Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ OBA ’ Category

Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave

17 comments


De Nederlandse oorlogsnieuwswebsite nieuws-wo2.tk heeft gisteren grote stukken uit Mein Kampf gepubliceerd. Als ‘flankerende steunoperatie’ aan de Britse uitgever Peter McGee, die in de clinch ligt met de Duitse overheid. Het Beiers ministerie van Financiën gaat vervolging instellen.

Volgens HP/De Tijd is Mein Kampf  “het zwarte gat van de uitgeefwereld. Niet alleen is het duivels antisemitisch, maar ook niet leesbaar en is in sommige landen ook nog verboden”.


Ik wil hier iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

 

* Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.

,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

* Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

* Hitler probeert de onmogelijkheid van de democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

* „Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

* De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond, ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassenkamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de “rassen- besten” herkend konden worden.

* Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder voor hem zo goed als alle verschijnselen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

* Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

* En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende: ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

* De hele geschiedenis is voor Hitler een gevecht van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier] ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).


Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Vandaag besloot het Duitse kabinet dat er een register komt over neonazi’s.

Zie ook hier Over neonazi’s in Duitsland en de recentelijke kritiek op de Verfassungsschutz

en over het misplaatste woord Döner-Morde voor de moorden op negen allochtone middenstanders door drie Duitse neonazi’s 

In het Duits (Spiegel) : Bundesweite Datensammlung für Rechtsextreme


Update 10 maart 2012 : Britse uitgever mag niet delen Mein Kampf uitbrengen in Duitsland

Update 12 juni: dit oordeel wordt ook in hoger beroep bevestigd

 

Meer Updates

Duitse Historici willen ‘Mein Kampf’ demystificeren

Projectleider over wetenschappelijke uitgave Hitlers boek

 

Der schwierige Umgang mit „Mein Kampf“

Von Georg Löwisch 24. Oktober 2012

De Pariser kunstenar  Linda Ellia heeft 534 pagina’s uit “Mijn Kampf”artistiek bewerkt – onder meer als wc-papier. Haar werk wordt in Neurenberg getoond.

 

Walter Süskind en de Joodse Raad

19 comments

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst

7 comments

Als aanvulling op mijn apocalyptisch slangenblog van gisteren: niet alleen de Azteken maar ook Christenen kennen een fantastische apocalyptische slang. 

De theoloog Joost S. reageerde gisteren op mijn blog: 
“[…] durf ik in dit verband ook te wijzen naar Johannes’ ‘Vrouw met haar pasgeboren kind’  door de draak, eertijds ‘Slang’, achtervolgd. Toen spuwde de Slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de Slang had uitgespuwd.”

Hier de tekst uit de Bijbel, Openbaring 12

De vrouw, de draak en de twee beesten
1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden.
7 Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand 8 maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. 9 De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid. 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. 11 Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. 12 Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’
13 Toen de draak zag dat hij op de aarde gegooid was, achtervolgde hij de vrouw die een zoon gebaard had. 14 Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om naar haar plaats in de woestijn te vliegen, waar gedurende een tijd en twee tijden en een halve tijd voor haar gezorgd zou worden, buiten het bereik van de slang. 15 Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. 16 Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de draak had uitgespuwd. 17 De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.
18 Hij ging op het strand bij de zee staan.

 

Ik heb lang op internet gezocht of ik deze scene uit de Openbaring van Johannes in de kunst vind. En ja, ik ben blij: Dürer, Rubens, en Franse en Engelse oude boekillustraties.

 

Dürer, Apocalyps: vrouw en slang

Rubens, Apocalyps: vrouw en slang

Apocalyps: vrouw en slang, vloed,  boekillustratie

Apocalyps: vrouw en slang, vloed, boekillustratie

William Blake apocalypse

William Blake vrouw en draak

Joost schrijft bovendien ook, en ik vind dit erg goed gezegd en heb er zelf nooit op deze manier aan gedacht:
Clou van een Apocalyps is altijd en overal troost en al het goede gewenst voor het heden!”

Ach dáarom zijn de mensen zo gek op de Apocalyps! Dit was nooit in mij opgekomen.
Hoe het ook zij, de Apocalyps is ontegenzeglijk een enorme prikkeling voor de fantasie en dus de kunst.

In de Volkskrant van 3 januari schrijft Maarten Keulemans over het “Zwelgen in eindtijd”: Maya’s, 2012 enz. 
Hij haalt cultuursocioloog Stef Aupers aan, die het apocalyptisch denken wijt aan een lineair Westers tijdsbeeld, dus een begin en een einde van de tijd.

Molen in blauw, paars en rood

no comment

De eindshow van 3FM Serious Request op 24 december vond plaats bij Molen de Valk, en de molen was schitterend opgelicht in rood blauw en paars…

Molen De Valk

 

En hier de Rode Molen van Mondriaan:

 

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

11 comments

Vandaag wordt in een lezersbrief in de NRC  beweerd dat Christiaan Huygens’ slingeruren de geografische breedte op zee hadden moeten bepalen.

Slingeruur Huygens/Coster Museum Boerhaave

 

Maar dat is niet zo.

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee voor Huygens en zijn tijdgenoten het vaststellen van de geografische BREEDTE het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens namelijk met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische LENGTE niet.

Aardglobe Willem Blaeu 1670 Museum Boerhaave

Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een klok  die de tijd laat zien van de haven van waaruit  men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .

Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel.

Huygens uurwerk met spiraalveer, Museum Boerhaave

Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.

Pas in 1761 heeft John Harrison een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden en ontving hij de beloning van 20.000 pond die het Engelse parlement had belooft aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden om de tijd te meten.

 

———Jeugdboek over Christiaan Huygens: Zoektocht naar een zeeklok————-

 Zie ook Christiaan Huygens’ originele tekst K O R T   O N D E R W Y S Aengaende het gebruyck  Der H O R O L O G I E N Tot het vinden der Lenghten van Oost en West

 

Op 24 december 2011 werd een versie van deze tekst geplaatst in de wetenschapsbijlage van de  NRC als ingezonden brief.

——————————————————————————————-

 

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com/blog

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Romantische Japanse maanprenten van Yoshitoshi

11 comments

In het Leidse Japanmuseum Sieboldhuis  zijn tot 4 maart  2012 topstukken van de Japanse prentkunstenaar Tsukioka Yoshitoshi (1839-1892) te zien in de tentoonstelling “Maanlicht, mysterie en schoonheid”.


Yoshitoshi is een meester van de Japanse kleurenhoutsnede, in het bijzonder van het Ukiyo-e, een vorm van houtsnede die sinds het midden van de 18e eeuw ook in Europa populair werd en een grote invloed had op de Europese kunstwereld van het fin-de-siècle  (zie ook mijn vele blogs over het verband tussen Japanse kunst en 19e eeuwse Europese kunst).

 


Deze prenten zijn boeddhistisch geïnspireerd  en drukken vaak het vergankelijke, vluchtige karakter van de werkelijkheid uit. De volgende prent leert dat je NIET naar de vinger van de boeddhistische monnik moet kijken maar naar de maan zelf:


Beroemd zijn Yoshitoshi’s A Hundred Views of the Moon, waar hij motieven uit Chinese en Indiaanse legendes en uit Kabuki en Noh theater illustreert.

 

Maria Trepp

www.passagenproject.com

 

deze tekst staat ook op mijn Duitse  blog

www.passagenproject.com/blog1

 

 

Maansverduistering boven Leiden

10 comments

16.40

met vogelwolk!

 

met Zeilpoort

 

Uitleg over de huidige maansverduistering met animatie

http://www.astronomie.nl/nieuws/2352/maansverduistering_op_zaterdag_10_december.html


 

Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

20 comments

 

Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.

Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

 

Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.

Vrolijke muggedichten en de  mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.

Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

Jeroen Bosch Mens als insect

Jeroen Bosch Mens als insect

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).

Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.

Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .

In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’,  Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715”  (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.

 

“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

Swammerdam Insecto-theologie

Swammerdam Insecto-theologie

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).

Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:

HET SCHRIJVERKE

O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, –
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”

 

 

Een zeer geestige satire op “insecto-theologie” vindt men in Voltaires filosofische vertelling Micromégas die onder meer over Swammerdam, Huygens enz gaat.


 

“Google Earth” voor Mars, gratis download!

no comment

“Imagine zooming in over the surface of Mars, sweeping over sand dunes and circling around the rims of craters – all from your home desktop.

With HiView, the image-viewing tool recently released by the High Resolution Imaging Science Experiment, or HiRISE, team at the University of Arizona’s Lunar and Planetary Lab, you can do just that. “

Info:

http://www.physorg.com/news/2011-12-google-earth-mars-explore-red.html

Download: http://hirise.lpl.arizona.edu/hiview/

Kijk ook vooral naar de “Syrtis major”

Christiaan Huygens heeft als eerste een oppervlaktedetail van een andere planeet beschreven, de Syrtis Major op Mars.

 

 

In zijn Systema Saturnium (1659) heeft hij geschreven en getekend:

 

“Ook in Mars heb ik in 1656 een enkele zone […] waargenomen, zeer breed, die het middelste deel van de schijf verduisterde, zoals de bijgaande afbeelding laat zien.”

Seizoenen op Kepler-22b

no comment

Het leven op Aarde is sterk afhankelijk van het bestaan van seizoenen. Ik heb nog niets kunnen vinden over de ashelling van Kepler-22-b, al lijkt het erop dat deze “tweelingsaarde” mogelijk ook seizoenen kent.


 

De seizoenen op Aarde komen tot stand door het feit dat de Aardas scheef staat:

De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).

De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.

Licht van de zon op de aarde in de seizoenen

Christiaan Huygens bespreekt in zijn Cosmotheoros (zijn laatste boek van 1698 waar hij uitgebreid het leven op andere planeten beschrijft)  ook de seizoenen op de andere planeten.

Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze planeet bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.

En Saturnus dan,  Huygens’ lievelingsplaneet:

Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus vanwege de kou wel bewoonbaar kunnen zijn…


Deze tekst staat ook op mijn Duits blog en op mijn Engelse blog

Maria Trepp www.passagenproject.com

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief