Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Religie, moraal, humanisme& atheïsme ’ Category

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

33 comments

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

In Christiaan Huygens’ Cosmotheoros (1698) neemt een christelijke rechtvaardiging van een niet-antropocentrische kosmologie een prominente plaats in.

De mens wordt bij Huygens beroofd van de hoofdrol in het universum, maar God blijft de schepper van alles.

Ook de Neurenbergse astronoom Johann Philipp von Wurzelbau, vertaler/auteur van de Duitse versie van Huygens’ Cosmotheoros (1703), vindt in een aantal Pauluscitaten een (phyico)-theologische rechtvaardiging voor de wetenschappelijke verkenning van de hemel.

Wurzelbau en Huygens ervaren een sterk religieus gevoel als zij kijken naar Gods “wonder”werken. Beiden zien de specifieke rol van de voorzienigheid van God in de orde van de natuur. In de 17e eeuw hebben veel denkers, zo ook Huygens,  een symbiose gevonden tussen theologie en wetenschap met een theologische interpretatie van wetenschappelijke bevindingen, die de vooruitgang van de wetenschap mogelijk maakte.

 

Huygens verdedigde zich tegen eventuele religieuze tegenstanders:

[…] Daar zullen andere zijn, die zeggen, dat dat gene, ’t welk wy getragt hebben te toonen waarschijnelijk te wezen, tegen de Heilige Schriften strijd, zoo haast als zy bemerken, dat wy spreken van Aardklooten, en Dieren, zelfs met reden begaafd; van welker oorsprong, of wezendheid in de natuur der dingen, niets, maar veel eer iets waar uit het tegendeel blijkt, in den Bibel geschreven is: want (zeggen zy) daar in word alleenlijk van deze Aarde, met hare dieren, kruiden, en van den mensch, aller dingen heer, gewag gemaakt. Dezen antwoorde ik, gelijk andere voor my reeds gedaan hebben, dat het genoeg blijkt, dat God van alles wat Hy gemaakt heeft, stuk voor stuk, ons geen berigt heeft willen geven [….] “

“[..] Maar anderen zullen hetgeen wij als waarschijnlijk beschrijven willen begrijpen als iets dat in strijd is met de Schrift, als wij het hier hebben over andere planeten met dieren, waarvan zelfs een aantal begiftigd zijn met verstand. Van deze dingen spreekt de Bijbel niet, integendeel, zij gaat alleen over deze aarde met haar planten en dieren en de mens als Heer over alles. Op deze bezwaren antwoord ik zo als ook anderen het voor mij hebben gedaan, dat God niet over alle details van de schepping wilde onderwijzen.”

 

Galilei Christiaan Huygens Cosmotheoros

Galilei over religie

Op veel punten wandelt Huygens in de voetsporen van Galilei. De relatie tussen kosmologie en religie, die Huygens in de Cosmotheoros bespreekt, heeft ook Galilei in detail bediscussieerd. Galilei heeft zich bezig gehouden met de relatie tussen wetenschap en geloof, en in het bijzonder met de compatibiliteit van het copernicaanse systeem met de getuigenis van de Schrift. In zijn brief aan Castelli D. Benetto van 21 December 1613 benadrukt Galilei dat de Bijbel inderdaad altijd onbetwistbaar waar is; echter kan de menselijke interpretatie verkeerd zijn. Bij de menselijke interpretatie mag men zich bijvoorbeeld niet vastklampen aan bepaalde woorden, omdat dit leidt tot misverstand. God heeft de mensen de kracht van het oordeel en de rede gegeven, zodat zij hier gebruik van maken. Over de astronomie staat bijna niets in de Bijbel, en daarom heeft God de mens in deze zaak niets middels de Schrift mede te delen.

Bij Huygens net als bij Galilei is God een opperwezen, de schepper van de wereld. Maar hij is geen persoonlijke God, geen redder, geen God van de verlossing.

Huygens’ God is vergelijkbaar met Galilei’s God en de God van Leibniz. Huygens gaat echter niet zo ver als Spinoza (die Huygens persoonlijk kende en met wie hij correspondeerde over het lensslijpen). God en Natuur vallen niet samen voor Huygens, zoals voor Spinoza; Huygens is geen pantheïst. De teleologie en predestinatie in beeld Huygens’ Godsbeeld passen niet in het wereldbeeld van Spinoza. Jonathan Israel beschrijft de persoonlijke tegenstellingen tussen Spinoza en Huygens, die gebaseerd waren op een groot aantal factoren, onder meer op Spinoza’s cartesiaanse (Radical Enlightenment, p. 246-252). Helaas is Huygens’ antwoord op de vraag van Leibniz (1679), wat Huygens van Spinoza’s Ethiek heeft gevonden, niet overleverd.

Opvallend is bij Christiaan Huygens dat hij de wetenschap als ‘godsdienst’ ervaart: je kunt God te dienen door het bestuderen en bewonderen van zijn werken.

Huygens:

“[…] En hieruit kunnen we concluderen dat de vaardigheiden en de scherpe zinnen de mensen werden gegeven, zodat zij daarmee de kennis van de natuur geleidelijk verwerven, en zij zouden zich ervan niet moeten laten weerhouden deze dingen te onderzoeken en ijverig te verkennen.”

“Maar hoe zou een mens God niet aanbidden en hoog prijzen, die deze dingen gemaakt en geschapen heeft, en wiens voorzienigheid en prachtige wijsheid hier keer op keer wordt verdedigd, en wel tegen degenen die zeggen dat de aarde werd gevormd uit willekeurige stofdeeltjes, of nooit een begin heeft gehad.”

Huygens’ natuurlijke theologie , die die schepping leest als een “boek van de natuur” kan verwijzen naar orthodox gereformeerde teksten die stellen dat we God kennen op twee manieren: ten eerste [!]  door de schepping  en ten tweede [!], door Gods woord (mijn markering;  zie ook Eric Jorink, Het ‘Boeck der Natuere’, Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715, p 31).

Zie ook mijn blogs:

Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

Insecto-theologie

Zie ook Albert Einstein over wetenschap en religie

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

9 comments

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.


Read more..

Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

20 comments

 

Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.

Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

 

Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.

Vrolijke muggedichten en de  mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.

Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

Jeroen Bosch Mens als insect

Jeroen Bosch Mens als insect

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).

Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.

Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .

In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’,  Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715”  (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.

 

“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

Swammerdam Insecto-theologie

Swammerdam Insecto-theologie

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).

Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:

HET SCHRIJVERKE

O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, –
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”

 

 

Een zeer geestige satire op “insecto-theologie” vindt men in Voltaires filosofische vertelling Micromégas die onder meer over Swammerdam, Huygens enz gaat.


 

Ruimtereis creëert pacifisme

8 comments

Op de radio hoorde ik een interview met astronaut Lodewijk van den Berg en ik hoorde hem een zeer interessante opmerking maken over het pacifisme dat een ruimtereis creëert.
Ik vond ook een interview met hem waar hij hetzelfde stelt:

Vraag: Veroorzaakt zo’n ruimtereis lichamelijke of geestelijke bijwerkingen?
“Lichamelijk niet langdurig, tenminste niet na mijn vrij korte vlucht. Kortstondig is je evenwicht wat verstoord. Dat evenwicht is helemaal afhankelijkvan de zwaartekracht en die valt weg. Dat heeft gevolgen. Het duurt twee tot drie dagen voordat het weer goed komt.
Geestelijk verandert er alles. […]

De hele manier waarop je de aarde beziet, verandert compleet en voorgoed. We praten over de globalisering van de economie, van de media en de politiek. Maar ik heb de aarde echt globaal mogen bekijken. Het ene moment vlogen we over Shanghai, twaalf minuten later boven San Francisco. Daaar beneden wonen totaal verschillende mensen, maar dat vind je dan niet meer. We leven allemaal op die vrij kleine planeet. Je ziet Duitsland en Frankrijk pal naast elkaar liggen, je scheert eroverheen. Waarom hebben die landen ooit eigenlijk oorlog gevoerd, vraag je je dan af.”
Lodewijk van den Berg buigt voorover, alsof hij een geheim met iemand gaat delen. “Verreweg de meeste astronauten zijn voormalige militaire piloten. Die mensen zijn getraind om aan te vallen. Maar voormalige astronauten worden nooit meer door de luchtmacht aangenomen. Want die aandrift om aan te vallen, is compleet weg bij hen.

Ze zien de vijand niet meer na een ruimtevlucht.
Nee, het is geen relativeren. Je krijgt een heel ander gezichtspunt.”
Van den Bergs broer valt hem bij. “Astronauten veranderen totaal. Hun denken ondergaat een totale ommekeer. Relativeren komt een eind in de richting, maar is nog veel te zwak uitgedrukt.“

Astronauten zien ze de wereld waarop wij leven in totaal andere verhoudingen.
“Dan begrijp je hoe ontzettend fragiel de aarde is, en vraag je je af waarom wij er zo n puinhoop van maken, zegt Ton Schoot Uiterkamp. Het verklaart volgens de hoogleraar milieukunde waarom bijna alle astronauten na hun terugkeer op aarde missionarissen voor een duurzame wereld zijn geworden.” [Leids , 9 april 2011]

En ISS-astronaut André Kuipers antwoordde op de vraag of hij de wereld nu op een andere manier zag: “De aarde is mooi, maar haar schoonheid staat in schril contrast met de conflicten die aan de gang zijn.” (de Volkskrant, 10 januari 2012)

zie ook :

The Wonder, Thrill & Meaning of Seeing Earth from Space. Astronauts Reflect on The Big Blue Marble

The Overview Effect and the Psychology of Cosmic Awe

Wat ik  fascinerend vind is dat Christiaan Huygens in zijn mentale ruimtereis van 1695 “Cosmotheoros” precies hetzelfde schrijft, al heeft hij zelf niet de lichamelijke ervaring van de ruimtereis meegemaakt:

“[…] Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde [hemels-] lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Voltaire sciencefiction Micromégas is ook geschreven met een dergelijk pacifistisch perspectief op de aarde en de mensen.


 

En hier nog een zeer mooi Duits gedicht van Marie Louise Kaschnitz over de Aarde vanuit een mentaal afstand gezien:

Juni

Schön wie niemals sah ich jüngst die Erde.

Einer Insel gleich trieb sie im Winde.

Prangend trug sie durch den reinen Himmel

Ihrer Jugend wunderbaren Glanz.

 

Funkelnd lagen ihre blauen Seen,

Ihre Ströme zwischen Wiesenufern.

Rauschen ging durch ihre lichten Wälder,

Grosse Vögel folgten ihrem Flug.

 

Voll von jungen Tieren war die Erde.

Fohlen jagten auf den grellen Weiden,

Vögel reckten schreiend sich im Neste,

Gurrend rührte sich im Schilf die Brut.

 

Bei den roten Häusern im Holunder

Trieben Kinder lärmend ihre Kreisel.

Singend flochten sie auf gelben Wiesen

Ketten sich aus Halm und Löwenzahn.

 

Unaufhörlich neigten sich die grünen

Jungen Felder in des Windes Atem,

Drehten sich der Mühlen schwere Flügel,

Neigten sich die Segel auf dem Haff.

 

Unaufhörlich trieb die junge Erde

Durch das siebenfache Licht des Himmels.

Flüchtig nur wie einer Wolke Schatten

Lag auf ihrem Angesicht die Nacht.

(1935)

————————————————————————————————-

————————————————————————————————

 

Zal dan de commerciële ruimtevaart de mensheid meer vrede en geluk brengen?

Ik betwijfel het.

 

maria trepp

Wilders, Foucault en Bas van Stokkom over parresia

11 comments

Wilders beroept zich in zijn slotwoord op de “parresia” , ook wel vrijmoedigheid genoemd, de plicht om de waarheid te spreken ook al is die bedreigend voor anderen, en ook al loop je het risico de boosheid van de ander op je hals te halen.

De jurist en filosoof Bas van Stokkom heeft in 2008 in zijn boekje “Mondig tegen elke prijs; het vrije woord als fetisj” uitvoerig de parresia besproken. (p 14 f)

 De vrijmoedige spreker spreekt als onafhankelijke denker en als machteloze tegen de macht.

Is Wilders machteloos?? Wilders is een politicus met grote macht, met financiële resources (van veelal extreemrechtse buitenlandse oorsprong). Wilders heeft ook in de media een enorm luide spreekbuis kunnen opsteken.

Wilders is alles behalve machteloos.

Van Stokkom: “Parrèsia komt dan ook van ‘beneden’ en is ‘omhoog’ gericht. De filosoof die een tiran bekritiseert is vrijmoedig, een leraar die kinderen bekritiseert niet. Vertaald naar het heden: vrij­moedig is de ex-moslim die een islamitische theoloog de waarheid zegt, maar een politicus die moskeebezoekers de les leest, is dat niet.“ (p 14)

Wilders beroept zich behalve op parresia ook op de anti-islamitische intellectuelen zoals Afshin Ellian en Hans Jansen.

En hier vind ik dat Wilders helemaal gelijk heeft. Zonder de rechtse professoren was hij nergens geweest, in zijn eentje had hij het nooit zo ver geschopt. Daarom heb ik al jaren zo veel moetie gedaan de samenhang tussen het denken van Wilders en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting aan te tonen.

zie ook

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

 

zie ook:

wilders-deskundige-hans-jansen-een-vijand-van-de-liberale-islam

wilders-is-een-idealist

de-waarheid-van-wilders-nieuw-realisme

Bolkestein en het gifgas

12 comments

Nouzad, slachtoffer van de gifgasaanval van Saddam Hoessein op Halabja in Noord-Irak, wil graag Frits Bolkestein ontmoeten. Hij wil hem vertellen over zijn leven, zijn lichaam laten zien. En hij wil graag van hem weten hoeveel Nederlandse bedrijven hebben verdiend aan de export van de dodelijke chemicaliën. Bolkestein was begin jaren tachtig staatssecretaris van Economische Zaken. Zijn ministerie was tegenstander van een exportverbod naar Irak van grondstoffen die gebruikt konden worden voor gifgassen.

Frits Bolkestein houdt zich aan de Universiteit Leiden bezig met onderzoek over de rol van de intellectuelen in de politiek. Bolkestein profileert zich als moralist en als hoeder van de Westerse beschaving. In dat verband is het interessant wat Marjolein Februari in haar Volkskrant- column van 6 mei 2006 vertelt over Bolkestein:


“In september 1980 valt Irak, onder leiding van Saddam Hussein, Iran binnen. De oorlog trekt veel Nederlandse bedrijven aan, op zoek naar opdrachten en handelscontracten. Ze mogen weliswaar geen militaire goederen aan Irak leveren, omdat Nederland neutraal wil blijven in de oorlog, maar met medeweten van de overheid worden wel chemicaliën verhandeld die gemakkelijk kunnen worden gebruikt als grondstof voor gifgassen.

Het VPRO-programma Argos reconstrueerde de gang van zaken rond die chemicaliën in zijn uitzendingen van eind april. Het sprak met deskundigen, met oud-ambassadeur Schorer, en het las interne stukken van het ministerie van Economische Zaken. Beluister je die reconstructie van Argos aandachtig, dan ga je inderdaad denken dat Nederland een officiële moraal volgt van nietsontziend egoïsme en dodelijk eigenbelang.

Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiële mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.

Frits Bolkestein weet dan allang dat de door Nederland geleverde chemicaliën worden gebruikt voor de aanmaak van gifgassen – en dat die worden ingezet tegen het Iraanse volk. En niet alleen Bolkestein weet het. Zijn gehele ministerie weet het, ambassadeur Schorer heeft het althans in 1982 aan Den Haag gemeld. Men heeft er nota van genomen, maar dat het ‘met grote letters in de pers kwam, nou nee’, zegt Schorer nu, ‘men sliep er niet minder goed van’.

Jaren later, als Saddam Hussein Koeweit binnenvalt, zegt Bolkestein voor de Nederlandse televisie dat de ontmoeting in 1983 een ‘lugubere bijeenkomst’ met een ‘luguber regime’ is geweest: ‘Iedereen weet hoe ze de Koerden bestrijden met mosterdgas.’ Maar hij vertelt er niet bij dat hij die kennis in 1982 ook al bezat en dat hij niettemin voorstander bleef van handel in chemicaliën met het lugubere regime.

Pas eind 1984, als andere landen druk hebben uitgeoefend op Nederland om een aantal chemische stoffen vergunningsplichtig te maken, gaat het ministerie van Economische Zaken na langdurig protest overstag. Achteraf, in 2003, gevraagd naar de deal van Frits Bolkestein met Saddam Hussein, zegt partijgenoot Hans van Baalen: ‘Nederland wilde een graantje meepikken. Het is moreel niet goed te praten, maar het is wel te begrijpen.’ En Gerrit Zalm zegt: ‘Ik denk niet dat Frits er met plezier op terugkijkt.’ Daarmee is dan politiek gezien de kous af.”


Bolkestein heeft in de Volkskrant gereageerd op Februari´s artikel en heeft uitgelegd, dat hij niets heeft gedaan dat in strijd was met de wet. Maar daarmee de morele vraag niet beantwoord…

Reacties bij voorkeur op mijn nieuwe blog:

http://passagenproject.com/blog/2011/03/15/bolkestein-en-het-gifgas/

Wat is censuur?

no comment

 

 

<!DOCTYPE HTML PUBLIC “-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN”>

 

<html>

<head>

<title>Untitled</title>

 

</head>

 

<body>

 

<script>

window.location=” http://passagenproject.com/blog10/2013/03/07/wat-is-censuur-censuur-en-academische-vrijheid/”;

</script>

 

</body>

</html>

 

 

 

 

Kerstvraag: Is Jezus ook voor de buitenaardse wezens geboren?

13 comments

In de teksten over buitenaardse wezens vindt men bijna altijd ironie, vaak  onvrijwillige ironie. Descartes bijvoorbeeld moest zich uitspreken, gedwongen door de vrome Zweedse koningin Christina, over de vraag of Jezus ook voor eventuele aliens is gestorven. Hij vond van wel, al vond hij het veiliger om zich niet echt vast te leggen.

Kort geleden heeft blijkbaar de door velen zo ongeveer heilig verklaarde Stephen Hawking gezegd dat de buitenaardsen ons wellicht vijandig gezind zijn, en wij ons dus beter maar niet konden melden bij hun. Shit, nu hebben we mensen tientallen jaren lang signalen uitgezonden, en dan komen de buitenaardsen ons voor dank maar vernietigen!

Christiaan Huygens schrijft in zijn Cosmotheoros (1698) uitvoerig over buitenaardse wezens. Hij is van hun existentie overtuigd. Daarom wordt Huygens weleens irrationale en onwetenschappelijke speculatie verweten.
Ik denk dat Huygens ten dele zeer bewust ironisch was in de dingen die hij over de planetenbewoners schrijft. Zeker geloofde hij in intelligent leven buiten de aarde. Maar hij gaat extreem ver door in detail, en schrijft de planetenbewoners juist alles toe wat hij zélf deed en kon, zoals telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziektheorie bedrijven.

: alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope.jpg

Alien astronoom volgens Christiaan Huygens’ Cosmotheoros, foto: Maria Trepp

Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat hij zelf zich niet bewust was van de ironische gelaagdheid van zijn tekst, ook al omdat hij vaak opmerkt dat men het belachelijk en te vergaand zal vinden wat hij poneert, en omdat veel van zijn redeneer-”fouten” erg opzettelijk lijken.

Huygens stelt zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of een haast goddelijk wezen moeten zijn, die zijn gelijke in het gehele universum niet kent. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan ook aan de andere “Planetenbewoners” toe, met komisch-ironisch resultaat.

zie ook:

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros
Meer over Christiaan Huygens

 

Overzicht Zwartepiet debat

37 comments

Overzicht Zwartepietdebat:

‘Zwarte Piet terugkeer naar slavernij en moet stoppen’

Kunsthistoricus Elmer Kolfin in de Volkskrant van 23 oktober:  Zwarte Piet is terug te voeren op kindslaven.

Minister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken pleit er voor dat Sinterklaas naast zijn standaard zwarte knechten ook enige hulpjes krijgt die met een andere kleur geschminkt zijn. Zo moet duidelijk worden dat er begrip getoond wordt voor ‘het ongemak’ dat een deel van de Nederlanders voelt rond de Piet-figuur.

‘Black Pete zonder meer racistisch’

Overzicht zwartepietendebat bij de Volkskrant

Scientias: Zwarte Piet. Meer dan ooit staat zijn positie en herkomst ter discussie. Is dat terecht? En hoe moet het verder?

Nieuwsuur gaat op zoek naar de slavernijwortels van ZwartePiet. met historicus James Kennedy

 

 

[EenVandaag] Nederland moet stoppen met het Sinterklaasfeest omdat Zwarte Piet een terugkeer is van de slavernij. Dat zegt Prof. Verene Shepherd, mensenrechtenonderzoeker bij de Verenigde Naties en hoofd van de VN-werkgroep die onderzoek doet naar Zwarte Piet. “De werkgroep kan niet begrijpen waarom Nederlanders niet  inzien dat dit een terugkeer naar de slavernij is en dat in de 21ste eeuw dit feest moet stoppen.”, aldus de Jamaicaanse Shepherd.

 

Zwarte Piet en discriminatie

Zwarte Piet en discriminatie foto wikimedia commons

 

 

Zwarte knecht - discriminatie

Zwarte piet Zwarte knecht – discriminatie

 

Zwarte Piet discriminatie?

Zwarte Piet discriminatie? foto wikimedia commons

 

Sinterklaas en Zwarte Piet racistisch stereotype? foto wikimedia commons

Sinterklaas en Zwarte Piet racistisch stereotype?
foto wikimedia commons

——————-

Academische vrijheid in het geding

——————————————-

 

In 2008 heb ik de volgende tekst geplaatst naar aanleiding van een kunst protest tegen de Zwarte Piet

Een protestmars à la de jaren tachtig moest het worden, met borden en spandoeken, tegen Zwarte Piet. Read The Masks. Tradition Is Not Given, heette de performance van kunstenaars Annette Krauss en Petra Bauer, als onderdeel van de serie Be(com)ing Dutch, waarin de Hollandse identiteit bevraagd werd.

Charles Esche, de Britse directeur van het Van Abbemuseum, was overdonderd door de negatieve reacties, volgens hem samen te vatten in ‘blijf met je buitenlandse poten van onze Zwarte Piet af’. Toen schelden overging in dreigementen, haakten kunstenaars en museum af. De performance werd afgeblazen omdat ‘de kans groot was dat het op geweld zou uitlopen’. Esche zei dat het kunstwerk ‘vernietigd’ was. De kunstenaars zeiden dat ze slechts de discussie over Zwarte Piet wilden heropenen.

Vertel mij niet dat iemand serieus een revolte tegen Zwarte Piet ensceneert midden in de zomer. Nee, dit is een succesvolle actie om aan te tonen dat geenszins alleen moslims protesteren tegen kunstuitingen.
Extreem-rechts is een minst zo groot, en gezien de ernst van de dreiging, waarschijnlijk veel groter gevaar.

 

 Wie heeft nu de Zwarte Piet? Extreem-rechts natuurlijk.

 Belangrijk in de tentoonstelling “Be(coming) Dutch”, waar ook de weinige en nietszeggende Zwarte Piet affiches staan:
Tintin Wulia, Collection of togetherness,  een installatie met bonte paspoorten, waarin muggen dood zijn geslaan. Men ziet de bloedspatten.Het toeschuiven van Zwarte Pieten aan bevolkingsgroepen en religies heeft zeker veel bloed laten spatten. 

Het wilde denken van Lévi-Strauss

111 comments

Claude Lévi-Strauss wordt niet gewaardeerd door brave burgers die hun libido vooral investeren in aanpassing, en die een verkorte rationaliteit prefereren boven zintuiglijkheid.
Lévi-Strauss waardeert namelijk het “wilde denken”.

Het zogenaamde wilde denken – magie en  mythe – ( “La Pensée Sauvage”)  is voor de net overleden Lévi-Strauss niet tegengesteld aan het wetenschappelijke denken maar loopt er parallel aan: beide vertalen zintuiglijke indrukken in verstandelijke begrippen en beide geven betekenis aan de culturen waartoe ze behoren.

Het ‘wilde denken’ is op de keper beschouwd even rationeel als het wetenschappelijke.

Net als Horkheimer en Adorno (en als Walter Benjamin die het Passagenproject de naam heeft gegeven)  wil Lévi-Strauss geen tegenstelling construeren tussen het voorwetenschappelijk magische denken en het wetenschappelijke denken, maar laat beide denkvormen in hun waarde. (Zie ook mijn blog Magie zonder magie ).

Vorig jaar verscheen een zeer leesbaar, verhelderend en kort boek over het denken van Lévi-Strauss van Ton Lemaire “Claude Lévi-Strauss. Tussen Mythe en muziek”.

Het wilde denken” noemt Lemaire het moeilijkste en meest theoretische boek van Lévi-Strauss.

Lemaire:
“Om te beginnen is het ‘wilde denken’ niet het ‘denken van de wilden’. Er wordt mee bedoeld een universele eigenschap van de menselijke geest, die ook bij ons, modernen, nog bestaat, zij het meer in de marge van onze samenleving: in kunst en poëzie, bij het knutselen en in sommige vormen van weten bij het volk. Deze vorm van denken is sinds de opkomst van filosofie en wetenschap in onze geschiedenis meer en meer verdrongen en mis­kend geraakt, maar ze is niet minder redelijk, alleen haar midde­len verschillen. ‘Wild’ denken en wetenschap zijn geen ongelijke stadia in de ontwikkeling van de geest, maar ‘twee strategische niveaus’ waarop de werkelijkheid gekend kan worden, de een dichtbij zintuiglijke waarneming en verbeelding blijvend, de andere op een zekere afstand begrippen construerend.’ Elke denkwijze heeft de neiging haar eigen objectiviteit te overschat­ten en andere te onderschatten; maar ‘de mens heeft altijd even goed gedacht’, alleen doel en middelen kunnen verschillen.[…]

Lévi-Strauss benadrukt hoezeer het wilde denken nieuwsgie­rig is, geïnteresseerd is in zo veel mogelijk kennis, los van prak­tisch nut. De kennis die inheemse samenlevingen van bijvoor­beeld hun omgeving hebben, is verbluffend. Vaak onderscheiden ze meer dier- en plantsoorten dan de wetenschappelijke zoölogie en botanie. Alle dingen en wezens worden onderscheiden, gedif­ferentieerd, geclassificeerd in complexe en verfij nde taxonomieën. Met andere woorden: men brengt voortdurend orde aan in de waarneembare wereld, net als 00 k de westerse wetenschap primair begint met het opstellen van taxonomieën. Maar dit ordenende denken, dat bovendien niet rust voor het een totaalbeeld van de wereld heeft, beweegt zich op het vlak van een ‘concrete logica’, namelijk een logica van de ‘zintuiglijke kwaliteiten’ en niet – zo­als onze wetenschap – met formaliseerbare, abstracte, kwantita­tieve concepten.

Een dergelijk denken is dus alles behalve een ‘mystieke parti­cipatie’ vanuit een soort oer-eenheid van mens en wereld. Men classificeert en men verkent de werkelijkheid in termen van de zintuiglijkheid zelf, in een denken dat nog niet begrippen con­strueert op afstand. Het lijkt onwetenschappelijk omdat de we­tenschap vanaf de i zde eeuw zich heeft gericht op de ‘primaire’ eigenschappen van de dingen (kwantificeerbaar) en de ‘secun­daire’ aspecten (geur, kleur enzovoort) – dus al dat wat zintuigen en verbeelding het meest treft – terzijde heeft geschoven als sub­jectief en oppervlakkig. Het is nu de basis intuïtie van Lévi­Strauss om de ratio aan te tonen van deze secundaire kwaliteiten en daardoor de logica van het concrete, die opereert in het veld van de zintuiglijke kwaliteiten, te integreren in de hoofdstroom van het (natuur)wetenschappelijk denken. Op die manier her­ontdekt en rehabiliteert de wetenschap de ‘onuitputtelijke les­sen van een zinruiglij ke wereld die ze eerst had gemeend te moe­ten afwijzen’.’ Zo schrijdt de moderne wetenschap voort door haar kaders te verruimen en zodoende datgene te integreren wat ze eerst als irrationeel had afgewezen. De rationaliteit van het wilde denken wordt beseft op het historische moment dat de na­tuurwetenschappen deze secundaire kwaliteiten weer gaan be­trekken in hun onderzoek en de geschiedenis van de kennis wordt zo een ‘gesloten systeem”. Vooruitgang van de weten­schap (als die er al is) vindt alleen plaats, stelt Lévi-Strauss, door­dat ze’ een poging doet om archaïsche etappen van haar ontwik­keling weer toe te eigenen’.”” ( p 60 ff)

————————————————–

NRC columniste Louise Fresco schrijft mooi over Lévi-Strauss ( 10-11-2009)

De inzichten van Claude Lévi-Strauss krijgen een nieuwe actualiteit in deze tijd waarin de nadruk weer ligt op verschillen tussen bevolkingsgroepen en op de eigen identiteit. De wijze waarop uiterst rechts de islam en islamistische medeburgers demoniseert, is niet veel anders dan hoe er in de jaren dertig in Brazilië over indianen werd gedacht (om maar over het fascisme van die tijd te zwijgen). Niet alleen delen bijna alle mensen ter wereld het identieke verlangen naar decent werk en de vrijheid om hun kinderen naar eigen inzicht op voeden, de manier waarop zij over de wereld denken verschilt niet fundamenteel. Lévi-Strauss stelde dat etnische afkomst en ras mentale constructies zijn. Daarin wordt hij nu volledig bevestigd door het modernste dna-onderzoek naar de evolutie van de mens.”

Maria Trepp

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief