought Unicorns were fabulous monsters, too! I never saw one alive before!’
‘Well, now that we HAVE seen each other,’ said the Unicorn, ‘if you’ll believe in me, I’ll believe in you. Is that a bargain?’
‘Yes, if you like,’ said Alice.
[…] The Lion looked at Alice wearily. ‘Are you animal–vegetable–or mineral?’ he said, yawning at every other word.
‘It’s a fabulous monster!’ the Unicorn cried out, before Alice could reply.
[…] “

… Geen graankorrel gaven zij het te eten
maar bleven het voor mogelijk houden dat het bestond.
En dat gaf het dier zo’n kracht
dat het uit zijn voorhoofd een hoorn deed groeien. Eén hoorn.
Wit liep het naar een maagd toe –
en was in de zilveren spiegel en in haar.
(vertaling W. Leenders)

1

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

2

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

3

Unicorn einhorn eenhoorn licorne  MilleFleurTapestry

Unicorn einhorn eenhoorn licorne MilleFleurTapestry

4

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

Unicorn Einhorn eenhoorn licorne

5

Unicorn Einhorn eenhoorn licorne   modern

Unicorn Einhorn eenhoorn licorne modern

 

 

 

6

7

 

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

Unicorn einhorn eenhoorn licorne

 

 

Academische vrijheid in het geding

Alice in Wonderland: Jabberwocky/Pat Andrea

14 comments

In het eerste hoofdstuk van “Through the looking glass” (Alice in Spiegelland) van Lewis Carroll slaat Alice een boek open met een nonsensgedicht.

“…..There was a book lying near Alice on the table, and while she sat watching the White King (for she was still a little anxious about him, and had the ink all ready to throw over him, in case he fainted again), she turned over the leaves, to find some part that she could read, ‘–for it’s all in some language I don’t know,’ she said to herself.
It was like this.

YKCOWREBBAJ
sevot yhtils eht dna,gillirb sawT’
ebaw eht ni elbmig dna eryg diD
,sevogorob eht erew ysmim llA
.ebargtuo shtar emom eht dnA

She puzzled over this for some time, but at last a bright thought struck her. ‘Why, it’s a Looking-glass book, of course! And if I hold it up to a glass, the words will all go the right way again.’
This was the poem that Alice read.

JABBERWOCKY
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘Beware the Jabberwock, my son!
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!’

He took his vorpal sword in hand:
Long time the manxome foe he sought–
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.

And as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.

‘And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!’
He chortled in his joy.

‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘It seems very pretty,’ she said when she had finished it, ‘but it’s RATHER hard to understand!’ (You see she didn’t like to confess, ever to herself, that she couldn’t make it out at all.) ‘Somehow it seems to fill my head with ideas–only I don’t exactly know what they are! However, SOMEBODY killed SOMETHING: that’s clear, at any rate–‘ “

Hier de fantastische illustratie die Pat Andrea erbij heeft gemaakt, nu te zien in het Haagse Gemeentemuseum ( zie ook mijn blog van gisteren)



“Jabberwocky” is in heel veel talen vertaald.

De website met de vertalingen geeft drie Nederlandse vertalingen aan:
De Krakelwok (Ab Westervaarder & René Kurpershoek)
Wauwelwok (Alfred Kossmann & C. Reedijk)
Koeterwaal ( Nicolaas Matsier)

Welke vinden jullie de leukste?



Meest recente berichten