Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Psychologie ’ Category

Levenslooppsychologie en Nestor-effect: 60-plus wereldwijd aan de macht

no comment

Levenslooppsychologie en Nestor-effect: 60-plus wereldwijd aan de macht

Vandaag 27 augustus schrijft Paul Brill in de Volkskrant:

“…wie er ook zegeviert in de slag om het Witte Huis, vanaf januari 2017 zullen de vier belangrijkste westerse landen worden geregeerd door 60-plussers: Clinton of Trump, Merkel (62), May (dan inmiddels 60) en François Hollande (63) in Frankrijk. Speuren we verder het wereldtoneel af, dan zien we op de eerste rijen eigenlijk ook alleen maar oude(re) leiders staan…”

 

levenslooppsychologie en nestor-effect

Nestor

60-plus aan de macht. We zouden hier van het Nestor-effect kunnen spreken. Nestor nam op hoge leeftijd hij nog deel aan de oorlog tegen Troje, waar hij, als de oudste en meest ervaren onder de Griekse vorsten, beschouwd werd als hun algemeen gewaardeerde en gerespecteerde raadsman, vermaard om zijn wijze woorden en gedachten. (Wikipedia)

Het Nestor-effect staat ook in de titel van een interessant psychologisch artikel van Werner Greve *, David F. Bjorklund, The Nestor effect: Extending evolutionary developmental psychology to a lifespan perspective, Developmental Review 29 (2009) 163–179.

Vanuit een evolutionair levensloop-perspectief argumenteren de auteurs, dat de lange levensduur van de mens om een evolutionaire verklaring vraagt. Zij stellen dat de evolutie de lange duur van het menselijk leven heeft begunstigt vanwege de ervaring, kennis en wijsheid die oudere leden de menselijke samenleving bieden. Grootmoeders die zelf geen kinderen meer kunnen krijgen helpen de volgende generatie met de kinderen, maar dat niet alleen: überhaupt kan de ervaring van alle wijze ouderen de samenleving en de soort helpen en dus het resultaat zijn van natuurlijke selectie. Het Nestor-effect is dan het voordeel van cumulatieve en integratieve kennis van enkele leden van een groep.

Erik Erikson deelt in zijn psychosociaal levensloopmodel de levensloop van de mens in acht fases. Elke fase bestaat uit een “crisis” of ontwikkelingstaak. De politiek actieve 60-plussers hebben de ontwikkelingstaak van de zo genoemde “generativiteit” (productiviteit, creativiteit, maatschappelijk engagement, zorg voor komende generaties) op een constructieve manier weten af te sluiten en om te zetten en kunnen hopelijk ook hun wijsheid en integriteit (kenmerk van de succesvolle laatste levensperiode volgens Erikson) inzetten voor samenleving en nageslacht.

[Plaatje Door © Marie-Lan Nguyen / Wikimedia Commons, CC BY 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=4051752]

Maria Trepp, docent Masterclass Ontwikkelingspsychologie

 

Persoonlijkheidsverandering in de loop van het leven

no comment

Nieuw onderzoek toont aan dat de persoonlijkheid in de loop van het leven verandert.

Wat bepaalt de acties van mensen? Velen van ons verklaren menselijk gedrag intuïtief met persoonlijkheidskenmerken: dus met een karakteristiek patroon van denken, voelen en gedrag, dat redelijk stabiel is en in verschillende situaties constant blijft.

Om persoonlijkheidskenmerken woedt sinds 1960 een fel wetenschappelijk debat: sommige psychologen beweren dat een bepaalde situatie, en niet persoonlijkheidskenmerken de belangrijkste oorzaak van gedrag zijn. Persoonlijkheid is grotendeels, of tenminste voor de helft erfelijk. Maar behavioristisch georiënteerde psychologen zetten vraagtekens bij de invloed van erfelijkheid en onderstrepen de invloed van situaties en leergeschiedenis op het gedrag ten opzichte van stabiele interne of erfelijke factoren.

In de laatste twee decennia werd met behulp van uitgebreid onderzoek vastgesteld dat persoonlijkheidskenmerken bestaan, en dat deze het feitelijke gedrag van een persoon gedeeltelijk kunnen voorspellen  en ook een voorspellende kracht bezitten, wat de verschillende indicatoren van maatschappelijk succes betreft, zoals bijvoorbeeld inkomen.

De effecten van persoonlijkheidskenmerken op het gedrag zijn het makkelijkst te onderkennen wanneer mensen herhaaldelijk in verschillende situaties worden geobserveerd: In elke unieke situatie wordt het gedrag van een persoon door zowel de persoonlijkheid als ook situatie beïnvloed. Maar als iemand in veel verschillende situaties geobserveerd wordt, kan men de psychologische invloed van gedrag vaststellen.

Persoonlijkheidsverandering “Big Five”Big-Five-persoonlijkheid-copyright-ctp.publication-at-gmail.jpg

Veel studies en daarmee samenhangende complexe berekeningen hebben aangetoond welke persoonlijkheidskenmerken voor het begrijpen van het gedrag het meest belangrijk zijn. Het belangrijkste model (het universele standaard model) van de persoonlijkheidspsychologie wordt “Big Five” genoemd. Dit is een persoonlijkheidsmodel dat vijf belangrijke dimensies van de persoonlijkheid toont: Extraversie (tegenpool: Introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.

 

 

Persoonlijkheidskenmerken zijn relatief stabiel in de verloop van tijd, maar ze kunnen ook tijdens het leven geleidelijk veranderen, en dat gebeurt dan meestal in een positieve richting. Uit veel onderzoeken blijkt dat de meeste volwassen vriendelijker, zorgvuldiger en emotioneel veerkrachtiger zijn, als ze ouder worden. Deze veranderingen ontwikkelen zich over jaren of decennia. Verschillende studies in de afgelopen jaren hebben dit aangetoond. Het meest interessante en meest complete onderzoek (ruim 1 miljoen deelnemers) komt van Christopher J. Soto en anderen, en werd gepubliceerd in het Journal of Personality en Sociale Psychologie ( Age Differences in Personality Traits From 10 to 65: Big Five Domains and Facets in a Large Cross-Sectional Sample, Journal of Personality and Social Psychology 2011, Vol. 100, No. 2, 330–348). Het gaat hier om een dwarsdoorsnedeonderzoek, waar verschillende mensen op verschillende leeftijden onderzocht worden. Het gaat dus niet om herhaald onderzoek bij dezelfde personen, zoals het in een longitudinale studie.

Het onderzoek van Soto al. is om verschillende redenen zeer interessant:

  • Er worden verschillen in persoonlijkheid bij personen van 10 tot 65 jaar onderzocht
  • De resultaten worden gender-specifiek geanalyseerd
  • De resultaten worden niet alleen op het niveau van de vijf Big Five-dimensies onderzocht, maar ook in groter detail: namelijk afzonderlijk voor twee verschillende facetten per Big Five eigenschap. Bij sommige Big Five dimensies zijn de leeftijdstrends op het detailniveau van de facettendimensie van bijzonder belang, zoals bijvoorbeeld de facettendimensie zelfdiscipline als een deeldimensie van zorgvuldigheid.

 

De resultaten persoonlijkheidsverandering

van het dwarsdoorsnedeonderzoek van Soto voor volwassenen (resultaten voor kinderen, adolescenten en jonge volwassenen zien de oorspronkelijke studie):

  • Zorgvuldigheid neemt bij de oudere deelnemers aan de studie toe. Vrouwen zijn meer zorgvuldig dan mannen (zie grafiek Soto p. 337 linksonder)
  • De deeldimensie zelfdiscipline is voornamelijk verantwoordelijk voor de toename in zorgvuldigheid terwijl ordelijkheid (het tweede facet van de dimensie zorgvuldigheid) niet veel verschilt tussen deelnemers van verschillende leeftijden (zie grafiek Soto p. 337 rechtsonder). De toename van de zelfdiscipline is waarschijnlijk gerelateerd aan de socialisatie en verantwoordelijkheid in werk en gezin.
  • Vriendelijkheid verschilt niet veel tussen volwassenen van verschillende leeftijd, maar is wat sterker bij oudere personen. Vrouwen zijn algemeen vriendelijker dan mannen (zie diagram Soto p. 338 boven).
  • Neuroticisme (=tegendeel van emotionele stabiliteit), met de facetten van angst en depressie, verschilt sterk tussen volwassenen van verschillende leeftijd (dit resultaat komt terug in alle vergelijkbare studies), waarbij jongere volwassenen veel kwetsbaarder zijn dan oudere. In alle studies scoren jonge vrouwen veel hoger dan jonge mannen op neuroticisme, en dan met name op de sub-dimensie angst, maar nemen de neuroticisme-verschillen tussen mannen en vrouwen in de loop van leven af (zie diagram Soto p. 338).
  • Extraversie blijft tijdens het leven ongeveer gelijk, en vrouwen zijn iets extraverter dan mannen (zie grafiek Soto p. 340 hierboven).
  • Oudere deelnemers tonen iets meer openheid voor nieuwe ervaringen, waarbij mannen gemiddeld meer open zijn dan vrouwen. Er zijn grote verschillen op het niveau van de facetten: Vrouwen van alle leeftijden zijn opener voor esthetiek dan mannen; terwijl mannelijke deelnemers vanaf de leeftijd van 25 jaar meer open zijn voor nieuwe ideeën dan vrouwen (Soto, p. 341 boven).

Al deze resultaten voor persoonlijkheidsverandering zijn niet van toepassing op het individuele niveau en kunnen ook te wijten zijn aan de generatieverschillen. De resultaten zijn ook mogelijk cultuurspecifiek omdat de vragen in het Engels zijn ingevuld (…maar de vragen waren wel voor iedereen online beschikbaar).

Een heel ander aspect van persoonlijkheidsverandering in de tijd komt uit evolutionair onderzoek naar voren: uit tweelingsonderzoek blijkt, dat neuroticisme met de tijd over de populatie afneemt en extraversie toeneemt, op grond van reproductief gedrag: neurotische mensen krijgen minder kinderen en extraverte mensen juist meer kinderen.

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie

Pluralistische onwetendheid- sociale psychologie

no comment

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt, maar de personen individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigt zijn dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur, die eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden, en tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. Halbesleben JRB, Wheeler AR, Buckley MR (2007) Understanding pluralistic ignorance: application and theory. Journal of Managerial Psychology 22(1):65–83
  • In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Maria Trepp, docent sociale psychologie

Posttraumatische groei

no comment

Posttraumatische groei

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (Posttraumatische_stressstoornis) vastgesteld, maar het kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action” waarvoor hij een nieuwe term vindt: salvaction), en Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Viktor_Frankl posttraumatisches Wachstum

Vele anderen hebben hun subjectieve ervaring opgeschreven nadat zij grote en ook kleine tegenspoed hebben overwonnen. Rampen en trauma vormen grote uitdagingen voor het aanpassingsvermogen van een individu. Deze uitdaging betreft bijvoorbeeld het zelfinzicht en het begrip van de wereld, en de mogelijkheid om voor zichzelf een zinvolle plek in de wereld te vinden.  Traumatische gebeurtenissen maken het onmogelijk dat men de manier van leven gewoon weer oppikt die men voor de traumatische gebeurtenissen had. Er treden diepe, vaak levensveranderende psychologische veranderingen op in het denken en in de relatie tot de wereld, die in feite ook tot een persoonlijke en zinvolle veranderingsproces kunnen bijdragen. Vaak reageren mensen die een dergelijk proces hebben meegemaakt, beter op hernieuwde belasting, en herstellen sneller hiervan. Dit kan zijn het resultaat zijn van de ontmoeting met een beangstigende gebeurtenis en het daaropvolgende leerproces.

 

“Post-traumatische groei” hoort als denkmodel en visie in de wereld van de positieve psychologie. De term werd bedacht door de psychologen Richard G. Tedeschi en Lawrence G. Calhoun (link naar het artikel met model van post-traumatische groei), anderen, zoals bijvoorbeeld Andreas Maercker spreken van posttraumatische rijping. Tedeschi schrijft dat 90 procent van trauma-slachtoffers ten minste één aspect van posttraumatische groei rapporteren, zoals een hernieuwde waardering van het leven.

Anderen spreken zelfs van “posttraumatisch succes”- maar dat lijkt me als term niet goed gekozen.

Veerkracht

Een nauw verwante term uit de traditionele psychologie is Veerkracht (resilience) als het vermogen om te gaan met crisissituaties door beroep te doen op persoonlijke en sociale resources en deze te gebruiken voor de eigen ontwikkeling. Het verschil tussen posttraumatische groei en veerkracht is de omvang van het herstel. “Groei” of “Rijping” gaat verder dan veerkracht. Veerkracht betekent dat men zijn levenskwaliteit terugvindt, terwijl een ontwikkelende persoonlijkheid zelfs een voordeel kan ondervinden van uitdagingen. (Artikel: Charles S. Carver, Resilience and Thriving, Issues, Models and Linkages)

Zie ook Salvatore R. Maddi Hardiness: Turning Stressful Circumstances into Resilient Growth 2013 en ander onderzoek van Maddi (2015)

 

Posttraumatische rijping, religie en literatuur

Het algemene inzicht dat lijden en ontbering wellicht ook tot positieve verandering kunnen leiden is duizenden jaren oud. De lessen van vrijwel alle godsdiensten van het hindoeïsme en boeddhisme over islam en christendom bevatten elementen van de potentieel transformatieve kracht van lijden. De poging de betekenis van menselijk leed te begrijpen is een centraal thema van vele filosofische onderzoeken en wordt in de werken van toneelschrijvers, schrijvers en dichters vorm gegeven.  

Ook Victor Frankls logotherapie richt zich op de dimensie van persoon en existentie en concentreert zich op betekenisgeving als primaire en helende motivatie van de mensen. Door logotherapie en existentiële analyse zullen lichamelijke of geestelijke zieken existentiële vrijheid en keuze leren ervaren. De vraag naar een mogelijke bestaanszin van de cliënt staat centraal. De logotherapie maakt een onderscheid tussen lichamelijke en psychische symptomen en de geestelijke persoon. Het doel is dat de lijdende mens een essentieel deel van zijn zelfbeschikkingsvermogen en waardigheid terugvindt.

Zie ook Siebrecht Vanhooren, Zingeving, spiritualiteit en posttraumatische groei, Eerste stappen in een breed veld.

Posttraumatische groei

Posttraumatische groei werd aangetoond bij verschillende natuurlijke of door de mens veroorzaakte traumatische gebeurtenissen, met inbegrip van levensbedreigende ziekte, oorlog, misbruik, migratie en dood van dierbaren.  Het werd ook in veel landen en in het kader van verschillende culturen aangetoond dat posttraumatische groei een universeel fenomeen is, maar ook enkele culturele verschillen kent. Posttraumatische ontwikkeling kan bovendien niet alleen voor individuen, maar ook voor families en systemen beschreven worden.

Post-traumatische groei treedt als mensen zich kunnen aanpassen aan zeer negatieve omstandigheden die hoge psychologische stress veroorzaken, zoals bijvoorbeeld grote levenscrises, die meestal onaangename geestelijke reacties veroorzaken.  Persoonlijke groei treedt niet als een direct gevolg van trauma, maar als mensen zich intens bezig houden met de nieuwe werkelijkheid in de nasleep van het trauma. Deze intense inspanning is van cruciaal belang voor de omvang en de aard van de post-traumatische groei. Ervaringen van persoonlijke groei na traumatische gebeurtenissen zijn gelukkig veel talrijker dan psychiatrische aandoeningen zoals posttraumatische stressstoornis. Maar persoonlijk lijden, en ook een stress-stoornis kan ook vaak naast en gelijktijdig plaatsvinden met de groei.

Als voorspellende factoren voor posttraumatische groei werden een aantal factoren genoemd die met adaptieve groei na een trauma in verbinding gebracht worden.

Spiritualiteit correleert sterk met posttraumatische rijping, en omgekeerd ontstaan veel van de diepste geestelijke overtuigingen door blootstelling aan trauma. Sociale steun is ook goed gedocumenteerd als een buffer voor het voorkomen van psychische stoornissen en stressreacties. Richard G. Tedeschi en anderen hebben gevonden dat de acceptatie van situaties die niet kunnen worden gewijzigd cruciaal is voor de aanpassing aan traumatische gebeurtenissen. Ze noemen dit “acceptatieverwerking”. Zij merkten op dat de confrontatie met de realiteit een belangrijke voorspeller van posttraumatische groei is.

Mensen die posttraumatische groei hebben doorgemaakt, hebben bijvoorbeeld het volgende ervaren:

  1. Intensivering van de waardering voor het leven: Het rijpingsproces dat door de traumatische ervaring veroorzaakt wordt leidt tot een verandering van prioriteiten. Kleine, alledaagse dingen worden belangrijker. Materiële dingen verliezen aan waarde, persoonlijke relaties worden belangrijker.
  2. Intensivering van de persoonlijke relaties: De traumatische gebeurtenis heeft een deel van de oude relaties vernietigd. De overblijvende relaties (“In nood herkent men de ware vrienden”) worden geïntensiveerd. Tegelijkertijd neemt het empathisch vermogen toe. Van trauma getroffen mensen voelen een verhoogde compassie voor anderen, vooral met mensen in nood.
  3. Bewustwording van eigen kracht: Als mensen zich van de eigen kwetsbaarheid bewust worden groeit ook het gevoel van innerlijke kracht. Men heeft ervaren dat de veiligheid in het leven altijd kwetsbaar is, maar ook dat men de consequenties van verschrikkelijke gebeurtenissen kan overkomen.
  4. Ontdekking van nieuwe kansen in het leven: Nadat oude doelen waardeloos of zinloos geworden zijn, zoekt men nu naar nieuwe doelen en taken. Dit kan gepaard gaan met een verandering van beroep of met intense maatschappelijke betrokkenheid.
  5. Intensivering van het spiritueel bewustzijn: De door de traumatische gebeurtenis veroorzaakte grenservaring roept existentiële vragen op. De resulterende bespiegelingen over de betekenis van het leven en/of God kunnen leiden tot een groter spiritueel bewustzijn en een grotere innerlijke tevredenheid. (Wikipedia)

Helpende factoren

Twee persoonlijkheidskenmerken dragen in het bijzonder ertoe bij om bij traumatische ervaringen een persoonlijke groei door te maken: extraversie en openheid. Ook zijn optimisten beter in staat om aandacht en middelen op de belangrijkste kwesties te concentreren en oncontroleerbare of onoplosbare problemen los te laten. Een warme, ondersteunende omgeving kan posttraumatische groei helpen, als men samen een manier vindt om de stressvolle gebeurtenissen in een zinvol levensverhaal met perspectief en conceptuele verwerking te integreren. Verhalen over trauma en overleven zijn altijd belangrijk voor de posttraumatische groei, omdat de ontwikkeling van deze verhalen dwingt om vragen van betekenis en belang te stellen te beantwoorden. Hierbij kunnen benaderingen van de narratieve psychologie van grote hulp zijn. Constructieve Coping-strategieën, zowel cognitieve als ook sociale en emotionele kunnen een adaptieve spiraal in gang zetten.

Andreas Maercker heeft aangetoond dat persoonlijke groei na een trauma kan worden verklaard door het vermogen tot cognitieve coping en zelf-kalmerende emotionele coping. Een lijst van verschillende coping-strategieën kunnen worden gevonden in het artikel The Dialectical Behavior Therapy Ways of Coping Checklist:Development and Psychometric Properties von Andrada D. Neacsiu et al. Constructief coping-gedrag kan bijvoorbeeld zijn: Advies vragen, advies opvolgen, zich concentreren op de verschillende inhoud van positieve gedachten, plannen maken, goed zorgen voor zichzelf: (eten, slapen, sport), activiteiten te doen ….

Zie ook

Handbook of Posttraumatic Growth: Research and Practice (Google books)

Posttraumatic Growth: Progress and Problems Camille B. Wortman Department of Psychology State University of New York at Stony Brook

Maria Trepp, docent klinische psychologie

Traumabehandeling: EMDR versus (Progressive) Counting

no comment

Nieuwe manier van traumabehandeling EMDR versus (Progressive) Counting-Methode

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing ) is een therapie die vaak en succesvol bij psychotrauma‘s van verschillende aard wordt ingezet. Veel mensen houden na afschuwelijke traumatische gebeurtenissen psychische problemen. Soms is dit ook het geval na minder ingrijpende belevenissen. De negatieve gevolgen van grote en kleine trauma´s kunnen bijvoorbeeld zijn: dwangmatig opnieuw beleven van de traumatische ervaring, dissociatieverdringingangstreacties of een negatief zelfbeeld. In zware gevallen kunnen trauma‘s tot een posttraumatische stressstoornis leiden.

Gedragstherapie biedt verschillende behandelingsmogelijkheden bij psychotrauma‘s, onder andere Imaginaire Exposure of Prolonged Exposure (PE)- therapie, waarbij de cliënt de traumatische belevenissen herleeft onder begeleiding, totdat gewenning optreedt, en de stimulus van de herinnering geen stressreactie meer uitlokt.

https://www.youtube.com/watch?v=eEOHisK6IPM

Een variatie hiervan is de EMDR-therapie, een therapie die op het eerste gezicht op beunhazerij en flauwekul lijkt, maar waarvan de effectiviteit herhaaldelijk werd aangetoond. Vereenvoudigd samengevat: de cliënt wordt gevraagd zich op het ergste gedeelte van zijn/haar herinneringen te concentreren, terwijl de therapeut voor de ogen van de cliënt de vingers heen en weer beweegt, ongeveer een halve minuut lang.

EMDR Trauma

 

De cliënt volgt de beweging van de vingers met de ogen. Vervolgens bericht de cliënt over de in de korte periode ontstane gedachten, beelden en gevoelens, concentreert zich wederom hierop, waarbij de therapeut de vingers beweegt enz. Dit wordt voortgezet totdat de cliënt geen traumatische herinneringen meer beleeft.

Verschillende onderzoekers (zie b. v. Marcel A. van den Hout, Iris M. Engelhard, How does EMDR work, Journal of Experimental Psychopathology 2012, Volume 3 (2012), Issue 5, 724–738) komen in de laatste tijd tot de conclusie, dat EMDR goed werkt, maar dat de bewegende vingers niet essentieel zijn. Het lijkt erop, dat het helpend mechanisme, naast extinctie (een uitdovings- dus ont-leerproces die bij klassieke conditionering hoort) ook de hoge belasting van het werkgeheugen is, die ervoor zorgt dat de belastende herinneringen afnemen, als gelijktijdig met de voorstelling van nare herinneringen een andere taak wordt uitgevoerd, zoals met de ogen de bewegingen van de vingers van de therapeut volgen, of op de ademhaling letten (zie hiervoor de vergelijking van Mindfulness en EMDR).

 

In de laatste tijd verschijnen ook artikelen die EMDR vergelijken met verschillende aftelmethodes (Counting of Progressive Counting-methode), waarbij deze simpeler dan EMDR uit te voeren aftelmethodes tot zeer goede en bemoedigende resultaten leiden.

In Traumatology 2015, Vol. 21, No. 1, 1–6 beschrijven Ricky Greenwald en zijn collega’s van het Trauma Institute & Child Trauma Institute, Northampton, Massachusetts in een artikel de methodes “Counting” en Greenwalds eigen “Progressive Counting”.

 

De Counting Methode (CM)

is een traumabehandeling, waar de therapeut hardop van 1 tot 100 telt, terwijl de client een imagaginaire „film“ ziet  van zijn traumatische herinnering, van begin tot einde van de traumatische gebeurtenis.Daarna bespreekt de client zijn herinneringen en belevenissen uitvoerig met de therapeut. Deze methode heeft in verkennend onderzoek tot goede resultaten geleid.

 

Progressive Counting (PC)

of Progressieve telmethode is gebaseerd op CM met wijzigingen voor verbeterde efficiëntie en aanvaardbaarheid voor cliënten. Bij CM bekijkt de cliënt de imaginaire film van de trauma’s maar eenmaal per sessie, en praat dan voor de rest van de tijd erover. Bij PC bekijkt de cliënt herhaaldelijk imaginaire films van herinneringen in een enkele sessie. Ook kan de cliënt bij PC ervoor kiezen om de herinnering NIET te bespreken, zodoende is de privacy gewaarborgd.

Bovendien is de duur van de eerste film in PC alleen een telling tot 10; de volgende keer tot 20; de volgende keer to 30; en zo verder, tot een maximum van 100. Dus wordt de blootstelling geleidelijk verhoogd. Later, als de traumatische herinneringen afgezwakt zijn, wordt de tijd van het tellen bij de imaginaire films geleidelijk verlaagd.

Progressive Counting is een effectieve methode, die makkelijker is uit te voeren en te leren dan EMDR. Eerste resultaten zijn zeer bemoedigend, en verder onderzoek zal uitwijzen of deze of andere variaties op EMDR tot verbeteringen in de traumatherapie kunnen leiden.

 

Maria Trepp, docent Klinische Psychologie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aangeleerde hulpeloosheid: psychologen die folteren #APA

no comment

Aangeleerde hulpeloosheid is een van de belangrijkste concepten in de klinische psychologie. Dit model beschrijft het ontstaan van depressie als een leerproces, waar mensen leren dat zij hun omgeving niet kunnen beïnvloeden, zelfs als zij feitelijk wel degelijk invloed hebben. Na traumatische ervaringen en situaties met verlies van controle onderschatten mensen hun werkelijke invloed. Zij ervaren cognitief controleverlies en emotioneel voelen zij zich gedeprimeerd. Maar met behulp van psychologische begeleiding en cognitieve gedragstherapie kunnen ze opnieuw leren hun leven te beïnvloeden en controle te ervaren.

De theorie van aangeleerde hulpeloosheid, die veel mensen heeft geholpen hun depressieve klachten via gedragstherapie te overwinnen gaat terug tot Martin Seligmans experimenten met elektrische schok bij honden.

Martin Seligman

Martin Seligman

Als honden in een bepaalde situatie elektrische schokken niet kunnen vermijden, zullen zij deze ook niet meer proberen te vermijden zelfs als dit mogelijk is. Deze gruwelijke experimenten op dieren hebben geleid tot belangrijke bevindingen in het onderzoek naar depressie en psychologische behandeling van depressie, mensen kunnen de aangeleerde hulpeloosheid overwinnen en leren om na trauma’s of na reële verlies van controle hun invloed te herwinnen, en kunnen zo emotioneel, sociaal en cognitief weer herstellen en hun gedrag aan de echt gegeven mogelijkheden aanpassen.

Maar de wrede basis van deze kennis over het ontstaan van depressie, namelijk het martelen van dieren, heeft nu ook geleid tot verschrikkelijke gevolgen in de mensenmaatschappij. Terwijl Seligmann zelf zich nu helemaal op de positieve psychologie toelegt,

http://www.ted.com/talks/martin_seligman_on_the_state_of_psychology

 

werden zijn bevindingen door het Amerikaanse leger als zeer interessant beoordeeld, en in samenwerking met psychologen van de APA (American Psychological Association, de zeer invloedrijke Noord-Amerikaanse organisatie voor psychologen, waarvan Seligmann ook tijdelijk voorzitter was) gebruikt voor het ontwerpen van foltering, zogenaamde white torture (slaaptekort, waterboarding enz.)

Een nieuw onafhankelijk rapport  (Titel ALL THE PRESIDENT’S PSYCHOLOGISTS door auteurs onder leiding van advocaat David Hoffman) beweert dat de American Psychological Association (APA) tijdens het Bush-tijdperk in de nasleep van de terroristische aanslagen von 9/11 in het geheim met overheidsfunctionarissen samenwerkte aan een ethische rechtvaardiging van folterprogramma’s voor gevangenen. Het rapport concludeert, dat de APA in het geheim heeft samengewerkt met ambtenaren van de CIA, het Witte Huis en het ministerie van Defensie om een ethisch beleid voor de ondervraging door de veiligheidsdiensten te ontwerpen, die het CIA-marteling-programma faciliteerde.

De auteurs waarschuwen dat mensen het vertrouwen verliezen in het beroep van psycholoog als psychologen bereid zijn personen ook opzettelijk pijn toebrengen – en dit geheel afgezien van de individuele achtergrond of de motieven van het desbetreffende gemartelde individu.

Het volledige document is gebaseerd op de evaluatie van meer dan 50.000 documenten, en meer dan 200 interviews van 148 mensen – en het rechtvaardigt en verdedigt nu eindelijk na lange tijd de harde critici van de APA.

De prioriteiten van de APA waren blijkbaar PR-strategie en de uitbreiding van het beroepenveld van psychologen, in plaats van het welzijn van de ondervraagde mensen. Het rapport merkt op dat veel e-mails en discussies gaan over de mediastrategie van de APA, de maatschappelijke positie en de positionering van de APA, en hoe de APA haar invloed kan maximaliseren en de positieve relatie met het ministerie van Defensie kan uitbreiden. Er is weinig bewijs van reflecties, analyses en discussies over de beste of de juiste ethische positie, gezien de aard van het beroep en de specifieke kennis die psychologen hebben over gedachten en emoties; vaardigheden die psychologen in staat stellen zowel te genezen alsook schade toe te voegen.

Twee psychologen, James Mitchell en Bruce Jessen, ontwikkelden op basis van de theorie van de “aangeleerde hulpeloosheid” een reeks dwangtechnieken en leidden persoonlijk ondervragingen, waar ze enkele CIA-gevangenen martelden. Ze verdienden miljoenen dollars voor deze diensten. Zie ook mijn eerder bericht hierover:

Psychologen en martelen

De twee psychologen hadden geen ervaring als verhoorleider, geen speciale kennis van Al Qaida, geen achtergrond in de strijd tegen het terrorisme, en geen relevante culturele en taalkundige vaardigheden. Afgezien van alle grote ethische bezwaren is er ook geen enkel bewijs, dat de door hen gebruikte verhoortechnieken nuttige gegevens produceren op basis van “aangeleerde hulpeloosheid”.

De APA verontschuldigt zich nu op haar website voor “zeer verontrustende resultaten”  en organisatorische fouten; en kondigt eerste beleidsprocedures af om tekortkomingen te corrigeren.

 

Zie ook: Tortured by Psychologists and Doctors

Zie ook

Rapport-building interrogation is more effective than torture

Zie ook: Rechtsfilosofen over martelen: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

 

Maria Trepp, docent Sociale& Klinische Psychologie

 

 

Angst kan mensen bij elkaar brengen

1 comment

Angst kan mensen bij elkaar brengen

Het Second International Anxiety Congress behandelde kort geleden het thema Anxiety As a Global Problem.

Angst

Angst

Angst wordt beschouwd als een basaal overlevingsmechanisme, als reactie op een specifieke prikkel

Angst is een nare emotie, en liegt ten grondslag aan veel psychische stoornissen.

Maar angst kan mensen ook dichter bij elkaar brengen, zoals een aflevering van de televisieserie Big Bang Theory mooi heeft laten zien in aflevering 17 van Season 7, The Friendship Turbulance: Sheldon, die altijd geïrriteerd op Howard afgeeft en hem als minderwaardig behandelt, pakt wél Howards hand in het vliegtuig als de vlucht onrustig wordt in turbulenties. Hand in hand wachten de vrienden de landing af (in het filmpje bij 7 minuten)

Ikzelf heb eens de hand van van een wildvreemde naast me zittende man vastgepakt bij een landing in onweer…

Psychologen en martelen

no comment

Psychologen en martelen:

 

committee intelligence psychologen marteling

 

Twee psychologen hadden een cruciale rol bij het ontwikkelen van martelingstechnieken gebruikt door de CIA.

Op 9 december 2014 heeft de United States Senate Select Committee on Intelligence een rapport openbaar gemaakt, dat het gebruik van foltering en SERE tactiek (Survival, Evasion, Resistance and Escape) bij ondervragingen bevestigt. [1]   NBC News identificeerde de opdrachtnemers, die in het rapport werden genoemd via pseudoniemen als Mitchell, Jessen & Associates . John “Bruce” Jessen was een psycholoog bij het VS Ministerie van Defensie, waar hij gespecialiseerd personeel leerde hoe zij marteling kunnen weerstaan. Mitchell, Jessen & Associates ontwikkelden een “menu” van 20 “verbeterde” ondervragingstechnieken, waaronder waterboarding, slaapgebrek en stressposities.

Het rapport zei dat Mitchell gebruik maakte van Seligmans onderzoek naar ‘aangeleerde hulpeloosheid‘: individuen worden passief en depressief in reactie op oncontroleerbare gebeurtenissen. Hij dacht dat het induceren van een dergelijke psychische staat een gedetineerde kan stimuleren om samen te werken en informatie te verstrekken. [2]

Klacht over Ethiek in Texas

In 2010 diende Jim LH Cox een formele klacht in tegen Mitchell in Texas, waar Mitchell een gediplomeerd psycholoog was. [3] Het Bestuur wees de klacht tegen Mitchell op 10 februari 2011 af, omdat er onvoldoende bewijs zou zijn om te bewijzen dat Mitchell de regels had geschonden. [4]

 In een interview in Der Spiegel wijst James Mitchell  elke persoonlijke verantwoordelijkheid af.

Zie ook:

Sickening and morally reprehensible

Rapport-building interrogation is more effective than torture

Muziek en het brein: Herhaling en anticipatie

20 comments

Muziek en het brein

Muziek heeft sterke effecten op de mens. Muziek maakt emoties los, en herinneringen. Ook demente mensen kunnen via muziek herinneringen oproepen. Mijn zwaar zieke vader, die al lang niet meer kon praten, kon wel nog – zoals vele dementerende ouderen – liederen gedeeltelijk meezingen, iets dat hartbrekend ontroerend was.

(z ie ook Erik Scherder, Hoe brengt muziek het verleden dichterbij?)

Muziek brein en emotie

Muziek en herhaling: Brahms met variaties over Händel

In de laatste tijd zijn veel interessante artikelen en boeken verschenen over de invloed van muziek op emoties en geheugen, over muziek en het brein, en over de functie van herhalingen en variaties in de muziek.

Daniel J. Levitin schrijft in Ons muzikale brein. Wat muziek met ons doet (2006/2013)

“Het geheugen heeft zo’n grote invloed op de ervaring van het luisteren naar muziek dat het niet overdreven is om te zeggen dat er zonder geheugen geen muziek zou zijn. Muziek is gebaseerd op herhaling, zoals is opgemerkt door vele theoretici en filosofen […] Muziek werkt omdat we ons de tonen herinneren die we net gehoord hebben en die relateren aan de tonen die op dit moment gespeeld worden. Die groepen tonen – frases – kunnen misschien later in het stuk terugkeren in een variatie of een transpositie die ons geheugen prikkelt en tegelijk onze emotionele centra activeert. “ (p 165)

Hij wijst naar een hersenstructuur, de amygdala, die geactiveerd wordt door muziek,

amydgala muziek emotie

hersenen met amydgala

 

maar

“[…] niet door willekeurige verzamelingen geluiden of muzikale tonen. Als herhaling vakkundig wordt toegepast door een goede componist, is het emotioneel bevredigend voor onze hersenen, en dat maakt de luisterervaring zo aangenaam ( p 165 f]

De amygdala legt verbanden tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan emoties:

“De amygdala speelt een belangrijke rol bij het vormen en opslaan van herinneringen aan emotionele gebeurtenissen. Daarbij wordt informatie die afkomstig is van verschillende zintuigen geïntegreerd.”(Wikipedia)

muziek psychologie maria trepp

Nieuw onderzoek laat zien dat de emoties die door muziek worden gewekt, zoals ontroering, sterk verschillen van alledaagse gevoelens. Ook voelt verdriet opgeroepen door muziek juist aangenaam door de troostende werking van de muziek. (Stefan Koelsch, Brain correlates of music-evoked emotions).

Daniel J. Levitin schrijft: “De belonende en versterkende aspecten van het luisteren naar muziek lijken […] te worden veroorzaakt door een stijgende dopaminespiegel in de nucleus accumbens .”( p 189) Dopamine speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn.

De Dopaminespiegel stijgt niet alleen op muzikaal spannende passages, maar juist daarvoor, dus bij de anticipatie van een spannende passage:

“But what may be most interesting here is when this neurotransmitter is released: not only when the music rises to a peak emotional moment, but also several seconds before, during what we might call the anticipation phase.

The idea that reward is partly related to anticipation (or the prediction of a desired outcome) has a long history in neuroscience. Making good predictions about the outcome of one’s actions would seem to be essential in the context of survival, after all. And dopamine neurons, both in humans and other animals, play a role in recording which of our predictions turn out to be correct.”

So each act of listening to music may be thought of as both recapitulating the past and predicting the future. When we listen to music, these brain networks actively create expectations based on our stored knowledge.

Composers and performers intuitively understand this: they manipulate these prediction mechanisms to give us what we want — or to surprise us, perhaps even with something better.”

(ROBERT J. ZATORRE and VALORIE N. SALIMPOOR, Why Music Makes Our Brain Sing)

En dit alles geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor poëzie:

“Rillingen over de rug. Een tintelend gevoel dat door uw ruggenmerg gaat en kortstondig kippenvel veroorzaakt. Zo zorgt muziek voor een plezierige sensatie. Uit recent onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Consciousness Studies, blijkt dat een emotioneel geladen tekst of gedicht u hetzelfde gevoel kan geven.”

(zie Poëzie is als muziek voor ons brein)

Fanfare-corps

De lucht scheen blinkend door de blaren,
bleek en volmaakt als glas geslepen.
Met vaste manlijke gebaren
werden de horens aangegrepen,
en luidkeels zonder enig schromen
spoot de muziek tussen de bomen;
heldhaftig, trots. Een onverbloemde
voor elk verstaanbare muziek,
die aan het ademloos publiek
ieder gevoel met name noemde. En even plots werd dit geklater
gedempt, twee koopren kelen weenden…
-over het donkergroene water
gleden twee smalle witte eenden
geluidloos als een droombeeld voort-
De horens, smekend en gesmoord
schenen hen dringend iets te vragen
hen volgens met haast menslijk klagen.
Een warm en onverwacht verdriet,
eerbied voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen.
en dan te huilen om dit lied
ontstond in mijn verwend gemoed.
Ik voelde me bedroefd en goed.
Maria Vasalis,
uit Parken en woestijnen,
uitgeverij van Oorschot 1940
————————————————————————————————————-
————————————————————————————————————-
Vandaag 15 maart staat een uitgebreid artikel in de Volkskrant over muziek en hersenonderzoek, waar veel onderzoek langskomt dat ik hierboven had aangevoerd.
—————————–

In het Teylers Museum vindt een reeks van lezingen plaats over brein en muziek:
zondag 13 april, Dick Swaab – Muziek en het brein
zondag 18 mei, Wim Hof – Muziek en de Ziel

En het ITON organiseert eind 2014 een cursus over muziek en brein.

Maria Trepp

Lentemoeheid/ Lentedepressie

9 comments

 Lentedepressie

krokus macro3 fotografie Maria Trepp

Lente- en toch niet iedereen blij…

Lente, je zou denken dat iedereen er volop van geniet. Zon, warmte, langere dagen, de ontwakende natuur alleen al maakt gelukkig. En ook is het bekend dat heel wat mensen aan winterdepressies lijden, die succesvol met lichttherapie te behandelen zijn- dus een lentedepressie, Seasonal Affective Disorder, kortweg ‘SAD’, zou dan toch in de lente geen probleem meer kunnen zijn?

Helaas is dat niet het geval.

Men kan denken aan sociale verklaringen a la Hebban olla vogala (Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik..),  maar de feiten spreken ervoor dat fysieke factoren belangrijk zijn.

Als men kijkt naar het aantal suïcides, is er in veel landen (landen ver verwijderd van de equator) in de lente een piek in de aantal suïcides te zien. Er is een duidelijk verband tussen afstand van de evenaar en aantal suïcides, ook binnen een land (zoals Chile).( Zie het onderzoek van Jurjen Luykx hierover)

Er bestaat een sterk vermoeden, dat dit samenhangt met de serotonine-stofwisseling.

Serotonine is een neurotransmitter met een overwegend inhiberende werking. Het is een tryptamine die invloed heeft op stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust.” (Wikipedia)

In Duitsland spreekt men dan ook veel van  Frühjahrsmüdigkeit

Lentedepressie?

Frühjahrsmüdigkeit?

 

 Maria Trepp

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief