Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Satire ’ Category

Nederland en de Israëlische kolonisten

16 comments

Twee bij elkaar genomen verwarrende krantenberichten vandaag (14-3-2012) over de relatie tussen Nederland en de Israëlische kolonisten.

Ten eerste:

De NRC meldt “Nederland wekt opnieuw ergernis EU over Israël

De Nederlandse regering sluit zich als enige niet aan bij de kritiek van EU-landen op geweld van Israëlische kolonisten. Deze ongebruikelijke positie heeft tot grote ergernis geleid bij diverse Europese landen. Het is bijzonder dat minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) zich zo expliciet tegen de Europese aanpak keert, maar het past in een patroon. Rosenthal stelt zich in Europees verband steeds nadrukkelijker op als bondgenoot van Israël. Niet eerder leidde die opstelling tot een geïsoleerde Nederlandse positie.

In een geheim rapport van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah, signaleren diplomaten een „alarmerende” toename van het geweld door kolonisten. Ze schrijven onder meer dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn volgens internationaal recht en dat die een twee-statenoplossing „onmogelijk” maken: een Palestijnse staat naast Israël. Cijfers van de Verenigde Naties laten volgens het rapport zien dat het aantal aanvallen door kolonisten tegen Palestijnen in 2011 verdrievoudigd is tot 411.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah weten dat het primaat voor deze kwestie niet aldaar mag liggen en dat Nederland derhalve een „algemeen voorbehoud op de gehele tekst” maakt. Onderaan het Europese rapport staat dit ook vermeld: „NL places a general reserve on the document.” Dat is ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn EU-collega’s trekt minister Rosenthal de kwestie direct naar zich toe.”

“Diplomaten wijzen erop dat alle [21] Europese vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah de kritiek op Israël onderschrijven. Een Europese diplomaat: ‘Wat we waarnemen is de hardste Nederlandse houding ooit, een houding die in wezen overeenkomt met de hardste opstelling binnen Israël.’ “

 

Ten tweede:

De site van de NRC meldt vandaag ook:

De VPRO haalt het online spel ‘De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever’ uit de online archieven

In het ‘spel’ moest de bezoeker als kolonist proberen het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. Je kon punten scoren met de ‘Anne Frank-kaart’ of de ‘Ahmadinejad-kaart’ spelen om te voorkomen dat er terrein verloren ging. De speler kon daarvoor zijn “Joodse gierigheid” en “typische handelsgeest” inzetten.

 

Verschillende organisaties noemden het spel “antisemitisch”, zo meldde The Jerusalem Post vandaag. Ook het CiJo, de jongerenorganisatie van het het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vond het spel misplaatst. Voorzitter Joël Serphos in NRC Handelsblad:

“Er wordt gebruik gemaakt van hele traditionele antisemitische opvattingen. Ze hadden net zo goed op Stormfront kunnen staan […] De VPRO zegt dat het om satirische kritiek op het nederzettingenbeleid gaat, maar daar klopt niets van.”

 

Ik heb mij niet in de kwestie van het spel verdiept, maar het lijkt me geen goed idee dit soort makkelijk mis te verstaan spelletjes op internet te zetten, ook al is de bedoeling satirisch.

Beide “kolonisten”-berichten laten extreme houdingen zien, de een niet veel beter dan de ander.

De bovenstaande  tekst staat ook op mijn Duitse blog

Maria Trepp

Onze tweelingen op tweelingplaneet Kepler-22b (satire)

2 comments

Johannes Kepler en Christiaan Huygens schreven allebei –half schertsend, half serieus- over eventuele astronomen op andere planeten. Huygens onderstreepte in zijn Cosmotheoros dat wij mensen nooit mogen veronderstellen dat de planetenbewoners minder kunnen of minder ontwikkeld zijn dan wij, dus zullen ze ook wel de astronomie bedrijven.

