Wetenschap Kunst Politiek

Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

30 comments

Uit de Volkskrant van 19 september 2012:

“‘Bram Moszkowicz is niet geschikt voor zijn functie‘”

“De deken van de Orde van Advocaten ging er hard in. Moszkowicz heeft volgens hem lak aan zijn cliënten en de beroepsregels. Hij eiste tegen de raadsman de zelden voorkomende straf van een jaar schorsing”.

Uit de NRC van 19 september 2012:

“Moszkowicz laat zijn meeste cliënten bij het intakegesprek tienduizenden euro’s betalen, meestal contant. …Vervolgens moeten cliënten lang aandringen om een verantwoording voor de werkzaamheden te krijgen….Moszkowicz belooft zich helemaal in te zetten voor de cliënt, maar stuurt vaak een medewerker naar de rechtbank. Voor ontevreden cliënten is hij ook telefonisch onbereikbaar….Vertragen, uitstel vragen en vervolgens de afspraken niet nakomen, dat is volgens Kemper de terugkerende handelswijze van Moszkowicz.”

Deze passage doet sterk denken aan de manier waarop Kafka’s advocaat Huld zijn cliënten afhankelijk en hulpeloos maakt. Een van Hulds cliënten kruipt dan ook als en hond door Hulds kantoor.
De hoofdfiguur Josef K. in Kafka’s Proces wordt pas echt goed meegesleurd in het voor hem uiteindelijk dodelijke proces, toen zijn oom hem overtuigt dat K. niet zonder advocaat kan.

Een belangrijk thema bij Kafka is de manier waarop advocaat Huld zijn cliënten vernedert (lees vooral hoofdstuk 7) . Als Het Proces niet een tragisch verhaal was zou men hierover kunnen lachen. Kafka zelf lachte in ieder geval om zijn roman.

De oom neemt K. mee naar advocaat Huld [!] “een belangrijke naam”. Huld woont in een buitenwijk, in een donker huis, en hij ligt ziek in bed.
In de relatie tussen K., zijn oom en de advocaat lopen privé en zakelijk op een chaotische manier door elkaar heen. Belangenverstrengeling, levensverstrengeling, noodlotverstrengeling. (Gezien de verstrengeling is het eigenlijk merkwaardig dat K. uiteindelijk de keel wordt doorgesneden, en dat hij niet wordt opgehangen. Maar het doorsnijden van de keel is natuurlijk ook een referentie aan noodlot en aan de antieke tragedie:
aan het offeren van een offerdier).

De eerste opmerking die de advocaat tegenover K. maakt:

“Neemt u het me niet kwalijk, ik heb u helemaal niet opgemerkt.”


De advocaat maakt de zaak van K. meteen tot een zaak van leven en dood voor zichzelf:
[Hij richt zich tot K.s oom]


“Wat de zaak van je neef betreft zou ik me inderdaad gelukkig prijzen als mijn kracht toereikend zou zijn, in elk geval zal ik niets onbeproefd laten; als ik niet toereikend ben, kan men immers nog iemand anders bijhalen. Eerlijk gezegd stel ik teveel belang in de zaak om afstand te kunnen doen van elke mogelijkheid mij erin te mengen. Als mijn hart het niet uithoudt, vindt het hier tenminste een waardige gelegenheid om te bezwijken.”

De advocaat weet ook al van tevoren een heleboel over K. [vgl Moszkowicz/ Endstra/Holleeder] en op K.s vraag hierover zegt hij:

“..ik ben immers advocaat, ik verkeer in rechtbankkringen, er wordt over allerlei processen gesproken […] u moet toch bedenken dat ik uit zo’n omgang ook grote voordelen voor mijn cliënten weet te halen.”

Leuk toepasselijk citaat uit hoofdstuk 7 Het Proces:

[de advocaat legt uit]: “Nu zou K. wel uit wat hij zelf had beleefd al hebben opge­maakt dat de allerlaagste organisatie van de rechtbank niet helemaal volmaakt is, dat zij plichtvergeten en omkoopba­re medewerkers telt, waardoor de strakke omheining van de rechtbank in bepaalde opzichten hiaten vertoont. Op dit punt nu dringen de meeste advocaten binnen, daar wordt omgekocht en uitgehoord, ja, er deden zich, althans in vroeger tijd, wel eens gevallen van documentendiefstal voor. Het valt niet te ontkennen dat er tijdelijk op die ma­nier enige zelfs verrassend gunstige resultaten voor de ver­dachte kunnen worden bereikt, daarmee pronken die zaakwaarnemers dan ook en lokken nieuwe clientèle aan…”

Het proces dat K. aangedaan wordt is in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk ook volledig onnodige) verdediging.

 

Dit is gedeeltelijk een blog uit 2007, die ik nu herplaats.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief