Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Politiek ’ Category

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

9 comments

Rutte: Mann ohne Eigenschaften?

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“'[…] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

en ook Maurits Westerberg noemt Rutte “Mann ohne Eigenschaften”

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften ?

Fotograaf Nick van Ormondt

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek. In het Duits hier geheel op internet te downloaden.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

 

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert iets anders met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

www.passagenproject.com


Update 31-3-2013 Rutte, ‘der Mann ohne Eigenschaften’

 

Wilders, Foucault en Bas van Stokkom over parresia

11 comments

Wilders beroept zich in zijn slotwoord op de “parresia” , ook wel vrijmoedigheid genoemd, de plicht om de waarheid te spreken ook al is die bedreigend voor anderen, en ook al loop je het risico de boosheid van de ander op je hals te halen.

De jurist en filosoof Bas van Stokkom heeft in 2008 in zijn boekje “Mondig tegen elke prijs; het vrije woord als fetisj” uitvoerig de parresia besproken. (p 14 f)

 De vrijmoedige spreker spreekt als onafhankelijke denker en als machteloze tegen de macht.

Is Wilders machteloos?? Wilders is een politicus met grote macht, met financiële resources (van veelal extreemrechtse buitenlandse oorsprong). Wilders heeft ook in de media een enorm luide spreekbuis kunnen opsteken.

Wilders is alles behalve machteloos.

Van Stokkom: “Parrèsia komt dan ook van ‘beneden’ en is ‘omhoog’ gericht. De filosoof die een tiran bekritiseert is vrijmoedig, een leraar die kinderen bekritiseert niet. Vertaald naar het heden: vrij­moedig is de ex-moslim die een islamitische theoloog de waarheid zegt, maar een politicus die moskeebezoekers de les leest, is dat niet.“ (p 14)

Wilders beroept zich behalve op parresia ook op de anti-islamitische intellectuelen zoals Afshin Ellian en Hans Jansen.

En hier vind ik dat Wilders helemaal gelijk heeft. Zonder de rechtse professoren was hij nergens geweest, in zijn eentje had hij het nooit zo ver geschopt. Daarom heb ik al jaren zo veel moetie gedaan de samenhang tussen het denken van Wilders en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting aan te tonen.

zie ook

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

 

zie ook:

wilders-deskundige-hans-jansen-een-vijand-van-de-liberale-islam

wilders-is-een-idealist

de-waarheid-van-wilders-nieuw-realisme

Andreas Kinneging, Arnold Heertje en de moraal van de nazi’s

5 comments
Andreas Kinneging Wikipedia Commons

Andreas Kinneging

“Arnold Heertje, die daarna zou discussiëren met filosoof Andreas Kinneging  […] had zich kapot geërgerd aan alfa’s met hun gezemel over moraal. Over de Holocaust, het onderwerp waarvoor hij was uitgenodigd, wilde hij evenmin spreken. ‘Al drieduizend jaar zaniken we over de moraal, en dat heeft ons geen haar beter gemaakt. [….]

Het leek Heertje beter om praktische oplossingen te verzinnen.[…]

Hij pleitte voor slimme ‘structuren’ die de samenleving humaner zouden maken.

En toen kwam het bijna tot een handgemeen.

‘Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!’, riep Kinneging. Hij leunde triomfantelijk achterover, alsof hij het zelf een enorme vondst vond.

Heertje zweeg. De zaal ook, beschaamd.

‘Ik voel me door deze uitspraak diep gegriefd’, zei Heertje. De zaal mompelde instemmend.


Wat bezielde Kinneging om moedwillig Heertjes bedoelingen mis te verstaan? Om iemand die familie heeft verloren aan de nazi’s, zo’n dolk in de rug te steken.“


Kinneging, die meent Heertje op nazisme te kunnen betrappen is zelf een racist met zeer bedenkelijke theorieën en is als directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting  een belangrijke steunpilaar voor Geert Wilders.


Kinneging: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.” (Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie)


Het koppelen van de wens naar culturele suprematie aan het baren van kinderen is niets anders dan onvervalst racisme.


En verder is het ook inhoudelijk helemaal verkeerd wat Kinneging impliceert, namelijk dat de nazi’s geen moraal hadden. Wie meer wil weten over de moraal van de nazi’s moet het boek van de historica Claudia Koonz lezen, The Nazi Conscience ( 2003) . Koonz laat zien dat de nazi’s , anders dan vaak wordt gedacht, niet gewetenloos waren, en zelfs nadrukkelijk moreel hebben geargumenteerd. Alleen: hun moraal gold allen voor degenen die zij als “vriend” hadden gedefinieerd.  Voor de “vijand”gold deze moraal niet.

Kinneging en zijn Schmittiaanse samenwerkingspartners zoals Bart Jan Spruyt zijn de voorhoede in de vijanden-demonisering van deze tijd.
Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


De nieuwe Wet financiering politieke partijen

7 comments

Ik ben erg blij over het nieuwe conceptwetsvoorstel van PH Donner over de partijfinanciering. Politieke partijen moeten duidelijk maken waar zij hun geld vandaan halen en moeten bij giften vanaf duizend euro bekendmaken wie de gever is. De giften en de donateurs moeten in de jaarverslagen worden opgenomen. Daarnaast komt er een openbaar register met alle giften boven de 4.500 euro.

De Raad van Europa en de Algemene Rekenkamer hebben er al vanaf 2008 bij het kabinet aangedrongen om maatregelen te nemen. De meeste andere Europese landen kennen regels voor partijgiften.

Het nieuwe wetsvoorstel is streng: in Duitsland moeten de giften pas vanaf 10.000 euro openbaar worden gemaakt.

De PvdA eist er zelfs dat er een verbod komt voor Nederlandse politieke partijen op het aannemen van giften uit het buitenland, met name omdat de PVV van Geert Wilders veel geld zou krijgen van financiers uit de Verenigde Staten of Israël. De conservatieve islamcriticus Daniel Pipes uit Philadelphia vertelde de NRC  dat hij „een bedrag van zes cijfers” voor Wilders had opgehaald.

Volgens PvdA-Tweede Kamerlid Pierre Heijnen kennen verscheidene andere landen al een verbod op buitenlandse sponsoring (ik weet niet welke landen hij bedoelt).

Bolkestein en het gifgas

12 comments

Nouzad, slachtoffer van de gifgasaanval van Saddam Hoessein op Halabja in Noord-Irak, wil graag Frits Bolkestein ontmoeten. Hij wil hem vertellen over zijn leven, zijn lichaam laten zien. En hij wil graag van hem weten hoeveel Nederlandse bedrijven hebben verdiend aan de export van de dodelijke chemicaliën. Bolkestein was begin jaren tachtig staatssecretaris van Economische Zaken. Zijn ministerie was tegenstander van een exportverbod naar Irak van grondstoffen die gebruikt konden worden voor gifgassen.

Frits Bolkestein houdt zich aan de Universiteit Leiden bezig met onderzoek over de rol van de intellectuelen in de politiek. Bolkestein profileert zich als moralist en als hoeder van de Westerse beschaving. In dat verband is het interessant wat Marjolein Februari in haar Volkskrant- column van 6 mei 2006 vertelt over Bolkestein:


“In september 1980 valt Irak, onder leiding van Saddam Hussein, Iran binnen. De oorlog trekt veel Nederlandse bedrijven aan, op zoek naar opdrachten en handelscontracten. Ze mogen weliswaar geen militaire goederen aan Irak leveren, omdat Nederland neutraal wil blijven in de oorlog, maar met medeweten van de overheid worden wel chemicaliën verhandeld die gemakkelijk kunnen worden gebruikt als grondstof voor gifgassen.

Het VPRO-programma Argos reconstrueerde de gang van zaken rond die chemicaliën in zijn uitzendingen van eind april. Het sprak met deskundigen, met oud-ambassadeur Schorer, en het las interne stukken van het ministerie van Economische Zaken. Beluister je die reconstructie van Argos aandachtig, dan ga je inderdaad denken dat Nederland een officiële moraal volgt van nietsontziend egoïsme en dodelijk eigenbelang.

Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiële mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.

Frits Bolkestein weet dan allang dat de door Nederland geleverde chemicaliën worden gebruikt voor de aanmaak van gifgassen – en dat die worden ingezet tegen het Iraanse volk. En niet alleen Bolkestein weet het. Zijn gehele ministerie weet het, ambassadeur Schorer heeft het althans in 1982 aan Den Haag gemeld. Men heeft er nota van genomen, maar dat het ‘met grote letters in de pers kwam, nou nee’, zegt Schorer nu, ‘men sliep er niet minder goed van’.

Jaren later, als Saddam Hussein Koeweit binnenvalt, zegt Bolkestein voor de Nederlandse televisie dat de ontmoeting in 1983 een ‘lugubere bijeenkomst’ met een ‘luguber regime’ is geweest: ‘Iedereen weet hoe ze de Koerden bestrijden met mosterdgas.’ Maar hij vertelt er niet bij dat hij die kennis in 1982 ook al bezat en dat hij niettemin voorstander bleef van handel in chemicaliën met het lugubere regime.

Pas eind 1984, als andere landen druk hebben uitgeoefend op Nederland om een aantal chemische stoffen vergunningsplichtig te maken, gaat het ministerie van Economische Zaken na langdurig protest overstag. Achteraf, in 2003, gevraagd naar de deal van Frits Bolkestein met Saddam Hussein, zegt partijgenoot Hans van Baalen: ‘Nederland wilde een graantje meepikken. Het is moreel niet goed te praten, maar het is wel te begrijpen.’ En Gerrit Zalm zegt: ‘Ik denk niet dat Frits er met plezier op terugkijkt.’ Daarmee is dan politiek gezien de kous af.”


Bolkestein heeft in de Volkskrant gereageerd op Februari´s artikel en heeft uitgelegd, dat hij niets heeft gedaan dat in strijd was met de wet. Maar daarmee de morele vraag niet beantwoord…

Reacties bij voorkeur op mijn nieuwe blog:

http://passagenproject.com/blog/2011/03/15/bolkestein-en-het-gifgas/

Revolutie is seksestrijd

2 comments

….schrijft Rob Vreken vandaag in de Volkskrant. “De moslimvrouw verandert snel van een onwetende, analfabete broedmachine in een geletterde burger met een klein gezin. De Arabische lente helpt haar daarbij.”

Socioloog Abram de Swaan schreef hier een boeiend boekje over, De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten. De Swaan zoekt de verklaring voor de botsing der beschavingen binnen en buiten het Westen helemaal niet in religie, maar vooral in de verhouding tussen de seksen.

Anders dan bijvoorbeeld Afshin Ellian, die het niet kan laten te herhalen, dat politieke en sociale oorzaken het moslimterrorisme NIET de oorzaak van het terrorisme zijn, schrijft De Swaan:

“Zo is veel in het programma van de islamisten herkenbaar als voor de hand liggende en ook heel wel invoelbare verontwaardiging over de olieregimes die aan de leiband van de VS lopen, die de eigen grondstoffen aan vreemden uitverkopen en de opbrengsten verkwisten aan hoererij en praalzucht.” (p.8)
In hun vrouwenhaat staan de islamisten niet alleen: “Katholieken, gereformeerden, orthodoxe joden, hindoes, herboren christenen en nog vele, vele andere sektes en afgoderijen sluiten de vrouwen evenzeer uit. […] Overal waar religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd. ( p.10)
[…] “Uiteraard knoopt deze extreme vrouwvijandigheid [bij islamisten] aan bij heersende tradities in de Arabische wereld, of beter bij de gebruiken en opvattingen in vrijwel alle overwegend agrarische, preïndustriële samenlevingen.”(p.12)

Volgens De Swaan en de Arab Human Development Reports nemen meisjes steeds meer deel aan het onderwijs, en verwerven zo een sterke sociale positie. “Dat ondermijnt de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van mannen aan vrouwen. De machtsbalans verschuift ten gunste van vrouwen in het privé-leven en op de arbeidsmarkt, waar mannen op voet van gelijkwaardigheid moeten concurreren met vrouwen. Dit proces heeft zich in het Westen over een verloop van eeuwen geleidelijk voltrokken, en vindt sinds enkele decennia schoksgewijs plaats in veel andere delen van de wereld.
Deze veranderende sociale kansen van mannen en vrouwen dragen volgens De Swaan bij aan de huidige religieuze radicalisering van jongens en meisjes. Angst voor verlies van de mannelijke superioriteitswaan dus, gecultiveerd in de godsdienst.

Verder meent De Swaan: “De inheemse Nederlanders en de immigranten zijn elkaar niets méér verschuldigd dan de vereisten van beleefdheid. Mishandeling in het huwelijk moet dan ook met strafrecht en hulpverlening bestreden worden. De beleefdheid vergt dat mensen hun uitspraken matigen, zeker wanneer ze zich namens de ene volksgroep over de andere uitlaten en dus ‘en gros’ spreken. Juist spot en krenking door buitenstaanders maken het onmogelijk om de loyaliteit met de eigen mensen te verbreken. “(p.25)

Wie de moslima’s wil helpen in hun strijd voor vrijheden kan volgens mij beter niet met polariserende generalisaties aankomen, maar moet hen in hun eigen concrete politieke en sociale eisen ondersteunen.


Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Arabische Revolutie

1 comment

Thijs Berman en Emine Boskurt schrijven vandaag in de Volkskrant over de Arabische Revolutie, die leert dat de bevolkingen van Tunesië, Egypte, Lybië, Bahrein, Jemen en Oman geen sharia, maar vrijheid, sociale rechtvaardigheid en werkgelegenheid eisen.

De islamkritiek (=moslims zijn niet in staat tot vrijheid en democratie) is failliet.

Mijn blog “Moslims willen vrijheid” over het onderzoek van Dalia Mogahed werd twee jaar geleden weggehoond.

Ik herhaal het bij deze gelegenheid.


Wie spreekt namens de islam? is het resultaat van een groot onderzoek van Gallup in de periode 2001-2007 onder inwoners uit meer dan 35 landen met veel moslims.
Alles bij elkaar is de steekproef representatief voor meer dan 90 procent van de 1,3 miljard moslims. De meerderheid van de moslims wordt niet gehord, zo stellen Esposito/Mogahed. Opinieleidersverdienen veel geld met het verspreiden van negatieve en onjuiste opvattingen over de islam.
Wie spreekt namens de islam? gaat over de meerderheid wier stem niet gehoord wordt.
Wie denkt dat moslims geen vrijheid willen heeft het grondig mis.



Dalia Mogahed:

“[Het is een Westerse Mythe] : “Ze haten ons om onze vrijheid … “

“Hoe wij in het Westen denken over moslims en de islam is essentieel voor het maken en het slagen of mislukken van ons beleid en voor onze relaties met een groot deel van de moslimwereld. Veel mensen gingen er altijd van uit dat “ze ons haten vanwege onze democratie, vrijheden, cultuur, waarden, en ons succes/onze vooruitgang”. [p 132]

“Het Amerikaanse beleid dat is gericht op meer democratie in het Midden-Oosten stemt over­een met de gevoelens van een grote meerderheid van de respondenten die aangeven dat ze de politieke vrijheid in het Westen bewonderen en dat ze meer zelfbeschikking belangrijk vinden en nastreven.”
“Op de vraag wat men het meest bewondert van het Westen werden door zowel de politiek radicalen als de gematigden [onder de moslims] de volgende drie antwoorden het vaakst genoemd: (1) technologie; (2) de westerse waarden, hard werken, eigen verantwoordelijkheid, de rechtsstaat, samenwerking; en (3) rechtvaardig politiek systeem, democratie, respect voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen de seksen. “
[p 81]

“Ik bewonder hun vrijheid. Ze geven om mensenrechten.Er is democratie en gelijkheid. Hun technologie is hoog ontwikkeld.” – een Turkse respondent

Echte vrijheid, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen, gelijk­heid, rechtvaardigheid.”– een Iraniër

“De vrijheid en mogelijkheden en tolerantie ten opzichte van elkaar.” – een Marokkaan.

Mogahed gaat ook uitvoerig in op de kwestie van de Mohammed–cartoons, en benadrukt dat het beeld dat het hierbij om een cultuuroorlog van het Westen tegen de islamitische landen grondverkeerd is.

“Reageerden moslims zo heftig omdat ze de vrijheid van menings­uiting niet begrepen of daar niet achter stonden? De onderzoeksgege­vens van Gallup, waaruit blijkt dat moslims de vrijheid en vrijheid van meningsuiting van het Westen bewonderen, laten iets anders zien. In de kern gaat deze zogenoemde botsing, of “cultuuroorlog”, niet over democratie en de vrijheid van meningsuiting, maar over geloof, identi­teit, respect (of het gebrek daaraan) en publieke vernedering. Zoals de Franse chassidische rabbijn Joseph Sirruk ten tijde van de cartoon­rellen tegen Associated Press zei: “Religies door het slijk halen, belache­lijk maken en er een karikatuur van maken, leidt tot niets. Het getuigt van gebrek aan eerlijkheid en respect.”

Veel Britse en Franse burgers zijn het daarmee eens. Uit represen­tatief onderzoek van Gallup in beide landen blijkt dat een meerder­heid van de Britten (57%) en een grote hoeveelheid Fransen (45%) vindt dat het afdrukken van een beeld van de Profeet Mohammed niet moet zijn toegestaan onder de vlag van de vrijheid van menings­uiting, terwijl respectievelijk 35% en 40% zegt dat het wél toege­staan moet zijn. De Britten en Fransen waren nog uitgesprokener in hun afkeer van andere uitingen die mogelijk onder de vrijheid van meningsuiting vallen: meer dan 75% van beide bevolkingsgroepen vindt dat een cartoon waarin grappen worden gemaakt over de Holocaust niet binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting hoort te vallen, en ongeveer 86% van de Britten en Fransen vindt dit ook over kranten die racistische laster afdrukken.

Het is duidelijk dat voor veel Europeanen de vrijheid van meningsuiting genuanceerd ligt en afhankelijk is van de context; het is niet zo zwart-wit.
En toch werd de cartoonkwestie voorgesteld als een conflict tussen het absolute recht van de vrijheid van meningsuiting in het liberale Westen versus de gewelddadige intolerantie in de moslimwereld. Door die voor­stelling van zaken konden niet-representatieve groepen aan beide kanten het debat monopoliseren, en de mensen met een gematigde opvatting die pleitten voor betere onderlinge relaties en meer begrip tussen mos­lims en westerse gemeenschappen raakten van de discussie vervreemd. Onbedoeld werden hierdoor religieuze extremisten en een aantal auto­cratische heersers die roepen dat de “westerse” democratie antireligieus en onverenigbaar met de islam is in de kaart gespeeld, en xenofobe en islamofobe deskundigen kregen de kans om hetzelfde te beweren.

De moslims die meededen aan rellen [waren] niet kwaad omdat ze de waarde van de vrijheid van meningsuiting niet begrepen. Het ging er veel meer om wie dit principe oplegde, op welke manier, aan wie – en met welke veronderstelde motieven.
Zo vertelde een Palestijnse demonstrant aan een verslaggever van Al-Jazeera dat de argumenten die Europa aanvoerde over de vrije meningsuiting blijk gaven van een dubbele standaard, omdat het in Duitsland wettelijk is verboden de Holocaust te ontkennen: “Het is oké om moslims maar niet om joden te beledigen.” Een andere blog­ger vroeg zich af waarom, als de vrijheid van individuele expressie zo wordt gekoesterd in Europa, dat dan niet gold voor meisjes in Frankrijk die zelf wilden bepalen wat ze droegen, bijvoorbeeld een hoofddoek op publieke scholen.“ [p 139]


“Moslims bewonderen de technologie en vrijheid in het Westen het meest, en associëren deze kwalificaties niet met Frankrijk, Japan of Duitsland, maar vooral met de Verenigde Staten. Dat men van het Westen in het algemeen, en de Verenigde Staten in het bijzonder, vindt dat er een “rechtvaardig rechtssysteem” is en dat “de eigen burgers veel vrijheden” hebben, en bovendien dat Amerika zichzelf presenteert als voorvechter van mensenrechten, is precies de reden waarom de Amerikaanse acties tegen moslims, zoals in Guantánamo, de Aboe Ghraib-gevangenis en andere mishandelingen, zo hypocriet worden gevonden. “ [p 154]

Zie ook het interview met Olivier Roy in de NRC van 3 maart, die stelt dat het Westen de recente ontwikkelingen in Tunesië, Egypte en Libië met een verouderde bril heeft bekeken: „Commentatoren gebruikten een dertig jaar oud model, gefundeerd op de Iraanse islamitische revolutie en gebaseerd op angst voor de islam.”

“Volgens Roy is de revolutie in Noord-Afrika een „postfundamentalistische revolte”. De motor is niet Al-Qaeda of Iran, maar een jonge generatie die niet ideologisch, maar praktisch is, en seculiere doelen nastreeft.”

“„Wat in Noord-Afrikaanse landen gebeurt, toont aan dat democratie en islam helemaal niet tegenovergesteld zijn en best kunnen samengaan. Deze nieuwe generatie van internetmoslims die de democratie steunen bestaat ook in Europa. Mijn boodschap is dat de ontwikkelingen in Egypte en Tunesië aantonen dat de moslims zich aan de democratische en seculiere maatschappij aan het aanpassen zijn.”

Zie ook het artikel over de Arabische lente van Grethe van Geffen en John Grin ook in de NRC van 3 maart, die terecht wijzen op WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme dat een toenemend aantal islamitische filosofen, feministen en studentenbewegingen in landen als Algerije, Indonesië, Egypte, Tunesië en Marokko beschrift– bewegingen die democratische beginselen en mensenrechten centraal stelden.

Het rapport werd neergesabeld, op een stuitende manier, in de NRC door onder meer Afshin Ellian, die nu inmiddels God zij dank de NRC niet meer mag gebruiken voor zijn anti-islam hetze.

(naar aanleiding van het rapport en Ellians reactie toen heeft de NRC overigens een kritische lezersbrief van mij gepubliceerd)

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Geert-Wilders-tulp: de islam is van Europa!

3 comments

Naar aanleiding van de doop van de Geert Wilders tulp:

 

Het woord “tulp” is afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent. Kopvodden, dus.

De vermeend typisch Nederlandse tulpen zijn, zoals veel andere cultuurproducten, een import uit andere culturen

 

Wen er maar aan: de islam is evengoed Europa’” zegt Oxford-hoogleraar Eugene Rogan over zijn boek ‘The Arabs: A History’, dat door The Economist en The Financial Times tot een van de beste non-fictieboeken van 2009 werd uitgeroepen. [NRC, 2-4-2010]

Rogan: “Er is in de Arabische wereld sprake van een strijd voor politieke dominantie tussen islamisten en seculieren. Maar omdat we tegenwoordig zo gericht zijn op de rol van islam in de politiek is er een neiging om de seculiere krachten af te schrijven. Toch blijft dit een dominante politieke stroming in de Arabische wereld.”

Op de vraag ”Wat zijn historische verklaringen voor de lage scores op ontwikkelingsgebied waar het Arab Human Development Report op wijst?” antwoordt Rogan:

,,Eén van de belangrijkste verklaringen zijn de regionale conflicten. Ik woonde als tiener in Beiroet. Toen de burgeroorlog daar uitbrak zijn we naar Kairo verhuisd, in 1976. In Libanon heb ik de erbarmelijke omstandigheden gezien in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe Libanon met vredig naast elkaar levende geloofsgemeenschappen in korte tijd desintegreerde. De Jom Kipoer-oorlog van 1973 en de beelden van Israëlische straaljagers die Palestijnse vluchtelingenkampen bombarderen zijn in mijn geheugen gegrift. Deze instabiliteit betekende dat ontwikkeling een lagere prioriteit kreeg dan veiligheid. Een onevenredig hoog aandeel van de staatsbegrotingen gaat steevast naar defensie- uitgaven, vooral in de buurlanden van Israël. Sommige landen geven meer uit aan propaganda dan aan onderwijs. De dominantie van de staat in de economie heeft economische ontwikkeling beperkt. Veel zaken die de Arabische bevolking hadden kunnen helpen om aansluiting te hebben met de internationale economie, zijn gefrustreerd door eenpartijsystemen en militairen in de politiek.”

En op de vraag: “Wat voor rol ziet u voor moslims in Europa?” antwoordt Rogan:

,,Tweede en derde generatie moslims zijn Europese burgers. Zij hebben, net als elke andere Europeaan, het recht om bij te dragen aan de Europese cultuur. Europese democratieën moeten niet de waarde van burgerrechten vergeten.

,,En als historicus wil ik wijzen op de historische aanwezigheid van de islam in Europa. De islam is niet wezensvreemd aan Europa. We hebben het bestaan van de islamitische eeuwen in Europa in een daad van collectieve geheugenverlies uit de geschiedenis geschreven. Dit creëert een groot deel van de huidige misverstanden. Men dient niet meer te spreken van islam in Europa, maar een islam van Europa.”

De tulp is hiervan een symbool, voeg ik eraan toe.

Hier een samenstelling van mijn vele eerdere Wilders-kritische blogs:

http://passagenproject.com/blog/2011/02/19/wilders-kritiek-neemt-toe/

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits


Wilders hetze

4 comments

SPIEGEL ONLINE alles@SPIEGEL_alles 9 min.

Niederlande: Rechtspopulist Wilders empört mit Ausländerhetze… http://spon.de/aebR7

Hier een verzameling van mijn kritische Wilders-blogs op het Vkblog:

Wilders de messias van VS ultra-rechts


Op de opiniepagina van de (gedrukte) Volkskrant staat 18-8-2010 een belangrijk artikel over hoe tevreden ultra-rechts in de VS is met Wilders. Het artikel is  geschreven door Willem Post, Amerikadeskundige bij Instituut Clingendael.

 

“‘Rolmodel’ Geert moet het radicaliseringsproces in de Verenigde Staten verder aanwakkeren met een stevige speech. Dat wordt van hem verwacht. Hij heeft in ultrarechtse kringen welhaast de status van een halfgod verkregen. Hij sluit geen compromissen, en dat kun je van een messias ook niet verwachten.”

 

“De impliciete boodschap luidt dan dat de gematigde islam niet bestaat en dat de westerse wereld in feite in oorlog is met 1,5 miljard moslims op deze aarde. Dat is de wereld op zijn kop. Het is treurig dat een Nederlandse politicus meewerkt om dat beeld te creëren.”

 

Zeer waar. Nog treuriger is het, dat een groep Leidse hoogleraren, de heren van de Edmund-Burke-Stichting, de denktank van Wilders, precies hetzelfde zeggen. Zie Ellian, zie Cliteur en mijn vele blogs over hen

Zie vooral ook mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting en Wilders

——————–

Tulpen voor Wilders/ De islam is van Europa


 

De naam “tulp” is zo afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent.

De vermeend typisch Nederlandse tulpen zijn, zoals veel andere cultuurproducten, een import uit andere culturen<a “>.

 

Wen er maar aan: de islam is evengoed Europa’” zegt Oxford-hoogleraar Eugene Rogan over zijn boek ‘The Arabs: A History’, dat door The Economist en The Financial Times tot een van de beste non-fictieboeken van 2009 werd uitgeroepen. [NRC, 2-4-2010]

Rogan: “Er is in de Arabische wereld sprake van een strijd voor politieke dominantie tussen islamisten en seculieren. Maar omdat we tegenwoordig zo gericht zijn op de rol van islam in de politiek is er een neiging om de seculiere krachten af te schrijven. Toch blijft dit een dominante politieke stroming in de Arabische wereld.”

 

Op de vraag ”Wat zijn historische verklaringen voor de lage scores op ontwikkelingsgebied waar het Arab Human Development Report op wijst?” antwoordt Rogan:

 

,,Eén van de belangrijkste verklaringen zijn de regionale conflicten. Ik woonde als tiener in Beiroet. Toen de burgeroorlog daar uitbrak zijn we naar Kairo verhuisd, in 1976. In Libanon heb ik de erbarmelijke omstandigheden gezien in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe Libanon met vredig naast elkaar levende geloofsgemeenschappen in korte tijd desintegreerde. De Jom Kipoer-oorlog van 1973 en de beelden van Israëlische straaljagers die Palestijnse vluchtelingenkampen bombarderen zijn in mijn geheugen gegrift. Deze instabiliteit betekende dat ontwikkeling een lagere prioriteit kreeg dan veiligheid. Een onevenredig hoog aandeel van de staatsbegrotingen gaat steevast naar defensie- uitgaven, vooral in de buurlanden van Israël. Sommige landen geven meer uit aan propaganda dan aan onderwijs. De dominantie van de staat in de economie heeft economische ontwikkeling beperkt. Veel zaken die de Arabische bevolking hadden kunnen helpen om aansluiting te hebben met de internationale economie, zijn gefrustreerd door eenpartijsystemen en militairen in de politiek.”

 

En op de vraag: “Wat voor rol ziet u voor moslims in Europa?” antwoordt Rogan:

 

,,Tweede en derde generatie moslims zijn Europese burgers. Zij hebben, net als elke andere Europeaan, het recht om bij te dragen aan de Europese cultuur. Europese democratieën moeten niet de waarde van burgerrechten vergeten.

,,En als historicus wil ik wijzen op de historische aanwezigheid van de islam in Europa. De islam is niet wezensvreemd aan Europa. We hebben het bestaan van de islamitische eeuwen in Europa in een daad van collectieve geheugenverlies uit de geschiedenis geschreven. Dit creëert een groot deel van de huidige misverstanden. Men dient niet meer te spreken van islam in Europa, maar een islam van Europa.”

 

De tulp is hiervan een symbool, voeg ik eraan toe.

————–

Wilders, goed of slecht voor Nederland? Ayaan Hirsi Ali versus Wientjes


 

Ayaan Hirsi Ali betoogde in de NRC van zaterdag, dat Wilders is geen fascist of racist is . “Hij is gewoon goed voor Nederland” aldus Ayaan.

 

Hirsi Ali blijft zichzelf trouw. In 2004 had zij samen met Wilders de “liberale jihad”afgekondigd, en gezegd dat burgerlijke vrijheden hiervoor moeten wijken. Nu schrijft zij:

Dankzij Wilders kunnen mensen hun woede over de verkeerde aanpak van immigratie en islam kanaliseren, in plaats van te rebelleren en te kiezen voor geweld.”

“Er was een tijd dat Nederland gold als een van ’s werelds meest tolerante en geordende maatschappijen. Inmiddels spreken de Holland-watchers in Amerika bestraffend over allerlei vormen van intolerantie, zoals de discriminatie van immigranten en een groeiend antisemitisme.


Tegen deze achtergrond wordt de opkomst van Geert Wilders bezien. Ik krijg voortdurend dezelfde vragen over Wilders: wie is hij? Is hij een racist? Kan hij regeren?
Wilders is geen racist en ook geen fascist, leg ik dan naar beste vermogen uit. Hij is goed voor Nederland, omdat mensen die kwaad zijn over de systematisch verkeerde aanpak door de gevestigde partijen van vraagstukken als immigratie en islam, hun woede kunnen kanaliseren door op hem te stemmen in plaats van te rebelleren of, nog erger, een gewelddadige confrontatie met radicale islamitische groeperingen aan te gaan.”

 

Later schrijft Ayaan: “En ten slotte zijn alle drie de grote partijen in de vier grote steden van Nederland afhankelijk van moslimstemmen.[…. ] de Nederlandse politieke partijen, die afhankelijk zijn geworden van de moslimstem, moeten kiezen. Of ze zien Geert Wilders (en nog meer kandidaten zoals hij) aan de macht komen, of ze houden zich aan hun Grote Overeenkomst om niet voor een stem te vechten, waarbij ze beloven de aanhangers van de sharia te beschermen en tegelijkertijd krokodillentranen plengen over de opkomst van het gewelddadige extremisme.”

Wilders is afhankelijk van zijn rechtse VS-geldschieters. Daar komt het goed uit dat Hirsi Ali als zijn VS-ambassadrice optreedt….Hirsi Ali is inmiddels ook goed bevriend met de ergste rechtse hawken zoals de Cheneys, zo vertelde zij in de Volkskrant magazine van Zaterdag.

 

 

 

Bernard Wientjes, voorzitter werkgeversorganisatie VNO-NCW zegt daarentegen in de Volkskrant van zaterdag: ‘Wilders beschadigt ons land’.

‘Geert Wilders beschadigt ons land op een geweldige manier. Zoals hij zichzelf laatst in Londen presenteerde als toekomstig premier van Nederland en vervolgens de Turkse premier Erdogan uitschold. Dat is ongehoord. De Engelse pers was diep geschokt over die vertoning, die de hele wereld over ging.’

Wilders was vorige week in Londen voor de vertoning van zijn film Fitna in het Engelse Hogerhuis. Tijdens een persconferentie noemde hij de profeet Mohammed een ‘barbaar, massamoordenaar en een pedofiel’. De islam noemde hij ‘gewelddadig, gevaarlijk en achterlijk’ en ‘een fascistische ideologie’. Turkije wordt geleid door ‘gestoorden’ en de Turkse premier Erdogan is een ‘freak’.

Wientjes organiseert een telefonische conferentie met de voorzitter van de Turkse werkgeversvereniging om de imagoschade te beperken. En om uitleg te geven.

Hoe legt u het fenomeen Wilders in het buitenland uit?

‘Het is bijna niet uit te leggen. Ik vertel dat we een traditie van eeuwen hebben met een open economie, met immigratie. Kijk naar de zeventiende eeuw. Toen was eenderde van de Amsterdammers immigrant. Maar er is nu een kink in de kabel. Er is de afgelopen jaren iets vreselijk fout gegaan met de integratie. Het gebrek aan integratie, ja. Uit die fout is de beweging van Wilders ontstaan. Dat is het enige dat ik kan zeggen.’”

 

Nou, bravo!!!! roep ik, al heeft Wientjes ongelijk met ALLES OVERIGE dat hij uitkraamt..


———–

Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders

Nu Frits Bolkestein tegen Job Cohen ten strijde trekt ( “Cohen verwende zijn moslims”,  de Volkskrant 15 mei 2010) is het goed om eraan te herinneren welke rol de Leidse hoogleraar Bolkestein heeft gespeeld in de achtergrond van Wilders en de PVV.


De mannen van de Leidse neoconservatieve Edmund Burke Stichting, de denktank van Wilders, zijn allemaal nauw verbonden aan Frits Bolkestein: Joshua  Livestro, de eerste directeur van de Edmund Burke Stichting, was van 1999-2002 persoonlijk medewerker van Europees Commissaris Frits Bolkestein in Brussel. De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging (een van de initiatiefnemers van de Burke Stichting,en eerder net als Wilders ghost writer van Bolkestein) en de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur (lid van de raad van aanbeveling van de Edmund Burke Stichting) , waren nauw verbonden aan de rechtsliberaal Bolkestein, die, hoewel zelf nooit direct verbonden aan de Burke Stichting, een belangrijke rol heeft gespeeld in de achtergrond van de Stichting. Bolkestein werd al genoemd op de voorloper van de Burke Stichting,  het conservatisme-web.[1]


Bolkestein vertelt in zijn boek Grensverkenningen, dat hij samen met Kinneging en Cliteur een leesclubje had, dat regelmatig bij elkaar kwam en o.a. samen Burke las,  Reflections on the Revolution in France, een tekst die ook op de huidige website van de Edmund Burke Stichting kan worden gevonden.


Bolkestein in zijn dagboek Grensverkenningen

”Vrijdag 6 augustus 1999: s’middags kwam min leesclubje weer bijeen in Amsterdam: Andreas Kinneging en Paul Cliteur. We hebben Edmund Burke gelezen, Reflections on the Revolution in France. Burke is overtuigender over het Britse constitutionele recht, met zijn nadruk op precedent, geleide­lijkheid en traditie, dan in het afgeven op de Franse Revolutie, wat hij overigens op briljante wijze doet. Hij heeft toch een te gunstige mening over het Ancien Régime. Andreas [Kinneging] is het hier niet mee eens. Hij vindt dat de Franse Revolutie helemaal niet nodig was; dat de adel zich aanpaste aan de moderne omstandigheden en een nuttige rol speelde; en dat onze visie op het Ancien Régime is gekleurd door de geschiedschrijving, dat wil zeggen door de tegenstanders. Mijn kennis is niet toereikend om dit te bestrijden. Het is natuurlijk dui­delijk dat de Franse Revolutie veel wandaden op haar geweten heeft, zoals iedere revolutie. Maar moderniseerde zij niet ook? “[2]


Bolkestein staat met zijn gedeeltelijk positieve visie op de Franse revolutie dichter bij de verlichtingspleiter Paul Cliteur dan bij Kinneging. Binnen de Edmund Burke Stichting zijn er dan ook juist wat de verlichting betreft verschillende opvattingen te vinden. Maar ondanks bepaalde verschillen weten de heren elkaar goed te vinden in hun wens naar een rechtsliberaal conservatisme, dat de verzorgingsstaat en de islam afwijst. De latere directeur van de Burke Stichting Bart Jan Spruyt in Lof van het conservatisme (2003):

“Slecht in enkele individuen vond het conservatisme pleitbezorgers [naast J.L.Heldring]:  in de Leidse rechsfilosofen Paul Cliteur en Andreas Kinneging, die de discussie over het conservatisme buiten de muren van de Telders stichting (het wetenschappelijk bureau van de VVD) hoorbaar wisten te maken en zo een beslissende bijdrage aan de herleving van het conservatisme hebben geleverd.” ( p. 9)

Bart Jan Spruyt noemt in dit boek Bolkestein een conservatief,  die zich zo niet wil noemen omdat hij “daar politieke redenen voor had” (p. 8) .

Spruyt gaat in Lof van het conservatisme nog verder uitvoerig in op Bolkestein, Cliteur en Kinneging. Bolkestein, volgens Spruyt een strijder “voor een combinatie van economische progressiviteit en cultureel conservatisme”, was

“overtuigd van de noodzaak de strijd tegen het morele nihilisme aan te binden, maar wist […]  het benodigde stelsel van waarden en normen niet te concretiseren. De zogeheten kardinale deugden uit de klassieke en christelijke traditie zijn volgens Bolkestein lovenswaardig, maar wat kan een liberaal politicus ermee? ‘Het liberalisme is geformuleerd in een tijdperk waarin moraal in zekere zin het monopolie van de kerk was. De liberaal had niet zozeer de behoefte daar een eigen moraal tegenover te stellen, als wel staat en kerk te scheiden. Moraal was immers vanzelfsprekend. Het uitdenken van een kader waarbinnen de deugden de nadruk kunnen krijgen die ze verdienen, is een grote uitdaging voor het hedendaagse liberalisme’, luidde Bolkesteins eindconclusie.” ( p. 54f)


Bolkestein wordt ook genoemd in het Burke- pamflet De crisis van Nederland (“Ook de verzorgingsstaat dient grondig te worden hervormd. Conservatieven omarmen de slogan van Frits Bolkestein: liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering“) . Omgekeerd komen in Bolkesteins Grensverkenningen niet alleen Livestro, Kinneging en Cliteur herhaaldelijk ter sprake, (“Vrijdag 31  maart 2000 Lunch met een stel slimme academici in Nieuwspoort, allen leer­lingen van Andreas Kinneging, die er ook was; georganiseerd door Joshua Livestro, die nu mijn persoonlijke medewerker in Brussel is […] . Onderwerp van gesprek was het liberalisme, het postmodernisme (en wat daar­tegen te doen) en het verlies aan zelfvertrouwen van de Europese eli­te..”) ook Michiel Visser, secretaris van de Burke Stichting en medeauteur van een aantal artikelen wordt genoemd ( “Vrijdag 16 januari 2000 Geluncht in Nieuwspoort met Joshua Livestro, Andreas Kinneging, Paul Cliteur, Hans Kribbe, Michiel Visser en nog een paar academi­ci over de eeuwige onderwerpen Verlichting – Romantiek – Natio­nalisme – 1968, enz.”)  net als de neocon en  Burke-ere-donateur[3] Afshin Ellian[4],


 

Bolkestein was aanwezig op de eerste belangrijke bijeenkomst van de Burke Stichting waar Roger Scruton de eerste Burke-lezing hield. Vermoedelijk wil Bolkestein niet dat zijn nauwe banden met de Edmund Burke Stichting bekend worden. Het is bijvoorbeeld zeer merkwaardig, dat hij in 1999 en 2000 zeer frequente contact had met de oprichters van de Burke Stichting; samen met hun Edmund Burke las; op de eerste grote lezing van de stichting aanwezig was, maar in zijn dagboek Grensverkenningen het woordje “Edmund Burke Stichting” angstvallig vermijdt.


De Leidse professor Bolkestein zat bovendien in 2004 samen met de Burkiaanse neoconservatieve rechtfilosofen Kinneging, Ellian en Cliteur in het nieuwe Leidse rechtengebouw (terwijl hij eigenlijk organisatorisch bij Sociale Wetenschappen/ Politicologie hoort). Maarten Huygen:

“Zijn [Kinnegings]  kantoor ligt op de lichte zolderverdieping van het voormalige Kamerlingh Onnes natuurkundelaboratorium, dat is omgebouwd tot rechtenfaculteit. Schuin tegenover hem werkt onder strenge bewaking een voorvechter van de door Kinneging gelaakte Verlichting, de hoogleraar Sociale Cohesie en Recht, Afshin Ellian. Aan zijn gang zitten ook twee andere hooggeleerden met een uitgesproken liberaal profiel: het VVD-lid Paul Cliteur, hoogleraar van de Encyclopedie van de Rechtswetenschap, en de gewezen VVD-leider en commissaris van de Europese Commissie, Frits Bolkestein, hoogleraar in de Intellectuele Grondslagen van Politieke Ontwikkelingen.” ( NRC 13-5-2006)


Ondanks verschillen in detail bestaat tussen Livestro, Kinneging, Cliteur, Ellian en Bolkestein een fysieke (het Leidse rechtengebouw) en/of sociale (de VVD / de Universiteit Leiden) en/of een geestelijk-politieke band. Zij zijn allemaal te vinden aan de rechterkant van de VVD, in de omgeving van het rechtspopulisme van Fortuyn en Wilders.


Frits Bolkestein is de geestelijke vader van Livestro en Kinneging. Hij is ook de geestelijke vader van Geert Wilders, met wie de Burke Stichting via Bart Jan Spruyt in 2004/2005 een politiek samenwerkingsverband is aangegaan.

Esther Lammers:

“Als beleidsmedewerker behoorde hij [Wilders] al snel tot het zogenoemde ‘klasje van Bolkestein’; jonge medewerkers die met de toenmalige fractieleider brainstormden over onderwerpen die op de agenda moesten komen. Hij schreef ook regelmatig de, soms scherpe, toespraken van Bolkestein.”[5]



Herman Staal; Derk Stokmans:

Frits Bolkestein […]  was voor Wilders een belangrijk politiek voorbeeld. Niet alleen wegens zijn ideeën. De confronterende stijl en de neiging politieke taboes te doorbreken zijn nu terug te zien bij de PVV-leider. “ (NRC 29-3-2008)


Interessant en sprekend is het feit dat Wilders zijn werkkamer in het gebouw van de Tweede Kamer in 2006 heeft ingericht met het meubilair van Frits Bolkestein (NRC 24-2-2007).



Veel uitgebreider hierover zie mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting,


[1] http://members.lycos.nl/conservatisme/


[2] Grensverkenningen, p. 18.

[3] Jan Blokker, de Volkskrant 5-9-2005

[4] Grensverkenningen, p.280

[5] Trouw, 17-9-1999.

[6] NRC, 13-5-2006.

—————

Wilders wil Afshin Ellian als deskundige

Wilders wil in zijn proces graag de Leidse jurist Afshin Ellian als deskundige laten horen, om “aan te tonen dat de islam in essentie tot kwaad aanzet” (NRC 20-1-2010).

 

De juristen die de weg voor Wilders hebben gebaand mogen dus nu (als de rechter dit toestaat) vertellen waarom Wilders gelijk had.

 

Leuk. De slang bijt in zijn staart.

 

 

Wat Afshin Ellian van de islam vindt, dat weten wij. Hij vergelijkt de islam met de pest.

 

De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [….] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[1]

 

Een religie met de pest vergelijken, dat vind ik persoonlijk absoluut niet kunnen.

 

 


[1] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227.

—————-

WC-eend groet de heer Wilders


Kent de linkse kerk nog enige schaamte?” vraagt Wilders.

 

Nee hoor al poseer ik hier keurig in kleren.

[WC-eend Maria Trepp]

 

Tijd voor een grondige voorjaarsschoonmaak, zodat de ratten zich net ietsje minder prettig voelen.

 

Spannend, het gebruik van metaforen van rechts. Niet toevallig werd ik, sympathisant van de Leidse hoogleraren die het rapport Polarisatie en radicalisering in Nederland opstelden, op mijn blog al meerdere keren voor WC-eend uitgemaakt.

 

De radicaliseringsonderzoeker Hans Moors, hoogleraar (contra)terrorisme Bob de Graaff en extreemrechtsdeskundige Jaap van Donselaar schreven wat velen binnen overheidsinstanties over de PVV denken, maar in het openbaar niet durven zeggen, omdat het een Tweede Kamerfractie betreft. Namelijk dat de PVV een extreem-rechtse partij is die aanzet tot islamofobie en systeemhaat.

“In het eindrapport – dat al in december naar de Kamer zou gaan – zijn een aantal conclusies overeind gebleven, zij het in andere bewoordingen. Zo wordt het begrip ‘nieuw rechts radicaal’ geïntroduceerd. De partij schaart zich in de ‘extreem-rechtse partijfamilie’ en is in ideologisch opzicht ‘nationaaldemocratisch’, aldus de onderzoekers. Maar anders dan bij klassieke extreem-rechtse partijen kent de PVV geen neonazistische oriëntatie en is die geenszins antisemitisch.” (de Volkskrant, 28-1-2010)

 

De Leidse jurist en Wilders-supporter Afshin Ellian was als de kippen bij om Wilders te verdedigen.

Bert Wagendorp: “De dichter Afshin Ellian verklaarde gisteren in de Volkskrant naar aanleiding van het rapport dat hij zich zorgen maakt over ‘de uitholling van allerlei begrippen’. Dat is natuurlijk op zich inderdaad zorgwekkend, maar hol je het etiket ‘radicaal rechts’ uit, wanneer je het op Wilders plakt? Volgens mij wordt het juist aangescherpt; ik kan me er in elk geval opeens heel concreet iets bij voorstellen.

Het is eeuwig verongelijkt, het heeft een grote bek en het roept dat iedereen knettergek is.

Ik vind het veel zorgwekkender wanneer je niet kunt lezen. Als Ellian ‘nationaal-democratisch’ ziet staan, leest volgens hem iedereen die ‘twee andere woorden: nationaal-socialistisch’. Dat noem ik pas écht uitholling van allerlei begrippen. Dat er ‘links’ staat en dat je ‘rechts’ leest.( de Volkskrant, 30-1-2010)

 

——————

Ian Buruma over de volksmenner Wilders

Met groot genoegen heb ik Ian Burumas essay “Grenzen aan de vrijheid” gelezen.

 

Ik was verheugd-verbaasd over de harde woorden die Buruma voor Wilders koos, wie hij terecht een “volksmenner” noemt. In die stelligheid ben ik het v-woord niet eerder tegengekomen. [Altijd geïnteresseerd in etymologie heb ik “mennen’ nagekeken, omdat ik het een vreemd-interessant woord vind, en heb gezien dat er geen zekere etymologische verklaring bestaat…]

 

Toch is Buruma nog te mild voor Wilders, als hij bijvoorbeeld schrijft, dat Wilders radicale imams wil deporteren [p 57] . Nee, Wilders zegt uitdrukkelijk miljoenen moslims te willen deporteren! [zie Deportatie ]

 

Al op de tweede pagina komt Buruma met een zeer interessant Wilders-citaat. Buruma heeft het over het huidige, enigszins merkwaardig geflirt van rechts met de verlichting, en schrijft dat Wilders het vooral over de “joods-christelijke beschaving” heeft. Nou, dat weten we allemaal, maar het citaat dat Buruma aanhaalt is best wel hooginteressant te noemen:

“Zo betoogde Wilders tijdens een Facing Jihad Congress [14-12-2008] in Jeruzalem: ‘Wij staan hier om onze zorg uit te spreken over de islamise­ring van het Westen. We doen dat in deze stad, de stad van David, de stad die, samen met Athene en Rome, onze eeu­wenoude beschaving symboliseert. Wellicht zijn sommigen onder u nieuw in jeruzalem, maar jeruzalem is niet nieuw voor u. Wij dragen allen jeruzalem in ons bloed, in onze genen.”

 

Wouw. Bloed. Genen. Ehem???Dat het nieuwe culturisme in zijn kern een racisme is, dat heb ik al lang en uitgebreid verkondigd (zie bijvoorbeeld Racisme zonder ras), en hier zegt Wilders het dus zelf. In het buitenland is hij altijd veel duidelijker, over bloed, deportaties enz.

 

Wilders maakt handig gebruik van progressief gedachtegoed. Buruma:

“De progressieve strijd in Neder­land, aangebonden in de jaren zestig, is nu min of meer beslecht, want ook veel niet-linkse Nederlanders delen in de moderne consensus. Vandaar dat een volksmenner als Wilders praat over gelijke rechten voor vrouwen en homo’s, hoewel deze tot voor kort zeker niet vanzelfsprekend waren, vooral niet onder zijn aanhang. Homo’s hadden geen ere­plaats in het knusse oude Nederland, zoals het ons werd voorgespiegeld door Wilders en zijn voorganger Pim For­tuyn, een Nederland waar iedereen zijn plaats nog wist, waar geen moslims woonden en waar die ‘joods-christelijke normen’ nog zaligmakend waren.”

 

Ik zou zelfs willen zeggen: homo’s hebben ook nu nog geen plaats in het knusse Nederland, alleen vindt de Wilders-aanhang de moslims net iets erger dan de homo’s.

 

 

Mooi is deze passage:

“Wilders en ook bijvoorbeeld Flemming Rose, redacteur van de Deense krant Jyllands-Posten die de satirische car­toons over Mohammed als eerste plaatste, eisen de vrijheid voor zich op om alles te zeggen over de islam wat zij willen, hoe kwetsend ook. Volksmenners werpen zich vaak op als verdedigers van het vrije woord. (‘La Libre Parole’ was de titel van Edouard Drumonts antisemitische schotschrift aan het eind van de negentiende eeuw.) De spotprenten in de Deense krant hadden een politieke boodschap; zij werden vergezeld door een tekst waarin de moderne wereld werd vereenzelvigd met het verlichte christendom en de islam met ‘de duisternis’. Een beschavingsoorlog was daarom on­vermijdelijk en het Westen moest niet bang zijn zich tegen de duistere islam te verweren. “ [vetdruk van mij, M.T.]

 

Het laatste- de context van de spotprenten in de Deense krant- wiste ik niet.

 

Ik heb in meerdere blogs geschreven over het verband tussen islamofobie en antisemitisme [ zie Antisemitisme en islamofobie], en de volgende passage past daar uitstekend bij:

 

In zijn [Wilders’]  filmpje Fitna wordt de islam afgeschilderd als een terroristische ideologie. Hoewel hij beweert dat hij niet individuele moslims maar alleen hun religie als vijand ziet, maakt zijn film duidelijk dat iedereen die gelooft in de islam een potentieel gevaar betekent voor het ‘joods­christelijke’ Westen. De truc – alweer: die is niet nieuw, de jodenhater Edouard Drumont deed precies hetzelfde – is om eerst een bevolkingsgroep met beledigingen te tarten en dan, als de reactie maar heftig genoeg is, zich voor te doen als slachtoffer van de censuur.” [p 58]

 

Er is nog veel meer te zeggen over Buruma’s hooginteressant boekje, geschreven voor de maand van de filosofie, maar ik laat het nu hierbij.

Zie  overigens de vele citaten uit boeken en artikelen van Buruma in mijn Edmund-Burke- Stichting- documentatie

 

——————-

Liberale joden versus Wilders



“Een ‘licht gevoel van schaamte’ trof [Rosalie van Gelder, voormalig bestuurslid van de jongerenafdeling van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI)]  toen ze op de radio over de ophef rond de PVV-kandidatuur van Gidi Markuszower hoorde.

 

Markuszower, lid van Likud Nederland, had de Wapenwet overtreden. ‘Als hij maar niet het gezicht van Joods Nederland wordt’, dacht Rosalie van Gelder…”

 

Lees het artikel in de Volkskrant van vandaag “Ook Joden worstelen met Wilders”.

Liberale joden hebben zich van meet af aan verzet tegen de islamofobie.

 

 

Deze advertentie werd in 2008 op de voorpagina van de Volkskrant geplaatst namens de Stichting de Initiatieven en Een ander Joods geluid door Harry de Winter.

 

De Winter: “Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij nu over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij al lang afgeserveerd en veroordeeld wegens antisemitisme.”

Marcel Poorthuis en Theo Salemink, die onderzoek hebben gedaan over het antisemitisme in de Katholieke kerk, schrijven in hun boek ‘Een donkere spiegel’:
“[Israël voert] een onderdrukkende politiek tegen de Palestijnen en [wordt] in de Arabische wereld gezien als handlanger van Amerika. Met deze beeldvorming hopen Arabische leiders de aandacht van de formidabele binnenlandse problemen af te leiden door Israël als zondebok, hierbij gebruik makend van alles wat maar voorhanden is: beschuldiging van racisme aan het adres van Israël, activering van oude antisemitische beelden, goeddeels afkomstig uit Europa, warbij ook nog de joden over de hele wereld collectief worden geïdentificeerd met de politiek van deze staat.[…] Enerzijds lijkt er […] een overeenkomst te bestaan tussen de negatieve beeldvorming over het jodendom […] in het verleden en de negatieve beeldvorming over moslims in het heden, anderzijds maken sommige, voornamelijk jonge moslims in Nederland zelf gebruik van de negatieve beeldvorming over het jodendom in de Europese geschiedenis om hun eigen identiteit als antiwesters te onderstrepen.” (p. 767 f)

In liberaal- joodse en seculier-joodse kringen is men al jarenlang bezorgd over de discriminatie van moslims.

Ed van Thijn schrijft in zijn artikel Antisemitisme en moslimhaat worden onderschat :   “[…] antisemitisme en moslimhaat [zijn] loten van een stam – beide vormen van onversneden racisme. […]   (de Volkskrant, 16-6-2005)

De Haagse liberale rabbijn Soetendorp zei:
“We weten dat het stigmatiseren en isoleren van welke bevolkingsgroep dan ook noodlottige gevolgen heeft”.”Wat nu de moslims in Nederland overkomt, is levensgevaarlijk. Vooral de trend om alle islamieten over een kam te scheren en als bedreigend af te schilderen. Dat lot trof de joden in de jaren ‘30″.  “Het leven als jood leert ons, door de geschiedenis heen, dat als wij worden aangevallen, niet alleen de joden worden aangevallen, maar dat het altijd gaat om de rechten van de mens. De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar voor de kwaliteit van de samenleving als geheel.” (NRC 24-12-2004)

Harry Polak van de Liberale Joodse Gemeente en het Joods-Marokkaans netwerk in Amsterdam wijst erop dat joden en moslims veel gemeen hebben: “Joden en moslims hebben veel gemeen, zeker in religieus opzicht. Spijswetten bijvoorbeeld en besnijdenis bij het mannelijke geslacht om een andere overeenkomst te noemen. Die zijn er ook tussen de joodse religie, de islam en het christendom. Het zijn monotheïstische godsdiensten met eenzelfde stamvader, Abraham.
Er is helaas nog een overeenkomst die de laatste tijd meer op de voorgrond staat, met name als het gaat om de islam: er zijn extremisten die het eigen gelijk voorop stellen en dat te vuur en te zwaard willen uitdragen. Soms omdat deze extremistische aanhangers zeggen zich bedreigd te voelen door de andere culturen.”

Recentelijk wees Polak in Het Parool op het rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) . Hier “worden scherpe opmerkingen gemaakt over het onaangename debatklimaat in Nederland waar met name moslims slachtoffer van zijn: islamofobie is dramatisch toegenomen, er is sprake van stereotyperend, stigmatiserend en soms ronduit racistisch taalgebruik. Ook wordt vooringenomen berichtgeving in de media geconstateerd en stelt de commissie dat men buitenproportioneel veel aandacht aan moslims besteedt in het veiligheidsbeleid. Naast islamofobie wordt een verontrustende toename geconstateerd van antisemitisme, bijvoorbeeld door frequente ontkenning (vooral op internet) van de Holocaust en het veelvuldig gebruik van ‘Jood’ als scheldwoord.” ( Het Parool, 18-2-2008)

 

Marcel Poorthuis en Theo Salemink schrijven in hun boek Een donkere spiegel (2006) behalve over katholicisme en antisemitisme in Nederland ook over de beeldvorming over de islam. Zij stellen ook de vraag naar de parallellen tussen antisemitisme en de stigmatisering van de moslims: “De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar een aantal motieven die gedurende anderhalve eeuw beeldvorming door sommige katholieken tegen het jodendom werden ingebracht – niet-integreerbaar, vasthoudend aan eigen religie- lijken verwant aan hetgeen heden ten dage, voornamelijk uit postchristelijke kringen [verlichtingsfundamentalisten! M.T.] tegen moslims wordt ingebracht […]. Zo bracht Ayaan Hirsi Ali in het debat over (vrouwen)besnijdenis ook de joodse praktijk van het besnijden van pasgeboren jongetjes ter sprake. Ook werd de imam die weigerde een vrouwelijke minister de hand te schudden wel vergeleken met sommige orthodoxe rabbijnen […] “[1]

 

Wilders-vriendin Ayaan Hirsi Ali beweerde onbekommerd in Nova Politiek van vrijdag 10 februari 2006 dat de joden een ras zijn (de reactie van historica en antisemitisme-deskundigeEvelien Gans hierop in De Groene Amsterdammer van 24-2-2006: “…de joden zijn géén ras”. )

 

De historica Evelien Gans merkte ook op over Theo van Gogh dat Van Gogh zijn doelwit had verlegd van joden naar moslims, nadat hij vanwege antisemitische uitlatingen zijn column in Folia Civitatis verloren had.[2]

 

De Evelien Gans over het stereotype van de gewelddadige moslims: “ Er is geen sprake van collectieve verantwoordelijkheid. Je moet het stempel niet op de hele groep drukken, die je daardoor isoleert en van je afstoot. Die voelt zich in een hoek gedreven en ten onrechte beschuldigd. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen hoe terecht het was dat islamitische of moslimorganisaties zich openlijk distantieerden van de moord op Theo van Gogh. Daar gaat een idee van collectieve aansprakelijkheid aan vooraf.” [3]

 

Zie verder ook de rede van Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de ander:

 

“Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren. Het concentratiekamp is juist de ultieme consequentie van alledaagse onverschilligheid, een onverschillige opstelling ten aanzien van gedrag dat tegengesteld is aan een algemene, alledaagse moraal met zorg voor de ander. Waakzaamheid blijft daarom geboden; met de bevrijding van Auschwitz kwam er geen einde aan het systematisch uitmoorden van minderheden. Alle brandhaarden van de afgelopen decennia laten dat zien: Cambodja, Joegoslavië, Rwanda.” ( de Volkskrant 1-2- 2008)

————-

 

 

 

 

 

 


[1] Een donkere spiegel, p.767.

[2] In: Religie en verdraagzaamheid,p. 60.

 

[3] In: Bart Top, Religie en verdraagzaamheid, p. 55.

 

——————

Meindert Fennema over Bolkestein en Wilders

Al zegt Meindert Fennema terecht in de Volkskrant “De PVV zal de verhouding tussen moslims en niet-moslims in Nederland onherstelbaar beschadigen”, zijn boek over Wilders en Bolkestein is naar mening met veel te veel sympathie voor Wilders en Bolkestein geschreven.


Fennema is Groen Links, maar ik snap niet waarom, hij lijkt in veel wat hij zegt een gematigde VVD’er. Iemand als Dijkstal bijvoorbeeld was veel pittiger en kritischer dan Fennema.

Wilders-kritische standpunten zoals in het zinnetje boven zijn in het boek niet aan te treffen, net zo min als antidiscriminatie- en Wilders-kritiek zoals Femke Halsmema deze zo scherp onder woorden brengt.


Mijn eigen documentatie over de samenwerking Bolkestein –Wilders, al dan niet achter de coulissen en via de Edmund Burke Stichting, is harder van toon. Fennema schat de distantie tussen Bolkestein en Wilders veel groter in dan ik. Hij ziet niet dat ook Bolkestein behoorlijk aan het radicaliseren is, en zeer populistisch ageert (zie bijvoorbeeld mijn blog Bolkestein: moslims geen recht op eigen scholen )


Ook over Wilders’ samenwerking met Bart Jan Spruyt is Fennema te voorzichtig. Hij schrijft dat Wilders Bart Jan Spruyt betaalde zonder iets hiervoor terug te krijgen (p 249) , maar Spruyt heeft het eerste partijprogramma van de PVV mede geschreven en kaderleden van de PVV getraind.  Spruyt heeft de samenwerking met Wilders alleen maar  verbroken omdat deze niet met de andere rechtse partijen (zoals EenNL) wilde samenwerken, en NIET omdat Wilders te radicaal werd.( Geen Wonder dat Spuyt heel erg te spreken is over Fennema’s boek: http://www.binnenlandsbestuur.nl/home/all/opinie/splijten.261463.lynkx

Met dank aan Ina!)

Fennema schrijft dat er geen samenwerking tussen de Edmund Burke Stichting en Wilders kwam (p 101) . Nee?  Als de directeur van de Edmund Burke Stichting (Spruyt) het partijprogramma schrijft van Wilders, en diens kaderleden traint, en als Burkianen artikel na artikel schrijven, die Wilders en zijn belangrijke medestanders (Ehsan Jami bijvoorbeeld) steunen, is dat geen samenwerking??? Op zijn minst is het indirecte samenwerking.


Fennema schrijft dat de heren van de Burke Stichting en Spruyt afstand hebben genomen van Wilders, en ziet niet dat bijvoorbeeld iemand als Ellian in column na column nog steeds de geesten rijp maakt voor het gedachtegoed van Wilders. Fennema slikt alles voor zoete koek wat mensen zelf zeggen zonder achter de façade te kijken.

 

Fennema verdedigt Wilders impliciet, en ook de medestanders van Wilders. Wie het moet ontgelden bij hem dat zijn Wilders-critici zoals Ian Buruma (voor diens Wilders-kritiek zie mijn blog

Ian_Buruma_over_volksmenner_Wilders.


Toch is Fennema’s boek waardevol, omdat het veel feiten op een rijtje zet.



———————————-

De waarheid van Wilders: nieuw-realisme


Baukje Prins geeft in haar uitstekend boek “Voorbij de onschuld” (2004) een belangrijk overzicht over de denkrichting die zij “nieuw-realisme”noemt, een term die Wilders later graag voor zichzelf en zijn politiek gebruikte.

 

Het nieuw-realisme beweert de werkelijkheid in al haar lelijkheid te kunnen weergeven. Nieuw-realisme is volgens Prins de naam van

 

“een stijl van spreken en schrijven, die zich van andere onderscheidt door het gebruik van bepaalde retorische en stilistische middelen. De retoriek van het realisme appelleert aan bepaalde verlangens: aan ons verlangen naar waarheid, objectiviteit en onpartijdigheid, met andere woorden, aan ons verlangen naar morele en politieke onschuld.

Zelfverklaarde realisten stellen hun tegenstanders dan ook vaak voor als naïeve idealisten. Terwijl [nieuw] –realisten de waarheid voorop stellen, zouden idealisten feitelijke uitspraken beoordelen op hun wenselijkheid. De waarheid zou het bij hen uiteindelijk verliezen van het goede. [Nieuw]-realisten bedienen zich dan ook graag van de retorische gemeenplaats van het taboe- dor hun tegenstanders angstvallig in stand gehouden, door henzelf moedig doorbroken.

Zij reserveren daarmee voor zichzelf het vermogen tot rationeel en onbevooroor­deeld redeneren, terwijl hun tegenstanders in magisch denken verval­len. Idealisten zouden geloven in de kracht van ritueel taalgebruik, waarbij niet de inhoud, maar de vorm van taaluitingen cruciaal is. Idealisten, zo lijken realisten soms te suggereren, schrijven aan taal een magische kracht toe; ze doen alsof met taal werkelijkheden in het leven kunnen worden geroepen en werkelijkheden kunnen worden bezworen. Volgens idealisten zou iets niet bestaan zolang je er maar niet over praat. Vandaar hun oproep tot omzichtig taalgebruik. Rea­listen daarentegen beschouwen taal als een neutraal instrument, een middel om over de werkelijkheid te spreken, om problemen bespreek­baar te maken opdat je ze kunt beheersen en oplossen.  “( p. 18 f)

 

Baukje Prins neemt het op voor dit zogenoemde “magische denken” over taal:

“Dit boek neemt het op voor dat zogenaamde magische denken. Ik noem het alleen geen idealisme, maar constructivisme. En ik laat zien dat het niet de magie, maar de macht van woorden is waarvoor critici van het realisme beducht zijn. Immers, sociale verhoudingen wor­den mede bepaald door de manier waarop wij over die verhoudingen spreken, waarop wij ze interpreteren en betekenis geven. Elk spreken over de sociale werkelijkheid maakt tegelijkertijd ook deel uit van die werkelijkheid. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles slechts een kwestie van interpretatie is – dat onze wereld simpelweg verandert als we er maar anders tegen aan kijken. Dan zouden we vervallen in een vorm van filosofisch idealisme, waarin er geen verschil is tussen onze ideeën over de wereld en hoe de wereld werkelijk is. “ (p. 19)

 

Spreken is volgens Baukje Prins en vele postmoderne “constructivisten” een vorm van taalhandeling : het brengt zogenaamde per­formatieve effecten teweeg, het verandert en structureert de werkelijkheid en de waarneming.

 

“Het mag lijken of in deze debatten de liefde voor de waarheid tegenover moralisme of politieke stellingname staat. Maar vanuit constructivistisch perspectief zijn in elk vertoog het epistemische en het politieke niveau, feitelijke uitspraken en waardeoordelen, onlos­makelijk met elkaar verbonden. Ook datgene wat wij accepteren als kennis, dat wil zeggen als uitspraken die zeker en onbetwijfelbaar waar zijn, heeft onontkoombaar een morele en politieke dimensie. Metname wanneer die kennis of wetenschap betrekking heeft op de multiculturele samenleving blijkt hoe omstreden uitspraken kunnen zijn die op het eerste gezicht toch louter de feiten op een rijtje lijken te zetten. Een van de redenen hiervoor is dat vertogen deel uitmaken van de sociale werkelijkheid waarover ze spreken. Vertogen over de multiculturele samenleving komen enerzijds voort uit die samenle­ving, terwijl ze anderzijds die samenleving ook weer vorm geven. “ ( p. 21, link toegevoegd van mij, M.T)

————————————-

Zo ver Baukje Prins (die het toen nog neit over Widlers had, al klopt dit precies op Wilders).

 

En nu ik:

 

Wat Bolkestein en zijn navolgers van de Burke Stiching en Wilders niet willen onderkennen, dat is dat zij niet [alleen maar] een bestaand ressentiment onderkennen, maar dat zij dit ressentiment ook aanwakkeren.

 

Speken over angstgevoelens, dat moet en dat mag, maar dat is niet hetzelfde als realistisch “de waarheid” ”objectief” weergeven; het is een uitdrukking van subjectieve gevoelens. Gevoelens mogen worden geuit in het openbaar debat, maar zij zijn geen objectieve weergave van de werkelijkheid.

 

 

—————-

 

De denktanks van Wilders


In de Groene Amsterdammer van deze week staan een aantal artikelen die zeer relevant zijn voor mijn eigen onderzoek over het neoconservatisme en Geert Wilders.

 

Terwijl ik de connecties van de Nederlandse academici met Wilders beschrijf (overigens hierbij veel gebruik makend van artikelen uit De Groene) beschrijft Aart Brouwer de internationale connecties van Wilders:

 

“Geert Wilders is deel van een internationaal netwerk van politici, academici, lobbyisten en bloggers die regelmatig bijeenkomen en praten over de oprukkende islam. Wilders schaart zich achter de extreemsten.”

 

De namen die Brouwers noemt als de Wilders-connecties duiken ook veel op in mijn documentatie en op mijn blogs, bijvoorbeeld Bernard Lewis ( Bolkestein, Cliteur en andere Burkianen zijn uitgesproken fans van Lewis) of Robert Spencer (Burkiaan Paul Cliteur prijst Robert Spencer openlijk).

 


————–

Deportatie/Wilders/ moslims


“‘Miljoenen, tientallen miljoenen’ mensen moeten uit Europa gedeporteerd worden volgens  PVV-leider Geert Wilders.

 

Wilders heeft ‘een heel duidelijke boodschap’ voor de moslims in Europa. Mensen die zich aan de wet en ‘onze waarden’ houden, zijn van harte welkom. ‘Maar zo niet, als je een misdaad begaat, als je begint te denken over jihad en sharia, is er maar één oplossing: dan sturen we je dezelfde dag nog weg en word je je nationaliteit ontnomen.

 

Op de herhaalde vraag hoeveel van de moslims in Europa Wilders’ ‘rode lijn’ overschrijden, zegt hij: ‘Miljoenen. Tientallen miljoenen.’” (de Volkskrant 15-6-2009)

 

[Gedwongen deportatie van Balten uit Zweden in de Tweede Wereldoorlog.

Dit plaatje betreft dus deportatie uit een democratisch land]

 

Klare taal van Wilders.

 

Maar toch: nieuw is alleen dat Wilders nu de aantallen: “miljoenen” noemt;  het principe deportatie werd van Wilders van begin af aan, nog in tijden van de samenwerking met Burke-directeur Bart Jan Spruyt verkondigd.

 

Jos de Beus zei al in 2004:

 

“Wilders zei tegen De Standaard dat allochtone jongeren die zich schuldig maken aan misdadig en onmaatschappelijk handelen, zoals de bende in de Amsterdamse Diamantbuurt, bestraft moeten kunnen worden met intrekking van hun Nederlandse paspoort en afvoer naar het land van herkomst. […] Zouden de mensen die zeggen Wilders te steunen, echt begrijpen wat hier allemaal wordt voorbereid? Mijn bezwaar is niet eens dat hij voorstellen doet die thans onhaalbaar zijn in de Nederlandse en internationale rechtsorde. Ook de bangmakerij in zijn politiek laat ik hier passeren […] . Mijn grote bezwaar is dat Wilders kiezers probeert te winnen met plannen die enkel te verwezenlijken zijn in autocratische en totalitaire staten. […] Wie suggereert dat democratie en uitzetting van problematische minderheden verenigbaar zijn, is een extremist. Niet omdat de hoofddoekvreter de macht verovert met niet-democratische middelen, maar omdat hij, op de manier van de communistenvreter Joseph McCarthy, een beleid voorstaat dat slechts met ondemocratische spelregels en bevoegdheden tot een succes kan worden gemaakt.” (NRC 29-12-2004)

 

Anet Bleich in de Volkskrant van 13 juni:

 

“De vraag die dan meteen urgent aan de orde komt, luidt: is de PVV een extreemrechtse groepering die een bedreiging vormt voor het tolerante klimaat in dit land?

Volgens mij is het antwoord ondubbelzinnig ja. Als iemand dag in dag uit angstbeelden oproept over een oprukkende fanatieke islam (de ‘islamisering’), tekeer gaat tegen ‘Marokkaans tuig’, het leger uit Afghanistan wil halen om in een Goudse achterstandswijk in te zetten, de grens wil sluiten voor moslims, de Koran wil verbieden of tot het formaat van de Donald Duck terugbrengen, en aanhangers van een religie het recht wil ontzeggen die in alle vrijheid te belijden (want de islam zou zogenaamd geen godsdienst zijn, maar een ideologie), dan hebben we niet te maken met een kampioen van het vrije woord, maar met een man die anderen (leden van religieuze en nationale minderheden, oftewel: moslims, Marokkanen en Turken) fundamentele rechten wenst te ontnemen. Het idee dat deze man ooit premier zou kunnen worden – dat is zijn doel – is, denk ik, niet alleen voor mij een nachtmerrie. Maar stel dat de PVV de grootste wordt, dan moet Wilders toch formateur worden, zo zijn onze democratische spelregels immers? Dat is maar de vraag. Wanneer een kabinet-Wilders de discriminerende plannen van de PVV in de praktijk zou brengen, is hier niet langer sprake van een democratie, maar van een dictatuur van de meerderheid. Een van de kenmerken van democratie is immers dat zij de rechten van minderheden respecteert.” (de Volkskrant 13-6-2009)

 

Onderschat Wilders niet. Hij doet nu wat ik al lang heb gevreesd: hij stelt zijn neoliberale koers bij en wordt socialer. Hij stevent af op een sociale veilige warme staat voor witte Nederlanders.

 

Standpunten van de PVV zweven van VVD naar SP” kopt de NRC op 13 juni.

 

 

Met het bijstellen van zijn sociaal-economische koers neemt Wilders duidelijk afstand van de liberaal-conservatieve heren van de Edmund Burke Stichting die hem in het zadel hebben geholpen.

 

Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de nazi’s zonder hun uitgebreid sociaal programma  nergens waren geweest. Als Wilders groot wil worden moet hij xenofoob én sociaal zijn; daar zit de echte “ruimte op rechts”.

 

Dit artikel werd overgenomen door Doorbraak


——-

De buitenlandse financiering van Wilders


De Volkskrant schrijft vandaag uitvoerig over de giften aan Wilders.

 

Een deel van de giften die PVV-leider Geert Wilders uit de Verenigde Staten ontvangt voor zijn juridische verdediging, komt binnen op de bankrekening waarop ook de partijdonaties uit Nederland worden gestort. ‘Buitengewoon onfris’, vindt Remco Nehmelman, hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de universiteit Utrecht.”

 

 

Interessant is dat toentertijd de financiering van de Edmund Burke Stichting door Amerikaanse bedrijven juist werd stopgezet vanwege de samenwerking van de Edmund Burke Stichting met Wilders. (Ik maak overigens ook op uit het Volkskrant-bericht dat het nu inzake Wilders niet om financiering door bedrijven gaat).

 

De Edmund Burke Stichting werd tot 2004/2005 gefinancierd door de Amerikaanse farmaceut Pfizer (met een half miljoen dollar).  [Pieter van Os “[…] bijna de helft van de Burke-brochures, waarin ‘het conservatieve gedachtegoed wordt toegepast op de brandende kwesties van deze tijd’ , gaat over zorg en geneesmiddelenbeleid.”[ De Amerikaanse lobby, De Groene Amsterdammer 14-10-2005]

 

Burke directeur Andreas Kinneging beweert op 13 mei 2006 in de NRC dat Pfizer de financiering heeft ingetrokken omdat de Burke Stichting politiek de bakens heeft verzet. Maar het is andersom: Pfizer heeft de financiering ingetrokken vanwege de Burke- samenwerking met Wilders en het anti-islamisme van Spruyt en Wilders. Pieter van Os en Hubert Smeets: ” «Wij financieren nooit denktanks met directe politieke banden», aldus een medewerker van Pfizer op basis van anonimiteit. «De Burke Stichting wilde iets anders dan wij. Het had geen zin meer onze samenwerking voort te zetten.»


Dat laatste spoort met het verschil van inzicht dat al eerder aan het licht was gekomen bij die bijeenkomst met Wilders en Bart Jan Spruyt (directeur van de Burke Stichting) in New York.

 

Gary Rosen, redactiechef van het tijdschrift Commentary dat het initiatief tot de ontmoeting had genomen, herinnert zich: «Onze verschillen van inzicht concentreerden zich op drie punten: islamisering, anti-immigratie beleid en de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Op enkele studies en artikelen naar het opkomende antisemitisme in Frankrijk na schrijven wij weinig over die eerste twee onderwerpen. Toetreding van Turkije tot de EU is daarentegen juist erg belangrijk voor ons, Amerikaanse conservatieven. De modernisering van dat land – daarover bestaat binnen Amerikaanse conservatieve kring eigenlijk geen onenigheid – is enorm belangrijk, juist als tegengif voor de opkomst van radicaal-islamitische groeperingen. Maar de heer Wilders denkt daar anders over, en die ideeën beleeft hij vrij intens, begreep ik toen.» “ [Pieter van Os, Hubert Smeets De Burke Stichting staat paraat, De Groene 21-10-2005]

 

Bart Tromp toentertijd over de financiering van de Burke Stichting:

“Twee jaar geleden kreeg ik van een journalist van Vrij Nederland […] te horen dat de Burke Stichting vooral geld kreeg van rechtse Amerikaanse miljonairs. Mijn reactie toen: ‘Als Saoedi-Arabisch geld in Nederlandse moskeeën en scholen wordt gestoken, vind ik dat geen goede zaak. Evenmin lijkt het mij wenselijk dat Amerikaanse financiers Nederlandse politieke stichtingen ondersteunen, want wie betaalt, die bepaalt.’ Ik riep de Burke Stichting op openheid over haar financiën te verschaffen.” (Het Parool, 7-10-2005)

 

De financiering van partijen is in Nederland buitengewoon slecht geregeld.

Janny Groen, Annieke Kranenberg in de Volkskrant:

“Andere partijen maken volgens Nehmelman en Elzinga soms ook misbruik van de slechte wetgeving rondom partijfinanciering. Nederland is hiervoor vorig jaar flink op de vingers getikt door Greco, een anti-corruptie werkgroep van de Raad van Europa. Een wetsvoorstel dat transparantie in de toekomst wel verplicht stelt, is in de maak.”

 

…………..

 

Laila heeft mij op een rapportage in Vrij Nederland over dit thema gewezen.

 

Freke Vuijst op 13-6-2009 in VN “Op zoek naar dollars”:

 

“De Amerikaanse fondsenwerving voor Wilders levert echter nieuwe problemen op, blijkt uit een rondgang van Vrij Nederland langs de verschillende groepen die fondsen werven voor Wilders. Zowel Atlas Shrugs (Pamela Geller) als Jihad Watch (Robert Spencer) hebben Support Geert Wilders-buttons op hun websites. Een klik op Gellers button leidt direct naar de Engelstalige pagina van geertwilders.nl en de mogelijkheid om met Paypal te doneren aan de Stichting Vrienden van de PVV, die volgens de Kamer van Koophandel hetzelfde adres en telefoonnummer heeft als de PVV.


Op zich niets aan de hand. Al is het ietwat misleidend om de oproep Wilders te helpen met de kosten van zijn rechtszaak te laten eindigen met een storting in de kas van de PVV. Anders ligt het voor een organisatie als Jihad Watch, die een zogenaamde 501 (c) 3 non-profit status heeft. Volgens de regels van de Amerikaanse belastingdienst verbiedt een dergelijke status het werken voor en financieel steunen van politieke kandidaten en partijen. Robert Spencer van Jihad Watch ontkent dat hij de wet overtreedt ‘want Wilders trekt er persoonlijk geen profijt van’.


Aaron Eitan Meyer ziet het anders. Meyer is onderdirecteur van The Legal Project of the Middle East Forum (MEF, zie kader-Pipes), dat slachtoffers van islamitische lawfare financieel steunt. Volgens Meyer is Wilders geen cliënt van MEF’s Legal Project. ‘Wilders heeft zijn eigen steunfonds. Wij zamelen via een aparte rekening wel geld in voor Wilders’ advocatenkosten.’ Op mijn vraag hoe dat geld wordt overgemaakt, klikte Meyer tijdens ons telefoongesprek aan op geertwilders.nl, ‘want daar kun je doneren’. Toen ik hem erop wees dat die donaties naar de PVV gaan, erkende hij dat en zei hij dat de overmaking van fondsen aan Wilders ‘buiten mijn expertise ligt’. Op mijn verzoek om meer informatie en documentatie, reageerde Meyer niet. Ook MEF opereert onder de 501 (c) non-profit status. ‘Als zodanig steunen wij geen politieke partij,’ zei Meyer. ‘Dat zou tegen de regels zijn.'”


—————————————————————————————–

Opmerking Maria Trepp betreffende het Wilders-support van  “Jihad Watch (Robert Spencer)” : Robert Spencer staat bij de Leidse Burkiaan Paul Cliteur in zeer hoog aanzien.

Cliteur zei op een LPF- bijeenkomst (16-2-2006) over de “keiharde” (de Volkskrant) boeken over de islam van Daniel Pipes en Robert Spencer: “ Dit zijn mensen van groot niveau. Laten we kennis nemen van hun standpunten. Helaas kun je hun boeken niet in de boekwinkel kopen en krijgen zij geen recensies in de kranten.

——–

Wilders, neoconservatief, extreem-rechts, nieuw rechts-radicaal?

Hans Wansink beargumenteerde op 12 januari 2008 in de Volkskrant, dat Wilders veel gemeen heeft met de Amerikaanse neoconservatieven. Ik geef Wansink helemaal gelijk, al deel ik Wansinks sympathieën met de neocons op geen enkele manier.

Wansink: “Essentieel is dat Wilders de islam ‘eerder als een ideologie dan als een godsdienst’ ziet: een fascistische, imperialistische, totalitaire ideologie die alle terreinen van het leven domineert. De vrijheid van godsdienst is dan ook wat Wilders betreft niet van toepassing. Er mogen van hem best joodse en christelijke scholen bestaan, maar geen islamitische. En dat verbod op de Koran kan volgens Wilders zelfs afgedwongen worden met het Wetboek van Strafrecht.
Wat Wilders vooral steekt, is dat Nederlanders ‘Het Kwaad’ niet willen zien en daarmee ook niet het gevaar dat de islam in zijn ogen vormt voor de westerse manier van leven. Wilders: ‘Wij zijn niet meer gewend om voor onszelf en onze cultuur op te komen.'”
Wansink wijst ook op de parallelle van het denken van Wilders met dat van Norman Podhoretz. (zie ook mijn blog over Podhoretz) en diens Vierde Wereldoorlog tegen het ‘islamofascisme’.

Wilders werd door de Leidse Burkianen in het zadel geholpen, die nauwe banden met de Amerikaanse neocons onderhouden. Het American Enterprise Institute wordt van Burke-directeur Bart Jan Spruyt terecht als “de grote broer”” van de Burke Stichting aangeduid. Bart Jan Spruyt heeft niet alleen samen met Wilders een politiek bezoek aan de Verenigde Staten gebracht, hij heeft het partijprogramma van de PVV geschreven en kaderleden getraind. Hij heeft in augustus 2006 de samenwerking met Wilders verbroken, niet omdat Wilders te extreem werd, maar omdat Wilders niet met de andere rechtse partijen zoals EénNL wilde samenwerken.

Tussen de Amerikaanse neocons en Wilders zijn inderdaad veel overeenkomsten te vinden. Toch meent Huib Pellikaan, Leids politicoloog, in Ruimte op Rechts (2006): “Hoewel Wilders aansluiting zoekt met de neoconservatieven in de Verenigde Staten, zal blijken dat Wilders meer gemeen heeft met Nieuw Rechts. Vanwege het voorstel voor een verbod op islamitische scholen en het afschaffen van de vrijheid van godsdienst alleen voor moslims, hoort de Groep Wilders eerder in de partijfamilie van extreem-rechts thuis dan in die van de neoconservatieven.

De opvattingen en voorstellen van de Groep Wilders zijn op het eerste gezicht eerder te kwalificeren als neoconservatief dan als conservatief. De politieke filosofie van het programma van de Groep Wilders sluit namelijk naadloos aan bij de politieke agenda van de neoconservatieven in de Verenigde Staten. Neoconservatieven zijn in essentie radicale egalitaristen. Voor hen staat het overeind houden van het collectief voorop en om de stabiliteit van de samenleving te waarborgen eisen zij dat burgers een grote mate van culturele en morele gelijkheid vertonen. Het uitgangspunt van radicale egalitaristen is cultureel monisme; de aanwezigheid van culturele en morele diversiteit wordt als hoofdoorzaak van politieke instabiliteit gezien. Bovendien worden minderheden met een islamitische religie aangewezen als een gevaar voor de westerse samenleving. Het gegeven dat terroristische aanslagen zijn gepleegd uit naam van Allah en dat deze aanslagen expliciet gericht waren tegen de kemwaarden van de westerse samenleving, maakt dat alle moslims verdacht zijn. Daarbij is het oproepen van angst altijd al een klassiek instrument van reactionairen geweest.
De politieke agenda van neoconservatieven in de Verenigde Staten is gericht op het behoud van nationale soevereiniteit en het mobiliseren van patriottisme. Bovendien tracht het aansluiting te krijgen bij een politiek sentiment dat omschreven kan worden als grass-roots anarchy. Grass-roots anarchy is gebaseerd op de gedachte dat conservatieve waarden beter zijn beklijfd in de bevolking van het platteland dan in de progressieve elite van de stad.
Het politieke programma van Geert Wilders vertoont opmerkelijk veel overeenkomsten met de agenda van de Amerikaanse neoconservatieven. Het element van de nationale soevereiniteit komt naar voren in de houding van de Groep Wilders ten opzichte van Europa, de Europese integratie en de plannen tot uitbreiding van de EU. De grass-roots anarchy is terug te vinden in de voorstellen voor herziening van het kiesstelsel, afschaffing van de wachtgeldregeling voor politici en de direct gekozen burgemeester, direct gekozen politiecommissaris en direct gekozen leden van de rechtbank. De nieuwe politiek van de Groep Wilders gaat uit van het motto ‘de overheid is er voor de burgers en niet andersom’.

In de Onafhankelijkheidsverklaring [van Wilders, M.T.] worden de westerse waarden van de joods-christelijke cultuur expliciet tegenover de niet-westerse waarden van de islam geplaatst. Wilders neemt afstand van cultuurrelativisme. Bovendien wijst hij [Wilders] het idee af dat er een onderscheid gemaakt kan worden tussen een Europese islam en een radicale islam. In het programma van de Groep Wilders [geschreven samen met Bart Jan Spruyt , M.T.] wordt dan ook de conclusie getrokken: ‘Islam en democratie zijn onverenigbaar.’ Naast deze vaststelling komt de Groep Wilders met een reeks van maatregelen die specifiek gericht zijn tegen moslims, zoals het ontnemen van burgerrechten, het verbieden van hoofddoekjes voor publieke functies, het voeren van een restrictief immigratiebeleid, het afnemen van stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, en het denaturaliseren en uitzetten van allochtonen met een dubbele nationaliteit die een misdrijf hebben gepleegd. En op de achtergrond speelt nog Wilders oproep tot het voeren van een ‘liberale jihad’ tegen de moslims. [ samen met Hirsi Ali, inmiddels bij het noeconservatieve AEI, M.T.]

Het is vooral de negatieve houding tegenover moslims en de islam waardoor de Groep Wilders niet tot de conservatieve partijfamilie gerekend kan worden. De politieke doctrine van het conservatisme accepteert, in tegenstelling tot Wilders, de diversiteit en pluriformiteit van waarden in en samenleving. Het Nederlandse politieke programma van de Groep Wilders vertoont, zoals gezegd, opmerkelijk veel overeenkomsten met de strijdpunten van de Amerikaanse neoconservatieven. Veel van de bovengenoemde standpunten zijn echter ook terug te vinden in het verkiezingsprogramma van Nieuw Rechts. ” ( p 39 ff)

Naar mijn mening zijn er dusdanig grote overeenkomsten tussen Nieuw Rechts en sommige neocons, in het bijzonder Podhoretz, dat we Wilders gerust zowel een vriend van de neocons alsook een vriend van Nieuw Rechts mogen noemen.

—————————–

toegevoegd op 28 januari 2010:

In het rapport “Polarisatie en radicalisering in Nederland”, benoemen de

radicaliseringsonderzoeker Hans Moors, hoogleraar (contra)terrorisme Bob de Graaff en extreemrechtsdeskundige Jaap van Donselaar wat velen binnen overheidsinstanties over de PVV denken, maar in het openbaar niet durven zeggen, omdat het een Tweede Kamerfractie betreft. Namelijk dat de PVV een extreem-rechtse partij is die aanzet tot islamofobie en systeemhaat.

“In het eindrapport – dat al in december naar de Kamer zou gaan – zijn een aantal conclusies overeind gebleven, zij het in andere bewoordingen. Zo wordt het begrip ‘nieuw rechts radicaal’ geïntroduceerd. De partij schaart zich in de ‘extreem-rechtse partijfamilie’ en is in ideologisch opzicht ‘nationaaldemocratisch’, aldus de onderzoekers. Maar anders dan bij klassieke extreem-rechtse partijen kent de PVV geen neonazistische oriëntatie en is die geenszins antisemitisch.” (de Volkskrant)

————-

Wilders : met Thucydides ten oorlog?



Jami en Wilders schrijven samen vandaag in de Volkskrant dat zij hun gevecht voor het zogenoemde vrije woord-  dat wil zeggen het recht een hele religie te stigmatiseren-  voort zullen zetten onder de vlag van Thucydides.

Zij halen de Griekse “legeraanvoerder en historicus” Thucydides aan:
Het geheim van geluk is vrijheid. Het geheim van vrijheid is moed.”
Het citaat is afkomstig uit Thucydides boek De Peloponnesische oorlog ( I 1,42)

De Leidse hoogleraar Ineke Sluiter heeft op 24 februari dit jaar in de Volkskrant een uitstekend artikel geschreven over vrije meningsuiting en Thucydides. Zij schreef: “Sinds de Deense krant Jyllands Posten op 30 september 2005 voor het eerst de Mohammed-cartoons plaatste, is de discussie over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ongemeen fel geweest. Hoe verhoudt zich dat belangrijke recht tot een right to offend, bijvoorbeeld geclaimd tijdens een rede in Berlijn (de Volkskrant, 10 februari 2006) door Ayaan Hirsi Ali?

De discussie maakt een verwarde indruk: niemand ontkent het belang van vrijheid van meningsuiting, maar zelfbeperking in de uitoefening daarvan heet soms lafheid en hypocrisie, soms de verstandige wellevendheid die samenleven in een pluriforme wereld mogelijk maakt. De discussie doet sterk denken aan Thucydides’ beschrijving van een hevig groepsconflict binnen één samenleving. ‘Wat vroeger onbesuisde overmoed heette’, zegt hij, ‘werd nu beschouwd als loyale moed, zelfbeheersing heet een excuus voor lafheid’. “
“Het protest richt [met betrekking tot de cartoons] richt zich tegen ondemocratische toestanden in het Nabije en Midden-Oosten, tegen de internationale druk en het gevaar van een extremistische vorm van islam. Daartegen past inderdaad grote waakzaamheid. Het zou laf zijn dat probleem uit de weg te gaan, daarin heeft Hirsi Ali gelijk. Maar wat is het moeilijk om het goede instrument te vinden! Vrijheid van meningsuiting is een van de toverwoorden van onze democratie en een van onze allerbelangrijkste verworvenheden, maar het woord van Abraham Maslow dringt zich op: ‘Als je enige gereedschap een hamer is, zullen alle problemen eruit zien als spijkers’.” “Hoe dat ook zij, vrijheid van meningsuiting is in de eerste plaats een recht dat wij binnen onze eigen democratische ruimte willen uitoefenen en daar doet zich een volgende paradox voor. Binnen die eigen democratie zijn óók moslims, en die nemen daar een minderheidspositie in; zij behoren vaak ook sociaal-economisch tot een kwetsbaarder groep in de samenleving. Hier gaat het dus niet om vrijheid van meningsuiting, moedig uitgeoefend tegen een potentieel machtiger partij.”
“Dit is nu precies waarom het zin heeft niet iedere vorm van zelfbeheersing uit te leggen als zelfcensuur of een gebrek aan zedelijke moed. Want als het om het vermijden gaat van het kwetsen van zwakkeren is ‘lafheid’ niet aan de orde. Lompheid als moreel ideaal hoort niet bij de toverwoorden van de democratie.”


Sluiter haalt ook de Cleveringa-ratie van Kees Schuyt aan:
“In zijn Cleveringa-oratie (Democratische deugden, november 2006) geeft Kees Schuyt een prachtige analyse van groepstegenstellingen: de toon van het debat is daarbij zelf een symptoom. Zo stelt ook de claim op een right to offend de discussie op scherp, omdat het een hyperbolische, overdreven gestelde, claim is. Scherpere retorica komt voort uit als ernstig ervaren groepstegenstellingen, maar leidt daar op haar beurt ook weer toe.

Schuyt oppert om bij groepstegenstellingen waar mogelijk te onderscheiden tussen waardeconflicten en belangenconflicten. Over waarden valt slecht te onderhandelen, daar gaat het om wat mensen heilig is. Maar bij belangenconflicten gaat het om de materiële basis van het leven, toegang tot scholing, arbeid en middelen, en daarover valt te praten.

Wanneer zoveel mogelijk de groepstegenstellingen vertaald worden in zulke belangenconflicten (en zich dus laten oplossen), krijgen de groepen er steeds minder belang bij om zwaar in te zetten op de waardeconflicten. Dat maakt het eenvoudiger te komen tot een agreement to disagree, en geloof kan een plaats krijgen in een privédomein, weg van de publieke ruimte. Maar daar moeten groepen elkaar dan wel de ruimte voor geven. Insisteren op een right to offend lijkt dan geen goede opening.”

Benjamin Barber, scherpe criticus van de Amerikaanse neoons, en auteur van “Empire of fear” hield in Leiden een toesprak over moed. Hij zei:


Er wordt veel gesproken over moed. De moed om democratie te doen slagen. Er wordt meer gepraat over moed dan dat er moed getoond wordt. In de Verenigde Staten heeft de politiek van de moed plaatsgemaakt voor de politiek van de angst. Het lijdt geen twijfel dat angst de doodsteek is voor de democratie en het einde van de vrijheid inluidt.”

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

35 comments

In zijn column bespreekt Pieter Hilhorst vandaag de vraag wat het echte liberalisme is. Hij vindt de PvdA liberaler dan de PVV.


Ik kan hem niet zonder meer gelijk geven, omdat het liberalisme van begin af aan een Janusgezicht had. Er bestaat een lange traditie van rechts liberalisme (of nationaal-liberalisme, conservatief-liberalisme).
Regelmatig wordt op mijn blogs over conservatisme gereageerd met de stelling dat conservatisme en liberalisme niet samengaan, maar historisch zijn deze beide stroming vaak verenigd geweest in bijzonder nare verbanden en verbandjes, zoals nu ook weer de Edmung Burke Stichting, de denktank van Wilders. Kenmerkend voor het rechtse liberalisme is dat het harde markteconomie met nationalisme, xenofobie en verachting voor kwetsbare mensen en natuur verbindt. Het rechtse liberalisme komt niet op voor diversiteit en pluriformiteit van waarden.
Burkianen zoals Jerker Spits redeneren overtuigend dat er tussen conservatisme en liberalisme geen tegenstelling hoeft te bestaan als het liberalisme “klassiek” wordt opgevat, en dus niet als “ontplooiingsliberalisme”.


Ik vind het helemaal niet vreemd dat Rutte met Wilders wil gaan regeren. VVD en PVV horen samen, Wilders komt uit de schoot van de VVD, en werd lang gesteund door de rechtse Leidse VVD –club met PVV- sympathieën.


De vader van Thomas von der Dunk, de historicus H.W. von der Dunk heeft een uitstekend boekje geschreven over het conservatisme, waar hij ook ingaat op de historisch gezien grote overlappingen tussen liberalisme en conservatisme:

“[…] het organologische denken [is] niet uitsluitend bij deze conservatieven is aan te treffen. In het liberalisme ontstaat eveneens een organologische staats- en maatschappij-opvatting, die zich keert tegen de atomistische puur kwantitatieve maatschappijleer van Verlichting en Revolutie en tegen de gedachte van de volkssoevereiniteit. De Franse doctrinairen Royer-Collard, Victor Cousin en bovenal Guizot streven naar een staat, waarin de verschillende organen elkaar in evenwicht zullen houden; de verschillende organen, met name kroon en volksvertegenwoordiging. Er is geen sprake van, dat zij de kroon willen afschaffen of tot puur executant van de volkswil zouden willen degraderen. Trouwens het volk als zodanig diende door de beschaafde en gegoede bovenlaag van de burgerij te worden gerepresenteerd. “J’étais en même temps lihéral et anti-révolutionnaire, devoué aux principes fondamentaux de la nouveIle société française, et animé pour la vieille France, d’un respect affectueux” schreef Guizot. De constitutionele monarchie, het ideaal van het liberalisme was onmiskenbaar geënt op het Engelse voorbeeld en op Montesquieu (die op zijn beurt door het Engelse voorbeeld was geïnspireerd!) en sloot in zekere zin aan bij Burkes standpunt: elkaar in evenwicht houdende organen, elk met een eigen onafhankelijke wortel en legitimatie aan de top van een in feite gecentraliseerd rationeel staatswezen. Nog veel duidelijker komt de organologische zienswijze bij een figuur als Thorbecke uit de verf, die in zijn studiejaren sterk beïnvloed was door de Duitse Romantiek en later door de Franse doctrinairen. De titel van zijn eerste wijsgerige verhandeling über das Wesen und den organischen Charakter der Geschichte laat op dit gebied al niets aan duidelijkheid te wensen over.[…] Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.

Maar waar het hier nu even om ging: ook liberalen namen zo de organologische visie uit de Romantiek over. Sommigen beriepen zich dan ook zelfs op Burke bij hun pleidooi voor een constitutionele monarchie en voor een harmonische geleidelijke groei, die alle revolutionaire willekeur en alle sprongen vermeed. En voor zover zij zich in de praktijk tegen vernieuwing en verdere emancipatie keerden en het juiste en ware evenwicht gerealiseerd zagen, namen zij inderdaad een gelijke positie in als Burke in 1790. Daarmee werden deze liberalen in feite behoudconservatieven. […] De term liberaal-conservatieven is eveneens gebruikelijk

[…]Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.


De liberalen tonen ook als conservatieven een rationele benadering van wereld en geschiedenis, die, geheel in de sporen van de verlichtingsfilosofie, als produkt van de mens worden beschouwd; een mens, die volgens goddelijke beslissing zelf schepper van zijn lot is; een rationeel wezen, dat niet in schotten van standen en korporaties dient te worden opgeborgen maar dat gelijke kansen verdient. Die gelijke kansen zullen dan weliswaar altijd tot ongelijke resultaten voeren. De liberalen kennen geen geboorte-elite doch een prestatieelite, die hoe langer zij zich handhaaft dan weliswaar weer de trekken van een geboorte-elite aanneemt.

[…] Conservatisme en liberalisme staan als de twee grote en fundamentele antagonisten gedurende de hele 19de eeuw feitelijk tegenover elkaar; als de bewegingen, waarvan de eerste de monarchaal-feodale ordening als inspiratiebron heeft en de tweede de burgerlijk-urbane met haar rationalistische wereldbenadering. De eerste gaat van een principiële ongelijkheid, van de menselijke zwakheid en de wezenlijke onveranderlijkheid der dingen uit, de tweede van de principiële gelijkheid volgens de verlichtingsideeën, van de menselijke perfectibiliteit en van de vooruitgang in de historie. Maar het waren de geleidelijke successen van het liberalisme, het waren de veranderingen, die de revolutie teweeg had gebracht, die vanzelf ook de liberalen aan de werkelijkheid, aan het bestaande gaan binden en daarmee ongemerkt van hun oorspronkelijke uitgangspunt en van hun emancipatiedrang gaan vervreemden met het gevolg, dat naast het feodaal-monarchale Conservatisme, dat altijd nog het patent op die naam behoudt een Conservatisme van liberale makelij ontstaat. “ ( p.98f.)







Tussen liberalisme en conservatisme bestaat geen spanning, als het liberalisme gelijkgesteld wordt aan marktliberalisme.
De samenleving die past bij de VVD en bij de Edmund Burke Stichting is een marktliberale, hiërarchische, westers-superieure law-and-order maatschappij, die een lippenbekentenis voor normen en waarden combineert met een hedonistisch consumentisme en verachting voor de lagere klasse..


Zie ook Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Conservatief-liberalisme

en VVD jongeren vinden partij te conservatief

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

Meest recente berichten