Astronoom op Kepler 22-b buitenaardse astronoom foto: Maria Trepp

Astronoom op Kepler 22-b buitenaardse astronoom foto: Maria Trepp

Dus, de astronomen op onze tweelingplaneet Kepler-22b, wat zien zij, als zij, net als wij,  nu op dit moment hun tweeling planeet hebben ontdekt? Laat ons aannemen dat zij betere telescopen hebben dan wij, en heel goed kunnen inzoomen op de Aarde.

Kepler-22b is 600 lichtjaren van de Aarde verwijderd.

Ze zien de Aarde aan het begin van de 15e eeuw.

Ze zien de ontdekkingsreizigers varen over de zeeën.

Dat zal hun hart sneller laten kloppen, want vast kennen onze tweelingen dat ook: ontdekkingsreizen, schipvaart.

Christiaan Huygens in zijn Cosmotheoros:

“Voorts indien het oppervlak van hun kloot bij henluiden [=planetenbewoners] zo verdeeld is, dat een gedeelte van ’t zelve in land, een gedeelte in zee bestaat, […] hebben wij zeer grote reden om te denken, dat zij ook t’ scheep varen: anderzins zouden wij zoo groot en zo nut een zaak niet zonder laatdunkendheid onzen Aardkloot alleen toeschrijven.”

 

Dit blog staat ook op mijn Duitse webblog over Huygens:

Unsere Zwillinge auf dem Zwillingplaneten Kepler-22b

en op mijn Engelse blog

Our twins on twin planet Kepler-22b


Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners

4 comments

De planeet Mercurius wordt het komende jaar minutieus doorgelicht en opgemeten door de ruimtesonde Messenger.



Mercurius


In de 17e eeuw waren veel onderzoekers en filosofen van mening dat op de planeten intelligent leven existeert.

Christiaan Huygens neemt in zijn “Cosmotheoros“, zijn laatste tekst (1698), planeet voor planeet onder de loep en denkt na of en hoe intelligent leven op zo’n planeet eruit ziet.

Huygens ergert zich zeer aan de jezuiet Athanasius Kircher die de karakter van planeten schetst met de astrologisch-mythologische kennis in zijn hoofd:

In Merkurius vond hy [Athanasius Kircher] ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden.”

Huygens daarentegen gebruikt zijn astronomische kennis om tot gissingen over de aard van de Mercuriusbewoners te komen.

Op Mercurius moet het erg heet zijn, schrijft Huygens, omdat deze zich zo dicht bij de zon bevindt. Maar hij sluit niet uit de wezens op Mercurius aan die hitte zijn aangepast, en dus over ons op Aarde een beetje zo denken als wij over de Saturnus -bewoners: hoe koud en donker moet het daaaar voor hen niet zijn!

Huygens:

 

“…wy weten, dat Merkurius driemaal nader aan dat groote Gestarnte [de zon] komt als onze Aarde. Waar uit volgt, dat deszelfs ingezetenen de Zon ook driemaal grooter zien, ter zake van den Middellijn, en haar ligt en warmte negenmaal grooter voelen dan wy; zulks dat ze voor ons ondragelijk zou zijn, als welke drooge kruiden, hooy en stroo, zoo als die by ons groeijen, in brand zou steken. Maar ’t kan wel wezen, dat de dieren, die daar leven, zoo gesteld zijn, dat zy in die hitte een gewenschte gematigdheid voelen; en dat de kruiden van dien aart zijn, dat ze de kragt der Zonne veel meer konnen uitstaan. Ook zou ’t niet wonder zijn, dat de inboorlingen van Merkurius meinden dat wy van een onlijdelijke koude geknelt wierden, en weinig ligt hadden, om dat wy zoo veel te verder van de Zon af zijn; gelijk wy ons van de Saturnus-bewoners ligtelijk inbeelden. Daar ontbreekt wel geen reden van twijfelen, dewyl het leven afhangt van de warmte, die aan het lichaam en verstand kragt en wakkerheid geeft, of niet deze Merkurius-bewoners, van wegen de nabyheid van de Zon, geacht mogen werden ons in verstand te overtreffen?”

 


Dus zijn de Mercuriusbewoners soms slimmer dan de Saturnusbewoners? Nee, dat wil Huygens niet geloven:

“Dog dat ik die niet geloove, is daarom, om dat de volkeren, die de Warmste landen van onze Aarde bewonen, in Afrika en Brazijl, in wijsheid en schranderheid by de inwoners van gematigder landstreken niet konnen halen; ’t welk ook daar uit blijkt, om dat zy byna van alle wetenschappen en konsten onkundig zijn, en dat zelfs de genen, die aan de stranden wonen, maar een zeer kleine kennisse van de Scheepvaart hebben. Ik zoude ook den ingezetenen van Jupiter en Saturnus daarom geen lompe plompe verstanden, of een bevattelijkheid, minder dan de onze, toeschrijven, om dat zy zoo veel te verder van de Zon afleggen, nademaal beide die Klooten van zulk een voortreffelijke grootte zijn, en, met zoo groot een trawantschap verzeld, worden omgevoert.”

 

Immanuel Kant heeft een tekst over het Heelal geschreven (Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels) , waar hij bewonderend op Huygens ingaat. Een satirisch aanhangsel bij deze tekst “Von den Bewohnern der Gestirne“ wordt door veel mensen serieus genomen, maar ik lees deze tekst als parodie op Huygens.

Kant draait hier Huygens’ argumentatie [=de afstand van de zon maakt voor de intelligentie niets uit] parodistisch om: hoe verder weg van de zon, hoe intelligenter de planetenbewoners. Kant komt tot de satirische conclusie, dat voor de domme Mercurianer een hottentot al een genie zoals Newon zou zijn,  en de Saturnusbewoners Newton als een domme aap zouden beschouwen…

Buitenaards cultuurrelativisme. Met de impliciete verachting voor de Afrikanen bij Huygens en Kant moeten we maar leven.

 

Uitvoeriger over Kants Huygens-parodie: klik hier voor mijn Duitse tekst

 

 

zie ook

 

Meer over Christiaan Huygens

 

 

www.passagenproject.com

The Journal of Extraterrestrial Studies

2 comments

Maarten Keulemans meldt vandaag in de Volkskrant dat hij een wetenschappelijk tijdschrift zal beginnen, het Journal of Extraterrestrial Studies.

Buitenaardse microben, virussen uit de ruimte, verdachte codeboodschappen in uw dna. Ook voor al uw ontkrachtingen van relativiteitstheorie en bewijzen voor koude kernfusie.”

Ik heb alvast een historische bijdrage voor zijn tijdschrift: “Christiaan Huygens over buitenaardse astronomen en musici”.

In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Huygens dat de planeten bewoond zijn.


Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.


Alien ontbijt

Huygens werd door veel denkers en wetenschappers serieus genomen.

Ik lees Huygens’ teksten over buitenaardse wezens als een mooie satire, en als een parodie op Descartes. Huygens is net zo serieus als Keulemans.

Huygens was Cartesiaan en ging in veel van zijn onderzoeken uit van de theorieën van Descartes, maar eindigt in zijn laatste tekst met een scherpe kritiek op verschillende aspecten van het denken van Descartes. Een van de dingen die Huygens het meest afstoten aan Descartes is het feit dat Descartes zijn gissingen en ficties als waarheden verkocht. Naar mijn mening geeft Huygens aan zijn Descartes-kritiek een ironische vorm door het cartesiaanse denken (= verwarren van hypotheses en zekerheden) in de praktijk te brengen in zijn eigen  argumentatie over buitenaardse wezens.


Alien Muziek

Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.

Christiaan Huygens: ironie over de Nieuwe Aarde

5 comments

Vandaag 5-2-1011 schrijft Bert Wagendorp in de Volkskrant over de zoektocht van ruimtetelescoop Kepler naar een “nieuwe aarde”

Hij schrijft:

“Als de mythe van de unieke Aarde en het unieke leven eenmaal is gesneuveld, kan het snel gaan. Het hoeft niet te verbazen als op termijn blijkt dat er een Aardachtige planeet is waar ze ook een Egypte hebben, een Feyenoord, een minister Rosenthal en zelfs GroenLinkscongressen. Verbijsterend, maar ook een hele troost. Wij zijn niet alleen, in ons leed.”

Zijn ironie is prachtig en doet mij denken aan de ironie van Christiaan Huygens in zijn “Cosmotheoros” van 1698.

Op het moment dat men het buitenaards leven te veel op het aardse leven laat lijken, en zeker denkt te weten dat “zij” zo zijn als wij, ontstaan komische teksten- vaak onvrijwillig komische teksten waar het eigen geprojecteerd wordt op het ander, maar bij de meesters onstaan juist opzettelijk ironische teksten.

Christiaan Huygens’ “Cosmotheoros”  lees ik als een ironische tekst, in ieder geval in de passages waar Huygens sterk in detail treedt over de planetenbewoners, en hen exact dezelfde ontdekkingen toeschrijft die hij zelf heeft gedaan.

alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope.jpg

Alien astronoom na Christiaan Huygens. Foto: Maria Trepp

In zijn Cosmotheoros stelt Huygens zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of als een haast goddelijk wezen moeten zijn. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan -telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziek(theorie) bedrijven- ook toe aan de andere “Planetenbewoners”, met komisch-ironisch resultaat.

Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat hij zelf zich niet bewust was van de ironische gelaagdheid van zijn tekst, ook al omdat hij vaak opmerkt dat men het belachelijk en te vergaand zal vinden wat hij poneert, en omdat veel van zijn redeneer-”fouten” erg opzettelijk lijken en begeleid worden van ironisch commentaar.

Alien foto Maria Trepp Christiaan Huygens Cosmotheoros

Alien foto Maria Trepp

Alien ontbijt

Men heeft alleen de keuze om Huygens als naïef en speculatief te beschouwen óf om zijn tekst als gedeeltelijk ironisch op te vatten. In zijn inleiding zegt hij nog: “Des stellen wy hier niets voor wis en zeker (want hoe kan dat geschieden?) maar wy gaan alleen te werk met gissingen, over welker waarschijnelijkheid het een yder vry staat naar zijn zin te oordeelen.“

Maar later heeft hij het niet meer over “gissingen” maar over „bewijzen”, en dát is het punt waar ik meen dat vermoedelijk sprake is van (bewuste of tenminste halfbewuste) ironie. Ook het goochelen met waarschijnlijkheden, en de aanname van grote in plaats van kleine waarschijnlijkheden is bij Huygens niet naïef – hij, tenslotte de uitvinder van de waarschijnlijkheidsrekening !- maakt er zelf opmerkingen over. Een ander omslagpunt tussen rationeel argumenteren en ironie in Huygens’ Cosmotheoros is op te merken als hij van algemene principes en gissingen overgaat naar zeer gedetailleerde en dus groteske vaststellingen over de planetenbewoners.

alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope

Alien music Foto Maria Trepp

 

Zie ook:

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

 

Astrologie en astronomie: Moerdijk en de zonsverduistering

3 comments

Voor wie het nog niet weet: de brand in Moerdijk was astrologisch gezien het gevolg van de eclips een dag daarvoor:

“De horoscoop voor het begin van de 4 jan. eclips – getrokken voor de locatie Moerdijk – heeft een ascendant van 1 graad 09 Waterman. De midhemel voor de brand is 9 graden 29 Waterman. Er zit hier maar 8 graden tussen. Als de eclips exact is – locatie Moerdijk – is de ascendant zelfs 5 graden 48 Waterman. Het is misschien ook mogelijk – als de brand iets eerder dan 14.30 begon – dat we aardig richting een exacte conjunctie gaan.”


Toeval of niet, kort geleden heb ik nog een blog geplaatst over de astrologiekritiek van Christiaan Huygens.

Mijn astrologie-kritiek zal vast ook wel in mijn horoscoop hebben gestaan, ik ben ram, dus een vuurteken.

Ik begrijp alleen maar niet waarom het in Leiden niet heeft gebrand, waar toch bij ons en bijna nergens elders de duivel zijn vurige horens duidelijk zichtbaar boven de horizon heeft opgestoken.

 

Eclips Leiden 4 januari 2011 foto: Maria Trepp

Eclips Leiden 4 januari 2011 foto: Maria Trepp gedeeltelijke zonsverduistering

De duivel zijn horens aan de Leidse horizon


Maria Trepp

Kerstvraag: Is Jezus ook voor de buitenaardse wezens geboren?

13 comments

In de teksten over buitenaardse wezens vindt men bijna altijd ironie, vaak  onvrijwillige ironie. Descartes bijvoorbeeld moest zich uitspreken, gedwongen door de vrome Zweedse koningin Christina, over de vraag of Jezus ook voor eventuele aliens is gestorven. Hij vond van wel, al vond hij het veiliger om zich niet echt vast te leggen.

Kort geleden heeft blijkbaar de door velen zo ongeveer heilig verklaarde Stephen Hawking gezegd dat de buitenaardsen ons wellicht vijandig gezind zijn, en wij ons dus beter maar niet konden melden bij hun. Shit, nu hebben we mensen tientallen jaren lang signalen uitgezonden, en dan komen de buitenaardsen ons voor dank maar vernietigen!

Christiaan Huygens schrijft in zijn Cosmotheoros (1698) uitvoerig over buitenaardse wezens. Hij is van hun existentie overtuigd. Daarom wordt Huygens weleens irrationale en onwetenschappelijke speculatie verweten.
Ik denk dat Huygens ten dele zeer bewust ironisch was in de dingen die hij over de planetenbewoners schrijft. Zeker geloofde hij in intelligent leven buiten de aarde. Maar hij gaat extreem ver door in detail, en schrijft de planetenbewoners juist alles toe wat hij zélf deed en kon, zoals telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziektheorie bedrijven.

: alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope.jpg

Alien astronoom volgens Christiaan Huygens’ Cosmotheoros, foto: Maria Trepp

Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat hij zelf zich niet bewust was van de ironische gelaagdheid van zijn tekst, ook al omdat hij vaak opmerkt dat men het belachelijk en te vergaand zal vinden wat hij poneert, en omdat veel van zijn redeneer-”fouten” erg opzettelijk lijken.

Huygens stelt zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of een haast goddelijk wezen moeten zijn, die zijn gelijke in het gehele universum niet kent. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan ook aan de andere “Planetenbewoners” toe, met komisch-ironisch resultaat.

zie ook:

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros
Meer over Christiaan Huygens

 

Jihad of carnaval?? mijn kopvodden

38 comments

 

Foto Maria Trepp

Foto Maria Trepp

Foto Maria Trepp

Foto Maria Trepp

Nieuwe tekst 18-9-2009 naar aanleiding van geert Wilders en de “kopvoddentaks”

Frits Abrahams schrijft in de NRC van 17-9-2009 waar Wilders het woordje”kopvod” heeft gevonden:

“[ op groezelige rechts-radicale websites] , daardook al in 2002 het ideale woord op. Een anonieme Limburger (!) schreef op de website van Stormfront (,,White Pride, World Wide”): ,,Alweer een stap in de richting van de islamisering van ons land, straks moeten alle vrouwen zo’n vieze kopvod dragen.

Meest recente berichten